RAL 3014

De kleur neigt wat naar paarsig. Ral 3014 in kleuren jargon; Oud Roze. Wat vrij vertaald wees een vriendin me laatst op Facebook, in een forum op die kleur; ze was er zelf, zo schreef ze erbij nog veel te jong voor.

“Over de dood niets dat goeds” zegt Adelheid Roosen in een bekritiseerde tv reclame spot van het uitvaart bedrijf Yarden; de volgens het publiek slechtste spot van 2015. We worden niet graag geconfronteerd met de dood.

Eigenlijk is het met de “Oude Dag” net zo. We denken er liever niet over na, voelen ons te jong, achten het nog te ver van ons bed. Met het rigoureus verschuiven van de institutionele ouderen zorg naar “Thuis” wordt het Roze Ouderen, en zeker Oudere Transgenders makkelijk gemaakt. Immers, waar moet je nog over na denken als je toch geacht wordt zolang mogelijk thuis te blijven.

Het heeft wel iets lekker “oud” worden in je eigen huis; vrij van moeizame blikken, niets “uit” hoeven leggen en zo. Je moet er toch niet aan denken; psychogeriatrische transgender zorg of het invullen van de intensieve zorg behoefte van “vrouwen met een transgender verleden; al dan niet geopereerd” .

Het is nog ver weg -we zijn gewoon nog veel en veel te jong; mijn nieuwe leven is immers pas een ruim jaar geleden begonnen-, zolang je in je eigen wereld kunt verblijven. Een beroep kunt blijven doen op het respect en de acceptatie van diegenen die met jou zijn opgegroeid; die je kennen en weten wie je was. Kunnen leunen op de “transgender”wave die door de samenleving waart. Maar als ooit het moment daar is dat je het saampjes thuis niet meer redt. Als je bent aangewezen op de acceptatie en openheid in een meer institutionele vorm; redt de zorg het dan nog steeds respectvol met je, met je lichamelijke specificiteit; met je neiging terug te gaan naar je allervroegste jeugd toen je ooit zo’n andere ik was. Red je het dan nog met je medebewoners, de doorsnee opinies die ik soms in wat meer populistische bladen af en toe lees.

Gelukkig zijn er al initiatieven, steeds meer zelfs, gericht op woon en zorgvormen voor LHBTI ouderen met zo’n “Ral 3014” hart. Laten we hopen dat die nooit we gesaneerd gaan worden; dat de “Ral 3014”gestemden hun kleur moeten verzwijgen uit angst weggepest te worden uit hun nieuwe toevluchtsoord.    

 

Advertenties

Handschoen

Wie de (hand)schoen past trekke hem aan.

Nu mijn “reis” redelijk bij zijn eindpunt is, kan ik het landschap overzien dat ik gedurende de reis achter me heb gelaten. Veel hulp op mijn reis zal ik niet meer nodig hebben. Achter me zijn er echter nog zoveel onderweg.

Ooit maakte Nederland deel uit van de Wereldtop. In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw was het VU-genderteam onder leiding van Louis Gooren ver buiten onze grenzen befaamd. De tijden zijn veranderd. Tijd voor meer transparantie.

Waar de transgender in de media en op straat steeds meer gezicht krijgt; zich ontwikkelt heeft van rariteit naar regulier, lijkt het wel of in de transgender zorg de tijd heeft stil gestaan. Natuurlijk moet er ook in het werk, op straat, op scholen in de gemeenschap nog een hele weg gegaan worden, maar zeker in de zorg wordt het tijd de klok eens grondig bij te stellen.

Nog maar twee jaar geleden zetten de VU een tijdelijke stop op de toegang tot de genderwachtlijst; Groningen deed dat niet. Ook nu nog steeds bestaan er wachtlijsten. In Groningen zelfs meer dan een jaar. Ik denk dat het dringend tijd wordt orde op zaken te stellen en te bepalen hoe lang de wachttijd maximaal mag bedragen voor het eerste contact, de eerste diagnostiek en vooral ook voor de verdere behandelstappen in het proces. Gelukkig is Transvisie hiermee bezig, het is alleen te hopen dat ze voldoende oor krijgen hiervoor om druk te kunnen zetten op een behoorlijk resultaat.

