Ja, het kan …

Je zult nooit een echte vrouw kunnen zijn… Alleen jonge transgenders kunnen ooit de switch maken, de anderen –ouderen- zullen altijd zichtbaar blijven… Stealth, vergeet het maar …

Je zou het bijna geloven en ontmoedigd afdruipen. Het is af en toe weinig hoopgevend wat sommige VU deskundigen de transgender tijdens het intakegesprek meegeven. Is het een test om de “duurzaamheid” van de dysforie te bepalen; om zoveel twijfel te zaaien dat alleen de echt overtuigden nog maar overblijven. Een misgreep om te voorkomen dat al te lichtvoetig een droom achterna wordt gejaagd. Een poging tot wachtlijst beheersing …

Los van het wrange en gruwelijke aspect dat iemand die daar komt tijdens de intake, daar doorgaans pas zit na een lange en intense strijd met zichzelf en de omgeving, is het bijna absurd juist in dat gesprek geconfronteerd te moeten worden met een bijna volkse opinie over het onmogelijke van een succesvolle transitie als je er niet al tijdens je tienerjaren mee bent gestart.

Je zou het bijna geloven; dat heilloze van een transitie die bijna zeker tot mislukken is gedoemd. 

Volgend jaar; het boekenbal! De laatste sheet, ter afsluiting van mijn workshop “Kinderverhalen”. De afgelopen maanden gaf ik een workshop met dit onderwerp; leuk en leerzaam, een uitdaging. Met 13 workshopdeelnemers loop ik stap voor stap het schrijfproces door. Als schrijfster, docent, publiciste, coach en avonturier kan ik me niet dag in dag uit afsluiten van de wilde woeste buitenwereld. Wie een boodschap te verkondigen heeft, kan dat niet slechts doen van achter haar bureau. Wie over avontuurlijk reizen schrijft, moet er regelmatig op uit; soms zelfs als vrouw terug in een mannenwereld om slechts gewapend met bahco en multimeter haar “mannetje” te staan.

Iedere keer opnieuw ervaar ik het als spitsroede lopen, als een onbedoelde test van mijn verschijning als vrouw; als een soort examenstuk. Eerlijk is eerlijk, dat examen betreft alleen mijn eigen gevoel, voor mijn omgeving is het dat niet. Die beoordeelt me, “gewoon” als vrouw, met alle voordelen en vooroordelen van dien. De beoordeelt me gewoon op wat ik te bieden heb. Beoordeelt me als docente op mijn meerwaarde, als schrijfster op de kwaliteit van het manuscript, als avonturier op de kracht van de vertelling in interview of artikel; beoordeelt me zelfs op de prestaties in de techniek.

Of het nu mijn aanwezigheid is tijdens mijn tekenlessen, tijdens een meeting met mijn uitgever, mijn optreden als schipperse, docente of mijn meerwaarde als coach, als vrouw staat mijn vrouwelijkheid net zo min ter discussie als die van de andere vrouwen in wier gezelschap ik verkeer. Alleen als ik het na verloop van tijd aan iemand vertel, maak ik het zichtbaar, anderen hebben er, zelfs bij intensief samenwerken geen enkele weet van.

Natuurlijk heb ik, dankzij mijn “gemiddelde”  maten ruim het geluk binnen het vrouwelijk spectrum te vallen, is mijn lage alt hoe wel wat laag, niet laag genoeg om opvallend te zijn, maakt mijn jaarlijkse haarwerk van de zorgverzekeraar het plaatje redelijk af, maar toch. Laat dat voor alle starters die bij hun eerste contact met de VU, de eerste gesprekken met familie en omgeving, de eerste stappen binnen lotgenoten groepen nog zo vol twijfel zijn, een steun zijn. Ook wie na haar vroegste jeugd aan de transitie begint heeft nog alle mogelijkheden.

Ooit hoop ik dat dat kansrijke ook doordringt bij de “VU-deskundigen”; hoop ik dat hun bijdrage ligt in steunend in plaats van twijfel zaaiend gedrag.

Immers waar moet je anders de zekerheid nog aan ontlenen, het vertrouwen dat je op de juiste weg bent gegaan; leven in de rol die je altijd al wist voor jezelf, kan absoluut, ook zonder dat anderen dat aan je blijven zien!  

Advertenties

Komt een vrouw..

… bij de dokter.

