Handschoen

Wie de (hand)schoen past trekke hem aan.

Nu mijn “reis” redelijk bij zijn eindpunt is, kan ik het landschap overzien dat ik gedurende de reis achter me heb gelaten. Veel hulp op mijn reis zal ik niet meer nodig hebben. Achter me zijn er echter nog zoveel onderweg.

Ooit maakte Nederland deel uit van de Wereldtop. In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw was het VU-genderteam onder leiding van Louis Gooren ver buiten onze grenzen befaamd. De tijden zijn veranderd. Tijd voor meer transparantie.

Waar de transgender in de media en op straat steeds meer gezicht krijgt; zich ontwikkelt heeft van rariteit naar regulier, lijkt het wel of in de transgender zorg de tijd heeft stil gestaan. Natuurlijk moet er ook in het werk, op straat, op scholen in de gemeenschap nog een hele weg gegaan worden, maar zeker in de zorg wordt het tijd de klok eens grondig bij te stellen.

Nog maar twee jaar geleden zetten de VU een tijdelijke stop op de toegang tot de genderwachtlijst; Groningen deed dat niet. Ook nu nog steeds bestaan er wachtlijsten. In Groningen zelfs meer dan een jaar. Ik denk dat het dringend tijd wordt orde op zaken te stellen en te bepalen hoe lang de wachttijd maximaal mag bedragen voor het eerste contact, de eerste diagnostiek en vooral ook voor de verdere behandelstappen in het proces. Gelukkig is Transvisie hiermee bezig, het is alleen te hopen dat ze voldoende oor krijgen hiervoor om druk te kunnen zetten op een behoorlijk resultaat.

Recent onderzoek, in Belgie, laat zien dat de begeleiding van Transgenders en vooral ook van partner, gezin en omgeving ernstig tekort schiet. In Nederland is de situatie beslist niet beter. Als je “uit de kast komt” is dat vaak het resultaat van een geweldige en jarenlange worsteling. Lang niet altijd is de omgeving hierin van af het begin meegenomen. De schrik en het verdriet bij je partner, gezin, omgeving zijn op het moment dat de kastdeur eindelijk open, gaat vaak immens. Dit vraagt om veel meer begeleiding –met korte wachttijd- dan op dit moment geboden wordt; als die begeleiding zelfs al beschikbaar is. Gelukkig hebben we de tijd dat er nog gedacht werd aan “genezen” ver achter ons liggen; adequate begeleiding/coaching bij de landing en implementatie van het nieuws blijft, voor wie dat wel wenst, schreeuwend nodig.

Ooit werd wat nu Genderdysforie heet, beschouwd als iets psychiatrisch –elektroshocks en opname-  later werd het juist “over”gepsychologiseerd. De huidige diagnosestelling die feitelijk uitgaat van het tot het uiterste uitsluiten dat er iets anders speelt; de psycholoog als “hulp’ van de arts die tot in het extreme wil voorkomen dat iemand zich “vergist”, is hier nog steeds voorbeeld van. Tijd om meer ruimte te geven aan de zelfbewuste cliënt/patiënt die verrekt goed weet wat er speelt. Draai het om, geef de cliënt de ruimte en toegang tot het circuit op basis van eigen verklaring/inschatting en beperk/vertraag de toegang alleen als daar werkelijk vanuit professioneel oogpunt aanleiding toe is.

Voor zover hormoontherapie wenselijk is, hanteren we in Nederland een regime dat heel voorzichtig en terughoudend is. Op zich prima, echter “Less is More” is niet altijd de goede weg. Heel veel meer zal vast niet goed zijn, maar zo magertjes is ook niet altijd goed. Het huidige hormoonbeleid en de daar in gesignaleerde bijverschijnselen, althans voor transvrouwen zijn gebaseerd op de uit 2001 stammende WHI (Womans Health Initiative). Bijverschijnselen die terug te voeren zijn op het gebruik van geconjugeerd oestrogeen. De op dit moment in gebruik zijn de oestrogenen zijn echter van een ander type dat deze risico’s niet kent. Recente metastudies (studie op basis van eerdere bundelingen van studies) laat zien dat de behandelprotocollen van bijvoorbeeld vrouwen tijdens en na de overgang op het punt van de hormoon suppletie met onder andere oestrogeen grondig zijn, resp. worden aangepast. De richtlijnen voor de behandeling van transgenders binnen de Standards of Care van WPATH (World Professional Association Transgender Healthcare) zijn hiervan afgeleid. Het ligt voor de hand nu ook in Nederland deze gewijzigde lijn voor transgenders toe te passen. De huidige “Endocrine Transgender Guidelines” bieden deze ruimte al, nu Nederland nog.