Recent onderzoek, in Belgie, laat zien dat de begeleiding van Transgenders en vooral ook van partner, gezin en omgeving ernstig tekort schiet. In Nederland is de situatie beslist niet beter. Als je “uit de kast komt” is dat vaak het resultaat van een geweldige en jarenlange worsteling. Lang niet altijd is de omgeving hierin van af het begin meegenomen. De schrik en het verdriet bij je partner, gezin, omgeving zijn op het moment dat de kastdeur eindelijk open, gaat vaak immens. Dit vraagt om veel meer begeleiding –met korte wachttijd- dan op dit moment geboden wordt; als die begeleiding zelfs al beschikbaar is. Gelukkig hebben we de tijd dat er nog gedacht werd aan “genezen” ver achter ons liggen; adequate begeleiding/coaching bij de landing en implementatie van het nieuws blijft, voor wie dat wel wenst, schreeuwend nodig.

Ooit werd wat nu Genderdysforie heet, beschouwd als iets psychiatrisch –elektroshocks en opname-  later werd het juist “over”gepsychologiseerd. De huidige diagnosestelling die feitelijk uitgaat van het tot het uiterste uitsluiten dat er iets anders speelt; de psycholoog als “hulp’ van de arts die tot in het extreme wil voorkomen dat iemand zich “vergist”, is hier nog steeds voorbeeld van. Tijd om meer ruimte te geven aan de zelfbewuste cliënt/patiënt die verrekt goed weet wat er speelt. Draai het om, geef de cliënt de ruimte en toegang tot het circuit op basis van eigen verklaring/inschatting en beperk/vertraag de toegang alleen als daar werkelijk vanuit professioneel oogpunt aanleiding toe is.

Voor zover hormoontherapie wenselijk is, hanteren we in Nederland een regime dat heel voorzichtig en terughoudend is. Op zich prima, echter “Less is More” is niet altijd de goede weg. Heel veel meer zal vast niet goed zijn, maar zo magertjes is ook niet altijd goed. Het huidige hormoonbeleid en de daar in gesignaleerde bijverschijnselen, althans voor transvrouwen zijn gebaseerd op de uit 2001 stammende WHI (Womans Health Initiative). Bijverschijnselen die terug te voeren zijn op het gebruik van geconjugeerd oestrogeen. De op dit moment in gebruik zijn de oestrogenen zijn echter van een ander type dat deze risico’s niet kent. Recente metastudies (studie op basis van eerdere bundelingen van studies) laat zien dat de behandelprotocollen van bijvoorbeeld vrouwen tijdens en na de overgang op het punt van de hormoon suppletie met onder andere oestrogeen grondig zijn, resp. worden aangepast. De richtlijnen voor de behandeling van transgenders binnen de Standards of Care van WPATH (World Professional Association Transgender Healthcare) zijn hiervan afgeleid. Het ligt voor de hand nu ook in Nederland deze gewijzigde lijn voor transgenders toe te passen. De huidige “Endocrine Transgender Guidelines” bieden deze ruimte al, nu Nederland nog.

Individuele variatie in diagnostiek, waarom geen meer op de persoon toegesneden hormoonbehandelplan. Voor de meesten past redelijk wat er is; voor sommige niet. Professioneel gezien moet het toch mogelijk zijn met de individuele cliënt “afschattend” na te gaan wat dan wel de beste oplossing is als het vertrekprotocol onvoldoende soelaas biedt. Op dezelfde wijze mag gerust een vraagteken gezet worden bij de zeer regelmatige laboratoriumonderzoeken. Staat een cliënt eenmaal goed ingesteld, ga dan af op het lichamelijk wel bevinden en maak de termijnen tussen de laboratorium onderzoeken aanmerkelijk langer; minder kostbaar, minder belastend.

