Jongensmeisje

Jongensmeisje,

Kijkend naar een actie-tv programma waarin een Zeeuwse boerin haar keuze uit een aantal lieftallige toekomstige levensgezellen maakt, gaan mijn gedachten terug naar 1973; Schoondijke, Zeeuws Vlaanderen, Landbouwpraktijk school.

Als maagd, zeker ook voor zover het de agrarische techniek betreft, werd ik een aantal weken lang ingewijd in de kunst van het tractorrijden, machine gebruik, dieselonderhoud, “aanbouwen” en het werken met shovels en laadschoppen, de ins en outs van de motorzaag. Ik voelde me in al het jargon weinig thuis, bijna als een nieuwe “verloofde” die in de familie in recordtijd alles moet leren om er bij te kunnen horen.

Alleen het achteruitrijden met meerdere wagens dat lukte me na al die weken nog steeds niet. Later heeft mijn schoonvader het nog eens geoefend met me –slechts met de caravan. Het ging beter dat wel, eerder kreeg ik hem niet mee.

Hoe houterig de boerin ook was -’s avonds regelde ze een “bak voer” in plaats van een maaltijd te bereiden- ergens sprak ze een taal die me bekend voor kwam. Een jongensmeisje pur sang. Tipje voor tipje kreeg de kijker een beeld van haar dagelijks leven, sleutelen aan auto’s, werken met de tractor, de motorzaag en ploegen van de vette klei op haar land. Ze zoekt een meisjesmeisje als gezellin. Ze lijkt weinig bedreven in de subtiliteit van het zoek proces. Toch vind ik haar in haar ruwe vorm wel sympathiek. Ze is herkenbaar, af en toe spreekt ze gewoon mijn “oude” taal.

Ons drijvend kantoor komt naar huis, een reis van 4000 of 5000 kilometer. Na 8 jaar avontuurlijk schrijven wordt het tijd de cirkel te sluiten, een andere uitdaging aan te gaan. We maken lange dagen, vaak al op om een uur of 5.00, om pas 15 uur later het anker er weer in te leggen. Zeker de eerste weken maken bootvluchtelingen en IS-risico’s ons schuchter ook in de nacht door te gaan. Al reparerend en sleutelend, soms zelfs bij het licht van een lamp, vinden we onze weg. Vaak hebben we pas in de avond tijd voor een maaltijd, weinig subtiel, onze “bak voer”.

Als ik in de vroege ochtend het anker licht, het is nog koud en vochtig, de dag is nog lang, vraag ik me weleens af hoe de wereld mij bekijkt, die vrouw op dat voordek, haar haar weg gestopt in een doekje om haar hoofd, een paar werkhandschoen bij de hand. Gelukkig ziet niemand de rouwranden onder mijn afgebroken nagels, de grove handen, de roest en zoutvlekken op mijn broek, de grove laarzen waarmee ik nog net de ankerketting kan afstoppen.

Eenmaal terug aan wal, maanden later, komen de verhalen over de piraten in Indonesië, de ongevraagde bezoeker die ik laat op de avond op een Braziliaanse rivier weer terug het water in gooide, over het klusje onderwater bij 0 graden in een ijskoude gletsjerbaai, de reparatie –op de tast- na een gesprongen olieleiding zonder enige sleutelruimte, het in en uitbouwen van de generator –in delen anders kreeg ik ze niet op hun plaats.

Ik denk dat er weinig fantasie voor nodig is; een jongensmeisje.

Advertenties

Noemen

Een van de momenten waarop ik me de laatste jaren het meest bewust was van mijn verkeerde uitvoering was tijdens vliegreizen. De voorletters en geslachtsaanduiding –Mr- op het ticket, de wandeling door de bodyscan, mijn paspoort dat zo duidelijk iets anders liet zien dan de vrouw die zich voor hen in jurk presenteerde. Het is allemaal voorbij, ik ben wie ik ben, ik toon wat ik heb te tonen en zelfs de scan laat geen ongewenste delen meer zien. Niet langer voel ik me een man in jurk.

Net voor ik vertrek schiet iemand me -via via- aan; “wat zie je er geweldig uit, als ik het niet had geweten zou ik het echt niet zien”.
Had geweten? Geweten? Je weet toch niet meer dan dat ik een vrouw ben. Hoezo geweten?

Ooit bij de allereerste coming-out vond ik het belangrijk mezelf aan anderen uit te leggen, te verontschuldigen bijna. Iedereen die het aan ging, mensen met wie ik een verleden had, iedereen moest weten dat ik geen man was maar een transgender.
Geleidelijk in de tijd begon zich een scheiding af te tekenen; mensen met wie ik een historie had enerzijds, mensen die ik pas net ken en alleen nog maar in mijn nieuwe gedaante, anderzijds. Een scheiding tussen “transgender” en “vrouw”.