Met paspoort en verwijsbrief meld ik me bij de balie Gynaecologie van mijn lokale ziekenhuis. “Gaat u zitten mevrouw, we lopen iets uit. U wordt zo geroepen.

Wanneer is je transitie af? Nooit? Hoewel, er is een moment dat je aardig bent uitgereisd.

Na –tientallen- jaren van vooroefening, als een atleet die voor en achteruitstappend, voorafgaand aan de grote sprong het moment zoekt, het tijdstip bepaald, de omstandigheden inschat, alvorens zich in een explosie van energie te lanceren. Dromend, proberend, inlevend, experimenterend wipte ik van de ene voet op de ander, twijfelend tussen aarzelen en doen, tussen vooruit stappen en terug nemen. Tot het moment dat ik de telefoon pakte en een afspraak –urgent- met mijn huisarts maakte. Eigenlijk liep mijn transitie toen al een paar jaar –ik gebruikte al 2,5 jaar hormonen, werd regelmatig correct gegenderd –lopend naar de toilet sprak een man me ooit aan met “mevrouw, de dames toiletten zijn aan de andere kant”- en kocht alleen nog maar broekjes en hemdjes waar je zelfs je dochter liever niet in ziet lopen.

Verbijsterd liet ik hem achter met mijn vraag. “kun je mijn hormonen voorschrift overnemen? Het lukt me niet langer om ze zonder ernstige problemen met het de Officier van Justitie te importeren”. Misschien heb ik hem wat overvallen, heb ik hem door zeven jaar lang grotendeels buitenlands te verblijven weinig kans geboden met me mee te groeien; een eufemisme! Dat ik uiteindelijk in de reguliere procedures en processen terecht kwam, mijn hormonen weer kreeg en bij de VU netjes de wachttijd doorliep voor de diagnose opnieuw gesteld werd zal geen verwondering wekken. Soms moet zelfs een “kamikaze pilote” zich eventjes in de processen van de verkeerstoren schikken.

Ik zal er geen geheim van maken dat ik langdurig met de VU gesteggeld heb over de VU interpretatie van de Real Life fase (een jaar -incl overgangstijd- in nieuwe rol, een jaar hormonen gebruikend) ten opzichte van dezelfde interpretatie van de WPATH (World Professional Association for Transgender Health(care)). Immers waar begin je te tellen, na de VU diagnose of vanaf het moment dat je daadwerkelijk HRT gebruikend in je nieuwe rol gaat leven. In mijn geval een verschil van misschien wel 3 jaar.

Vanaf het begin van mijn gesprekken bij de VU heb ik er geen geheim van gemaakt uiteindelijk in Thailand geopereerd te willen worden. Houd het op planbaarheid, veronderstelde kwaliteit en de internationale oriëntatie van mij en mijn Lief. Dat dit de nodige gesprekstof opleverde met de VU zal geen verbazing wekken. Als trouw WPATH lid is ook voor chirurgen als Chet, Suporn en Preecha de “verwijzing” van een genderspecialist met daarin die 1 jaar HRT /1 jaar gewenste rol, essentieel.

Nog steeds veel buitenlands verblijvend heb ik mijn huisarts toen de hormonen weer voorgeschreven waren en de contacten met de VU waren gelegd maar beperkt verder bijgepraat; immers je mag er van uit gaan dat de VU de verwijzend huisarts regelmatig op de hoogte houdt van intake, diagnostiek en hrt voorschrift.

Maanden verstrijken met leven in mijn gewone rol, ook een bio-vrouw zit niet iedere maand bij de dokter, als het moment van de operatie daar is. Dankzij de chat met aanstaande en al geopereerde Supornistas weet ik redelijk wat me te wachten staat. Kennelijk gaf ook “eigen” gezondheidsverklaring geen reden vooraf nog onderzoeken te laten doen, zodat ik –althans voor mijn huisarts onmerkbaar- al snel op de operatietafel terecht kwam. Een smile op mijn gezicht en een wat verdoofd gevoel tussen mijn benen –wat eufemistisch- gaven zes uur later aan dat ik weer een stapje op mijn transitiereis had gezet.

Er gaat wat tijd overheen voor ik weer eens bij mijn huisarts kom. Thema dit keer, de “stand van zaken” en vooral “hoe nu verder?”. Ik had hem een jaar eerder al eens verteld mijn operatie in Thailand te willen ondergaan. Nu, bijna een jaar later kan ik hem melden dat dit inderdaad is gebeurd, dat de wonden goed helen, het zitten matig gaat en nog zo wat.