Eigenlijk mist het aan verantwoorde protocollen met bandbreedtes voor individuele variatie. Protocollen voor diagnostiek en begeleiding, protocollen voor hormoontherapie, voor logopedie en waar nodig stemband ingrepen, voor operatieve ingrepen. Protocollen waarin naast de almachtige specialisten ook ruimte is voor de huisarts als eerste en reguliere aanspreekpunt.

Ooit was de in de Westerse wereld te doen gebruikelijke operatietechniek de enige voor de hand liggende aanpak. Inmiddels is binnen deze methodiek geïnnoveerd en zijn andere methodieken ontwikkeld. Ook is zowel in ons land als daarbuiten inmiddels veel meer ervaring opgedaan met de methodieken.

In de lijn van Caitlyn Jenner (tienkamp). Niet iedereen is op alle onderdelen even goed, sommige halen zelfs alleen de wereldtop door zich op een onderdeel te specialiseren. Bij gebrek aan Olympische Spelen voor Plastische Chirurgie wordt het misschien toch tijd te bepalen wie de echte toppers zijn en voor dat onderdeel alleen die specialisten te contracteren. Het kan gewoon niet zo zijn dat er met grote regelmaat patiëntes uit de ok komen die te maken hebben met ernstige complicaties tijdens, na de operatie en in het hersteltraject. Complicaties die soms zorgen voor jarenlange beperkingen (stoma’s, plasmoeilijkheden of complete ongevoeligheid  van gevoelige zones of zelfs het afsterven van geopereerde gedeelten). Natuurlijk, ieder mens is uniek en het afsterven doet het lichaam zelf. Dat de complicaties bij de ene chirurg of kliniek zo extreem veel meer lijken voor te komen dan bij de ander is niet uit te leggen. Tijd voor transparantie, tijd voor durf om de koe bij de horens te vatten. Tijd ook voor de verzekeraars om selectiever te worden, immers, als je toch 12.000 euro uitgeeft als verzekeraar, geef ze dan uit op een verantwoorde manier.

Kortom, transparantie en vernieuwing. Wie pakt nu eindelijk eens de handschoen op?

 

 

 

Stem

Hij is een Zij; op integere wijze brengt Arie Boomsma in deze KRO documentaire een aantal wekenlang het transitie proces van een aantal jonge transgenders in beeld.

Ik geniet van Sophie en haar prima spreektoon. Ze vertelt, inmiddels alweer een aantal jaren om en geopereerd, dat ze het een uurtje in dat toonspectrum volhoudt voor ze even rust moet nemen.

Al weer een aantal maanden doe ik braaf mijn logopedieoefeningen van logopediste Barbara. Van onduidelijke mond en keelklanken in Gis klim ik geleidelijk op naar steeds meer kortere en langere zinnen vol onzin. Hoewel “Prettige Kerstdagen” en “Gelukkig Nieuwjaar” gegeven de tijd waar in we leven toch niet zo onzinnig zijn geweest. Inmiddels zit ik een octaaf hoger.

Bladzijden lang en vooral wekenlang laat ik de “M, N en NG” in mijn mond-neus-keelholte resoneren. Stap je voor stapje kom ik vooruit.

Al in de maanden voor mijn bezoeken aan mijn logopediste heb ik geprobeerd een vrouwelijke stemgeluid te krijgen. Ik heb geluk, naast het ontbreken van een adamsappel, ben ik ook gezegend met een hoger mannelijk stemgeluid. In mijn streven naar passabiliteit heb ik in de tijd voorafgaand aan mij logopediestart, geoefend met gesprekjes “bij de kassa en over de toonbank”. Gebruikmakend van mijn bovenstem en vooral, de gesprekspartner verrassend, met een vrouwelijke intonatie zijn de gesprekjes iedere keer weer een uitdaging . Al snel verras ik de dochters en kennissen aan de telefoon. Even zijn ze van hun stuk gebracht “spreek ik nu C. of toch met jou?”

