Komt een vrouw..

… bij de dokter.

Met paspoort en verwijsbrief meld ik me bij de balie Gynaecologie van mijn lokale ziekenhuis. “Gaat u zitten mevrouw, we lopen iets uit. U wordt zo geroepen.

Wanneer is je transitie af? Nooit? Hoewel, er is een moment dat je aardig bent uitgereisd.

Na –tientallen- jaren van vooroefening, als een atleet die voor en achteruitstappend, voorafgaand aan de grote sprong het moment zoekt, het tijdstip bepaald, de omstandigheden inschat, alvorens zich in een explosie van energie te lanceren. Dromend, proberend, inlevend, experimenterend wipte ik van de ene voet op de ander, twijfelend tussen aarzelen en doen, tussen vooruit stappen en terug nemen. Tot het moment dat ik de telefoon pakte en een afspraak –urgent- met mijn huisarts maakte. Eigenlijk liep mijn transitie toen al een paar jaar –ik gebruikte al 2,5 jaar hormonen, werd regelmatig correct gegenderd –lopend naar de toilet sprak een man me ooit aan met “mevrouw, de dames toiletten zijn aan de andere kant”- en kocht alleen nog maar broekjes en hemdjes waar je zelfs je dochter liever niet in ziet lopen.

Verbijsterd liet ik hem achter met mijn vraag. “kun je mijn hormonen voorschrift overnemen? Het lukt me niet langer om ze zonder ernstige problemen met het de Officier van Justitie te importeren”. Misschien heb ik hem wat overvallen, heb ik hem door zeven jaar lang grotendeels buitenlands te verblijven weinig kans geboden met me mee te groeien; een eufemisme! Dat ik uiteindelijk in de reguliere procedures en processen terecht kwam, mijn hormonen weer kreeg en bij de VU netjes de wachttijd doorliep voor de diagnose opnieuw gesteld werd zal geen verwondering wekken. Soms moet zelfs een “kamikaze pilote” zich eventjes in de processen van de verkeerstoren schikken.

Ik zal er geen geheim van maken dat ik langdurig met de VU gesteggeld heb over de VU interpretatie van de Real Life fase (een jaar -incl overgangstijd- in nieuwe rol, een jaar hormonen gebruikend) ten opzichte van dezelfde interpretatie van de WPATH (World Professional Association for Transgender Health(care)). Immers waar begin je te tellen, na de VU diagnose of vanaf het moment dat je daadwerkelijk HRT gebruikend in je nieuwe rol gaat leven. In mijn geval een verschil van misschien wel 3 jaar.

Vanaf het begin van mijn gesprekken bij de VU heb ik er geen geheim van gemaakt uiteindelijk in Thailand geopereerd te willen worden. Houd het op planbaarheid, veronderstelde kwaliteit en de internationale oriëntatie van mij en mijn Lief. Dat dit de nodige gesprekstof opleverde met de VU zal geen verbazing wekken. Als trouw WPATH lid is ook voor chirurgen als Chet, Suporn en Preecha de “verwijzing” van een genderspecialist met daarin die 1 jaar HRT /1 jaar gewenste rol, essentieel.

Nog steeds veel buitenlands verblijvend heb ik mijn huisarts toen de hormonen weer voorgeschreven waren en de contacten met de VU waren gelegd maar beperkt verder bijgepraat; immers je mag er van uit gaan dat de VU de verwijzend huisarts regelmatig op de hoogte houdt van intake, diagnostiek en hrt voorschrift.

Maanden verstrijken met leven in mijn gewone rol, ook een bio-vrouw zit niet iedere maand bij de dokter, als het moment van de operatie daar is. Dankzij de chat met aanstaande en al geopereerde Supornistas weet ik redelijk wat me te wachten staat. Kennelijk gaf ook “eigen” gezondheidsverklaring geen reden vooraf nog onderzoeken te laten doen, zodat ik –althans voor mijn huisarts onmerkbaar- al snel op de operatietafel terecht kwam. Een smile op mijn gezicht en een wat verdoofd gevoel tussen mijn benen –wat eufemistisch- gaven zes uur later aan dat ik weer een stapje op mijn transitiereis had gezet.