Verbluft hoort hij mij 30 seconden aan voor hij vervalt in een explosief tegengas. Het gesprek ontspoort en als ik 20 minuten laten buiten sta heb ik een verwijzing naar de gynaecoloog (de bloedspotjes bij het dilateren, is dat ernstig of kan ik er zes maanden mee naar het buitenland?), heeft hij mij toevertrouwd nooit meer met mijn genderissues opgezadeld te willen worden en is het me duidelijk dat ik misschien wel op zoek moet naar een ander huisarts.

Als ik een week later weer met hem in gesprek ga “gelukkig dat je belt, ik had er inderdaad niet zo’n fijn gevoel” over, is de storm wat gaan liggen. Hij is zich gewoon wederom rot geschrokken. In 20 minuten praat ik hem bij, informeer hem over de Standards of Care en de Endocrinology Guidelines en vooral, laat hem zien waar mijn transitie staat. Kort gezegd, hoe het proces van “bouwen en verplaatsen” vervangen is door “onderhoud”. Het proces van de genderdysfore vrouw verschoven is naar de vrouw die gevoelsmatig klopt en haar plek in de samenleving heeft hergevonden.

Ruim twee jaar heeft hij gedacht dat ik ondanks mijn doe-het-zelf drang voor de rest van mijn leven wel binnen de poorten van de VU zou verblijven. Gelukkig kunnen we er nu beter over praten. Is het hem duidelijk dat de “dochter” die hij onder de hoede had, is uitgevlogen en inmiddels weer gesetteld is, haar leven weer op de rails heeft en met een beroep als vrouw op gezondheidszorg. Het zal nog wel even duren voor het gevoel bij hem helemaal is geland. Voor hij in de verwijsbrief niet meer schrijft “heer heeft zelf afspraak gemaakt met gyno”. Voor hij berust in z’n plek als eerste aanspreekpunt voor prostaat controle bij een geopereerde transvrouw of als doorverwijzer voor hormoon voorschrift.

Een paar dagen later spreek ik hem op zijn verzoek weer. Ik heb inmiddels een prettig en open gesprek met mijn gynaecologe gehad, Hij neemt er de tijd voor. Uitgebreid vertel ik hem over de ins en outs van de verschillende technieken, over nazorg en ervaring van chirurgen, over Penile Inversion en de ook bij de operatie van vrouwen met een incomplete of zonder vagina gebruikelijke , Skin Graft techniek. Al pratend over bijwerkingen, hormoonregimes en complicaties zie ik hem schuiven. Geleidelijk begint hij me steeds meer als vrouw te zien. Een vrouw met een prostaat welleswaar. Zal ik je PSA meteen op dit labformulier invullen?

Hij belt me even dat de gewijzigde verwijzing klaar ligt. Puur voor mijn dossier, wat denk je zelf? zal ik je als “transvrouw” vermelden vanaf het moment dat je me een paar jaar geleden betrok bij je transitie proces?
Ik stem in.

Weer een stapje in mijn transitieproces. Of eigenlijk het zijne.

De Beste

Het is de maand van “De Beste”. Groenteboer, slager, bank, website, verzekeringspolis, uitvaartonderneming, je kunt het zo gek niet bedenken of er is altijd wel een “Beste” aan te wijzen. Eigenlijk verdenk ik al die bedrijven er van eigen polls te hebben waarop ze er steevast zelf als beste uitkomen.

Jaren geleden – ik was werkzaam in de zakelijke dienstensector- gebeurde hetzelfde, bijna steevast was er wel een prijs te winnen die, hoe verrassend, vrijwel altijd ook door onszelf gewonnen werd. Klaar voor weer een jaar fonkelen van de “prijs”op de balie van de receptie. Mijn trots zakte weg toen bleek dat ook allerlei concurrenten in staat waren prijzen te winnen; bijna gelijke, vrijwel altijd van weer een ander gezaghebbend koepelorgaan.

Ook op de fora gonst het al tijden; de beste wachttijd, de beste verzekeraar, de beste psycholoog, de beste begeleiding,  het beste ziekenhuis, de beste pruikenleverancier, de beste kledingzaak, de beste chirurg, de beste procedures. Het lijkt wel of ieder een eigen prijs wil uitdelen. De strijd is fel, de argumentatie stevig. Dan weer is Thailand aan de winnende hand, dan weer blijken de Nederlandse resultaten de toets der kritiek het best te doorstaan. Criteria worden opgesteld en bekritiseerd, om al snel weer verlaten te worden en door andere criteria te worden vervangen.

