TechMiep

Projecties, vooroordelen, scheve voorstellingen en achterhaalde ideeën. Niets menselijks is mij vreemd.

Kijkend naar mijn opleiding, mijn werkervaring, heb ik vooral van management en beleid verstand, gehad. Natuurlijk, ik heb ooit geleerd hoe ik moest lassen, hoe de ketting van een motorzaag geslepen kon worden, hoe een diesel en een benzine motor werkt, maar echt verstand hebben van techniek, nee, niet echt.

Techniek, inmiddels publiceer ik er zelfs over, maar echt geleerd, eigenlijk alleen in de praktijk.

Door schade en schande wijs geworden heb ik geleidelijk tijdens de reizen met ons varend kantoor heel veel zelf leren doen, een workshop manual doet wonderen. Op andere momenten lag ik op mijn buik naast de monteur en registreerde zoveel mogelijk van wat er gebeurde. Immers ik betaal er toch voor, waarom zou ik het dan niet meteen onthouden.

Reizend door volslagen onbewoonde gebieden zat er niets anders op dan, handen in het haar of niet, zelf de overall maar aan te trekken.
De eerste jaren van mijn transitie, heb ik eigenlijk nooit mijn noodgedwongen technische werkzaamheden als storend ervaren. Tot op een ochtend in Nieuw-Zeeland de kachel het niet bleek te doen. Inmiddels anderhalfjaar aan de hormonen verzette de vrouw in mij zich tegen de klus. Het mannelijk gehalte van het begrip techniek riep weerzin bij me op. Te bang voor man versleten te worden, berg ik het gereedschap op.

Op zich niet erg, met minstens anderhalf jaar tropen voor de boeg en zicht op de Mediterranee was het niet hebben van een opwarmende kachel niet het grootste probleem. Ik nam als nieuw ontwikkelende vrouw afscheid van het technisch klussen; nou ja, als het anders niet kon, en daarna weer snel van motor naar keukenblok.

Eén keer nog verbouw ik thuis een wc. Dan is het ook daar voorbij en kom ik voor mijn wezen uit. Geen techniek meer, ik ben vrouw.
Het is sociaal psychologisch een te beredeneren reactie, hardgrondig afstand nemen om er na een periode van bezinning een nieuwe plaats aan te geven.

Weer terug in ons varend kantoor, kan het zo niet langer. Even oliewisselen kost plots een vermogen, de oude boiler kookt eigenlijk over –de beveiliging is defect- en bovenal, we hebben het koud. Node, maar met een groeiend gevoel van trots pak ik het gereedschap toch maar weer op. De vrouw met hoofddoek –mijn nieuwe haar kan niet zo goed tegen de felle zon- en steeksleutels blijkt geen mannelijke afschuw te scoren. Een medehaven bewoner spreekt zelfs waardering uit voor die twee vrouwen die tijdens hun reis de techniek gewoon zelf hebben aangepakt.

Zo op het oog lijkt het probleem met de kachel simpel. Gewoon het aantal alarmknippers tellen en de diagnose is gesteld. Althans zo lijkt het. Twaalf werkuren later ligt het inwendige van de dieselkachel keurig op tafel, een uur later zijn de onderdelen vervangen en weer geassembleerd werkt de kachel weer als vanouds.

Als ik ’s avonds mijn handen was en mijn hoofddoek af doe kan ik er weer om lachen.
Ik ben vrouw. Techniek, ik kan het nog.

Advertenties

Hoeveel vrouwelijks…

Na het een maand lang een complete toilet renoveren, herinstalleren en tegelen heb ik thuis in Nederland geen grote klussen meer onder handen gehad. Mijn transitie en het schrijven vragen eenvoudig weg zoveel tijd dat er voor “echt” werk nauwelijks meer plaats is.

Misschien speelt er ook wel iets psychologisch mee. In een bepaalde fase van mijn transitie heb ik heel bewust geprobeerd het “mannelijke” ver van me weg te krijgen en het “vrouwelijke” nu eindelijk eens echt de ruimte te geven. Liever koken dan sleutelen, liever bijpraten over de kinderen dan piekeren over boring en slag. Waar het moment ligt om deze extreme uitslag van de slinger weer wat te matigen, weet ik niet, koken vindt ik nog steeds leuk, maar zeker is wel dat de pragmatiek mij toch ook af en toe terugroept naar wat ik in mijn vorige leven ook al redelijk kon.

