Wisselkoers

Met een mooie zonnehoed op mijn kapsel in een vlot jurkje, geef ik een ferme ruk aan het startkoord van ons buitenboordmotortje. Elegant een 15 pk starten is mij nog niet gegeven. Het is een wat typische combinatie, die op en top vrouw op de plaats naast het motortje waar doorgaans een man op het randje van het bijbootje zit. Met een elegant gebaar weet mijn Lief ons af te duwen. Keurig en beheerst torren we achteruit bij de betonnen kade vandaan.

Het blijft spannend, als vrouw –twee eigenlijk-moet je alles onder al die kritische mannenblikken om je heen nu eenmaal altijd 100% perfect en ook nog voldoende elegant kunnen doen.

Eenmaal de veilige winterhaven uit daalt er een rust over me heen. Het lijkt wel of alle genderissues wat achter me liggen. Voorlopig geen VU gesprekken aan de horizon, een tijd geen epilatie meer of logopedie, alleen de SRS nog in de verte. Pas in juli weer een thema als ik mijn psychologe weer spreek en plan B los van de VU volgende stappen vraagt.
Alleen de vrouw in mij roept nog om aandacht. Zo reizend en trekkend met ons varend kantoor blijft de vraag toch iedere keer of ik, wij, voldoende vrouwelijk blijven in onze aanwezigheid.

De bank ligt bezaait met stapeltjes kleren. Oude warme vormloze broeken en truien “unisex”, voor als de reis ons op onchristelijke uren tegen weer en wind op het koude water brengt, strakke shirtjes en broekjes – ik wil als vrouw herkenbaar blijven- voor zonnige momenten als de bikini nog niet uit de kast is gehaald, wat langer en warmer goed, vrouwelijk gesneden voor als de zon achter de bergen zakt. ’s Avonds krijgen we vaak de bevestiging. Een deel van de nieuwkomers vaart nog even een rondje om ons heen. Twee vrouwen op zo’n boot, dat beeld moet je toch even beter bekijken.

Op een andere bank liggen mijn werkkleren, strak en vrouwelijk, maar met een geur die ander gebruik verraad. Ze liggen altijd paraat, immers olie, vuil, roest, zoveel kunnen de vlekkentovenaars niet aan.
Met bh’s is het niet anders, aan de kapstok hangt een “mooie”, een die prima toont, een ander op de bank, lekker zittend, ze kan tegen een stootje., Tussen de werkkleren, een oude, te klein en niet meer zonder oliegeur.

Samen weten we een aardige klerenkast om ons heen te verspreiden. De dag kent nu eenmaal veel wisselmomenten, ochtend kilte, middagzon, avond wind of aankomen, vertrekken, sleutelen of naar het dorp gaan, die telkens weer vragen om een nieuwe look.
Je wilt je omgeving toch niet teleurstellen of nog erger, in verwarring achterlaten

Advertenties

Dochter

DSC06875bHet is al bijna 15 jaar geleden dat mijn moeder overleed. Mijn contact met mijn broertje en zusjes is afstandelijk, wantrouwend en onprettig. Ik zie ze vrijwel nooit. Hun nieuwe zus is duidelijk niet in goede aarde gevallen. Haaks op mijn gevoelens, maar wel realiteit, is dat ik in lijn met alle mannen in mijn familie een onmiskenbare kaalheid heb meegekregen.
Nu ik in mijn RLE, mijn proefjaar, zit heb ik ineens recht vanuit de zorgverzekeraar op een pruik; “… om als vrouw in de maatschappij te kunnen functioneren..” zegt de verwijsbrief van de VU. Grappig genoeg heeft mijn haar me de afgelopen paar jaar van mijn transitie eigenlijk nooit echt dwars gezeten. Mijn Buff mutsjes en mijn shawls en heel incidenteel mijn “Neckermann”pruik, boden me meer dan genoeg variatiemogelijkheden om een vrouwelijk kapsel te suggereren. Ik denk dat ik sinds 2008 nauwelijks meer zonder muts, Buff of shawltje heb geleefd. Ik voelde me er prettig bij. Die enkele keer dat iemand Lief C minzaam vroeg naar mijn levenskansen op termijn, laat ik maar even buiten beschouwing. De keren in het begin dat iemand me minzaam aanstootte dat de “dames-wc” de andere deur was incasseerde ik genoegzaam.
Toch, zo in eigen land bezig met mijn dagelijkse activiteiten, komt het gevoel wel boven. Het gevoel van weer een nieuw stapje op de “weg naar de vrouw in mij”. Niet meer opvallen met mijn hoofddoekjes, maar gewoon vrouw kunnen zijn te midden van anderen.
Op een regenachtige middag stap ik samen met mijn Lief de haarwerkstudio in. Een advies van een vriendin, ze komt er al tijden tevreden vandaan. Er gaat een wereld voor me open, kleur, stijl. Ik voel me groeien.
Toch gebeurt er iets. Tussen al het halflange, kittig korte, kastanje bruine en blondere toefjes haar, dringt er ineens iets tot me door. Telkens als ik in de spiegel kijk zie ik niet alleen mijzelf, maar vooral ook mijn moeder, mijn jongste zusje. Telkens opnieuw word ik geconfronteerd met mijn verleden. Eigenlijk zien we het allebei op hetzelfde moment. Een verrassing, verbijstering, verwondering. Mijn gevoel schiet heen en weer. Mijn Lief bevestigt wat ik zie. Ik weet niet wat me overkomt. Een enkele pruik leg ik weg, daarmee ben ik -een compliment, dat wel- helemaal een kopie van mijn jongste zusje. Alsof ik haar na-aap.
Langzaam ontstaat een beeld, een rijtje “over-na-denk-pruiken”. Als ik thuis de foto’s nog eens bekijk zie ik de lijnen nog duidelijker. Wat ik ook ga kiezen, ik kies voor mijn afkomst. Een keuze voor de vrouwelijke lijn, de lijn van mijn moeder, mijn zusje.
Samen met mijn Lief neem ik een beslissing. Het jaar voor ons, wordt het “kittig kastanjebruin”.
Een paar uur later zijn de laatste naadjes aangepast. Als ik naar buiten ga, wat onwennig nog, voel ik het gewoon.
Mama heeft er een dochter bij gekregen, haar derde. Onmiskenbaar.