Waar in het gewone leven er voortdurend koepels in het leven worden geroepen die de prijs mogen uitdelen, ontbreekt het er in de transgenderwereld aan. Er zit niets anders op dan de prijzen zelf maar uit te delen; alhoewel, de transwereld is het gewoon niet eens. Geen gekandideerde voor de “beste prijs” is zonder blaam. De fora staan er bol van wat er allemaal beter kan.

Neen, ik denk niet dat er dit jaar al bokalen fonkelen op de balie van de kandidaten. We zijn het er gewoon niet over eens wie de “Beste”is dit jaar; en voor mij zelf?

Misschien moet ik er toch nog een maandje aan toevoegen; Januari in plaats van December als “Beste”maand.  Immers net als ik besluit wie voor mij “De Beste” is, blijkt het geld ineens op. De beste onderhandelaar, de beste patiëntenzorg, het beste financieel beleid?

Ik weet het niet meer.

 

Even ….. bellen

Het brengt me uit mijn evenwicht, als of ik, mijn zijn, ontkend wordt door de wilde woeste buitenwereld, telkens als ik een brief of zo aantref aan “de heer”. Een moeilijke situatie, mezelf zijn als vrouw en dan toch telkens weer aan gesproken worden, althans op papier, als man.

Papier is geduldig, de wetgever moet er ook zo overdenken. Eigenlijk is wat ik doe hetzelfde als een rijstebrijberg proberen van buitenaf af te pellen door van binnen uit hapjes te nemen; bijna onmogelijk. Was er nu maar een papier dat je gewoon kan kopiëren, scannen en versturen waarin staat dat mijn geslacht officieel genoteerd staat als “vrouw”. Dat papiertje bestaat, alleen nog niet voor mij.

De officiële procedure, nu anno 2013, is dat na je geslachtsoperatie, een verzoek gedaan kan worden aan de rechter waarin deskundigen verklaren dat je echt nu heel zeker onvruchtbaar bent en waarin je advocaat toont dat je duurzaam als vrouw leeft en de wil hebt dit ook voor eeuwig zo te willen houden -nou ja voor de komende dertig jaar of zo-. Voor mij nog zeker wachten tot 2015.

Lang leek het er op dat in dit tijdrovende en kostbare proces een wijziging zou komen. Al geruime tijd wordt gewerkt aan een wet die dit proces, althans “de administratieve formele wijziging van het geboortegeslacht; de zg Genderwet” eenvoudiger zal doen verlopen. De Tweede Kamer ging in april 2013 akkoord met het wetsvoorstel, in de Eerste Kamer  ontstond echter vertraging, de vaste commissie voor V & J had extra vragen en bedenkingen  en vroeg de Staatsecretaris, Teeven, om nader toelichting. Op zich in ons democratisch bestel prima, zo’n nadere toelichting en heroverweging, maar toch. Het werd stil. Inmiddels zijn we zes maanden verder en er is van de Staatssecretaris niets meer gehoord. Rond deze tijd komt een daarmee samenhangend wetsvoorstel aan de orde in de Eerste Kamer (juridisch ouderschap vrouwelijke partner van de moeder), misschien dat na het oplossen van dit vraagstuk er meer ruimte komt  voor de verdere beantwoording van vragen en behandeling van het wetsvoorstel dat de administratieve wijziging van het geboortegeslacht wat makelijker kan maken.

Als de wet er -ooit- komt, is niet meer de gang van een advocaat langs de rechter noodzakelijk, maar volstaat een zogenaamde deskundigheidsverklaring. En dat is nu net wat ik hoop na mijn diagnose traject bij de VU wat eenvoudiger te kunnen krijgen; al in 2014, dat zou mooi zijn . Zul je natuurlijk weer aan lopen tegen een wachttijd, 18 maanden of zo.

Zoals gezegd, ging het veranderen van je geslacht, je aanspreek titel bij bedrijven, hulpverleners en instanties maar gewoon met een briefje. Een kopietje op de balie en hup de zaak is rond. Neen de werkelijkheid is voorlopig nog complexer, nu dat op de eenvoudige manier nog niet lukt.

