Verhaal

Stealth levend heb je toch af en toe een verhaal nodig. De simpele mededeling dat ik van Venus kom is niet altijd voldoende. Een beetje verleden moet je toch hebben. Eigenlijk kom ik doorgaans, althans in Nederland, wel weg met een levensgeschiedenis die grotendeels op waarheid berust, zij het dat de verhaalbrokken soms wat anders worden belicht. Een verhaal ontstaat vaak meer in de fantasie van de ander, even zwijgen vult een leemte vaak al spontaan in. Selectief invullen en weglaten, aangevuld met feiten die soms in een wat ander licht zijn geplaatst maakt het verhaal af. Mensen hebben nu eenmaal al snel een basisverhaal in hun hoofd als je ze een paar piketpaaltjes aandraagt.

Zo ook in het buitenland. Weer nieuw, na 6 maanden afwezigheid, in de gemeenschap, in het dorp, wordt er toch gezocht hoe men ons kan plaatsen. De combinatie, twee vrouwen op een zeilbootje, roept nu eenmaal veel meer vragen op, dan menig “middle of the road” man-vrouw echtpaar.

Onze sieradenverkoper is vasthoudend. Terwijl de thee met glaasjes naar binnen klokt, wil hij alles weten. Of wij samen hier in Finike zijn? Hoe lang we elkaar al kennen? Al meer dan 35 jaar, sinds de studie tijd, dat is echte vriendschap! Of we allebei getrouwd zijn? Of we in één huis wonen?

Bij dat getrouwd zijn, begint het probleem. Lief C antwoordt ja en ik antwoord veiligheidshalve, neen. Om nu hier de ins en outs van ons schijnbare homohuwelijk uit te leggen, begin ik even niet aan. Waar de man van mijn Lief dan is? Nu worden de kolen echt heet. Mijn Lief lost het op. Geheel naar waarheid, “die is 4 jaar geleden overleden”. Je voelt de man denken, “wat naar, maar wat fijn dat ze die oude vriendschap nog heeft”. Dat het “passed away” misschien wel iets anders mag worden ingevuld ontgaat hem gelukkig. Hij vraagt mijn Lief of ze kinderen heeft, na haar bevestiging bereikt de vraag mij niet meer. Kennelijk ben ik voldoende tussen de coulissen terecht gekomen.

Een nieuw verhaal is geboren. We benutten het de dagen erna als en het zo uitkomt.
Het gekke is, hoe druk ik me ook maak over het verdoezelen van mijn verleden, hoe bezwaard mijn Lief zich ook voelt over het jokken, eigenlijk speelt de vraag bijna nooit. Hoe je je ook mengt in gesprekken, dat verleden speelt, als je er niet zelf om vraagt, eigenlijk nooit een rol.

Toch is het mooi weer een stukje verhaal te hebben, je weet maar nooit wanneer de vraag weer eens naar boven komt.
Voorlopig blijven we gewoon twee avontuurlijke meiden die hun leven delen. Voor de meeste retires om ons heen is dat al mooi genoeg.

Advertenties

Bang

Mijn transitie duurt, weliswaar jarenlang op schildpadsnelheid, al jaren. Op de achtergrond heeft altijd wel angst gespeeld.

Je bent bang voor het verdere verloop van het proces. Wat doet het met je? Of juist met de andere als je weer een stapje verder gaat. Bang dat het uit de hand zal lopen, bang voor consequenties, voor mijzelf, mijn relatie met mijn Lief, de gevolgen voor de kinderen. Opzien tegen de drempels vol angst om het in de omgeving, mijn ouders te vertellen.

Af en toe voel je je als een konijn dat in de koplamp gevangen wordt en van schrik niets meer doet, verstild van angst wacht op wat er komen gaat. En dan, het licht gaat uit…. gebeurt er dus weer een tijd niets. Je dwingt je het lichtknopje te zoeken. De schijnwerper gaat er vanaf, het ooit zo “geplooide” leven rolt weer door. Tot ik me weer in het schijnsel van de koplamp laat vangen. Weer bang ontdekt te worden, bang mezelf niet langer in toom te kunnen houden, bang voor wat er ooit nog komen gaat.

Een rit in de auto geeft ruimte voor een diepgaande gesprekken. Gelukkig voor de diepgang van het gesprek is de reistijd in de file nu tijdens de voorjaarsvakantie slechts 7 kwartier.

Geïnspireerd door een aantal contacten de laatste tijd -trans en niet-trans- pakken we het wondere thema, wie valt op wie of wat en waarom, op. Het vraagt een nieuwe mindset, voor mensen buiten mijn nauwe omgeving, misschien wel wezensvreemd. Het is als twee zwanen die elkaar na een korte periode van afwezigheid in de vijver weer ontmoeten. Zo Lief en vertederend.