Individuele variatie in diagnostiek, waarom geen meer op de persoon toegesneden hormoonbehandelplan. Voor de meesten past redelijk wat er is; voor sommige niet. Professioneel gezien moet het toch mogelijk zijn met de individuele cliënt “afschattend” na te gaan wat dan wel de beste oplossing is als het vertrekprotocol onvoldoende soelaas biedt. Op dezelfde wijze mag gerust een vraagteken gezet worden bij de zeer regelmatige laboratoriumonderzoeken. Staat een cliënt eenmaal goed ingesteld, ga dan af op het lichamelijk wel bevinden en maak de termijnen tussen de laboratorium onderzoeken aanmerkelijk langer; minder kostbaar, minder belastend.

Eigenlijk mist het aan verantwoorde protocollen met bandbreedtes voor individuele variatie. Protocollen voor diagnostiek en begeleiding, protocollen voor hormoontherapie, voor logopedie en waar nodig stemband ingrepen, voor operatieve ingrepen. Protocollen waarin naast de almachtige specialisten ook ruimte is voor de huisarts als eerste en reguliere aanspreekpunt.

Ooit was de in de Westerse wereld te doen gebruikelijke operatietechniek de enige voor de hand liggende aanpak. Inmiddels is binnen deze methodiek geïnnoveerd en zijn andere methodieken ontwikkeld. Ook is zowel in ons land als daarbuiten inmiddels veel meer ervaring opgedaan met de methodieken.

In de lijn van Caitlyn Jenner (tienkamp). Niet iedereen is op alle onderdelen even goed, sommige halen zelfs alleen de wereldtop door zich op een onderdeel te specialiseren. Bij gebrek aan Olympische Spelen voor Plastische Chirurgie wordt het misschien toch tijd te bepalen wie de echte toppers zijn en voor dat onderdeel alleen die specialisten te contracteren. Het kan gewoon niet zo zijn dat er met grote regelmaat patiëntes uit de ok komen die te maken hebben met ernstige complicaties tijdens, na de operatie en in het hersteltraject. Complicaties die soms zorgen voor jarenlange beperkingen (stoma’s, plasmoeilijkheden of complete ongevoeligheid  van gevoelige zones of zelfs het afsterven van geopereerde gedeelten). Natuurlijk, ieder mens is uniek en het afsterven doet het lichaam zelf. Dat de complicaties bij de ene chirurg of kliniek zo extreem veel meer lijken voor te komen dan bij de ander is niet uit te leggen. Tijd voor transparantie, tijd voor durf om de koe bij de horens te vatten. Tijd ook voor de verzekeraars om selectiever te worden, immers, als je toch 12.000 euro uitgeeft als verzekeraar, geef ze dan uit op een verantwoorde manier.

Kortom, transparantie en vernieuwing. Wie pakt nu eindelijk eens de handschoen op?

 

 

 

Advertenties

Zonder aarzeling

Achter in de hoek van de behandelkamer ontwaar ik achter een gordijn een krukje. Geroutineerd ontdoe ik me van mijn laarsjes, doe mijn panty naar beneden, leg discreet mijn broekje met verbandje op de vloer, schuif mijn jurk naar boven en schuif op de stoel. Klaar voor wat er komen gaat, ik voel geen aarzeling, hoe weinig vrouwvriendelijk mijn ligging in de inmiddels gekantelde stoel ook is.

Ik realiseer het me al een tijd, het bijna exhibitionistisch gemak waarmee ik me tegenwoordig bloot geef.

Jarenlang, eerst niet bewust, de jaren daarna toenemend bewust heb ik me verscholen, wist ik geen raad met mezelf. Voelde ik me geen jongentje, maar wat wel wist ik ook niet. Voelde me later anders, wist wat er speelde maar wilde er niet aan. Wist diep in me dat ik een meisje, vrouw was -1968- maar kende nog teveel aarzeling het wereldkundig te maken. Je zou wel gek zijn.