Er gaat wat tijd overheen voor ik weer eens bij mijn huisarts kom. Thema dit keer, de “stand van zaken” en vooral “hoe nu verder?”. Ik had hem een jaar eerder al eens verteld mijn operatie in Thailand te willen ondergaan. Nu, bijna een jaar later kan ik hem melden dat dit inderdaad is gebeurd, dat de wonden goed helen, het zitten matig gaat en nog zo wat.

Verbluft hoort hij mij 30 seconden aan voor hij vervalt in een explosief tegengas. Het gesprek ontspoort en als ik 20 minuten laten buiten sta heb ik een verwijzing naar de gynaecoloog (de bloedspotjes bij het dilateren, is dat ernstig of kan ik er zes maanden mee naar het buitenland?), heeft hij mij toevertrouwd nooit meer met mijn genderissues opgezadeld te willen worden en is het me duidelijk dat ik misschien wel op zoek moet naar een ander huisarts.

Als ik een week later weer met hem in gesprek ga “gelukkig dat je belt, ik had er inderdaad niet zo’n fijn gevoel” over, is de storm wat gaan liggen. Hij is zich gewoon wederom rot geschrokken. In 20 minuten praat ik hem bij, informeer hem over de Standards of Care en de Endocrinology Guidelines en vooral, laat hem zien waar mijn transitie staat. Kort gezegd, hoe het proces van “bouwen en verplaatsen” vervangen is door “onderhoud”. Het proces van de genderdysfore vrouw verschoven is naar de vrouw die gevoelsmatig klopt en haar plek in de samenleving heeft hergevonden.

Ruim twee jaar heeft hij gedacht dat ik ondanks mijn doe-het-zelf drang voor de rest van mijn leven wel binnen de poorten van de VU zou verblijven. Gelukkig kunnen we er nu beter over praten. Is het hem duidelijk dat de “dochter” die hij onder de hoede had, is uitgevlogen en inmiddels weer gesetteld is, haar leven weer op de rails heeft en met een beroep als vrouw op gezondheidszorg. Het zal nog wel even duren voor het gevoel bij hem helemaal is geland. Voor hij in de verwijsbrief niet meer schrijft “heer heeft zelf afspraak gemaakt met gyno”. Voor hij berust in z’n plek als eerste aanspreekpunt voor prostaat controle bij een geopereerde transvrouw of als doorverwijzer voor hormoon voorschrift.

Een paar dagen later spreek ik hem op zijn verzoek weer. Ik heb inmiddels een prettig en open gesprek met mijn gynaecologe gehad, Hij neemt er de tijd voor. Uitgebreid vertel ik hem over de ins en outs van de verschillende technieken, over nazorg en ervaring van chirurgen, over Penile Inversion en de ook bij de operatie van vrouwen met een incomplete of zonder vagina gebruikelijke , Skin Graft techniek. Al pratend over bijwerkingen, hormoonregimes en complicaties zie ik hem schuiven. Geleidelijk begint hij me steeds meer als vrouw te zien. Een vrouw met een prostaat welleswaar. Zal ik je PSA meteen op dit labformulier invullen?

Hij belt me even dat de gewijzigde verwijzing klaar ligt. Puur voor mijn dossier, wat denk je zelf? zal ik je als “transvrouw” vermelden vanaf het moment dat je me een paar jaar geleden betrok bij je transitie proces?
Ik stem in.

Weer een stapje in mijn transitieproces. Of eigenlijk het zijne.

Advertenties

Wisselkoers

Met een mooie zonnehoed op mijn kapsel in een vlot jurkje, geef ik een ferme ruk aan het startkoord van ons buitenboordmotortje. Elegant een 15 pk starten is mij nog niet gegeven. Het is een wat typische combinatie, die op en top vrouw op de plaats naast het motortje waar doorgaans een man op het randje van het bijbootje zit. Met een elegant gebaar weet mijn Lief ons af te duwen. Keurig en beheerst torren we achteruit bij de betonnen kade vandaan.