Inmiddels, niets meer te verklaren, niets meer te verbergen, ben ik gewoon een vrouw, als ieder ander zou ik er bijna aan toe voegen. Hoewel, behalve voor de mensen met wie ik een geschiedenis deel, is er toch nog een stukje waarop ik me als “transvrouw” bloot geef, mijn medisch dossier. Immers, er moet toch een verklaring zijn waarom zowel mijn PSA als mijn FSH beide op, nagenoeg, nul staan.
Ik denk dat de tijd van uitleg en verklaren ruimschoots voorbij is, de tijd waarin ik op een zeker mededogen rekenden van de mensen om me heen. Noem me maar gewoon vrouw. Ik ben het gewoon, vervul mijn sociaal maatschappelijke rol als zodanig, vergelijken van mijn presentatie met andere vrouwen, bio of trans, is niet langer op z’n plaats.

Ik stap de voorruimte voor de douches in, fohn, haakjes en dan..? Oeps, zo maar de douchebak in. Slechts een gordijntje scheidt nat van droog. In deze douche –mijn reislust levert me iedere dag weer een andere doucheomgeving- worden de dames geacht zich collectief te ontkleden voor ze de douche instappen. Een paar seconde twijfel ik even. Vind ik dit aangenaam? Dan verman ik me, -of is vervrouw meer op z’n plaats?- en haak mijn bh los.

Voor mij hoeft mijn omgeving, althans het nieuw verworven deel van na de coming-out, het echt niet meer te weten. Neem me maar zoals ik ben.

Gunnen

Ik gun ze het absoluut.

Ik gun het ze beslist, … maar of ik dat nu zonder aarzeling zo stellig en ongeclausuleerd wil schrijven betwijfel ik even.

Het is alsof met de lente ook de hoop terugkeert bij een aantal Nederlandse transvriendinnen, waren het vorige lente ook al een aantal vriendinnen en laatst najaar en winter een aantal van mijn internationale vriendinnen, nu lijkt het weer de beurt te zijn voor een nieuwe lichting Facebook en forum “friends”.

Operatiemaanden worden geschat, data gegeven, zelfs de namen van chirurgen zijn soms al bekend. Er gloort weer hoop, roze toekomsten lachen weer toe. Wedergeboortes komen er aan. Beschuit met roze muisjes; ze smaken zoet.

Nog een paar weken, maanden soms en het herstel van de operatie kan beginnen. Hoewel de methodiek essentieel anders is kan ik me goed in hun verlangen en hoop verplaatsen. De opvliegers en humeurigheid van de laatste weken als je eigen hormonen het nog een keer over mogen nemen, de spanning van de laatste nacht, de hoopvolle rit, al suffig en lam door de ingewanden van het ziekenhuis naar de ok. Ik kan me er in verplaatsen.

De eerste dagen in en naast het bed, dat vreemde gevoel van binnen. Dat gevoel van “moeten” maar dan op de verkeerde plek. De eerste dagen thuis, onbeholpen en zorgbehoevend. De eerste weken met uren per dag van persoonlijke verzorging. Die eerste weken van het moeten wennen aan nieuwe standaarden van vrouwelijke hygiene –een bio vrouw krijgt tientallen jaren de kans omdat van moeder op dochter op te bouwen, wij moeten dat in een keer onder de knie krijgen.

De muisjes knarsen de eerste weken, maanden van niet aflatende pijn en hinder. Pijn die maar mondjesmaat en in vlagen naar de achtergrond verdwijnt. Die eerste tijd van stapje voor stapje ontdekken wat je weer kunt. De periode van twee stapjes vooruit en een achteruit. De periode waarin je ontdekt dat wat je door moet meer is dan een snee in je vinger, een griep of een blaasontsteking. Als je weer moed kunt gaan putten uit winstpuntjes. Dat kleine stukje lopen buitenshuis, voor het eerst na maanden weer voorzichtig op de fiets –bij de voorzichtige landing op het zadel ontdekken dat er meer is dan trappers en een stuur.

Heel voorzichtig kun je je nieuwe vrouwelijkheid omarmen, ontdekken dat je aanpassing weer iets eigens wordt in plaats van een medisch gedomineerd revalidatiegebied.