Telkens wanneer ik een hulpverlener spreek, de huisarts, de apotheek, de fysio of de tandarts, telkens wanneer een bedrijf of verzekering een brief laat ploffen op de mat, iedere keer als ik een mail krijg; iedere keer opnieuw pak ik het op. Overal waar ik kom laat ik m’n geslachtsaanduiding aan passen, bij de medische hoek is dat zo geregeld, een bedrijf doet dat ook waar je bij staat. Voor banken en verzekeringen ligt dat anders. Zo roepen iets over GBA, de gemeentelijke basisadministratie  -“inderdaad, daar sta ik genoteerd als man, maar dat gaat veranderen. Kunt u het nu alvast in uw administratie doen?”- , ze wijzigen en beloven, verwijzen naar andere afdelingen en moeilijk-moeilijk-moeilijk- maar uit eindelijk doen ze hun best.

Dagen heb ik gebeld met een verzekeraar in het hoge noorden, waarom ik na aanmelding van een nieuwe verzekering als mevrouw, toch als man in hun briefhoofd kom te staan. “duizend maal excuses mevrouw, dat had niet mogen gebeuren”, dan pas ik online mijn privé toegang aan –Mijn …- zoals alle verzekeraars die hebben, keurig ligt er de volgende dag een brief op de mat aan Mevrouw… Prima zul je denken, tot ik mijn mail open en een enquête vind, aan de heer..

Mijn broek zakt af, zeker als ik de volgende dag een opsomming van mijn toekomstige premie verplichtingen aantref, weer aan de heer.

Onthutst bel ik ze weer, mijn vrouwelijke stem laat ze niet lang in twijfel. “neen, vreemd, hier staat toch echt Mevrouw. Een nieuw polisafschrift is op weg naar u”. Ik wacht het nog even af.

De volgende dag is het grote moment; is het ze nu gelukt of gaat het gestuntel door.

Geachte Mevr…. begint het begeleidend schrijven.

Toch gelukt, wie zal ik nu eens gaan bellen?

Intermezzo

Een intermezzo, zo voelt het tenminste; als de hoogspanningleiding die twee hoogspanningsmasten met elkaar verbindt.

Een paar jaar geleden schreef ik een verhaal over een eindeloze reeks hoogspanningmasten die zich honderden kilometers lang door een landschap zonder iets slingerde; de verbindende leiding ontbrak, waarschijnlijk al jaren (Retour Kaap Hoorn).

In mijn intermezzo rijgt de leiding de masten aaneen.

De laatste week was druk, twee manuscripten voor kinderboeken afgemaakt en ingeleverd bij mijn uitgever; twee artikelen aangepast en geredigeerd opnieuw ingeleverd bij de redactie van het tijdschrift waarvoor ik schrijf en daarna, op het hoogte punt van de storm, mijn gesprek met bij de VU. Eigenlijk was het ons gesprek, Lief C vergezelt me dit keer bij de psycholoog. Spannend, wat valt er te vragen? wat valt er te vertellen? We hebben een prima gesprek; leuk, vlot en aangenaam.

En dan? Als we naar buiten lopen en de storm ons de isolatieplaten vanaf de gebouwen rondom de parkeergarage toewerpt, ben ik leeg. Pas over vier weken het volgende gesprek; voor mijn gevoel nog heel ver weg.

Een hele maand zonder “vrouw-in-wording” dingen. Je moet er toch niet aan denken. Gelukkig is het niet zo. De komende maand is toch weer goed gevuld met activiteiten op mijn “ontwikkelings”pad.

Wekelijks heb ik mijn tekencursus, de enige man is inmiddels afgehaakt. Met het puntje van mijn tong tussen mijn lippen doe ik mijn uiterste best; laat ik me van mijn creatiefste kant zien en vooral lukt het me de vrouw te blijven, te midden van al die gelijken, die ik pretendeer te zijn.

Een bezoek aan de huidtherapeute levert me een kennismaking op met haar “laserkanon” , over een week wordt de kennismaking voortgezet in een serieus baardgevecht.

Dagelijks oefen ik mijn bovenstem, rijmpjes, letters, lettergroepen, van alles wat. Vrijdag bezoek ik B, mijn logopediste weer, eens kijken wat ze van mijn voortgang vindt.

Er komt nog meer aan, te veel om op te noemen, allemaal oefenmomenten voor de vrouw in mij.

Neen,  de komende maand is goed gevuld met activiteiten, als zwaluwen verder op in de polder op de hoogspanningsdraad. Verbindingspunten aan de horizon, opdeling  van een intermezzo; als een spanningsboog van wat ooit was naar wat later ooit zal komen.   

