Bangkok

In gesprek met de man die wat technische dingetjes hier voor ons doet in Turkije komen we op onze planning voor volgend jaar. Hij vraagt of we niet wat eerder kunnen komen zodat hij de tijd heeft wat dingen in de “rustige” tijd te doen van zijn bedrijf. Mistroostig schud ik mijn hoofd, er komt nog een operatie aan in Bangkok kort voor die tijd, eerder komen lukt gewoon niet. Terwijl dit najaar de verwarmingsunit die hij moet terugplaatsen gewoon nog niet klaar is en in Istanbul op de werkbank staat.

De volgende dag -terwijl ik 28 upgrades van Microsoft verwijder om weer internettoegang te kunnen krijgen- spreekt mijn Lief hem weer. Ik heb een brutale vraag zegt hij plots tegen haar. Is jouw partner, jouw vriendin een trans? Wat verbaast reageert mijn Lief, hoe zo?

Sprekend over Bangkok, ik vroeg me af, wie doet dat nu? Zou het een cosmetische operatie zijn? Hij vertelt dat hij wat kennissen heeft in het Turkse LGBT circuit en dat hij ineens wat maniertjes van mij, wat uitdrukkingen een plek kon geven. Hij kende ze al van wat homovrienden en samen met “Bangkok” vielen wat puzzelstukjes op zijn plaats.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik dat afgelopen weken als planningen weer niet werden gehaald en ik de “bad” guy moest spelen –mijn Lief is de gladstrijkster in de communicatie- ik niet altijd lief voor hem ben geweest en stevig met mijn handtasje heb gezwaaid.
Het was hem niet opgevallen eigenlijk vertelt hij. Hij vond ons wel stoer.

Als mijn Lief afscheid van hem neemt, vertelt hij dat hij het eigenlijk nog stoerder is gaan vinden; zo veel mee gemaakt samen en dan ondertussen zo ver zijn gekomen.

Een paar dagen later melden we ons weer in de haven waar we vorige winter ook maanden hebben doorgebracht. Alles nog het zelfde? vraagt de dame aan de balie. Pas ’s avonds realiseren we ons dat het antwoord eigenlijk “nee” had moeten zijn. Hoewel de gegevens van mijn Lief nu als “hoofd” zijn overgenomen liggen mijn gegevens van vorig jaar (paspoort met norsige oude man) er nog steeds onder. Mijn Lief loopt terug met de veranderde gegevens.

Er ontspint zich een gesprek. De dame achter de balie blijkt een vriend te hebben, ooit vriendin, die haar transitie heeft voltooid. Gespreksstof voor een ruime tijd uitwisseling van bewondering, moed, durf en zo meer. Wederzijds en zowel op haar vriendin, op mij als op mijn Lief gericht.
Navrant detail. Toen de betreffende vriend eenmaal ook de laatste fysieke aanpassingen had onder gaan en ook zijn juridische status was aangepast lag binnen een maand een oproep voor het vervullen van dienstplicht op de mat.

Zo reizend ontstaat er bewondering, bewondering voor ons, maar vooral, bij ons ook zelf bewondering voor de moed van de Turkse LGBTs.

Advertenties

Pashokje

Zoveel klunzigheid. Ik schaam me diep. Ik heb nog veel te leren.

Soms denk ik weleens dat ik de ideale maten heb. Alleen mijn borstpartij mag nog wel iets meer zijn, maar het schijnt dat de kans daarop het eerste jaar na je SRS/GRS toeneemt.

Stop me in Nederland in een pashokje en geef me maatje 38 (39 qua schoenen) en ik kan alles aan en mooier nog, het staat gewoon. Arrogant? Een beetje, tenminste tot ik over de grens ga shoppen.

Met het oog op mijn SRS/GRS over een paar maanden zijn we in Turkije op jacht naar een paar leuke betaalbare zomerjurkjes. Een short zit dan vast niet lekker. Ik pak weer een 38 uit het rek. Ik krijg mijn hoofd er niet eens in. 40 dan maar. Ik krijg de rits niet dicht. Ik probeer ten einde raad 42, de grootste maat. Big Size staat er complimenteus bij.