Niet iedereen in mijn omgeving is zomaar te overtuigen -“iedereen praat toch hetzelfde”- maar ik geloof beslist dat er een verschil bestaat tussen hoe vrouwen in hun korte gesprekjes praten en hoe mannen dit doen. Een Amerikaans Youtube filmpje helpt me de verschillen te zien. Verschillen die ook in het Nederlands spraakgebruik voorkomen. Er zit gewoon een afstand tussen mannelijk en vrouwelijke intonatie en spraakgebruik. Let maar eens op bij de kassa hoe een man het proces van boodschappen op de band tot wisselgeld aanpakken doorloopt. Er zijn maar weinig vrouwen die het zo doen.

Zoals gezegd, ik oefende niet alleen het gebruik van mijn bovenstem alvast maar ook de vrouwelijke intonatie. Het werpt vruchten af, Barbara is tevreden. Hoewel, hoe verder we in de tijd komen hoe minder “putemmers”, de onbewuste stemzakkers, ze door de vingers ziet.

Steeds vaker lukt het me ook in de “gewone” gesprekjes tussen de oefeningen door haar valkuilen te omzeilen. Glimlachend meet ze mijn vooruitgang, mijn toonhoogte in gesprekken ligt tussen de 196 en 440 hz –in ISO termen G3/A4-;  de frequentie van de logopediezittingen kan omlaag.

En nu dan het gewone werk. Kijken of het me lukt mijn toonhoogte te behouden, mijn stem aan de telefoon nog steeds niet wordt gemeneerd, mijn intonatie voldoende “lief en zwierig” blijft?. Spannend de komende weken, mijn vrouwelijker stem, een eigen RLE.

De volgende keer gaan we voorlezen, voordragen uit eigen werk. Ik wil weer lezingen kunnen geven, kunnen presenteren.  Een uur of nog meer volhouden op mijn vrouwelijke toonhoogte lukt nog wel; nu nog meer volume, meer toonvariatie.

Ik ben toch niet gek ….

Soms komen er heftige dingen op ons pad. Wie daar nog geen behoefte aan heeft, hoeft niet verder te lezen. Misschien ooit nog eens in de toekomst.

Je moet wel gek zijn om al die onzekerheden over jezelf en je omgeving op te roepen….  in een van mijn eerdere blogs schreef ik zo iets,  terugkijkend naar de gesprekken over mijn coming-out bij de VU.

Het is zondagavond, wij kijken “Andere Tijden”; dit keer de aflevering over de Transgenderpioniers.

Ergens lees ik dat iemand het programma met tranen in de ogen heeft bekeken. Er zullen er vast meer zijn die dat zo hebben gevoeld. Ik niet, in tegendeel, met een brede glimlach heb ik deze pioniers en de tijden waarin ze leefden bekeken. Je moet wel gek zijn er zo bij te glimlachen.

Een verbijsterende golf van herkenning en vooral erkenning golft door me heen.

Zo eind jaren zestig, begin jaren zeventig, werden transseksuelen nog moeiteloos opgesloten in inrichtingen als psychiatrisch patiënt. Een elektroshock behandeling was naast de nodige onderzoeken en therapieën een oplossing; althans dat werd gedacht. Maar een enkeling had de moed hier aan te ontsnappen, ging leven als de vrouw of man van het eigenlijke gevoel; koos een eigen pad. Een pad dat soms eindigde in Casablanca of, wat later, Londen. Wie zich “gekleed naar de andere kunne” op straat vertoonde liep kans op basis van de lokale politieverordening in de cel te worden gezet.