Het besef dat in een schijnbaar ooit heterorelatie, de band met elkaar toch zodanig is dat het geven om elkaar, als ware panseksueel, prevaleert en je zonder het bewust te zijn samen in een schijnbaar lesbische relatie groeit. Ik val nog steeds op vrouwen, en mijn Lief… die groeide met me mee. Hoewel schijnbaar? Het voelt gewoon goed.

In gesprek met twee andere transvrouwen komt het thema vergelijkbaar terug, de een sluit niet uit straks toch weer een manlijke partner te zoeken, de ander valt op vrouwen. Voorlopig hebben ze vooral elkaar. Het is lief en vertederend. Toch is de angst bij ons nog steeds niet weg, nog steeds ben ik bang mijn Lief te verliezen of zoals mijn Lief, bang dat ik uiteindelijk toch voor een andere vrouw kies en zij voor mij. Jarenlang, misschien wel dertig jaar, heeft die angst er voor mijn Lief in gezeten, voor ik zo nadrukkelijk voor mijn vrouwelijke voorkeur uitkwam. De angst dat ik uit eindelijk toch voor een man zou vallen.

In de discussie rond de SRS, in Nederland, of elders speelt naast het thema functionaliteit, zeg maar werkt alles naar behoren, nadrukkelijk ook “diepte” “cosmetisch resultaat” en “gevoel” een rol. Bij Dr Suporn, in Thailand, geef je er in het voorgesprek zelfs een ranking aan. Diepte, om toekomstig gebruik niet uit te sluiten. Wat voor mij het belangrijkst is, overdenk ik nog. Komt vast nog wel eens terug in een blog.

Ik spreek een ander dubbel transvrouwen stel, ze wonen samen en zijn smoorverliefd op elkaar, een feest om mee te maken, je wordt er gewoon blij van. Zij hebben duidelijk voor elkaar en een gezamenlijke, ook in de verdere consequenties, toekomst gekozen .

Er is een tijd geweest dat we ons naar de buitenwereld verontschuldigden als we werden uitgenodigd. Alsof we op een uitnodiging reageerden met een “B”oplossing. Ja gezellig, maar ik neem wel mijn vriendin mee. Een soort sorry, alsof je meteen ook de kat meebrengt die erg verhaart. Hoewel je dat verharen nu net van mij niet kan zeggen.
In andere voor de hand liggende situaties worden we gewoon niet meer uitgenodigd. Kennelijk breekt de angst bij een van de partijen door dat we afgeven of wellicht dat we een te grote concurrentie vormen, dat we de vrouw des huizes inpikken of er plots, hoe veranderlijk is de mens, met de heer des huizes van doorgaan.

Neen, wij gaan ons niet meer verontschuldigen. Je neemt ons zoals we zijn, dan maar bang en bevreesd.

Lief C

Wie bang is voor een blog over relaties of sexuele avances kan beter niet doorlezen; leg het opzij voor een andere keer.

Een regelmatige rollercoaster vol emotie; in duizelingwekkende vaart van euforie naar diepgravende dysforie en terug. Terwijl mijn tranen langzaam drogen, voel ik mijn Lief naast me. Wat doe ik haar aan?

Zo’n 35 jaar geleden fluisterde ik het Lief C in haar oortjes; stukje bij beetje, het voor mij nog zo onduidelijke verwarrende gevoel. Ik koesterde het geheim al wat langer, als een vaag gevoel dat zich in de vroege ochtendschemer van mijn puberteit in nakende contouren aftekende zonder haar details prijs te geven.

Lief C weet, net als ik, van het gevoel, van de twijfel, van de vraag of het ooit nog over zal gaan. Weten! maar Beseffen? Het is als een boodschap zonder uitleg, zonder exegese; voorlopig nog zonder betekenis.

Steeds als het thema opkomt, speelt de vraag weer opnieuw; hoe groot is mijn gevoel? .. en hoe belangrijk? Wat zijn de gevolgen? Waar eindigt dit ooit? We wegen af en schuiven door; voorlopig nog niet… Het is als een tergend langzame carrousel; met iedere omwenteling komt het thema weer langs en iets later, verdwijnt het weer om de bocht, tot na een tijdje …  Lange tijd komen we niet los van de carrousel, zien we geen kans hem samen te verlaten. Een vaag traject van koesteren, van weten door C, van doen door mij, voorzichtige stapjes maakt het wachten aanvaardbaar totdat….

Er gebeurt er iets; een kookpunt, een vertwijfeling, wanhoop! en het geheim ligt bij derden op tafel. Zo kan het niet langer. Wat al werd geweten, wat al lang werd vermoed, is ineens realiteit. Alsof weten dan pas omslaat in realiseren.

