Hart

oHart

Het zal je maar gebeuren; een hartinfarct. Een aantal weken geleden besteden de media extra aandacht aan de specifieke klachten van vrouwen bij een naderend hartinfarct. Reden de Hartstichting te benaderen met de vraag op welk “lijstje” ik als transvrouw, al jaren aan de oestrogenen, moet letten. Je weet maar nooit.

Het antwoord is helder, althans voor hen. Dat het jargon wat kort door de bocht is vergeef ik ze maar even.

“Transgenders blijven altijd de geslachtschromosomen houden waarmee ze geboren zijn, en die zitten in elke cel van hun  lichaam. Een man blijft XY, ook als hij een vrouw wordt. We weten dat op jonge leeftijd het geven van hoge doseringen hormonen met name  een negatief effect heeft op het krijgen van trombose en pas op middelbare leeftijd komen de schadelijke effecten ten aanzien van slagaderverkalking. Dit geldt voor beide soort transgenders.

De vraag welke klachten vooral bij transvrouwen ontstaan is nog niet de beantwoorden. Het is trouwens ook niet zo dat vrouwen altijd a-typische klachten ervaren. Ook zij kunnen bij een acuut hartinfarct de kenmerkende klachten krijgen zoals  beklemmende of drukkende pijn op de borst die kan uitstralen naar de bovenarmen, hals, kaken, rug en maagstreek en wat samengaat met zweten, misselijkheid of braken.”

Het duurde even voor het antwoord kwam. Een man blijft een man is hun conclusie. Verwonderlijk aangezien ik zelf eigenlijk inschatte dat het langdurig oestrogeengebruik – en langjarige ontbreken van de mannelijke portie testosteron- wel degelijk een risico zou vormen op klachten met “onmanlijke” symptomen.

Toch eens navragen op welke kant van het schema mijn huisarts eigenlijk kijkt als hij me weer een gering 10-jaars risico op hartfalen schetst.

Weer wat geleerd, maar of ik het antwoord echt zo vertrouw weet ik niet.

Misschien iets voor een VU-promotieonderzoek?   

Advertenties

Anoniem

Nog een paar maanden en ik trek mij terug uit mijn actieve bijdragen in fora en FB groepen. Tenminste als ik de trend volg van een groot aantal geopereerde transvrouwen, zit die kans er wel in.

Een poll op een van de fora laat het zien, de overgrote meerderheid van de geopereerde transvrouwen ziet zichzelf als vrouw en wil ook door de omgeving als zodanig worden benaderd. De “trans”periode ligt achter hen.

In de voorbereiding voor mijn operatie in Thailand leg ik een tweetal SRS geopereerde vrouwen wat vragen voor, liever uit hun mond dan via via uit de tweede hand. Ondanks herhaald aandringen blijft het antwoord uit. Gelukkig zijn er nog anderen, bij Suporn geopereerd, die me in de maanden daarna wel verder kunnen helpen.

Lezend in de Engelstalige “guidelines” voor endocrinologische behandeling van transvrouwen stuit ik op het belang van prostaat onderzoek. Een speerpunt voor mijn huisarts, dus ik wil me er goed op voorbereiden. Interessant is hoe dit bij de oudere geopereerde “voorheen” transvrouwen moet worden uitgevoerd. Ik vraag op een van de fora naar de ervaringen van geopereerde 50+ forumleden.

Afgezien van een paar reacties van jongere forum leden reageert er maar één uit de door mij bedoelde groep. Bijzonder, op een totaal van 450 forumleden maar één reactie uit de groep.

Soms krijg ik weleens de indruk dat de nieuw geboren vrouwen zich na de operatie snel uit de voeten maken. Zo snel mogelijk terug in de anonimiteit.

Ik heb inmiddels antwoord op de meeste van mijn vragen, dat wel. Toch merk ik op fora en facebook een ongelofelijke informatie-behoefte bij nieuwkomers. Het zou jammer zijn als de terugtrekkende beweging er toe gaat leiden dat fora en groepen geen plekken meer kunnen zijn voor het delen van informatie.

Ik zal de daad bij het woord voegen, ik blijf nog even; zelfs na de operatie.

