Ja, het kan …

Je zult nooit een echte vrouw kunnen zijn… Alleen jonge transgenders kunnen ooit de switch maken, de anderen –ouderen- zullen altijd zichtbaar blijven… Stealth, vergeet het maar …

Je zou het bijna geloven en ontmoedigd afdruipen. Het is af en toe weinig hoopgevend wat sommige VU deskundigen de transgender tijdens het intakegesprek meegeven. Is het een test om de “duurzaamheid” van de dysforie te bepalen; om zoveel twijfel te zaaien dat alleen de echt overtuigden nog maar overblijven. Een misgreep om te voorkomen dat al te lichtvoetig een droom achterna wordt gejaagd. Een poging tot wachtlijst beheersing …

Los van het wrange en gruwelijke aspect dat iemand die daar komt tijdens de intake, daar doorgaans pas zit na een lange en intense strijd met zichzelf en de omgeving, is het bijna absurd juist in dat gesprek geconfronteerd te moeten worden met een bijna volkse opinie over het onmogelijke van een succesvolle transitie als je er niet al tijdens je tienerjaren mee bent gestart.

Je zou het bijna geloven; dat heilloze van een transitie die bijna zeker tot mislukken is gedoemd. 

Volgend jaar; het boekenbal! De laatste sheet, ter afsluiting van mijn workshop “Kinderverhalen”. De afgelopen maanden gaf ik een workshop met dit onderwerp; leuk en leerzaam, een uitdaging. Met 13 workshopdeelnemers loop ik stap voor stap het schrijfproces door. Als schrijfster, docent, publiciste, coach en avonturier kan ik me niet dag in dag uit afsluiten van de wilde woeste buitenwereld. Wie een boodschap te verkondigen heeft, kan dat niet slechts doen van achter haar bureau. Wie over avontuurlijk reizen schrijft, moet er regelmatig op uit; soms zelfs als vrouw terug in een mannenwereld om slechts gewapend met bahco en multimeter haar “mannetje” te staan.

Iedere keer opnieuw ervaar ik het als spitsroede lopen, als een onbedoelde test van mijn verschijning als vrouw; als een soort examenstuk. Eerlijk is eerlijk, dat examen betreft alleen mijn eigen gevoel, voor mijn omgeving is het dat niet. Die beoordeelt me, “gewoon” als vrouw, met alle voordelen en vooroordelen van dien. De beoordeelt me gewoon op wat ik te bieden heb. Beoordeelt me als docente op mijn meerwaarde, als schrijfster op de kwaliteit van het manuscript, als avonturier op de kracht van de vertelling in interview of artikel; beoordeelt me zelfs op de prestaties in de techniek.

Of het nu mijn aanwezigheid is tijdens mijn tekenlessen, tijdens een meeting met mijn uitgever, mijn optreden als schipperse, docente of mijn meerwaarde als coach, als vrouw staat mijn vrouwelijkheid net zo min ter discussie als die van de andere vrouwen in wier gezelschap ik verkeer. Alleen als ik het na verloop van tijd aan iemand vertel, maak ik het zichtbaar, anderen hebben er, zelfs bij intensief samenwerken geen enkele weet van.

Natuurlijk heb ik, dankzij mijn “gemiddelde”  maten ruim het geluk binnen het vrouwelijk spectrum te vallen, is mijn lage alt hoe wel wat laag, niet laag genoeg om opvallend te zijn, maakt mijn jaarlijkse haarwerk van de zorgverzekeraar het plaatje redelijk af, maar toch. Laat dat voor alle starters die bij hun eerste contact met de VU, de eerste gesprekken met familie en omgeving, de eerste stappen binnen lotgenoten groepen nog zo vol twijfel zijn, een steun zijn. Ook wie na haar vroegste jeugd aan de transitie begint heeft nog alle mogelijkheden.

Ooit hoop ik dat dat kansrijke ook doordringt bij de “VU-deskundigen”; hoop ik dat hun bijdrage ligt in steunend in plaats van twijfel zaaiend gedrag.

Immers waar moet je anders de zekerheid nog aan ontlenen, het vertrouwen dat je op de juiste weg bent gegaan; leven in de rol die je altijd al wist voor jezelf, kan absoluut, ook zonder dat anderen dat aan je blijven zien!  

Advertenties

Testo

Heel soms heb ik dat nog; dat gevoel van “wacht maar mannetje..” dat gevoel dat de testosteron tegen mijn wangen klotst, dat ik plots voel opkomen dat ik nog een laatste steek uit wil delen. Dat heel even mijn oude ik begint op te spelen.