Het blijft spannend, als vrouw –twee eigenlijk-moet je alles onder al die kritische mannenblikken om je heen nu eenmaal altijd 100% perfect en ook nog voldoende elegant kunnen doen.

Eenmaal de veilige winterhaven uit daalt er een rust over me heen. Het lijkt wel of alle genderissues wat achter me liggen. Voorlopig geen VU gesprekken aan de horizon, een tijd geen epilatie meer of logopedie, alleen de SRS nog in de verte. Pas in juli weer een thema als ik mijn psychologe weer spreek en plan B los van de VU volgende stappen vraagt.
Alleen de vrouw in mij roept nog om aandacht. Zo reizend en trekkend met ons varend kantoor blijft de vraag toch iedere keer of ik, wij, voldoende vrouwelijk blijven in onze aanwezigheid.

De bank ligt bezaait met stapeltjes kleren. Oude warme vormloze broeken en truien “unisex”, voor als de reis ons op onchristelijke uren tegen weer en wind op het koude water brengt, strakke shirtjes en broekjes – ik wil als vrouw herkenbaar blijven- voor zonnige momenten als de bikini nog niet uit de kast is gehaald, wat langer en warmer goed, vrouwelijk gesneden voor als de zon achter de bergen zakt. ’s Avonds krijgen we vaak de bevestiging. Een deel van de nieuwkomers vaart nog even een rondje om ons heen. Twee vrouwen op zo’n boot, dat beeld moet je toch even beter bekijken.

Op een andere bank liggen mijn werkkleren, strak en vrouwelijk, maar met een geur die ander gebruik verraad. Ze liggen altijd paraat, immers olie, vuil, roest, zoveel kunnen de vlekkentovenaars niet aan.
Met bh’s is het niet anders, aan de kapstok hangt een “mooie”, een die prima toont, een ander op de bank, lekker zittend, ze kan tegen een stootje., Tussen de werkkleren, een oude, te klein en niet meer zonder oliegeur.

Samen weten we een aardige klerenkast om ons heen te verspreiden. De dag kent nu eenmaal veel wisselmomenten, ochtend kilte, middagzon, avond wind of aankomen, vertrekken, sleutelen of naar het dorp gaan, die telkens weer vragen om een nieuwe look.
Je wilt je omgeving toch niet teleurstellen of nog erger, in verwarring achterlaten

Makkie…?

Met al een aantal jaren een levensvervulling halftime buitenland/halftime Nederland, ben ik expert in het opgaan in culturen, althans die aanname doe ik maar even.

We verlaten Turkije voor een paar weken. Net op een dag dat ik even niet lekker in mijn vel zit. Voor we mogen vertrekken wil de politie mij in levende lijve zien. Door toeval, het is net een spitsmuis, heeft hij mijn niet gebruikte “mannen” paspoort zonder visum uit de papieren van mijn Lief gepakt. Er rijst een probleem, twee vrouwen en een man, waarvan maar twee met een geldig visum. Eerst wil hij in levende lijve weleens zien hoe de vork in de steel zit van deze mensensmokkel. Pas als hij paspoort en ID vergelijkt en dezelfde geboortedatum ziet, accepteert hij het, gelaten. Voor echt begrip is het te laat, mijn Turks schiet tekort.

Het loopt weer goed af, da’s gelukkig. Slecht in mijn vel kan ik nog meer gedoe even niet hebben. Nu al een maand, meerdere keren per week moet ik van mijn “schijnbare” identiteit getuigen, douane, autoriteiten, politie, hotel, autoverhuurder, immigratie, telkens weer voel ik me op de rand van het er een “verhaal” bij moeten vertellen.