Ik schaam me…

Ik woon de uitvaartplechtigheid bij van een oom van mijn Lief. Geografisch wat verder weg spreken we de meeste nichten en neven niet zo vaak. Als ooit ingezetene van het westen “boven de Moerdijk” blijf ik gevoelsmatig toch een wat vreemde eend in de bijt in wat ooit een wingewest was onder diezelfde lijn van rivieren. Althans zo voel ik het.

Het is de eerste keer sinds de laatste stappen in mijn coming-out, dat mijn Lief en ik te midden van dit uitgebreide deel van de familie zijn. Het voelt wat vreemd zo’n verlate coming-out. We vragen vooraf voor de zorgvuldigheid hoe “welkom” ik ben, immers ik wil juist op zo’n dag niemand bruuskeren, niet de aandacht op mij vestigen.

Vol van liefde, integer en betrokken, geeft de plechtigheid een hartverwarmend beeld van de altijd grapjesmakende familieman. Een vader en opa die niets teveel was, die gekend en meer nog dan dat, gewaardeerd werd om zijn talloze creaties, in hout en steen. Afscheid van een familieman, bewonderd door de hele familiekring.

Iets meer dan een jaar geleden verzochten mijn broer en zusjes me niet naar de uitvaart van mijn vader te komen. Ongewenst en opgejaagd drongen ze er op aan bij mij en mijn Lief, dochters en schoonzoons, weg te blijven. Bang dat ik de aandacht zou trekken, bang dat niet de uitvaartplechtigheid, maar ik in de schijnwerpers zou staan. Bang voor een Gay-Pride in familiekring.

Wij bogen niet, saai en vrijwel kleurloos androgyn, althans zo kijk ik er een jaar later op terug, verscheen ik toch, nauwelijks in staat een behoorlijk verhaal te houden zo voelde ik me onwelkom, gedwarsboomd en onderdruk gezet. Als “joker” werd ten einde raad een neef uit de VS ingezet die mij en vooral mijn Lief nog eens moest overtuigen en bestraffen.

Als ik later terugkeer met mijn gezin van het crematorium blijkt de condoleance al praktisch voorbij, kan ik het “feestje” van mijn broer en zusjes met hun talloze relaties in ieder geval niet meer verstoren. Er zal wel iets zijn met oorzaak en gevolg, met kip en ei en met in je eigen staart bijten, maar kennelijk mag je dan zelfs in een persoonlijk drama als dat van mij, je verlagen tot het laagste dat je een mens kan aandoen. Alsof ik na 45 jaar toneelspelen een nieuw toneelstukje heb bedacht. Ik heb er geen applaus van hen voor mogen ontvangen, nog steeds niet.

Een zuidelijke uitvaart binnen de familie van mijn Lief resulteert al snel in een soort van reünie. Neven en nichten die je soms al jaren niet meer hebt gesproken. Wij reizen, anderen trekken weg naar elders in het land. Hoe zo vreemde eend in de bijt? Ik kom er al meer dan 35 jaar, toch voel ik me vandaag wat vreemd, immers, waar zij er niet om hebben gevraagd confronteren mijn Lief en ik hen wederom met een specifiek fenomeen.

De ontvangst is hartverwarmend, het bericht over mijn “verandering” is ons al weken, maanden geleden vooruit gesneld. Niet alleen via een paar dichterbij staande neven en nichten, maar ook langs de lijn van de oudere, 80+, ooms en tantes. We maken een rondje, na koffie en vlaai, stuk voor stuk gesprekjes met herinneringen, gedachten en voorvallen. Dat ik er ben is vanzelfsprekend, ook veranderd hoor ik er gewoon bij. Af en toe voel ik zelfs wat verbazing, niet over mij en mijn transitie, nee verbazing over de vraag waarom ik me dat “welkom zijn” sowieso ooit af vroeg.

Terwijl ik samen met mijn Lief uit Midden-Limburg terug rijdt dringt de schaamte tot mij door. Schaamte, zelfs na een jaar, voor het mensonterend welkom bij de crematie van mijn vader iets meer dan een jaar eerder. Schaamte vooral dat ik zelfs na bijna twee jaar vrijwel altijd warme ontvangst en acceptatie, toch nog steeds met de uitvaart van mijn eigen vader voor ogen, zekerheid blijf zoeken als ik me voor het eerst na mijn transitie ergens voor het eerst in mijn nieuwe uitvoering meld.