Terug van ons wereldavontuur valt er veel weg te doen en te verkopen. Ik word nog eens een ervaren “Marktplaats”verkoopster. Bijna dagelijks gaat er wel een pakje naar een liefhebber op de post. Biedingen genoeg, maar zelfs als je meteen reageert met “Ok, je kunt het .. hebben”, helaas ook veel afvallers.

Iemand biedt 3 euro voor een drietal “duik”tooltjes; werkelijke winkelwaarde 20 euro. Ik laat het maar, had liever 5 of 7,50 gehad, maar doe het toch, “beter kwijt dan mee verlegen”. Als ik hem “verras” met de verzendkosten –brievenbuspakje; 2,95- haakt ie af, 5 euro inclusief verzendkosten is het maximum wat hij er voor over heeft. Op een beurs eind van de maand zal hij ze wel voor een tientje halen. Normaal haal ik mijn schouders op over zoveel onbenul; immers 10 euro vermeerderd met de toegang en de reiskosten brengt volgens mij zijn “lasten” al snel op een paar tientjes meer. Nu echter niet. Ik voel het in me opkomen; “die laatste snier, de laatste trap op het gaspedaal, de stoot voor z’n hoofd“.

Een paar uur later is mijn testosteron niveau weer gezakt, klotst het niet meer tegen mijn wangen.

“Ook goed, veel plezier eind van de maand op de beurs.

Liefs, Didi”

Noemen

Een van de momenten waarop ik me de laatste jaren het meest bewust was van mijn verkeerde uitvoering was tijdens vliegreizen. De voorletters en geslachtsaanduiding –Mr- op het ticket, de wandeling door de bodyscan, mijn paspoort dat zo duidelijk iets anders liet zien dan de vrouw die zich voor hen in jurk presenteerde. Het is allemaal voorbij, ik ben wie ik ben, ik toon wat ik heb te tonen en zelfs de scan laat geen ongewenste delen meer zien. Niet langer voel ik me een man in jurk.

Net voor ik vertrek schiet iemand me -via via- aan; “wat zie je er geweldig uit, als ik het niet had geweten zou ik het echt niet zien”.
Had geweten? Geweten? Je weet toch niet meer dan dat ik een vrouw ben. Hoezo geweten?

Ooit bij de allereerste coming-out vond ik het belangrijk mezelf aan anderen uit te leggen, te verontschuldigen bijna. Iedereen die het aan ging, mensen met wie ik een verleden had, iedereen moest weten dat ik geen man was maar een transgender.
Geleidelijk in de tijd begon zich een scheiding af te tekenen; mensen met wie ik een historie had enerzijds, mensen die ik pas net ken en alleen nog maar in mijn nieuwe gedaante, anderzijds. Een scheiding tussen “transgender” en “vrouw”.

Inmiddels, niets meer te verklaren, niets meer te verbergen, ben ik gewoon een vrouw, als ieder ander zou ik er bijna aan toe voegen. Hoewel, behalve voor de mensen met wie ik een geschiedenis deel, is er toch nog een stukje waarop ik me als “transvrouw” bloot geef, mijn medisch dossier. Immers, er moet toch een verklaring zijn waarom zowel mijn PSA als mijn FSH beide op, nagenoeg, nul staan.
Ik denk dat de tijd van uitleg en verklaren ruimschoots voorbij is, de tijd waarin ik op een zeker mededogen rekenden van de mensen om me heen. Noem me maar gewoon vrouw. Ik ben het gewoon, vervul mijn sociaal maatschappelijke rol als zodanig, vergelijken van mijn presentatie met andere vrouwen, bio of trans, is niet langer op z’n plaats.

Ik stap de voorruimte voor de douches in, fohn, haakjes en dan..? Oeps, zo maar de douchebak in. Slechts een gordijntje scheidt nat van droog. In deze douche –mijn reislust levert me iedere dag weer een andere doucheomgeving- worden de dames geacht zich collectief te ontkleden voor ze de douche instappen. Een paar seconde twijfel ik even. Vind ik dit aangenaam? Dan verman ik me, -of is vervrouw meer op z’n plaats?- en haak mijn bh los.

Voor mij hoeft mijn omgeving, althans het nieuw verworven deel van na de coming-out, het echt niet meer te weten. Neem me maar zoals ik ben.

Gunnen

Ik gun ze het absoluut.

Ik gun het ze beslist, … maar of ik dat nu zonder aarzeling zo stellig en ongeclausuleerd wil schrijven betwijfel ik even.

Het is alsof met de lente ook de hoop terugkeert bij een aantal Nederlandse transvriendinnen, waren het vorige lente ook al een aantal vriendinnen en laatst najaar en winter een aantal van mijn internationale vriendinnen, nu lijkt het weer de beurt te zijn voor een nieuwe lichting Facebook en forum “friends”.