Spagaat

Een ochtend buitenklussen; ik kleed me er speciaal voor aan. Toen ik maanden geleden afscheid nam van mijn allerlaatste mannenkleding heb ik toch nog een stevige spijkerbroek, een fleecetrui en een stoer flanellen mannenshirt achtergehouden. Moeite om weg te doen? Neen, in tegendeel maar ik heb gewoon nog geen vrouwelijk “klus”equivalent. Ik schaam me voor de “oud”fit, het ziet er gewoon niet uit. Niet in het minst door de lompheid van de te ruime kleren –ik weeg inmiddels nog maar 90% van “ooit”-, maar ook doordat het gewoon niet staat. Het slaat als een tang op een varken, ik voel me er vreselijk in. Dit trek ik nooit meer aan, zelfs het allerlaatste stukje mannenkleding gaat weg. Ik weet het zeker.

Naast dat ik me schaam voor mijn verschijning, komt er ook nog iets anders bij. Ik voel me in een spagaat; alsof ik in twee sloten loop die steeds verder van elkaar komen te lopen.

Toen Lief C en ik meer dan tien jaar geleden besloten langzaam aan naar een eventuele coming-out van me toe te werken ontstond de ruimte een toen al 35 jaar oud verlangen naar boven te halen. Vanaf het begin van ons reizen en ons freelance werk heb ik me gaandeweg steeds meer als vrouw ontplooid; in alle vrijheid, niets moet, alles mag, we zien wel hoe ver we komen. Het groeien in de andere rol, de andere kleding, de hormonen, stuk voor stuk keuzes op dit pad. Beslissingen, niet altijd meteen gemakkelijk voor ons allebei, op een pad dat onmiskenbaar ergens naar toe leidde. Steeds opnieuw kozen we ervoor hekken achter ons dicht te laten vallen. Wat naïef, bijna als kinderen, zijn we heel lang blijven stilstaan bij een combi waarin we ons zelf gelukkig voelden van rolpatroon, kleding en lichamelijke veranderingen.

Hoewel ik ruim 10 jaar geleden al praktisch was aangemeld bij het genderteam van de VU, hebben we bij het VU-team  en haar mogelijkheden nooit stil gestaan. Spijtig, maar zo zit het nu eenmaal. Pas toen er vorig najaar een kink in mijn exotische hormonenlijntje kwam, werd het genderteam voor mij belangrijk. Ineens moest ik me, in overleg met de huisarts, gaan aanmelden bij de VU. De na de eerste screening noodzakelijke diagnostiek moest wachten. Pas 10 maanden later bracht de inmiddels gereduceerde wachtlijst me weer naar Amsterdam voor de vraag of ik werkelijk zo echt ben als ik zeg te zijn,  of mijn draagvlak werkelijk stevig genoeg is. Het VU team gaat niet over een nacht ijs. In tegendeel. Zorgvuldig wordt iedere steen in mijn leven gekeerd, wordt achter ieder boom naar bedreigingen gezocht, wordt overal om me heen de grond beproefd op voldoende draagvlak.

Het diagnostisch proces is net begonnen; de komende maanden zullen er ook mee zijn gevuld. Of zij net zo overtuigd zijn van de vrouw-in-mij als ik zelf al jaren ben, is afwachten. Dan pas is duidelijk of ik blijvend toegang krijg tot hormonen, andere behandelingen, geen “M” maar een “V” in mijn paspoort. Ik voel me in een spagaat; als vrouw grotendeels in de samenleving geïntegreerd tegenover ooit bevestigd worden als vrouw en me te “mogen” ontwikkelen. De plek waar ik drie jaar geleden ook al stond.

Af en toe pieker ik over die uitslag over die reeks van maanden. Het zal toch niet zijn dat ik straks geen (h)erkenning krijg, dat al die schepen achter me voor niets zijn verbrand, dat dat draagvlak op zijn fundament siddert als ik met hangende pootjes weer terug naar dat verafschuwde “man-zijn” moet,  dat mijn zo trots ontwikkelde vormen ineens als lichamelijke verminking worden gekwalificeerd. Dat  ik weer terug de kast in moet.

Na maanden, jaren, fulltime in het leven staan als vrouw. Ik moet er niet aan denken; dag in dag uit voortaan weer in mijn te ruime spijkerbroek, mijn fleecetrui, mijn flanellen hemd.