Dubbel

“Ik ben Diederique, ik ben een transvrouw met een lesbische relatie”.
Na mij stelt mijn collega van die dag zich op een vergelijkbare manier voor. De klas is muisstil. De opening, zo direct, hadden ze kennelijk bij het gesprek dat we met ze voeren over LGBT acceptatie en respect niet verwacht.

Ik ben dubbel. Geleidelijk stel ik me maanden eerder aan mijn schildervriendinnen voor door, met kleine reacties en opmerkingen tussen het kwasten door, een plaats als vrouw -avontuurlijk, oudere leeftijd, vrouwelijke partner, kinderen en kleinkinderen- te veroveren. Mijn trans zijn laat ik buiten het verhaal.

Toen mijn transitie vijftien maanden geleden in de laatste meest zichtbare en onomwonden fase belandde, vond ik dat in de beperkte kring waarin ik me vertoonde iedereen best mocht weten, moest weten zelfs, van mijn genderdysforie. Ik was gewoon bang dat je “het” toch nog zou zien. Het was een excuus om als “bijzonder” figuur nog een tijd geaccepteerd te blijven.

Naar mate de tijd vordert en ik steeds vaker, anoniem, gewoon als vrouw aan het leven deelneem, vind ik het steeds minder nodig dat vreemden “iets” weten. Wie het weet en serieus belangstellend is, welkom. Voor de rest is er wat mij betreft niemand die er verder iets mee te maken heeft. Toch blijft het me wel bezighouden, degene die het weten en die er verder niets mee doen. Ik voel me er niet prettig bij. Bang toch ineens als kermisattractie te worden bekeken, niet beoordeeld te worden op wie ik nu ben, in plaats van gezien te worden als diegene die ik ooit was.

Een goede vriendin confronteert me met mijn dubbelheid, “ben je niet gewoon bang?” Schaam ik me voor mijn genderdysforie? Ze gaat nog een stap verder, “ontneem je je nauwe omgeving niet de mogelijkheid van een eigen identificatie”. Ik denk dat ze gelijk heeft –ze is een expert met nog grotere emo-rollercoaster vrije val ervaring. Hoewel, tegenover die eigen identificatie van de andere, dat eeuwige excuus van mijn transgender zijn, schuilt daar ook niet gewoon angst in? Is er dan niet wat weinig oog voor het voorkomen van het genante van het ineens en plein public voor onbekenden, niet meer vrouw maar gewoon verklede man blijken te zijn.

Het zit in een klein hoekje –van een dakpan- het verschil tussen wie het wel en wie het niet hoeft te weten. We laten het bovenste houtwerk van ons huis opnieuw schilderen. Het is de eerste klus van de schilders bij ons. Dagenlang aanvaarden de schilders, net als de cv monteur een paar weken eerder, mijn Lief en mij als de twee dames. Tot een van hen per ongeluk bij het schilderen van de daklijst een buurdakpan beschadigd blijkt te hebben en een lekkage veroorzaakt.

De loodgieter komt even de dakpan vervangen en weer goed in rij leggen. Hij komt vaak bij ons over de vloer, een huis van 30 jaar blijft nu eenmaal niet zonder gebreken. Wat verdoofd na mij aanschouwd te hebben, vraagt hij de buurvrouw om toelichting op mijn vernieuwde aanwezigheid. Hij was mij na de laatste keer –skinny jeans, laarsjes- op het dak niet meer tegen gekomen. Discreet verteld ze hem van de transgender buurman die nu als vrouw door het leven gaat.

Vrouw, transvrouw, transseksuele vrouw. Als ik over een kleine driehonderd dagen in Thailand na een paar uur “afwezigheid” weer bij mijn positieven kom heb ik een nieuw dilemma. Wat ben ik nu echt? Een van mijn Rotterdamse vrienden met veel transvrouwen in zijn “vriendenlijst” maakt het me extra moeilijk. “Jullie noemen je allemaal anders”.