Met heel veel moeite wurm ik me er in. De eerlijkheid gebiedt te vertellen dat het oorspronkelijk beoogde armsgat niet voor mijn hoofd geschikt bleek. Ook de tule afkleding van het lijfje geeft bij het naar onder trekken van de onderjurk wel wat problemen.

En dan het weer uittrekken. Met vereende krachten weten mijn Lief en de verkoopster me weer te bevrijden .
Uiteindelijk slagen we met een paar XXXLjurkjes met gebruiksaanwijzing.

Weer wat geleerd. Zelfs als er EU bij de maat staat geeft dat nog geen garantie en belangrijker nog. Een beetje jurk heeft een gebruiksaanwijzing.
De tijd dat elke jurk als een T-shirt is aan te trekken is ligt blijkbaar achter me.

Vrouw

Ik geef de vrouw mijn plastic boodschappentasje met groente en fruit. Ze krimpt bijna ineen. Ik schaam me.

Ik spiegel me al jaren aan andere vrouwen. Ik trek vergelijking wat ze doen, hoe ze leven, wat hun mogelijkheden zijn. Terwijl ik op een terrasje zit – de eerste keer in weken, na een bijna eindeloze reeks monteurs die dagelijks weer opgehaald en na het werk weggebracht moeten worden- loopt een traditioneel Turkse gezin langs, althans de vrouwelijke helft van het gezin. Een hoog hoofddoekgehalte kenmerkt de groep. Helemaal achteraan een jong meisje, ze draagt nog geen hoofddoek. Ze trekt met haar voet. Ik zie geen verwonding.

Het is opvallend, hier in Turkije, maar eigenlijk overal buiten de westerse landen, hoeveel ouderen, maar ook jongeren, zich ongelukkig voort bewegen. Laat dit vooral geen voorbeeld zijn hoever we nog in onze verzorgingsstaat kunnen terug stappen. Ongelukkig dat wel.

Op een kleine lokale markt slaan we onze verse groente en fruit voor de komende week in. De man in het traditionele boerengezin dat de kraam bemenst helpt ons vol overtuiging. Zijn gehoofddoekte vrouw zit wat naar achter. Ze lijkt wat weg te soezen in de hitte van de dag. Ze zal, gezien de leeftijd van de man achter de kraam maar nauwelijks ouder zijn dan wij.

Bij het afrekenen vraag ik of we de boodschappen een uurtje kunnen achter laten in de kraam. De man stemt in, hij is ondertussen al weer elders aan het helpen, en knikt naar de vrouw.
Als ik haar de boodschappen aangeef bezwijkt ze bijna. Haar motoriek laat zoveel gewicht niet toe. Ik schaam me even, zo veel fitheid aan onze kant, zoveel beperking bij een leeftijdsgenote.

Een paar dagen later, een andere lokale markt. Het is warm buiten, 40-45 °C. Met deze temperatuur is er nauwelijks iemand buiten. De marktkraampjes lijken leeg en onbemenst, veel lijken zelfs gesloten. Af en toe tref ik een oudere marktvrouw, jonger nog dan ik, mannen doen dit werk niet lijkt het wel in deze hoek van Turkije. Wie geholpen wil worden schuifelt wat luider langs. Onder de kraam ligt ze te slapen. Een ruwe deken om op te liggen. Meer heeft ze niet.

Ouderen boven de 65 jaar zijn in Turkije uitgesloten van ziektekostenverzekeringen. De kinderen moeten de zorg voor hun ouders maar op zich nemen, ook financieel.

Het doet me wat, de confrontatie met de Turkse oudere vrouwen, immobiel, onverzekerd, sudderend in de zon bezig hun kostje te verdienen.