Het is in dezer dagen, juli 1968, dat ik in de Panorama een artikel trof dat me als dertienjarige buitengewoon raakte. Opeens viel er bij mij van alles op zijn plek; wist ik dat het eindstation van mijn onbestemd gevoel bestond. Het einddoel van een nog niet begonnen reis tekende zich af. Hoewel niet erg bekend met de opvattingen van die tijd hield ik het gevoel lang voor me; met al een lange reeks psychologen, neurologen en psychiaters achter me zou ik wel gek zijn als ik er ruchtbaarheid aan gaf. Beter dat en wachten tot het over zou gaan; mild gek en gestoord dus. Een vlaag van herkenning in “Andere Tijden”, “mijn” Panorama artikel komt letterlijk terug.

Tien-vijftien jaar later vertelde ik het in mootjes aan  Lief C; samen hielden we de “het zal toch ooit overgaan” optie halsstarrig vast. Waarom we toch aan kinderen begonnen? Heel simpel, Liefde en Genegenheid kent geen grenzen en bovendien, al beseften we dat toen nog niet zo, wat is nu mooier en kleurijker dan een “roze”gezin. Immers, ooit zal het toch overgaan.

Het is rond die tijd dat Prof. Louis Gooren met zijn rechterhand Jos voorzichtig aan begon met de experimentele behandeling en begeleiding van transseksuelen –van transgenders en genderdysforen had nog niemand gehoord-.

In de jaren daarna beginnen de sporen heel geleidelijk te convergeren, nauwelijks merkbaar, maar voor wie terugkijkt naar de Andere Tijd, absoluut.

C en ik beginnen steeds meer te beseffen dat wat ik voel en denk, dat wat ik soms niet meer weg kan stoppen, maar steeds niet over wil gaan. Een tv programma, een artikel in een blad, een plotse aandacht voor genderdysfore kinderen. Eigenlijk alles kon het gesprek tussen ons over mijn gevoel opgang brengen; heel geleidelijk schuift het “weten” bij mij door naar “beseffen”. Wat Gooren al wist drong heel langzaam tot me door. Bijna 20 jaar zat de videoband met Goorens oratie, omlijst met de beelden van de transitie van een vroege transgender verstopt tussen mijn “andere” kleding; ik heb hem grijs gedraaid. Wikkend en wegend, de balans in gevoel en zekerheden opmakend, schoven we iedere keer de steen toch maar weer terug op het gevoel. Wars van de
politieverordening stapte ik ook af en toe “in kleding der andere kunne” de drempel over. Verder nog niet, C’s gevoel, de dochters, mijn werk, ouders, talloze overwegingen passeerden telkens weer ten opzicht van mijn “drang en onmacht” de revue. Ik zou wel gek zijn …

Een hutspot van gevoelens, overspannenheid, psychologische consulten en zo brengt mijn steen aan het schuiven; in de blender zo gezegd. Het is 2002/2003, de kinderen studeren buitenshuis , wie weet is nu het moment daar. En dan, de aanmelding bij het genderteam is vrijwel een feit, bedenk ik me nog één laatste keer; ik ben toch niet gek… Beseffen vervaagt naar Realiseren.

Een paar jaar later begint ons buitenlands avontuur; stapje voor stapje, vaak onder het oog van de autoriteiten ontwikkel ik mijn andere ik, de vrouw in mij. C steunt, remt en begeleidt,  vier-vijf jaar lang voeren we een strijd tussen mijn ruimte buitenlands en de zelf opgelegde beperking in eigen land.  Steeds meer knelt het en dan, Ik ben toch niet gek… kom ik er mee voor de dag.

Ik prijs me gelukkig, zeker met de steun van C; Ik kan zijn wie ik wil zijn en bovendien, Ik ben niet gek…, dat is van Andere Tijden.

Hooguit ben ik een vrouwelijke dinosauriër die hoewel “Niet gek…” wel heel lang wikkend en wegend onder haar steen heeft gelegen.