35 jaar heb ik als een soort stoplicht mijn dubbele leven geleefd, wetend en negerend wat ik pas jaren later echt durfde te vertellen. Geleidelijk legde ik me er in die tijd bij neer nooit kinderen te kunnen baren of te zogen. Een pijnlijke berusting, dat wel. Geleidelijk wende ik er aan, samen met mijn partner mijn binnenste gevoel te koesteren en ruimte te geven en –er mee conflicterend- door te gaan de presentatie aan de buitenwereld van mijn schijnbare buitenkant. Ik wist wat ik was maar voelde me telkens weer een vreemde eend in de vrouwelijke bijt. Een rationeel vermoeden dat nog lang geen acceptatie in mij vond.

Zelfs toen ik het 12 jaar geleden voor het eerst echt aan mijn toenmalig psycholoog vertelde, aarzelde ik nog. Ik weet het rationeel, maar wil er gewoon nog niet aan. Pas als ik nog iets later in de tijd, inmiddels zeven jaar geleden, fulltime “androgyn” ga, compleet met hormonen, hoofddoekjes, spaghetti shirtjes en “ieneminie” broekjes en bikini’s, vind ik het vooral prettig en fijn, maar vertel ik mezelf nog steeds niet eerlijk wat ik bezig ben te doen.

Een spoedafspraak met de huisarts kentert mijn aarzeling. In een A4’tje schets ik mijn hele verhaal, ik aarzel niet langer. In een 20 minuten afspraak ga ik samen met mijn Lief volledig met mijn billen bloot. Een gesprek later al erkent hij mij als transvrouw en switched me na overleg met de VU van pillen naar pleisters. Het A4’tje krijgt een vervolg bij de VU in mijn levensverhaal. Ook mijn Engelse genderpsycholoog neem ik mee aan de hand van hetzelfde document.

Het is bijzonder te zien hoe ik geleidelijk in de tijd gewend raak, chattend en pratend met artsen en psychologen, mijn verhaal als transvrouw met de verkeerde accessoires te vertellen. Geleidelijk ook de-medicaliseer ik het traject. Steeds makkelijker lukt het me het verhaal te vertellen, steeds makkelijker zie ik mijzelf vooral als vrouw met een onvolledigheid. Steeds meer begin ik mijzelf te accepteren, niet alleen rationeel maar geleidelijk ook van binnen. De transitie van mij en mijn Lief is vooral een sociaal traject waaraan de medici en psychologen van tijd tot tijd deel mogen nemen.

Belemmeringen vallen steeds meer weg naar mate het verhaal vaker is verteld, de stappen duidelijker zijn gezet. Er ontstaat iets zelf bewusts. Of ik nu in het kleedhokje bij de X-ray in Chonburi verzocht wordt mijn bovenlichaam te ontbloten –even your bra- , al spontaan ga klaar liggen op bed –broekje naar beneden- als de Suporn verpleegkundige langskomt voor het dagelijkse bezoek, of bij de grote meester op tafel lig voor een kleine revisie –een uur mijn benen in de steunen, wat oncomfortabel. Telkens weer werk ik zonder aarzeling mee. Steeds meer voel ik me op mijn plek.

Na veel geharrewar is er eindelijk een oproep voor het twee jaarlijks bevolkingsonderzoek. Als ik, wederom met ontblote bovenkant, het kleedhokje uitstap vraagt de dame die het apparaat bedient of ik al vaker ben geweest. Ik aarzel niet haar vraag te ontkennen. Ze neemt de tijd voor me, “u hebt ongetwijfeld al het nodige mee gemaakt. Informerend –betrokken en met voorzichtigheid- stelt ze mijn weinig weelderige voorgevel aan haar pletterij bloot.

Terug van de Thaise snijtafel proef ik bij de artsen op mijn pad welgemeende interesse. Interesse in het hoe en waarom van de Thaise techniek, de overeenkomsten en verschillen tussen de verschillende operatiemethodes. Ik merk hoe anderen me als transvrouw, vooral als vrouw zien en niet direct meer als trans.