Bescheiden en bedeesd

Reizend in dit land heb ik het afgelopen jaar mijn plaats wat leren kennen. Wat schokkerig en altijd van harte maar uit eindelijk kwam ik tot een redelijke balans tussen mijn gevoel als buitenlandse vrouw en de plaats die me toekomt.

Na een paar maanden frivole creativiteit in een buurland met galante Griekse mannen, kom ik stevig op de thee vandaag; Turkse.
Misschien zat de aanloop er gisteren al in toen twee lokale macho’s meenden de twee vrouwen in jurk en met hoed in hun bijbootje op weg naar de koffie te kunnen trakteren op stevige golven op het moment van passage. Recept, stil blijven liggen voor hun boeg en dan net tien meter voor ze passeren een lekkere dot gas. Zondags plezier gegarandeerd.

Ons drijvend kantoor moet een maand op de wal –garantie verfwerk op het niet-antislipdek, nieuwe anti-aangroeiverf, nieuwe anodes. Precies om 08.30 melden we ons volgens afspraak bij de hijskraan, plots moet er van alles anders en alsnog geregeld voor ze ons kunnen helpen. Dan blijken er plotseling allemaal andere boten met man aan het roer voor te mogen gaan voor we uiteindelijk om 12.30 naar de hijskraan mogen. Is het de ramadan? Of is het, het gegeven dat wij als buitenlandse vrouwen zonder beschermer naast ons gewoon achter in de rij horen te staan?

Eenmaal gehesen blijkt het lunchtijd, daar staan we dan, niemand die ons even, een verdieping hoger hangt onze lunch in de kraan, een seintje geeft of een ladder brengt zodat we ook even een hapje kunnen eten. Dan maar op de pof bij het supermarktje iets verderop.

Het is al weer midden op de middag voor de lunch is verwerkt. De volgende episode levert een ferme discussie met de mannen als we vinden dat de boot niet goed wordt neergezet en even later als blijkt dat de boot naast ons volledig onbeschermd staal bezig is te slijpen –precies de reden waarom ons dek vorig jaar opnieuw moest worden geschilderd, staalslijpsel dat per ongeluk op ons dek terecht kwam.

Het is tegen vieren als we eindelijk naar tevredenheid op onze plek staan. Terwijl ik lekker ga douchen -een damesdouche heeft als voordeel dat je als buitenlandse vrouw niet bescheiden terug hoeft te stappen als een man de ruimte binnen komt- realiseer ik me mijn plaats weer eens duidelijk aangewezen te hebben gekregen.

Alleen wat verworden we tot vrouwelijke azijnpissers in zo’n geval.

Wildplassen

“Wild plassen dames” was laatst gedurende een aantal dagen de hoogst scorende “searchstring” waar mee mijn blog werd gezocht. Een specifiek thema dat kennelijk sommige internet gebruikers bovenmatig interesseert. Ik heb er niets mee, snap ook niet helemaal wat iemand bij mij op dat terrein zoekt.

Hoewel?

Na een dag voor overleg over een groot aantal zaken 350 kilometer verderop rijden we de volgende dag weer huiswaarts. Onze route voert over de slingerende en bergachtige wegen die zo kenmerkend zijn voor het Turkse binnenland achter de kust. De wegen zijn, zo buiten het toeristen seizoen nog leeg, alleen wat vrachtauto’s en een enkele personenwagen delen met ons de weg.

Halverwege de dag, het loopt tegen enen, besluiten we op een strook zand/gravel ergens halverwege de helling wat te gaan eten en drinken. Parkeerplaatsen met bankjes en tankstations met mede weggebruikers zijn we al geruime tijd niet meer tegen gekomen. Op een steen, lekker in de zon, een tiental meters van de weg, dekken we onze tafel, thee, yoghurt, muesli, verse aardbeien, ingrediënten voor onze lunch vandaag. Onder ons kruipt het verkeer langzaam tegen de helling omhoog, je ziet ze al minuten lang aan komen. Ook van boven zoeft het verkeer ons tegemoet. We zitten zichtbaar te zitten met onze denkbeeldige picknickmand.