Terwijl ik in de zon bezig ben blogs te bedenken, een kinderboek te redigeren, de rode draad voor een “gender”boek dat ik in 2015 uit wil brengen te doordenken, komt de vraag ineens op in mijn hoofd. Ze blijft hangen. Dan vaart in korte tijd plotseling de halve toeristenbootjesvloot vanuit een van de nabij gelegen plaatsen mijn baai binnen. Ze gaan voor anker, allemaal, binnen nauwelijks 100-200 meter van mijn werkplek. De vraag komt weer op. Je RLE, je transitie, is die nu makkelijker of juist moeilijker in de zon, in een andere cultuur?

Af en toe lees ik een verhaal over een trans die “zijn naar haar” switch lekker in de eenzaamheid, buiten alle nieuwsgierige blikken doet. Ik ben haar nog nooit tegengekomen, ik ken alleen mijn eigen verhaal.
Toegegeven, mijn aarzelende transitiestapjes zo tussen 2008 en 2010, spaghettihempjes, veel te korte broekjes, mijn Buff-mutsjes, de strijd tegen mijn lichaamshaar, deed ik relatief veilig in de anonimiteit van Zuid-Europese, Afrikaanse en vooral Zuid-Amerikaanse baaien, dorpen en rivieren.

De tijd daarvoor, thuis, verliep altijd achter de voordeur, of als ik eens buiten was, met een behoorlijk terugvalscenario achter de hand. Alleen dat lichaamshaar, stel je moet plotseling naar de dokter, hoe leg je dat geplukte kippenlijf dan uit?

De jaren daarna, 2010 en verder, nog steeds in Zuid-Amerika en zeker in de Stille Oceaan, werd mijn uitstraling explicieter, bh’s vanwege de als gevolg van de hormoontherapie jeukende tepels –ook handig voor het opbergen van je creditcard- een kleuren pallet in mijn spaghetti’s dat verschoof van donkergroen/zwart/bruin naar roze en fluor. Alleen bij de autoriteiten, je moet elk risico niet tarten, gedroeg ik me nog redelijk paspoort conform. We brengen meer tijd door in andere culturen en ook de westerse gemeenschap om ons heen neemt, het koude zuiden van Patagonie eenmaal achter ons gelaten, steeds verder in drukte en intensiteit toe. Culturen verschuiven, na het tolerante Polynesie, zijn de zware gemeenschappen van Tonga en het LGBT verbiedende Samoa toch wel iets om rekening mee te houden in de transitie. Op een dag zit ik in een baai voor een Samoaans dorp in bikini te werken, een van mijn nieuw verworven hoofddoekjes om mijn “haar”, als een westerse vriend ineens aan boord stapt. Ik weet niet hoe snel ik een shirtje aan moet doen. Pas een uur later realiseer ik me de zichtbaarheid van mijn paarse bikinibandjes, nog netjes in een strikje achter mijn nek.

De Pas de Deux, van mijn uitstraling met die van de lokale cultuur, wordt in de islamitische landen steeds complexer. Ik ga nu echt om. Moedig misschien, maar ook at-risk.
Waar ik in Nederland eigenlijk het verhaal, in een aantal fases, maar één keer heb ik het hoeven vertellen aan de wereld om me heen, zelfs aan mijn uitgevers en redacties, vertel ik in het buitenland mijn eigen verhaal niet meer. Er is een ander verhaal voor in de plaats gekomen, een verhaal dat je eigenlijk iedere dag, iedere week opnieuw weer brengt. Het verhaal van twee vrouwen, al jaren op reis. Een verhaal over een jarenlange “vaste”relatie, over dochters en kleinkinderen.

Was ik de jaren ervoor wat halfwas en paste ik me, afhankelijk van risico’s en omstandigheden, wat aan –hoewel in rok en een strak shirtje, of in bikini op Samoa verschijnen misschien wel wat erg risico zoekend was. De laatste twee jaar daarentegen ben ik op en top vrouw, in de winkel –als een Turkse man binnen komt, doe ik een bescheiden stapje achteruit-, met monteurs en leveranciers, in de gemeenschap, Turks en westers – met varianten op ons gezamenlijke verhaal-, naar autoriteiten –niemand lijkt die m/m op die IDkaart te zien. Toch weet ik me kwetsbaar, immers zowel mijn reisblog als mijn genderblog zijn gewoon te traceren via onze reiswebsite en de kont van de boot.