Je transitie is nooit af denk ik, toch merk ik dat ik op mijn reis inmiddels een flink stuk op weg ben. Een behoorlijk stuk op weg vooral ook mijzelf als vrouw te leren aanvaarden. Op weg niet langer een indringer in een andere wereld te zijn.

Komt een vrouw..

… bij de dokter.

Met paspoort en verwijsbrief meld ik me bij de balie Gynaecologie van mijn lokale ziekenhuis. “Gaat u zitten mevrouw, we lopen iets uit. U wordt zo geroepen.

Wanneer is je transitie af? Nooit? Hoewel, er is een moment dat je aardig bent uitgereisd.

Na –tientallen- jaren van vooroefening, als een atleet die voor en achteruitstappend, voorafgaand aan de grote sprong het moment zoekt, het tijdstip bepaald, de omstandigheden inschat, alvorens zich in een explosie van energie te lanceren. Dromend, proberend, inlevend, experimenterend wipte ik van de ene voet op de ander, twijfelend tussen aarzelen en doen, tussen vooruit stappen en terug nemen. Tot het moment dat ik de telefoon pakte en een afspraak –urgent- met mijn huisarts maakte. Eigenlijk liep mijn transitie toen al een paar jaar –ik gebruikte al 2,5 jaar hormonen, werd regelmatig correct gegenderd –lopend naar de toilet sprak een man me ooit aan met “mevrouw, de dames toiletten zijn aan de andere kant”- en kocht alleen nog maar broekjes en hemdjes waar je zelfs je dochter liever niet in ziet lopen.

Verbijsterd liet ik hem achter met mijn vraag. “kun je mijn hormonen voorschrift overnemen? Het lukt me niet langer om ze zonder ernstige problemen met het de Officier van Justitie te importeren”. Misschien heb ik hem wat overvallen, heb ik hem door zeven jaar lang grotendeels buitenlands te verblijven weinig kans geboden met me mee te groeien; een eufemisme! Dat ik uiteindelijk in de reguliere procedures en processen terecht kwam, mijn hormonen weer kreeg en bij de VU netjes de wachttijd doorliep voor de diagnose opnieuw gesteld werd zal geen verwondering wekken. Soms moet zelfs een “kamikaze pilote” zich eventjes in de processen van de verkeerstoren schikken.

Ik zal er geen geheim van maken dat ik langdurig met de VU gesteggeld heb over de VU interpretatie van de Real Life fase (een jaar -incl overgangstijd- in nieuwe rol, een jaar hormonen gebruikend) ten opzichte van dezelfde interpretatie van de WPATH (World Professional Association for Transgender Health(care)). Immers waar begin je te tellen, na de VU diagnose of vanaf het moment dat je daadwerkelijk HRT gebruikend in je nieuwe rol gaat leven. In mijn geval een verschil van misschien wel 3 jaar.

Vanaf het begin van mijn gesprekken bij de VU heb ik er geen geheim van gemaakt uiteindelijk in Thailand geopereerd te willen worden. Houd het op planbaarheid, veronderstelde kwaliteit en de internationale oriëntatie van mij en mijn Lief. Dat dit de nodige gesprekstof opleverde met de VU zal geen verbazing wekken. Als trouw WPATH lid is ook voor chirurgen als Chet, Suporn en Preecha de “verwijzing” van een genderspecialist met daarin die 1 jaar HRT /1 jaar gewenste rol, essentieel.

Nog steeds veel buitenlands verblijvend heb ik mijn huisarts toen de hormonen weer voorgeschreven waren en de contacten met de VU waren gelegd maar beperkt verder bijgepraat; immers je mag er van uit gaan dat de VU de verwijzend huisarts regelmatig op de hoogte houdt van intake, diagnostiek en hrt voorschrift.

Maanden verstrijken met leven in mijn gewone rol, ook een bio-vrouw zit niet iedere maand bij de dokter, als het moment van de operatie daar is. Dankzij de chat met aanstaande en al geopereerde Supornistas weet ik redelijk wat me te wachten staat. Kennelijk gaf ook “eigen” gezondheidsverklaring geen reden vooraf nog onderzoeken te laten doen, zodat ik –althans voor mijn huisarts onmerkbaar- al snel op de operatietafel terecht kwam. Een smile op mijn gezicht en een wat verdoofd gevoel tussen mijn benen –wat eufemistisch- gaven zes uur later aan dat ik weer een stapje op mijn transitiereis had gezet.