Volgens mij ben ik dan nog meer “vrouw”, in de LGBT voorlichting misschien “transvrouw”. Dubbel zal ik nog wel even blijven.

Bang

Mijn transitie duurt, weliswaar jarenlang op schildpadsnelheid, al jaren. Op de achtergrond heeft altijd wel angst gespeeld.

Je bent bang voor het verdere verloop van het proces. Wat doet het met je? Of juist met de andere als je weer een stapje verder gaat. Bang dat het uit de hand zal lopen, bang voor consequenties, voor mijzelf, mijn relatie met mijn Lief, de gevolgen voor de kinderen. Opzien tegen de drempels vol angst om het in de omgeving, mijn ouders te vertellen.

Af en toe voel je je als een konijn dat in de koplamp gevangen wordt en van schrik niets meer doet, verstild van angst wacht op wat er komen gaat. En dan, het licht gaat uit…. gebeurt er dus weer een tijd niets. Je dwingt je het lichtknopje te zoeken. De schijnwerper gaat er vanaf, het ooit zo “geplooide” leven rolt weer door. Tot ik me weer in het schijnsel van de koplamp laat vangen. Weer bang ontdekt te worden, bang mezelf niet langer in toom te kunnen houden, bang voor wat er ooit nog komen gaat.

Een rit in de auto geeft ruimte voor een diepgaande gesprekken. Gelukkig voor de diepgang van het gesprek is de reistijd in de file nu tijdens de voorjaarsvakantie slechts 7 kwartier.

Geïnspireerd door een aantal contacten de laatste tijd -trans en niet-trans- pakken we het wondere thema, wie valt op wie of wat en waarom, op. Het vraagt een nieuwe mindset, voor mensen buiten mijn nauwe omgeving, misschien wel wezensvreemd. Het is als twee zwanen die elkaar na een korte periode van afwezigheid in de vijver weer ontmoeten. Zo Lief en vertederend.

Het besef dat in een schijnbaar ooit heterorelatie, de band met elkaar toch zodanig is dat het geven om elkaar, als ware panseksueel, prevaleert en je zonder het bewust te zijn samen in een schijnbaar lesbische relatie groeit. Ik val nog steeds op vrouwen, en mijn Lief… die groeide met me mee. Hoewel schijnbaar? Het voelt gewoon goed.

In gesprek met twee andere transvrouwen komt het thema vergelijkbaar terug, de een sluit niet uit straks toch weer een manlijke partner te zoeken, de ander valt op vrouwen. Voorlopig hebben ze vooral elkaar. Het is lief en vertederend. Toch is de angst bij ons nog steeds niet weg, nog steeds ben ik bang mijn Lief te verliezen of zoals mijn Lief, bang dat ik uiteindelijk toch voor een andere vrouw kies en zij voor mij. Jarenlang, misschien wel dertig jaar, heeft die angst er voor mijn Lief in gezeten, voor ik zo nadrukkelijk voor mijn vrouwelijke voorkeur uitkwam. De angst dat ik uit eindelijk toch voor een man zou vallen.

In de discussie rond de SRS, in Nederland, of elders speelt naast het thema functionaliteit, zeg maar werkt alles naar behoren, nadrukkelijk ook “diepte” “cosmetisch resultaat” en “gevoel” een rol. Bij Dr Suporn, in Thailand, geef je er in het voorgesprek zelfs een ranking aan. Diepte, om toekomstig gebruik niet uit te sluiten. Wat voor mij het belangrijkst is, overdenk ik nog. Komt vast nog wel eens terug in een blog.

Ik spreek een ander dubbel transvrouwen stel, ze wonen samen en zijn smoorverliefd op elkaar, een feest om mee te maken, je wordt er gewoon blij van. Zij hebben duidelijk voor elkaar en een gezamenlijke, ook in de verdere consequenties, toekomst gekozen .