Operatiemaanden worden geschat, data gegeven, zelfs de namen van chirurgen zijn soms al bekend. Er gloort weer hoop, roze toekomsten lachen weer toe. Wedergeboortes komen er aan. Beschuit met roze muisjes; ze smaken zoet.

Nog een paar weken, maanden soms en het herstel van de operatie kan beginnen. Hoewel de methodiek essentieel anders is kan ik me goed in hun verlangen en hoop verplaatsen. De opvliegers en humeurigheid van de laatste weken als je eigen hormonen het nog een keer over mogen nemen, de spanning van de laatste nacht, de hoopvolle rit, al suffig en lam door de ingewanden van het ziekenhuis naar de ok. Ik kan me er in verplaatsen.

De eerste dagen in en naast het bed, dat vreemde gevoel van binnen. Dat gevoel van “moeten” maar dan op de verkeerde plek. De eerste dagen thuis, onbeholpen en zorgbehoevend. De eerste weken met uren per dag van persoonlijke verzorging. Die eerste weken van het moeten wennen aan nieuwe standaarden van vrouwelijke hygiene –een bio vrouw krijgt tientallen jaren de kans omdat van moeder op dochter op te bouwen, wij moeten dat in een keer onder de knie krijgen.

De muisjes knarsen de eerste weken, maanden van niet aflatende pijn en hinder. Pijn die maar mondjesmaat en in vlagen naar de achtergrond verdwijnt. Die eerste tijd van stapje voor stapje ontdekken wat je weer kunt. De periode van twee stapjes vooruit en een achteruit. De periode waarin je ontdekt dat wat je door moet meer is dan een snee in je vinger, een griep of een blaasontsteking. Als je weer moed kunt gaan putten uit winstpuntjes. Dat kleine stukje lopen buitenshuis, voor het eerst na maanden weer voorzichtig op de fiets –bij de voorzichtige landing op het zadel ontdekken dat er meer is dan trappers en een stuur.

Heel voorzichtig kun je je nieuwe vrouwelijkheid omarmen, ontdekken dat je aanpassing weer iets eigens wordt in plaats van een medisch gedomineerd revalidatiegebied.

Hoewel ik het al weer even achter de rug heb, voel ik me ze mee. Ik gun ze de hoop en verwachting. Ik gun ze dat moment, na een tijd, dat ze ontdekken wat voor nieuwe mogelijkheden er zijn. Ik gun ze om voor het eerst kijkend naar de kalender te kunnen zeggen “…zolang geleden alweer?” Dat moment dat de roze muisjes weer gaan smaken.

Alleen die periode daartussen, tussen het verwachtingsvol naar de operatie toe leven en het moment dat je genoegzaam kan genieten van je nieuwe aanwinst, nee die gun ik niemand.

Rokjesdag

Een verademing! Net geland uit Nederland stort de zon zich op me. 22 graden, een zwoel windje. Wat een verschil met de druilerige regen en mistige temperaturen bij vertrek toen we de deur achter ons dichttrokken.

Zaterdag, tijd voor de wekelijkse boodschappenronde op de bazar. Tientallen locals staan in hun marktkramen vol groente en fruit van dit moment. Zover verwijderd van de toeristen centra en vooral nog zover af van het toeristenseizoen is het een lokaal en vooral traditioneel gebeuren.

De zon schijnt fel, te fel voor mijn haar. Gehoofddoekt, strak gekleed wagen we ons tussen de inkopende bevolking. Hoewel mijn lengte West Europees gezien met 172 weinig imponerend is, ben ik me bewust van de blikken die ik trek. Slank, lang en strak, voor Turkse begrippen aantrekkelijk. Ik voel de blikken om me heen, ze vangen me en blijven regelmatig net te lang hangen. Het is ook niet niets, twee westerse vrouwen zomaar onbekeken te laten.

Het doet mij denken aan mijn zusjes, beide blond, en de blikken die ze trokken en vingen in mediterrane landen.

Een glimlach, een knikje; die aandacht, het voelt prettig, het windt wat op, er hangt iets in de lucht.

Als het eten voor de komende week is ingeslagen verlaten we het actietoneel weer. Tijd voor een koffie met baklava in de zon.

De middag eindigt in bikini, voor het eerst, ongegeneerd en onbedekt, geen pareo meer nodig.

Morgen zal er weer gewerkt moeten worden, vandaag nemen we nog de tijd te genieten. Mijn eerste “rokjes”dag van dit jaar nemen ze me niet meer af.

Stralen

Ik voel me dof, oud en onaantrekkelijk. Het weer is grijs en zo voel ik me ook.