Er gaat wat tijd overheen voor ik weer eens bij mijn huisarts kom. Thema dit keer, de “stand van zaken” en vooral “hoe nu verder?”. Ik had hem een jaar eerder al eens verteld mijn operatie in Thailand te willen ondergaan. Nu, bijna een jaar later kan ik hem melden dat dit inderdaad is gebeurd, dat de wonden goed helen, het zitten matig gaat en nog zo wat.

Verbluft hoort hij mij 30 seconden aan voor hij vervalt in een explosief tegengas. Het gesprek ontspoort en als ik 20 minuten laten buiten sta heb ik een verwijzing naar de gynaecoloog (de bloedspotjes bij het dilateren, is dat ernstig of kan ik er zes maanden mee naar het buitenland?), heeft hij mij toevertrouwd nooit meer met mijn genderissues opgezadeld te willen worden en is het me duidelijk dat ik misschien wel op zoek moet naar een ander huisarts.

Als ik een week later weer met hem in gesprek ga “gelukkig dat je belt, ik had er inderdaad niet zo’n fijn gevoel” over, is de storm wat gaan liggen. Hij is zich gewoon wederom rot geschrokken. In 20 minuten praat ik hem bij, informeer hem over de Standards of Care en de Endocrinology Guidelines en vooral, laat hem zien waar mijn transitie staat. Kort gezegd, hoe het proces van “bouwen en verplaatsen” vervangen is door “onderhoud”. Het proces van de genderdysfore vrouw verschoven is naar de vrouw die gevoelsmatig klopt en haar plek in de samenleving heeft hergevonden.

Ruim twee jaar heeft hij gedacht dat ik ondanks mijn doe-het-zelf drang voor de rest van mijn leven wel binnen de poorten van de VU zou verblijven. Gelukkig kunnen we er nu beter over praten. Is het hem duidelijk dat de “dochter” die hij onder de hoede had, is uitgevlogen en inmiddels weer gesetteld is, haar leven weer op de rails heeft en met een beroep als vrouw op gezondheidszorg. Het zal nog wel even duren voor het gevoel bij hem helemaal is geland. Voor hij in de verwijsbrief niet meer schrijft “heer heeft zelf afspraak gemaakt met gyno”. Voor hij berust in z’n plek als eerste aanspreekpunt voor prostaat controle bij een geopereerde transvrouw of als doorverwijzer voor hormoon voorschrift.

Een paar dagen later spreek ik hem op zijn verzoek weer. Ik heb inmiddels een prettig en open gesprek met mijn gynaecologe gehad, Hij neemt er de tijd voor. Uitgebreid vertel ik hem over de ins en outs van de verschillende technieken, over nazorg en ervaring van chirurgen, over Penile Inversion en de ook bij de operatie van vrouwen met een incomplete of zonder vagina gebruikelijke , Skin Graft techniek. Al pratend over bijwerkingen, hormoonregimes en complicaties zie ik hem schuiven. Geleidelijk begint hij me steeds meer als vrouw te zien. Een vrouw met een prostaat welleswaar. Zal ik je PSA meteen op dit labformulier invullen?

Hij belt me even dat de gewijzigde verwijzing klaar ligt. Puur voor mijn dossier, wat denk je zelf? zal ik je als “transvrouw” vermelden vanaf het moment dat je me een paar jaar geleden betrok bij je transitie proces?
Ik stem in.

Weer een stapje in mijn transitieproces. Of eigenlijk het zijne.

Gunnen

Ik gun ze het absoluut.

Ik gun het ze beslist, … maar of ik dat nu zonder aarzeling zo stellig en ongeclausuleerd wil schrijven betwijfel ik even.

Het is alsof met de lente ook de hoop terugkeert bij een aantal Nederlandse transvriendinnen, waren het vorige lente ook al een aantal vriendinnen en laatst najaar en winter een aantal van mijn internationale vriendinnen, nu lijkt het weer de beurt te zijn voor een nieuwe lichting Facebook en forum “friends”.