Transitie, RLE in het buitenland, in de anonimiteit gemakkelijker? Ik denk het niet, hooguit anders en bij tijd en wijle zeker niet zonder risico.

Leeg hoofd

Nog maar een paar degen geleden schreef ik nog “het laat je nooit los”. “Pas als de hechtingen eruit zijn” voorzag ik wat meer ruimte in mijn hoofd. Voorlopig een vergissing blijkt inmiddels. Mijn hoofd is leeg, nou ja in ieder geval wat meer opgeruimd. Ik, of eigenlijk we, hebben knopen doorgehakt.

Jaren zaten we als we thuis waren op een oude bank, zo een uit de ouderlijke boedel. We hikten er tegen aan en wilde eigenlijk een ander. Tot we de knoop doorhakten en twee nieuwe spierwitte Ikea banken naar binnen sleepten. Nu de oude bank er nog uit en een lekkere voorlees stoel naar boven en het ziet er ineens anders uit.

Na jaren aanhikken tegen mijn andere gevoel, aanhikken tegen mijn transitie in het buitenland, aanhikken tegen de vraag wanneer dan wel in eigen land, lijken we nu goed op weg te zijn. Het is net of met het “Groene Licht” van de VU, de start van de RLE, een nieuwe fase is ingegaan. Een fase waarin ik niets meer hoef te bewijzen, eindelijk weer mezelf kan zijn. Het voelt goed. Vreemd eigenlijk want aan de hormonen kan het niet liggen, die zijn al drie en een half jaar gelijk. Mijn lichamelijke verandering staat vrijwel stil, mijn cup B groeit niet meer verder, mijn buikje heeft plaats gemaakt voor mijn taille. Wat wil ik nog meer?

Eén hikje lag er nog aan de horizon. De geslachtsaanpassende operatie (SRS). Wachten in Nederland of plannen elders? Als zelfstandige betekent dat wachten en wachten, nog meer onzekerheid, nog meer rommelen met mijn werk in de marge. We zoeken, mailen en overleggen. En dan zijn mijn Lief en ik eruit. We hakken een knoop door, bepalen ons programma voor de komende twee jaar en kunnen weer aan de slag. SRS vastleggen, bij wie en wanneer, bepalen wanneer we weer terug zijn en wanneer ik circa weer met mijn werk kan beginnen. Een vervolgroute voor ons reizen uitstippelen, schrijfopdrachten genereren, boeken plannen, noem maar op.

Ik zet een voorlopige kras in mijn agenda, data worden gereserveerd. Nog een klein jaar dan kunnen we weer verder. Leven zoals ik al bijna zestig jaar wil.

Er is een last van me afgevallen. Ik weet wat er voor de boeg ligt, weet wat ik in afwachting daarvan ook dit jaar nog op kan pakken. Steeds minder “transitie”gerichte activiteiten liggen op mijn pad, steeds meer gewoon kunnen doen neemt de plaats daarvan in. Ik voel me goed.

Ik verheug me er nu al op. Begin 2015 Thai eten en herstellen op mijn spierwitte bank. Met een leeg hoofd, dat wel.

Het laat je niet los..

Onderzoek laat zien dat mannen nogal frequent aan sex denken. Hoe vaak? De uitkomsten variëren nogal, van elke 7 seconde word je volgens mij waanzinnig moe, maar zelf de meest realistische benadering, van eens in de 28 minuten levert nog altijd op dat je 50 keer per dag gesexfiltst wordt. Nu ontbreekt het de man ook niet aan prikkels om zich heen, met de collega’s, op straat, in de media. Geen moment blijft onbenut om de man aan zijn impuls te helpen. Misschien worden mannen daarom ook wel van winkelen in de stad zo moe. Sex als verslaving, het houdt nooit op, het blijft trekken.