De winter inspireert nauwelijks wat leuks aan te doen. Wat is er makkelijker dan gewoon dezelfde trui en broek maar weer aan te doen die ik gisteravond op de stoel naast mijn bed heb neergelegd. Afgezien van een stuk lopen iedere dag, de boodschappen, mis ik de noodzaak, de drang me leuk te kleden, uit te dagen. Immers voor wie doe je het, voor elkaar?

Ik mis gewoon m’n zomerse flirt; de uitdaging bij de genderbeslissers me steeds opnieuw vrouwelijker te presenteren dan de vorige keer. Ik mis het, de uitdaging, het spannende van de coming-out.

Is het de keerzijde van het nadrukkelijk stealth willen gaan, van het gevoel “gewoon” vrouw te zijn onder de vrouwen , van het niet op te willen vallen, van het je “af” voelen. Staande in de rij bij de opheffingssale van een landelijke fiets&meer keten voel ik me wat onprettig. Niet alleen is de lange wachttijd wel erg veel voor mijn vermoeide voeten, ook de 95% mannen met me in de lange rij geeft niet echt een gevoel van veiligheid. Gelukkig is mijn stealth-outfit zodanig dat ik zelfs hier niet boven het maaiveld kom. Galant laten de wachtende mannen me er door als ik me met mijn winkelwagentje door de rijen weer naar buiten wring.

De eerste keer weet ik nog, jaren geleden, een rok, een blouse. Ik voelde me stralen. Kijkend in de spiegel genoot ik ervan, het gevoel, de aanblik. Hoewel impulsief, had ik er al dagen naar toegeleefd, een plan gemaakt, een vorm voor mijn drang gevonden. Vol trots geloofde ik erin, die vrouw die daar in de spiegel de puber overschaduwde.

Later in de tijd, als gewoon anders kleden zo “gewoon” wordt, komt er een vleugje make-up, iets meer zorg voor het verdoezelen van mijn baardschaduw, een sieraad. En weer is daar die vrouw, stralend en trots, met slechts die man op de achtergrond.

De eerste stappen naar buiten, heimelijk verkleed ergens buiten achteraf. Trots en fier stap ik het winkelcentrum ver van mijn woonplaats door, niemand ziet daar mij en ik zie alles. Ik straal en voel me gelukkig.

Reizend wordt het zo snel gewoon, mijn hoofddoek, die spaghettibandjes, dat kleine short, het tekent mijn benen zo mooi af. Alleen naar de stad, ons reguliere uitstapje, dan straal ik weer extra, een jurk of rok, een vleugje make up, een ketting, een armband.

Tot ook dat gewoon wordt, wat maakt je dan nog stralend? Is het de dag? Een bijzonder gevoel? Een bijzondere gelegenheid? Een gebaar?

Af en toe mis ik het, dat gevoel te stralen.

Anoniem

Nog een paar maanden en ik trek mij terug uit mijn actieve bijdragen in fora en FB groepen. Tenminste als ik de trend volg van een groot aantal geopereerde transvrouwen, zit die kans er wel in.

Een poll op een van de fora laat het zien, de overgrote meerderheid van de geopereerde transvrouwen ziet zichzelf als vrouw en wil ook door de omgeving als zodanig worden benaderd. De “trans”periode ligt achter hen.

In de voorbereiding voor mijn operatie in Thailand leg ik een tweetal SRS geopereerde vrouwen wat vragen voor, liever uit hun mond dan via via uit de tweede hand. Ondanks herhaald aandringen blijft het antwoord uit. Gelukkig zijn er nog anderen, bij Suporn geopereerd, die me in de maanden daarna wel verder kunnen helpen.

Lezend in de Engelstalige “guidelines” voor endocrinologische behandeling van transvrouwen stuit ik op het belang van prostaat onderzoek. Een speerpunt voor mijn huisarts, dus ik wil me er goed op voorbereiden. Interessant is hoe dit bij de oudere geopereerde “voorheen” transvrouwen moet worden uitgevoerd. Ik vraag op een van de fora naar de ervaringen van geopereerde 50+ forumleden.

Afgezien van een paar reacties van jongere forum leden reageert er maar één uit de door mij bedoelde groep. Bijzonder, op een totaal van 450 forumleden maar één reactie uit de groep.

Soms krijg ik weleens de indruk dat de nieuw geboren vrouwen zich na de operatie snel uit de voeten maken. Zo snel mogelijk terug in de anonimiteit.

Ik heb inmiddels antwoord op de meeste van mijn vragen, dat wel. Toch merk ik op fora en facebook een ongelofelijke informatie-behoefte bij nieuwkomers. Het zou jammer zijn als de terugtrekkende beweging er toe gaat leiden dat fora en groepen geen plekken meer kunnen zijn voor het delen van informatie.

Ik zal de daad bij het woord voegen, ik blijf nog even; zelfs na de operatie.

Vorige Oudere items