Operatiemaanden worden geschat, data gegeven, zelfs de namen van chirurgen zijn soms al bekend. Er gloort weer hoop, roze toekomsten lachen weer toe. Wedergeboortes komen er aan. Beschuit met roze muisjes; ze smaken zoet.

Nog een paar weken, maanden soms en het herstel van de operatie kan beginnen. Hoewel de methodiek essentieel anders is kan ik me goed in hun verlangen en hoop verplaatsen. De opvliegers en humeurigheid van de laatste weken als je eigen hormonen het nog een keer over mogen nemen, de spanning van de laatste nacht, de hoopvolle rit, al suffig en lam door de ingewanden van het ziekenhuis naar de ok. Ik kan me er in verplaatsen.

De eerste dagen in en naast het bed, dat vreemde gevoel van binnen. Dat gevoel van “moeten” maar dan op de verkeerde plek. De eerste dagen thuis, onbeholpen en zorgbehoevend. De eerste weken met uren per dag van persoonlijke verzorging. Die eerste weken van het moeten wennen aan nieuwe standaarden van vrouwelijke hygiene –een bio vrouw krijgt tientallen jaren de kans omdat van moeder op dochter op te bouwen, wij moeten dat in een keer onder de knie krijgen.

De muisjes knarsen de eerste weken, maanden van niet aflatende pijn en hinder. Pijn die maar mondjesmaat en in vlagen naar de achtergrond verdwijnt. Die eerste tijd van stapje voor stapje ontdekken wat je weer kunt. De periode van twee stapjes vooruit en een achteruit. De periode waarin je ontdekt dat wat je door moet meer is dan een snee in je vinger, een griep of een blaasontsteking. Als je weer moed kunt gaan putten uit winstpuntjes. Dat kleine stukje lopen buitenshuis, voor het eerst na maanden weer voorzichtig op de fiets –bij de voorzichtige landing op het zadel ontdekken dat er meer is dan trappers en een stuur.

Heel voorzichtig kun je je nieuwe vrouwelijkheid omarmen, ontdekken dat je aanpassing weer iets eigens wordt in plaats van een medisch gedomineerd revalidatiegebied.

Hoewel ik het al weer even achter de rug heb, voel ik me ze mee. Ik gun ze de hoop en verwachting. Ik gun ze dat moment, na een tijd, dat ze ontdekken wat voor nieuwe mogelijkheden er zijn. Ik gun ze om voor het eerst kijkend naar de kalender te kunnen zeggen “…zolang geleden alweer?” Dat moment dat de roze muisjes weer gaan smaken.

Alleen die periode daartussen, tussen het verwachtingsvol naar de operatie toe leven en het moment dat je genoegzaam kan genieten van je nieuwe aanwinst, nee die gun ik niemand.

Eerste keer

De eerste keer… het blijft in je geheugen. Je eerste tandjes, de eerste dag naar school, je eerste werkdag… onvergetelijk; nou ja, meestal.

Al die eerste keren na je coming-out, gedurende je transitie, al die stapjes op weg naar die realisatie van wat je allang weet; je bent een vrouw die geleidelijk van haar fysieke mis-match wordt verlost.

Je SRS -“eindelijk Congruent” lees ik ergens- onvergetelijk.

De dagen na het stoppen met je Androcur, de eerste keer in jaren niet op de bank in slaap vallen.

De eerste blik om je heen na het ontwaken uit de narcose … mijn Lief

De eerste keer na het wisselen van je verband .. een ander landschap. De eerste keer dilateren als de chirurg je de diepte toont…

De eerste keer na vier weken de trap op en af voor een ijsje aan de andere kant van de straat. De eerste keer na twee maanden als je ontdekt dat je ook met twee dilataties per dag af kan.. eindelijk bestaat een dag uit meer dan je zelf pijnigen en verzorgen

De eerste keer zonder “donut” op een stoel en ontdekken dat je je niet verbijt. De eerste keer dat je op je nachtkastje ontdekt dat je al drie dagen je pijnstillers bent vergeten

De eerste keer dat je met je skinnyjeans op de fiets springt en ontdekt dat je niets meer hebt te verbergen. De eerste keer in bikini .. nu ook zonder pareo.