Waarom deze op wetenschap gebaseerde dik-hout-zaagt-man-planken inleiding? Eigenlijk herken ik mijzelf hier wel sterk in. Weliswaar niet in de sexdrive –dat is al weer minstens 3,5 jaar geleden- maar wel in dat alles overheersende -niet kwijt te raken, elke prikkel is raak- gevoel. Dag en nacht, week in week uit, eigenlijk al jarenlang, draag ik mijn transitie met me mee. Er komt geen eind aan. Zelfs als er in je transitieproces een periode zit waarin er eigenlijk niets gebeurt, ben je er toch mee bezig. Het houdt je gevangen.

Natuurlijk, het is een van de belangrijkste processen in mijn leven, van binnenuit gezien beslist wel het belangrijkste. Dat mag je ook wel bezig houden. Toch wordt je er wel eens moe van, dat zelfs de geringste prikkel je al weer op gedachte brengt. Moe van worden, ja; maar ervan in slaap vallen, het tegendeel.

Zelfs een RLE jaar, je proefperiode, prikkelt je steeds opnieuw. Normaal gesproken als je voor het eerst in die tijd je hormonen krijgt, nog een flink stuk van je coming-out hebt door te gaan, is het logisch. Het is dan gewoon waanzinnig spannend, maar zelfs als er niets meer is te doen, blijf je er toch nog mee bezig. Je komt er niet van los.

Je optreden op straat, in de winkel, met anderen. Je logopedie, het epileren van boven en beneden, je doen in je meest nabije omgeving met je dierbaren. Met een paar maanden, de wijziging van de geboorteakte, een nieuw paspoort, rijbewijs, visa voor andere landen. Met een jaar, de operatie, zelfs de vraag welke diepte laat je niet los.

Ik sta voor de kast te miepen. Wat trek ik vandaag eens aan? Even zie ik mezelf in de spiegel; oef meteen springt mijn gedachte alweer naar mijn cupmaat of als ik eten kook naar mijn BMI, straks voor de operatie, mijn conditie, er is gewoon altijd wat.

Misschien kom het omdat ik een controlefreak ben. Alles voorkauwen, voorbereiden, doordenken en plannen. Neen, ooit hoop ik weer gewoon te kunnen gaan doen, kunnen wegdromen zonder steeds te tollen rond dat ene ding.

Misschien met 375 dagen, wakker worden na de operatie, herstellen …..

…….en dan een leeg hoofd.

E is eM Cee kwadraat

E=MC².  Ik ben jaloers op Einstein. Niet alleen vanwege zijn mooie bos wild uitstaand haar. Ik heb mijn kans gemist. Had ik er toch vroeger bij moeten zijn. Hoewel, alles is relatief. Als ik met mijn genderdysforie in die tijd op de proppen was gekomen had ik mijn dagen ongetwijfelt in een gekkehuis gesleten. Alles is relatief.

Relativiteit, relativeren, de brug is snel geslagen. Vraag mij niet de relativiteitstheorie uit te leggen, ik ben al te lang van school en heb nu eenmaal meer verstand van de cultuurhistorische betekenis van honden bij het terugdringen van kannibalisme door missionarissen op vroeg bewoonde Polynesische eilanden in de zeventiende en achtiende eeuw. Zoals gezegd, ik ben te lang van school; zo’n 40 jaar al weer.

In mijn gesprekken met de VU speelt de vraag wanneer wist je het? hoe voelde het? waaraan merkte je het? een belangrijke rol. Gesprekken achtereen worden gevuld met een spreekwoordelijke mangel om mijn verst weggelegen ervaringen, 40, 50, 55 jaar geleden eruit te wringen. Ik voel me als een flinterdun lapje deeg uit een pastamolen in z’n aller smalste stand; 7 standjes lang steeds verder uit geknepen en gerekt.

