Stormvrouw

Ik lig wakker. Het is moeilijk de slaap te vaten. Om me heen giert het van de wind. Ineens komt de gedachte op aan onze vroegere vorstinnen. Vrouwen, storm bestand, als het nodig was op kaplaarzen, met zuidwester en enkel lange zwarte leren vissers jas.
Windkracht zeven, vlagen van 8 of 9. Mijn beeld van azuurblauwe Griekse baaitjes wordt grondig bij gesteld. Het giert en gutst om me heen. Om en om maken we de gang naar buiten om vast te stellen of het anker nog steeds houdt, of de wind al is gaan draaien, of we vrij blijven van de geankerde boten om ons heen.

Stormbestendig gedrag. Typisch iets waarin je van de man het voortouw verwacht. En nu moeten we het ineens zelf weer gaan doen. Twee vrouwen verantwoordelijk voor veiligheid. Spijtig dat ik nu net een paar jaar geleden de mannelijke robuustheid, durf en zekerheid ben kwijt geraakt. Ik ben gewoon banger geworden, voel meer risico en gevaar.

Zit niet te miepen spreekt mijn Lief me toe. Vroeger konden we dit toch ook? Aarzelend stem ik in, ik zal niet meer miepen, mijn ja maar… hoort ze niet meer. Ik ken dat. Zo deed ik het tot voor enkele jaren geleden ook. Nu is het genoeg, hup aan de slag!

Ik merk dat op ons wordt gelet. Onze verschijning is natuurlijk niet alledaags. Terwijl ik bezig ben de ankerketting er subtiel, doch met opbouwend geweld , in de te verwachte storm richting in te trekken komt een landgenoot langszij. “Mevrouw..”, hij zoekt ankeradvies. Even later toont een andere bemanning twijfels over onze ankerpositie. Als mijn Lief langs vaart biedt hij zijn excuses aan. Het ziet er toch veel vertrouwder uit dan hij even dacht. Ons varend kantoor of de dames?

Ik leg een reserve anker gebruiksklaar op het voordek. Prompt zie ik ook op andere schepen tweede ankers gereed gemaakt worden.

Mijn kapsels brengen me zorgen. Je moet er niet aandenken dat ik midden in de nacht ineens mijn haarwerk verlies. Dan toch maar een zuidwester, strak onder de kin aangegord om mijn kapsel voor onheil te behoeden?

Tegen de avond ankert een Franse boot naast ons. Veel te dichtbij de wal, veel te dicht bij ons. Ik wijs hem op z’n geringe ankerketting lengte en de onaangename positie die hij voor zich schuin achter ons koos. Als de wind naar verwachting door draait zullen we hem zonder twijfel opzij duwen nog meer naar de ondieptes toe. Weer een ego gekrenkt. Hij gaat onverdroten door. Als ik ’s nachts om 03.00 nog eens kijk brandt er volop licht bij hem aan boord, eerder zag ik hem al met schijnwerpers in de weer. Hij heeft wat meer ketting gestoken, ligt nu achter ons te dansen, nog dichter op de wal. In de vroege ochtend verdwijnt hij met z’n staart tussen de benen. Het ís wat advies aanvaarden van een vrouw.

Nog maar een paar dagen geleden werden we in een haven door een storm overvallen. Midden in de nacht lag ik in nachtpon in de stromende regen lijnen aan te halen. Mijn pon sloeg op, mijn zwarte onderbroekje met onmiskenbare inhoud publiekelijk tonend. Gelukkig was het donker en was het slechts mijn Lief die er na afloop iets over zij. Volgende keer maar in bikini?

72 uur zal de storm aanhouden met alle winddraaiingen en tijdelijke kalmtes van dien. De dagen kruipen voorbij. Het blijft een uitdaging, een storm in een baai doorstaan. Zeker als vrouw, een nieuwe ervaring.

Advertenties

Intermezzo

Een intermezzo, zo voelt het tenminste; als de hoogspanningleiding die twee hoogspanningsmasten met elkaar verbindt.

Een paar jaar geleden schreef ik een verhaal over een eindeloze reeks hoogspanningmasten die zich honderden kilometers lang door een landschap zonder iets slingerde; de verbindende leiding ontbrak, waarschijnlijk al jaren (Retour Kaap Hoorn).

In mijn intermezzo rijgt de leiding de masten aaneen.

De laatste week was druk, twee manuscripten voor kinderboeken afgemaakt en ingeleverd bij mijn uitgever; twee artikelen aangepast en geredigeerd opnieuw ingeleverd bij de redactie van het tijdschrift waarvoor ik schrijf en daarna, op het hoogte punt van de storm, mijn gesprek met bij de VU. Eigenlijk was het ons gesprek, Lief C vergezelt me dit keer bij de psycholoog. Spannend, wat valt er te vragen? wat valt er te vertellen? We hebben een prima gesprek; leuk, vlot en aangenaam.

En dan? Als we naar buiten lopen en de storm ons de isolatieplaten vanaf de gebouwen rondom de parkeergarage toewerpt, ben ik leeg. Pas over vier weken het volgende gesprek; voor mijn gevoel nog heel ver weg.

Een hele maand zonder “vrouw-in-wording” dingen. Je moet er toch niet aan denken. Gelukkig is het niet zo. De komende maand is toch weer goed gevuld met activiteiten op mijn “ontwikkelings”pad.

Wekelijks heb ik mijn tekencursus, de enige man is inmiddels afgehaakt. Met het puntje van mijn tong tussen mijn lippen doe ik mijn uiterste best; laat ik me van mijn creatiefste kant zien en vooral lukt het me de vrouw te blijven, te midden van al die gelijken, die ik pretendeer te zijn.

Een bezoek aan de huidtherapeute levert me een kennismaking op met haar “laserkanon” , over een week wordt de kennismaking voortgezet in een serieus baardgevecht.

Dagelijks oefen ik mijn bovenstem, rijmpjes, letters, lettergroepen, van alles wat. Vrijdag bezoek ik B, mijn logopediste weer, eens kijken wat ze van mijn voortgang vindt.

Er komt nog meer aan, te veel om op te noemen, allemaal oefenmomenten voor de vrouw in mij.

Neen,  de komende maand is goed gevuld met activiteiten, als zwaluwen verder op in de polder op de hoogspanningsdraad. Verbindingspunten aan de horizon, opdeling  van een intermezzo; als een spanningsboog van wat ooit was naar wat later ooit zal komen.