De eerste keer dat plekje dat niet alleen meer overgevoelig, maar nu ook prettig gevoelig en ontspannend is. Dat je ontdekt dat je “onderbouw” niet langer alleen iets medisch is, maar ook iets van jezelf om gelukkig mee te zijn. De eerste keer dat je iets verder gaat en in een lawine van gevoelens buiten je zelf tredend –ohooo…!- in een rollercoaster van bijna dierlijkaandoend genot ontdekt wat nu echt een orgasme is.

Die allereerste keer bij het bevolkingsonderzoek, bij je huisarts, bij je gynaecologe dat je ontdekt dat je je als vrouw gewoon geaccepteerd voelt. Die eerste keren dat het gevoel van strijd en je indringer voelen in een andere wereld, eindelijk naar de achtergrond verdwijnt.

Die eerste keren, ik keek ernaar uit. Ik koester ze.

Brutus of Barbie

In een verderfelijke dwaling van een van de VU-toppers wordt begin 2014 de foto van een oudere transvrouw als afschrikwekkend voorbeeld getoond. Een kennelijke reclamespot voor de succesvolle kinder- en jongerenaanpak van de VU-genderpoli. Lovenswaardig resultaat afgedekt onder een walgelijk jasje.

In de voorbereiding en tijdens en na mijn verblijf bij Suporn, pratend en chattend met mijn mede-Supornistas, stuit ik op de FFS (Female Facial Surgery) resultaten van hem en een aantal collega’s wereldwijd, zoals van der Ven, Ousterhout, Rossi en Zukowski. Wie verder googled op resultaten vindt er nog veel meer.

In een poll las ik eens dat een redelijk aantal MtF transgenders eigenlijk de FFS belangrijker vinden dan de SRS of Borsten. Logisch, de SRS resultaten laat je doorgaans nauwelijks aan de buitenwereld zien, je borsten, opgevuld of niet, kun je toch wel zichtbaar laten zijn, maar je gezicht, daar draait het toch om.

Het is not-done om onder en over transmannen en transvrouwen te spreken over “goed gelukt”. Toch vind ik dat daarmee tekort te gedaan wordt aan de vaak fantastische resultaten die geboekt worden door de echte vakchirurgen op dit maxillofaciaalgebied (de aangezichtschirurgie).

Hoekige kinnen worden ronder,voorhoofden minder pregnant, stevige neuzen worden neusjes, haarlijnen verschoven of opnieuw ingeplant. Als ik zo rondkijk en chat vind ik dat menig transvrouw met te stevige lijnen op deze wijze goed geholpen wordt. Overigens valt me op -een pluim voor Moeder Natuur- dat ook na meerdere jaren hormoongebruik de ergste hoekige mannelijkheid van veel gezichten verdwijnt en vervangen wordt door meer afgeronde vormen. Hoewel, zolang willen we meestal niet wachten. Alleen die haarlijn –viervingersbreed boven de neusbrug, zegt mijn “kapster”- die sneuvelt en wijkt al zo vroeg in het testosteronbombardement dat daar de mannelijkheid nog lang blijft doorschemeren.

Toch valt me iets op en ineens moet ik terugdenken aan dat verfoeilijke congres over het succes van de jongeren behandeling. Laat ik het maar het Barbiepakket noemen, in één keer je SRS, je borsten en vooral je gezichtsreconstructie, wat botox, wat siliconen, het kost even, maar dan mag je ook gezien worden. Het levert je een hoop op. Zie het maar als een investering in de toekomst.

Los van de prijs, is het voor mij als oudere transvrouw niet weggelegd, even afgezien van mijn haarwerkje ben ik na bijna vijf hormoonjaren met redelijk vrouwelijke lijnen gezegend. Nee, het is typisch een aanbod voor de Young Dynamics, de transvrouwen tussen de 18 en de 25 jaar. Hier worden geen mannelijke lijnen weggeschaafd, hier wordt je vrouwelijke potentie geoptimaliseerd. Wordt de vrouw in je als vrouw nog meer naar boven gehaald.

Mijn SRS zal straks geen terugverdieneffect kennen; het Barbiepakket wel, een carrriere als model of filmster; een rode loper, catway of cover lonkt in de verte. Sommige hebben de contracten al in hun handtas.
Ik denk dat dan de gendertopper met die schandelijke foto op dat congres gelijk krijgt. Nog even en de genderzorg verdient zichzelf gewoon terug.

