Opruimen

Ik ben een bewaartype. Nostalgie, zonde en vooral “je weet maar nooit wat je er nog aan hebt”.

Dozen vol schroefjes, boutjes, moertjes en plastic onzin stukjes. Allemaal op grootte en soort keurig in laatjes gesorteerd. Elders in huis, planken vol boeken en oude computeronderdelen. Zelfs mijn oude Atari (1986) heeft nog een plek. In de kleine kamer die vol hangt met onze gezamenlijke garderobe staat zelfs nog een kast vol werkkleren, oude truien en broeken, maten te groot en allemaal nog uit mijn verleden als man.

We ruimen op. Nou ja Lief C ruimt op en ik word af te toe geraadpleegd. Niet helemaal eerlijk, maar terwijl ik mijn volgende boek corrigeer en herschrijf, heeft zij zo de ruimte en voorkom ik al te veel “zou je dat wel doen” gesputter.

Toch is het vreemd, geen afscheid van alles willen nemen en op hetzelfde moment eigenlijk je verleden achter je willen laten. Ik ben gewoon dubbel.

Ooit voor het slapen gaan stelde ik me een tijd voor hoe het zou zijn om helemaal alleen je leven weer opnieuw, als vrouw!, te beginnen. Gewoon in je werkkloffie je flat leegruimen en in een verhuisbusje vertrekken om dan aan de andere kant van de route als vrouw uit te stappen en een nieuwe leven in te gaan. Misschien heb ik samen met Lief C, met onze reis en schrijfactiviteiten wel hetzelfde gedaan. Zwaaien naar de achterban het zeegat uit en vanaf dat moment, steeds meer androgyn en later als vrouw op je bestemming aankomen. Naïef dacht ik, geleidelijk komt ook de achterban wel mee. De waarheid was wat weerbarstiger.

Als je na zoveel leeftijdsjaren aan je transitie begint, – bij het eerste gevoel zat ik nog in mijn kinderjaren, bij de plannenmakerij was ik 48, bij de allereerste start van mijn transitie 52/53- is het een utopie te denken dat je volledig opnieuw kunt beginnen. Altijd zijn er nog banden naar je leven voor het grote startmoment. Zelfs nu nog bestaat meer dan de helft van mijn Linkedin-connecties uit ex collega’s en geven juist de vrienden en familie uit het verre verleden je steun.

Ik blader door een stapel oude foto’s. Verschrikkelijk sta ik erop, als MAN!. Het herinnert me zo sterk aan wat ik niet meer wil zijn, de strijd die ik heb geleverd, hoe ongelukkig ik me heb gevoeld. Ik ben bezig ze weg te gooien als ik me herinner dat niet alleen ik, er bepaalde herinneringen aan heb, maar ook Lief C, de dochters en anderen. Herinneringen die vaak zijn ingevuld met flashbacks naar andere, gelukkige tijden.

In een laatje, helemaal weggestopt, kom ik een stapeltje “wens”kaarten tegen. Wensen, een “hart onder de riem” uit verschillende fases in een grijs gerijpt verleden, ups en downs in mijn vorige leven. Terwijl ik ze nog eens bekijk schiet ik vol. “Steun in de rug”, “samen verder!”, “een mijlpaal” . Stuk voor stuk wensen en beloftes van soms wel twee decennia terug, maar nog oh zo vers, gemeend en passend bij het “nu”. Neen, ik gooi ze niet weg, de hartenkreten van Lief C, de steunen van de dochters, het kaartje aan een roos. Ze krijgen een nieuwe plaats op mijn nachtkastje lekker naast mijn knuffels. De intentie, de warmte straalt, kan ik de transitiemaanden die nog voor me liggen goed gebruiken.

Weggooien, opruimen, vergeten, ik zou het graag willen, maar aan de andere kant, wie ben ik om alle herinneringen aan mijn “man”verleden volledig weg te willen werken, als juist voor mijn omgeving die herinnering ook invulling geeft aan gelukkige terugblikken op de vader en man die ik toen was. Het is een tweestrijd.

Neen, hoe graag ik ook bepaalde aspecten van mijn oude herinneringen wil opruimen, ik houd ze toch nog maar even bij de hand. Om met Boudewijn de Groot te spreken “…maar misschien heeft iemand anders er wat aan…” (Testament, 1966).

Advertenties