Twee vrouwen op een steen. Er is weinig fantasie nodig om je voor te stellen hoeveel nekblessures we in ons picknick halfuurtje hebben veroorzaakt. Onze oogstrelende aanwezigheid trok in elk geval elke blik, menig nek verrekkend. Eigenlijk is het wel grappig, al die blikkende en toeterende mannen. Ik denk tenminste dat het allemaal mannen waren, vrouwen passeerden er volgens mij niet. Turkse mannen wijken in elk geval hierin volgens mij niet erg af van de rest van de westerse wereld.

Misschien tijd voor een snelheidsbeperking, boven aan de weg van onze berg? Zeker bij die neerrazende X-tonners, wil je toch liever wat minder risico lopen als ze tijdens het kijken, met hun voertuig, in de gevarenzone terecht dreigen te komen.

Na een halfuurtje is het genoegwe pakken weer in. Even verdwijnen we nog achter een struikje en de file is opgelost.

Prinses, of Heks?

Didi, my princess, you’re looking so beautiful.

Samen met mijn Lief ben ik een sierradenwinkel ingelokt. Hij is designer zegt ie. De praktijk leert dat hij de kralen in een zelf gekozen volgorde aan het snoertje rijgt. Zeker een uur showt hij alle mogelijke kettingen, oorbellen, arm en enkelbandjes. Terwijl wij nippen van onze thee -”you want some more the?”- draait hij om ons heen. Zijn complimenten kennen geen grens. Didi, my princess, mijn gevoel reist torenhoog. Ja, Turkse mannen, ik smelt bijna weg.

Na een uur pas kunnen we ons losmaken. We bedienen ons van een oude “Hollandse Truc”, we willen er nog even over denken. Wat wil je, onze eerste dag, nog Hollands bleek en onervaren, alleen maar opzoek naar wat groente en fruit voor die dag, laten we ons meteen charmeren en verleiden, suffe trienen als we zijn.

Het regent, het is koud en de rotzooi in ons drijvende huis reikt tot ver boven de keukenkastjes. Dan midden op de ochtend, net als ik weer wat meer ordening wil gaan brengen staan ze daar, twee monteurs klaar om een technisch probleem dat ik niet volledig op kan lossen voor me op te pakken.

Ik zou dankbaar en nederig moeten zijn dat zij zich verlagen mijn probleem op te lossen. Het tegendeel welt in mij op. Moet dat nu echt op dit moment, kunnen jullie niet beter eerst je andere klussen bij ons af komen maken? Moet echt alles uit die berging nu perse de regen in? Is het niet handig eerst aan mij te vragen wat er is en wat ik er al aan gedaan heb?
Neen dus. Vrouwen, weet wel aan wie je het vraagt? Zonder een woord snellen ze met schroevendraaier en meetgeval rond. De door mij in alle haast opgezochte tekening van de bedrading wordt geen blikwaardig gegund.

Ik krijg een rode waas voor mijn ogen. Ik kan dit niet, 35 jaar lang loste ik de technische problemen zelf op, lag ik op mijn buik naast monteurs, ontbrekende kennis aan te vullen. Zorgde ik 40.000 zeemijl samen met mij Lief voor alle techniek. Van Finland tot Kaap Hoorn met multimeter, bahco, schroevendraaier en tang. Ja een “tang” ben ik, denk ik. Het valt me zwaar niet serieus genomen te worden. Het valt mij zwaar als ze zonder overleg aan mijn troetelkind komen. Ik kan dit niet, ik haak hoorbaar af.
Een tang? Een heks? “… my period? De mannen vluchten van boord?

Over een paar dagen proberen ze het weer, dit maal met mijn Lief, die kan er beter tegen, die verhouding tussen Turkse mannen en buitenlandse vrouwen. Ik ga wel een ommetje maken.

Didi, Princess? Heks? Voorlopig het laatste ben ik bang. Ik kan nog niet goed me ze omgaan die Turkse mannen in mijn omgeving.