Er is een tijd geweest dat we ons naar de buitenwereld verontschuldigden als we werden uitgenodigd. Alsof we op een uitnodiging reageerden met een “B”oplossing. Ja gezellig, maar ik neem wel mijn vriendin mee. Een soort sorry, alsof je meteen ook de kat meebrengt die erg verhaart. Hoewel je dat verharen nu net van mij niet kan zeggen.
In andere voor de hand liggende situaties worden we gewoon niet meer uitgenodigd. Kennelijk breekt de angst bij een van de partijen door dat we afgeven of wellicht dat we een te grote concurrentie vormen, dat we de vrouw des huizes inpikken of er plots, hoe veranderlijk is de mens, met de heer des huizes van doorgaan.

Neen, wij gaan ons niet meer verontschuldigen. Je neemt ons zoals we zijn, dan maar bang en bevreesd.

O, bent u er zo één …

Terugkomend van een gesprek over LGBT voorlichting in Rotterdam en omgeving pak ik de trein terug naar Dordrecht, nauwelijks een kwartiertje over het spoor.

LGBT voorlichting in Rotterdam en omgeving, LGBT: Lesbian, Gay, Bi, Transgender. In gesprek gaan met de groep, de klas, over acceptatie en respect. Coördinator Gert-Jan maakt me nog enthousiaster dan ik al was. We hebben een klik. Kijkend naar de educatiedoelen van Rainbowcity010 heb ik als lesbische transvrouw, althans de omgeving ziet me zo, mijn vragen, past mijn “T” helft er voldoende in? Zelfs voor ik mijn vraag heb gesteld is het antwoord in het gesprek al meer dan gegeven. Daarbij, hoe de omgeving je ook ziet, in welk hokje je ook past of wordt gestopt, het gaat bovenal toch om acceptatie en respect.

Kijkend naar mijn eigen ervaring en die van mijn Lief, zijn we eigenlijk zondagskinderen. Om niet te provoceren dragen we geen ringen meer, lopen nooit meer handje/handje, is een vluchtige zoen niet altijd gewenst op straat. Of het hier door komt of gewoon door geluk weet ik niet. Eén keer maar zijn we lastig gevallen op straat, jaren geleden al. Kennelijk was de geur van kwetsbaarheid op die dag teveel waarneembaar. Een dagje shoppen in Amsterdam  – ik koop een leuke damestrui bij H&M- kreeg even een wat bitter end. Ook in het buitenland weten we onaangenaamheden te vermijden. Zelfs als we wat giechelend over een boulevard lopen weten we de priemende blikken van Engelse manlijke toeristen  –type om 06.00 nog steeds zwaar getatoeëerde en blote bast aan het bier- nog om te leiden.

Het gesprek loopt ten einde. Ik neem de trein terug naar huis. Het is vol in de intercity, alle plaatsen rondom me zijn bezet. De conducteur controleert de vervoersbewijzen, zo ook mijn e-ticket.

“Mag ik uw legitimatie? Ik geef hem er twee, mijn paspoort en mijn gender-id. Eén is genoeg gromt de man. Ik geef aan toch ook de tweede te willen geven om misverstanden te voorkomen. Hij werpt een blik en geeft alles terug;

 “O, bent u er zo één..”  

Ben ik verbaasd?  Verbijsterd? Geshockt? Ik weet het niet. Voorlopig verschuil ik me even in mijn Viva. Pas als ik een kwartier later in Dordrecht uitstap en het verhaal vertel aan mijn Lief, gebeurt er wat. Mijn Lief is woest, ik ben nog steeds in een shock.

Heel langzaam dringt pas naast de geringe toleratie, de schaduw van wat er gebeurd is tot me door. De trein zit vol, wat nu als binnen gehoorsafstand van onze conversatie, opgeschoten jeugd of andere onprettige aanwezigen zijn uitspraak oppikken? Wat als een of meer van hen met mij op hetzelfde station uitstappen. Ineens ben ik niet meer slechts een “ stealth levende oudere vrouw” maar vooral ook zo’n … Precies zo één…

Ik zet het verhaal op facebook. De reacties zijn heftig. Via via komen ook reacties vanuit de “Rose”NS en de wereld van het COC zelf. “Schokkend”, “Verbijsterend”, “Te gek voor woorden”.

Ik dien een klacht in bij de NS. Hoe het verder loopt, is afwachten.

Acceptatie, verdraagzaamheid, respect. Ik weet nu nog beter waar het over gaat.