Euforisch begin ik aan mijn vierde gesprek bij de VU. De standaardopenings vraag bij het begin van het gesprek kan ik trots beantwoorden. Gelardeerd met alle positieve ervaringen net zoals in mijn eerdere blogs, rolt mijn antwoord over de tafel. Het is ook niet niets, nu na 3,5 jaar hrt, na 3,5 jaar uit de kast in het buitenland, na een jaar fulltime leven buiten de kast in Nederland; ik ben er gewoon trots op dat het me is gelukt zodanig geïntegreerd te zijn als vrouw in de samenleving, dat zelfs de vraag of ik ooit makkelijk of moeilijk ben bevallen van de dochters nog logisch lijkt. Zo wil je het vast van me horen straks aan het eind van mijn RLE, vroeg ik mijn psychologe; RLE de periode van een jaar die nog (ver?) voor me ligt waarin je laat zien dat je met je hormonen in staat bent je leven als vrouw te leiden.

En dan is het stil; geen compliment, geen proces versnelling, geen afrondende conclusie in het diagnostisch proces, neen. De “wrongel”ceremonie neemt weer aanvang.

Aan het eind van het uur; dat stevast na driekwartier eindigd, vraag ik toch nog maar eens hoe het nu verder gaat. Heel moeizaam komt er uit dat mogelijk het volgende gesprek, half december het laatste is, dat mogelijk ik dan in het team van begin januari besproken wordt. Neen “helaas een eerder teamoverleg is niet haalbaar,  neen versnellen heeft niet zo’n zin, ik heb geen clienten voor dat overleg, ik ben er dan niet”.

Dat ik met mijn hormonen dan bijna droogsta, ik midden januari mijn laatste pleister zal hebben geplakt, gaat er maar moeizam in. Dat ik het moeilijk vind weer naar de huisarts te moeten voor 1 of 2 maandjes extra is vooral mijn probleem- vorig jaar kostte dit me zes weken-. Ze zegt toe te kijken of het lukt na begin januari iets te plannen met de endocrinoloog; ze zegt zelfs toe te kijken of het lukt al na het volgende gesprek bloed te laten prikken.

Ik ben benieuwd, net als de indruk die ooit gevestigd werd dat na de verplichte wachtlijst voor zijinstromers in het proces zoals ik en bijvoorbeeld mensen die al een eerdere diagnose op zak hebben, een wat versnelde diagnostiek of RLE mogelijk was, moet eerst nog maar eens blijken wat er echt gaat gebeuren.

Wat aangeslagen en uitgeknepen verlaat ik het gebouw. Dit was niet echt wat ik van de dag van vandaag verwacht had. Met de bewoners die door de missionarissen op de vroeg bewoonde polynesische eilanden aantroffen werden, heb ik een ding gemeen; ik kan ze vreten.

Nog bijna een maand voor mijn volgend gesprek, dan wel afrondend?. Een ding heb ik geleerd van die wrongel die mijn hersenpan terug dwingt tot mijn kleuter en lagere schooltijd? Werd je gepest door jongens of door meisjes? Wat voelde je daarbij? Ik voel maar een ding; uitgeknepen, ik laat maar even in het midden of het is door een man of een vrouw, voor daar nu ook weer betekenis aan wordt gehecht. Zoals gezegd, een ding heb ik in de gesprekken wel geleerd.

Gerelativeerd; wat is nu nog twee maanden wachten? –en daarna nog een RLE jaar, een wachttijd voor verder chirurgische ingrepen, een half jaar of een jaar voor ik eindelijk die M in een V in mijn paspoort mag veranderen, en.., en..- . als ik daarna nog bijna dertig jaar van het resulaat mag genieten. Zo gerelativeerd is al dat wachten de eerste bijna zestig jaar een makkie geweest.

Of zo als ze dat in het Zuiden des Lands zeggen –fonetisch, althans-  ene gij geleuft dat..?