Hoewel ik het al weer even achter de rug heb, voel ik me ze mee. Ik gun ze de hoop en verwachting. Ik gun ze dat moment, na een tijd, dat ze ontdekken wat voor nieuwe mogelijkheden er zijn. Ik gun ze om voor het eerst kijkend naar de kalender te kunnen zeggen “…zolang geleden alweer?” Dat moment dat de roze muisjes weer gaan smaken.

Alleen die periode daartussen, tussen het verwachtingsvol naar de operatie toe leven en het moment dat je genoegzaam kan genieten van je nieuwe aanwinst, nee die gun ik niemand.

Eerste keer

De eerste keer… het blijft in je geheugen. Je eerste tandjes, de eerste dag naar school, je eerste werkdag… onvergetelijk; nou ja, meestal.

Al die eerste keren na je coming-out, gedurende je transitie, al die stapjes op weg naar die realisatie van wat je allang weet; je bent een vrouw die geleidelijk van haar fysieke mis-match wordt verlost.

Je SRS -“eindelijk Congruent” lees ik ergens- onvergetelijk.

De dagen na het stoppen met je Androcur, de eerste keer in jaren niet op de bank in slaap vallen.

De eerste blik om je heen na het ontwaken uit de narcose … mijn Lief

De eerste keer na het wisselen van je verband .. een ander landschap. De eerste keer dilateren als de chirurg je de diepte toont…

De eerste keer na vier weken de trap op en af voor een ijsje aan de andere kant van de straat. De eerste keer na twee maanden als je ontdekt dat je ook met twee dilataties per dag af kan.. eindelijk bestaat een dag uit meer dan je zelf pijnigen en verzorgen

De eerste keer zonder “donut” op een stoel en ontdekken dat je je niet verbijt. De eerste keer dat je op je nachtkastje ontdekt dat je al drie dagen je pijnstillers bent vergeten

De eerste keer dat je met je skinnyjeans op de fiets springt en ontdekt dat je niets meer hebt te verbergen. De eerste keer in bikini .. nu ook zonder pareo.

De eerste keer dat plekje dat niet alleen meer overgevoelig, maar nu ook prettig gevoelig en ontspannend is. Dat je ontdekt dat je “onderbouw” niet langer alleen iets medisch is, maar ook iets van jezelf om gelukkig mee te zijn. De eerste keer dat je iets verder gaat en in een lawine van gevoelens buiten je zelf tredend –ohooo…!- in een rollercoaster van bijna dierlijkaandoend genot ontdekt wat nu echt een orgasme is.

Die allereerste keer bij het bevolkingsonderzoek, bij je huisarts, bij je gynaecologe dat je ontdekt dat je je als vrouw gewoon geaccepteerd voelt. Die eerste keren dat het gevoel van strijd en je indringer voelen in een andere wereld, eindelijk naar de achtergrond verdwijnt.

Die eerste keren, ik keek ernaar uit. Ik koester ze.

Stralen

Ik voel me dof, oud en onaantrekkelijk. Het weer is grijs en zo voel ik me ook.

De winter inspireert nauwelijks wat leuks aan te doen. Wat is er makkelijker dan gewoon dezelfde trui en broek maar weer aan te doen die ik gisteravond op de stoel naast mijn bed heb neergelegd. Afgezien van een stuk lopen iedere dag, de boodschappen, mis ik de noodzaak, de drang me leuk te kleden, uit te dagen. Immers voor wie doe je het, voor elkaar?

Ik mis gewoon m’n zomerse flirt; de uitdaging bij de genderbeslissers me steeds opnieuw vrouwelijker te presenteren dan de vorige keer. Ik mis het, de uitdaging, het spannende van de coming-out.

Is het de keerzijde van het nadrukkelijk stealth willen gaan, van het gevoel “gewoon” vrouw te zijn onder de vrouwen , van het niet op te willen vallen, van het je “af” voelen. Staande in de rij bij de opheffingssale van een landelijke fiets&meer keten voel ik me wat onprettig. Niet alleen is de lange wachttijd wel erg veel voor mijn vermoeide voeten, ook de 95% mannen met me in de lange rij geeft niet echt een gevoel van veiligheid. Gelukkig is mijn stealth-outfit zodanig dat ik zelfs hier niet boven het maaiveld kom. Galant laten de wachtende mannen me er door als ik me met mijn winkelwagentje door de rijen weer naar buiten wring.

De eerste keer weet ik nog, jaren geleden, een rok, een blouse. Ik voelde me stralen. Kijkend in de spiegel genoot ik ervan, het gevoel, de aanblik. Hoewel impulsief, had ik er al dagen naar toegeleefd, een plan gemaakt, een vorm voor mijn drang gevonden. Vol trots geloofde ik erin, die vrouw die daar in de spiegel de puber overschaduwde.