Stem

Hij is een Zij; op integere wijze brengt Arie Boomsma in deze KRO documentaire een aantal wekenlang het transitie proces van een aantal jonge transgenders in beeld.

Ik geniet van Sophie en haar prima spreektoon. Ze vertelt, inmiddels alweer een aantal jaren om en geopereerd, dat ze het een uurtje in dat toonspectrum volhoudt voor ze even rust moet nemen.

Al weer een aantal maanden doe ik braaf mijn logopedieoefeningen van logopediste Barbara. Van onduidelijke mond en keelklanken in Gis klim ik geleidelijk op naar steeds meer kortere en langere zinnen vol onzin. Hoewel “Prettige Kerstdagen” en “Gelukkig Nieuwjaar” gegeven de tijd waar in we leven toch niet zo onzinnig zijn geweest. Inmiddels zit ik een octaaf hoger.

Bladzijden lang en vooral wekenlang laat ik de “M, N en NG” in mijn mond-neus-keelholte resoneren. Stap je voor stapje kom ik vooruit.

Al in de maanden voor mijn bezoeken aan mijn logopediste heb ik geprobeerd een vrouwelijke stemgeluid te krijgen. Ik heb geluk, naast het ontbreken van een adamsappel, ben ik ook gezegend met een hoger mannelijk stemgeluid. In mijn streven naar passabiliteit heb ik in de tijd voorafgaand aan mij logopediestart, geoefend met gesprekjes “bij de kassa en over de toonbank”. Gebruikmakend van mijn bovenstem en vooral, de gesprekspartner verrassend, met een vrouwelijke intonatie zijn de gesprekjes iedere keer weer een uitdaging . Al snel verras ik de dochters en kennissen aan de telefoon. Even zijn ze van hun stuk gebracht “spreek ik nu C. of toch met jou?”

Niet iedereen in mijn omgeving is zomaar te overtuigen -“iedereen praat toch hetzelfde”- maar ik geloof beslist dat er een verschil bestaat tussen hoe vrouwen in hun korte gesprekjes praten en hoe mannen dit doen. Een Amerikaans Youtube filmpje helpt me de verschillen te zien. Verschillen die ook in het Nederlands spraakgebruik voorkomen. Er zit gewoon een afstand tussen mannelijk en vrouwelijke intonatie en spraakgebruik. Let maar eens op bij de kassa hoe een man het proces van boodschappen op de band tot wisselgeld aanpakken doorloopt. Er zijn maar weinig vrouwen die het zo doen.

Zoals gezegd, ik oefende niet alleen het gebruik van mijn bovenstem alvast maar ook de vrouwelijke intonatie. Het werpt vruchten af, Barbara is tevreden. Hoewel, hoe verder we in de tijd komen hoe minder “putemmers”, de onbewuste stemzakkers, ze door de vingers ziet.

Steeds vaker lukt het me ook in de “gewone” gesprekjes tussen de oefeningen door haar valkuilen te omzeilen. Glimlachend meet ze mijn vooruitgang, mijn toonhoogte in gesprekken ligt tussen de 196 en 440 hz –in ISO termen G3/A4-;  de frequentie van de logopediezittingen kan omlaag.

En nu dan het gewone werk. Kijken of het me lukt mijn toonhoogte te behouden, mijn stem aan de telefoon nog steeds niet wordt gemeneerd, mijn intonatie voldoende “lief en zwierig” blijft?. Spannend de komende weken, mijn vrouwelijker stem, een eigen RLE.

De volgende keer gaan we voorlezen, voordragen uit eigen werk. Ik wil weer lezingen kunnen geven, kunnen presenteren.  Een uur of nog meer volhouden op mijn vrouwelijke toonhoogte lukt nog wel; nu nog meer volume, meer toonvariatie.