Weer terug in Turkije ontkom ik er niet meer aan. Wij kunnen ons varend verblijf/atelier alleen bewegend en leefbaar houden als tenminste een van ons twee regelmatig een overall aan trekt. Het is wel grappig hoe normatief verwachtingen soms in elkaar zitten. Af en toe als we in gesprek zijn met andere bemanningen over onze reizen, ligt, vaak schuchter, de vraag op tafel. Maar wie zorgt dan aan boord voor de techniek? Een ervaringsdeskundige dat is duidelijk, want wie geen uitpuilende portemonnee heeft zal een behoorlijke dosis technische kennis en ervaring mee moeten brengen. Mijn Lief knikt dan minzaam naar mij. Er zal toch iemand verstand van techniek moeten hebben. Grappig dat niemand ooit eens vraagt -twee vrouwen aan boord- wie de was doet, kookt of de boodschappen verzorgt? Maar de techniek, dat is kennelijk een bijzonder ding.

Er moet gewoon gewerkt en gemonteerd worden. Zodra de monteur van de keerkoppeling klaar is -een dergelijke gespecialiseerde en weinig voorkomende klus waag ik me niet aan- ga ik zelf aan de slag. Dagen achter elkaar werk ik me door een defecte en lekkende wc die telkens als ik denk klaar te zijn weer een golf toiletinhoud over me heen stort. Ten einde raad haal ik hem er definitief uit een bestel een nieuwe.
Ondertussen doe ik een ijverige poging de oude boiler uit te bouwen en te vervangen, aan te sluiten en weer in werking te krijgen. Kon ik bij de wc nog netjes op mijn knieën werken, nu zit ik dagen achtereen –ik sleutel maar halve dagen- in elkaar gerold millimeter voor millimeter moeren aan te draaien en koppelingen lekvrij te wensen.

Eenmaal varend moet ik tweemaal per dag op mijn buik door de berging om een op armlengte verstopte koelwaterkraan open of dicht te draaien. Als ik straks geopereerd ben, lijkt me dat een onprettige noodzaak, eeuwig met de koelwaterkraan open varen is slecht voor de generator, iedere dag open en dicht, plat op mijn buik en de rest is slecht voor mij. Ik monteer een elektrisch bedienbare buitenwater kraan, een feature dat je eerder op een superjacht aantreft. Weer zo’n klus, drie dubbel gevouwen, met zwarte handen in mijn alle oudste T-shirt en dito broek. Het is een monster. Uren achter elkaar boor, zaag, frees en tap ik een frame waarin de motor van de kraan kan worden vastgebout. Een puzzel waarbij de volgorde der dingen nauw luistert. Droog bouw ik hem al eens helemaal in onderdeeltjes op om hem daarna benedendeks in een bocht gewrongen weer opnieuw te assembleren.

Langzamerhand zijn al mijn nagels weer afgebroken, zitten mijn onderarmen weer vol schrammen en schaafplekken en ben ik meer thuis in ½”, loctite, 6-aderige elektrakabel, dan in dagcreme en nailremover.
En mijn laatste project? Als de kraan geopend is zegt het waarschuwingslampje “gesloten” en anders om. Ik denk dat niet alleen mijn “draadjes” verwisseld zijn.
Het blijft een aparte combinatie, vrouw zijn en voelen, met smeer aan je handen, vegen op je gezicht, geschramd en gebutst en gekleed op een manier waarop ik me telkens weer schaam als ik de damestoiletten in loop. Althans zolang de wc aan boord nog steeds defect buiten gebruik is gesteld.

Met een kop thee in hand, even in de zon pauze houden, realiseer ik me toch een belangrijk aspect. Een aspect van verandering in mijn werk aanpak. Het is alsof ik nauwgezetter werk, nauwkeuriger de klus plan, de maten uit zet, gereedschappen en verbindingsmaterialen klaarleg.

Af en toe vraag ik het me af, al dat gesleutel, die gegroeide nauwkeurigheid, dat toegenomen gevoel voor details, is dit nu mijn opperste vrouwelijkheid als technovrouw?

En mijn laatste project? Als ik de kraan open zet staat het controlelampje op “gesloten”, en andersom. Kennelijk zijn niet alleen bij mij de “draadjes” verwisseld.