En mijn investering? Ik zie nog wel lichtpuntjes, over 3 jaar is de helft van de Nederlandse bevolking 50+. Zou er dan geen plaats zijn voor een rijper gemoduleerd model?

En dan…?

Ik lees het verslag van een vriendin. Ze is geopereerd door Dr Suporn, bijna 2 maanden post-op. In haar poging de dagelijkse hoeveelheid dilatatiesessies te maken, is ze gestrand. Volgens de instructie vanuit Thailand is driemaal daags gewenst. Met een doorlooptijd van 6-9 uur per sessie heeft ze aan een dag niet genoeg. Ze kan nauwelijks meer zitten of staan. Regel of uitzondering?

Wie wat googled of rondvraagt komt op internet wat ervaringen –zowel in Thailand als in Nederland- tegen uit de periode voor en na de operatie. Bijna steevast eindigt het blog of verslag op zijn laatst een paar weken na het moment “U”. Spijtig als je juist op zoek bent naar ervaringen die verder reiken dan de eerst dagen in of na het ziekenhuis. Hoe vergaat het de verschillende vrouwen na hun SRS-operatie, hun geslachtsaanpassing in de weken, maanden daarna. De operatietechnieken verschillen stevig, dat leidt geen twijfel, de narcosetijd evenzo. Maar of dit ook maatgevend is voor de hersteltijd, voor het moment dat je weer kunt zwemmen, fietsen, dansen, ballet of fulltime aan het werk kunt, dat is niet duidelijk.

Ergens in een van zijn instructies schrijft Dr Suporn dat hier geen maat voor is te geven, het verschilt van vrouw tot vrouw. Tussen de regels door lees ik dat iemand na twee maanden zich dagelijks tussen de dilataties door in de metro wringt om heen en weer wippend op haar “donut”kussentje naar haar werk te gaan. Ze werkt nog maar parttime, het gaat maar net. Een ander uit haar vriendengroep surft inmiddels alweer een maand, rijdt mountainbike en heeft haar beroep als handwerksvrouw met twee maanden alweer fulltime opgepakt. Ook tussen twee dilatatierondes door.

De verschillen tussen de beide operatiemethodes –“penile” en “skin graft”- zijn groot. Over de resultaten, zoals diepte, gevoel, het te bereiken orgasme, wordt schimmig gedaan. Om over de complicaties –functionele wanorde, weefselsterfte, urineweg blokkade, herhaalde urineweg infecties en het risico van verzakkingen op latere leeftijd – nog maar niet te spreken. Een belangrijk punt waarop de methodieken verschillen is de wijze waarop openingen worden gecreëerd, weefsels verhuist en weefsel voor de nieuwe organen wordt verzameld en geprepareerd. Het is met name dit laatste punt, de nieuwe geprepareerde huid, die bij de skin-graft operatie een maandenlange open wond creëert. Een wond die tijden nodig heeft om in een vochtig en bacterierijk milieu te sluiten zonder aan ruimte en rekbaarheid in te boeten. Dit ondanks de dagelijkse routine van persoonlijke verzorging en, qua dilatatie, mishandeling.

Voor sommigen betekent de “skin-graft methode” een hersteltijd van 6 tot 12 maanden. Maanden waarin pijnstillers en dilatatiesessies maar traag kunnen worden afgebouwd. De verschillen onderling zijn groot, de een loopt na twee maanden nog steeds als een cowgirl wijdbeens, door alle zwellingen, de ander ook, maar rijdt alweer op de racefiets.

Het chirurgenteam van de VU heeft een mooie digitale presentatie gemaakt waarop keurig is uit gemeten hoe de techniek precies in zijn werk gaat. Een mooi stukje werk, toch gaat ook die digitale brochure niet in op de tijd er na. Op reëel te verwachten herstel, op pijn en pijnstillers, op de vraag wanneer gevoel terugkeert, hoe lang het duurt voor je weer gewoon kunt plassen, wanneer seks niet alleen mogelijk maar ook bevredigend en lekker is, wordt niet ingegaan.

Misschien toch eens tijd voor meer helderheid, zodat je weet wat je kunt verwachten.

Vorige Oudere items