Later in de tijd, als gewoon anders kleden zo “gewoon” wordt, komt er een vleugje make-up, iets meer zorg voor het verdoezelen van mijn baardschaduw, een sieraad. En weer is daar die vrouw, stralend en trots, met slechts die man op de achtergrond.

De eerste stappen naar buiten, heimelijk verkleed ergens buiten achteraf. Trots en fier stap ik het winkelcentrum ver van mijn woonplaats door, niemand ziet daar mij en ik zie alles. Ik straal en voel me gelukkig.

Reizend wordt het zo snel gewoon, mijn hoofddoek, die spaghettibandjes, dat kleine short, het tekent mijn benen zo mooi af. Alleen naar de stad, ons reguliere uitstapje, dan straal ik weer extra, een jurk of rok, een vleugje make up, een ketting, een armband.

Tot ook dat gewoon wordt, wat maakt je dan nog stralend? Is het de dag? Een bijzonder gevoel? Een bijzondere gelegenheid? Een gebaar?

Af en toe mis ik het, dat gevoel te stralen.

Krijg nou…

Stoom komt uit mijn oren. Een ongekend mannelijk partijtje vloeken dringt zich op.

Gealarmeerd door het inmiddels al weer een maand ontbreken van ieder spoor van mij in de RIVM naam en adresgegevens voor bevolkingsonderzoeken controleer ik wat meer “automatische” aanpassingen vanuit GBA/BPR. Binnen een minuut heb ik al beet. De Sociale Verzekeringsbank. Keurig zijn mijn nieuwe voornamen overgenomen echter…. ik ben nog steeds een man. Na ook al vastgesteld te hebben dat de belastingdienst doodleuk een aanslag oplegt, erfbelasting, ten name van de dan alweer maanden ook juridisch niet meer bestaande “man in mij”. Om dat nou “passed away” te noemen is wel erg rigoreus omgaan met mijn geslachtsverandering.

Ik ontplof.

Maanden voor mijn juridische geslachtswijziging probeerde ik al op allerlei plaatsen mijn M in een V te laten veranderen. Veel verder dan de aanspreektitel kwam ik vaak niet. En zelfs dat slechts onder het “wapperen” met de uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens. Altijd weer werd ik verwezen naar het GBA. “Zolang u zo in GBA geregistreerd staat kunnen we dat echt niet wijzigen”. Daar stond ik dan als “man in jurk”, soms echt letterlijk in mijn hemd.

“Het systeem”; er komt inmiddels rookvrij bij de ontploffing. “De gemeente heeft het fout gedaan”; nog meer rook. “Dan staat u misschien niet ingeschreven”. Het ritselt van de smoezen en schuldverklaringen. Nooit eens iemand die zegt “dan hebben wij een probleem, dat gaan wij voor u oplossen”.

Als ik eerlijk ben, ben ik heel teleurgesteld. Nu al weken, ondanks herhaald navragen geconfronteerd worden met medewerkers die doodleuk vertellen dat ik niet besta en/of dat ik een fout gemaakt heb. Sta ik eindelijk in BRP/GBA correct genoteerd blijf ik nog in de kou achter.

Ik voel me verstrikt in de circelredeneringen; als u in ons systeem stond, hadden we het zo voor u op kunnen lossen, maar zo lang u niet in het systeem voorkomt kunnen we niets voor u doen. En iets handmatigs, of een workaround? Nee, de enige manier om iets te wijzigen is via GBA/BRP. En als ik nu goed sta in GBA/BRP en ik kan u dat aantonen (rijbewijs, paspoort, uitdraai gemeente? “Nee, helaas, daar kunnen we niets mee. Nogmaals als u in het systeem staat lossen we het echt voor u op”.

Van het kastje naar de muur. We hebben een maand geleden navraag gedaan bij de gemeente maar dat is fout gegaan.” “En toen nog eens, maar toen brak de kerst vakantie aan”. “We hebben nog eens een vraag aan de gemeente gesteld, maandag komt er antwoord op”. Weet u dat zeker, waarom dankt u dat het nu wel lukt? “Ja, eigenlijk kan het ook nog wel twee of drie dagen langer duren” Eindeloos zijn de “kip-ei”, “kastje naar de muur” en de “aap zit op een andere schouder” gesprekken. Ik word er hopeloos van.

Het lijkt wel of het moeilijkste stuk van de transitie nu pas aangebroken is; het afschudden van de schaduw van de verkeerde registraties.

