Wildplassen

“Wild plassen dames” was laatst gedurende een aantal dagen de hoogst scorende “searchstring” waar mee mijn blog werd gezocht. Een specifiek thema dat kennelijk sommige internet gebruikers bovenmatig interesseert. Ik heb er niets mee, snap ook niet helemaal wat iemand bij mij op dat terrein zoekt.

Hoewel?

Na een dag voor overleg over een groot aantal zaken 350 kilometer verderop rijden we de volgende dag weer huiswaarts. Onze route voert over de slingerende en bergachtige wegen die zo kenmerkend zijn voor het Turkse binnenland achter de kust. De wegen zijn, zo buiten het toeristen seizoen nog leeg, alleen wat vrachtauto’s en een enkele personenwagen delen met ons de weg.

Halverwege de dag, het loopt tegen enen, besluiten we op een strook zand/gravel ergens halverwege de helling wat te gaan eten en drinken. Parkeerplaatsen met bankjes en tankstations met mede weggebruikers zijn we al geruime tijd niet meer tegen gekomen. Op een steen, lekker in de zon, een tiental meters van de weg, dekken we onze tafel, thee, yoghurt, muesli, verse aardbeien, ingrediënten voor onze lunch vandaag. Onder ons kruipt het verkeer langzaam tegen de helling omhoog, je ziet ze al minuten lang aan komen. Ook van boven zoeft het verkeer ons tegemoet. We zitten zichtbaar te zitten met onze denkbeeldige picknickmand.

Twee vrouwen op een steen. Er is weinig fantasie nodig om je voor te stellen hoeveel nekblessures we in ons picknick halfuurtje hebben veroorzaakt. Onze oogstrelende aanwezigheid trok in elk geval elke blik, menig nek verrekkend. Eigenlijk is het wel grappig, al die blikkende en toeterende mannen. Ik denk tenminste dat het allemaal mannen waren, vrouwen passeerden er volgens mij niet. Turkse mannen wijken in elk geval hierin volgens mij niet erg af van de rest van de westerse wereld.

Misschien tijd voor een snelheidsbeperking, boven aan de weg van onze berg? Zeker bij die neerrazende X-tonners, wil je toch liever wat minder risico lopen als ze tijdens het kijken, met hun voertuig, in de gevarenzone terecht dreigen te komen.

Na een halfuurtje is het genoegwe pakken weer in. Even verdwijnen we nog achter een struikje en de file is opgelost.

Advertenties

Klaterend

Op weg naar de logopediste, ik ben al laat. Net als ik aankom rijden gaat de brug in de A16 open., zul je net zien. Als de file tot stilstand is gekomen en de automotor berust in een ongevraagde pauze stapt voor me een man uit de auto. Hij is nog jong en dynamisch.

Met een blik op oneindig -de tegemoetkomende zes asfaltstroken zijn onwerkelijk leeg-  gaat hij wijdbeens voor de vangrail staan, prutst wat aan de voorkant van zijn broek en ….

Luid klaterend loost hij zijn overtolligheden. Het  is duidelijk dat hij het bij de uitdaging …wie kan het verst , ver zal gooien. Ook op de prostaatprobleem checklist scoort hij een 0, geen probleem te onderkennen. Ongegeneerd, recht voor de ogen van mij als vrouw.

Al sinds het begin van mijn transitie ben ik me er overmatig van bewust dat ik hier niet meer aan mee kan en wil doen. Wildplassen en dan nog wel zo openlijk en openbaar. Menig keer ben ik al een tankstation ingevlucht om net op tijd een zekere plek te bereiken.

Welke wc? welke douche? welk kleedhokje voor het zwembad? Het zal een jaar geleden zijn dat deze vraag zich voor mij voor het laatst heeft voor gedaan. Uiteindelijk was het antwoord simpel; gewoon daar gaan waar mijn aanwezigheid het meest passend is, de minste verbazing oproept. Sindsdien wacht ik trouw op mijn beurt in de altijd langere rij voor de “dames”; stap ik stoer de “heren” in samen met wat medewachtsters als onze rij nu echt wel erg lang wordt of de nood onrustbarend hoog.

Af en toe viel bij het douchen, in mijn tijd bij de “heren”, mijn bh wel eens van het haakje, zo op de natte vloer, recht voor de verbaasde boys in de douche. Tijd om ook daar van deurtje te wisselen. En bij het zwembad? Als vrouw in bikini, maar wel met een fors kale kruin. Soms met een van mijn Buff mutsjes, soms met een badmutsje loste ik  ook dat op. Nu trek ik netjes mijn baantjes, bikini met discreet rokje, met een badmuts op mijn hoofd.

Tja, je moet er niet aan denken, nodig moeten en dan de brug nog dicht ook. Als de man klaar is ritst hij de boel weer genoegzaam dicht. Opgelucht en wel kijkt hij rond en ziet me, schouder ophalend en met een brede glimlach stapt hij weer in. Probleem opgelost.