Om mijn vraag aan SVB te personificeren maak ik gebruik van Digid. “Wij kunnen u dan sneller en adequater te woord staan”. “Binnen drie weken kunt u een antwoord van ons verwachten” krijg ik na het indrukken van de verzendknop te lezen. De zoveelste keer dat mijn ontsteking onzacht wordt geraakt. Ten einde raad bel ik het meest algemene informatienummer van SVB. De Sociale Verkeringsbank, toch wel een van de instanties die het meest onder het Nederlandse vergrootglas van de identiteitsfraude liggen. Binnen vijf minuten heeft een helpdesker mijn probleem opgelost.
“Dat is vreemd, zegt de man, wel uw nieuwe naam en niet uw geslacht. Weet u wat dan pas ik het zowel even in het systeem aan en ga ik daarna wel uitzoeken wat er aan de hand kan zijn geweest”.

Ik weet niet wat ik hoor; het kan dus wel!

Zoek

Op de deurmat ploft de uitnodigingsbrief voor het twee jaarlijkse bevolkingsonderzoek borstkanker bij vrouwen van 50-75 jaar. Voor mijn Lief. En ik dan? Ik woon op hetzelfde adres, heb de juiste leeftijd en val sinds mijn M in een V is veranderd sinds afgelopen zomer als vrouw ook nog in de doelgroep. 6 maanden jonger dan mijn Lief, neem ik aan dat mijn uitnodiging over een paar dagen wel op de deurmat valt.

Als ik een paar dagen later toch de informatielijn van “Zuid-West” bel omdat ik nog steeds geen plof op de mat heb gehoord, krijg ik de schrik van mijn leven.

Ik besta niet. Hoe de database –gebaseerd op een recente uitdraai van GBA/BRP- ook wordt geraadpleegd, ik kom er niet uit.

U hebt toch een uitnodiging? “Neen, dat is mijn partner”. Maar zijn dit uw geboortedatum en voorletters; “Neen, dat is mijn partner”. Staat u wel op dit adres ingeschreven? “Ja, sinds 1983 en sinds 5 maanden als vrouw. Ik heb zelfs een uittreksel uit het bevolkingsregister als bewijs”. Ze kan er weinig mee.

Ik besta niet. Even probeer ik nog of het probleem zit in een oud gegevensbestand, voor 1 juli van dit jaar. Neen, zegt ze onze gegevens zijn heel nauwkeurig immers ook verhuizing en overlijden moeten nauwgezet verwerkt worden. Nou ja, denk ik nog, behalve dan voor wat betreft mijn bestaan.

Probeert u me dan alvast in te plannen? Immers op de informatiepagina’s van de regionale uitvoerders van de screening staat dat als je onverhoopt niet wordt opgeroepen je contact kunt opnemen om een afspraak te maken. Vergissing, zo makkelijk is dat niet, immers je moet dan wel in GBA voorkomen.

Alleen de “ICT-nerts” kunnen uitkomst bieden. De vraag wordt bij ze neergelegd. Een antwoord kan alleen nog wel een tijd op zich laten wachten, “ze hebben het heel druk”.

Ik pluis het verhaal eens na, een verhaal voor ICT systematici. Vermoedelijk bestaat het nauwkeurige bestand uit een gegevensselectie van alle 50-52 jarige vrouwen in het betreffende verzorgingsgebied dat ook in de daarop volgende jaren gewoon wordt gebruikt voor vervolgoproepen. Tussentijds wordt dit alleen aangepast vanuit GBA met verhuizingen binnen Nederland, vestigingen vanuit het buitenland –mits voorzien van verblijfsvergunning- en overlijden. Handmatig worden de “u hoeft me niet meer op te roepen” berichten daarin verwerkt.

Kortom wie op 50 jarige leeftijd niet wordt gesignaleerd, zal zomaar haar verdere leven over het hoofd gezien worden.

Ik leg de dame aan de telefoon mijn situatie uit. Ze begrijpt het, maar kan er weinig mee. Een transvrouw die na haar 50/52e ook juridisch van geslacht wijzigt komt voor het RIVM uit de lucht vallen; dergelijke drop-outs worden niet in de mutatie meegenomen.

Voorlopig heeft “ICT” weken later, na de Kerst, nog steeds geen antwoord en blijf ik nog zoek. Immers zolang “ICT” geen antwoord geeft, besta ik niet, heb ik geen “persoonlijk registratienummer” en kan mijn screening niet worden ingepland.
Ik besta eigenlijk niet.

Over een paar weken als de screeningsunit wordt weggereden, begint ook het nieuwe belastingjaar. Kan ik daar ook niet gewoon “zoek raken”?

Vorige Oudere items Volgende Nieuwere items