Voor veel transgenderstellen stopt hier met een kortsluitingsschok de carrousel. Worden de partners verschillend weggeslingerd. Het aantal scheidingen waar de genderdysforie, de transeksualiteit, de oorzaak van is –althans volgens één van de partners- is gigantisch. Stellen die dit overleven zijn spaarzaam; ze hebben geluk en vooral elkaar.

Af en toe krijgt Lief C de vraag; hoe doe je dit zo zo? Hoe houd je dit uit? Wat betekent het voor jou? Een lastige vraag, immers is dat wat er voor de buitenwereld is veranderd, wel zo veranderd voor mijn Lief. Ooit trokken we bij elkaar in als maatjes, hoewel met ups en downs, de werkelijkheid van nu is niet veel anders; af en toe“vecht”maatjes, bijtertjes hooguit.

Wat Lief C overkomt is niet niets, een transitie doet ook de partner op haar grondvest schudden. Ooit schreef ik de kinderen  “….verder verandert er niets”. Een ernstige vergissing, al wisten we dat toen nog niet. Er is veel dat schuift en verandert; zeker de buitenwereld kijkt je ineens heel anders aan. Met rode oortjes misschien zelfs, immers hoe doen ze het nu dan… of straks. Eigenlijk is de waarheid heel simpel. Mijn ding is al ruim drie jaar al zijn levendigheid kwijt; af en toe krjgt C hulp van Christine; Le Duc wel te verstaan. En straks? Misschien bloeit mijn nieuw orgaan dan wat op, en voor het overige blijft alles bij het oude, knuffelen, strelen, koesteren, zoals voorheen.

Het is wennen ineens anders te worden bekeken; meer dan voorheen rekening houden met de samenleving om ons heen, zelfs reisdoelen worden twijfelachtig, immers of twee lesbiennes straks in het homofobe Rusland nog zo welkom zijn? Zelfs als we samen in een winkel een trui staan te passen moeten we ons leren te gedragen; lastig als we eigenlijk even een beetje stout en ondeugend zijn.

Het is niet eenvoudig jezelf als partner goed te houden als na de grote bekentenis je zwaar uitgevallen behaarde man zich ineens met hakjes in een jurk door de huiskamer beweegt; als een Man. Ik heb het Lief C zowel gemakkelijk als moeilijk gemaakt; de fase “man in jurk”, lees een innieminie korte broek – zo een waarin je je dochter van dertien nog niet los durft te laten- en een spaghetti hemdje met ontsnappende  bh-bandjes heeft bij ons bijna twee jaar geduurd, gelukkig waren we vaak met slechts de gevleugelde Boobies op onbewoonde eilanden. Het “behaarde” deed zich bij mij niet voor laat staan het “zwaar uitgevallen”. Door het hormoongebruik kwam mijn lichaamshaar nauwelijks meer terug, woog ik na een tijd nog maar 63 kilo en verschoof mijn lichaamsvet naar meer vrouwelijker plaatsen.

Dat er regelmatig door omstanders vergissingen werden gemaakt is dankzij mijn Buff mutsjes en shawls niet verwonderlijk; immers de vraag hoe mijn behandeling loopt -chemo dan wel te verstaan- of de terechtwijzing als ik weer naar de verkeerde “heren”wc  of douche dreigde te gaan ligt wel erg voor de hand. Neen, Lief C heeft op dit punt niet met kromme tenen gezeten.  De supersize zonnebril, om even niet te hoeven kijken, kon al snel weer af worden gezet.

Partners, die de transitie doorstaan, die hun eigen transitie gelijktijdig moeten doormaken; die soepel van hij en hem kunnen switchen naar zij en haar, die zonder kromme tenen door het leven kunnen gaan en zelfs de indringende vragen weten te doorstaan.

Zoals mijn Lief; dat soort partners, ze zijn verschrikkelijk zeldzaam.  Dat mag ook wel eens worden gezegd.

 

 

 

 

Vechters

Vechters, bijtertjes. Neen dit is geen schets van onze medelanders, net zo min als een karikatuur van de Iraans-Amerikaanse samenwerking om maar een onvriendelijk thema te noemen.  Neen, dat vechtertje ben ik zelf, of eigenlijk, zijn wij het zelf; mijn Lief C en Ik.

Naast dagen van tranen van vreugd en opperste gelukzaligheid in elkaars armen; van samen het geheim van mijn genderdysforie tientallen jaren als een kasplant laten rijpen en remmen, bewaren tot het moment van de bloei daar is, van beetje voor beetje de stappen in mijn opbloei doorlopen; van schipbreuken voorkomen en oceanen weerstaan, kunnen we het helaas ook anders.

Als concurerende katers, met nagels scherp buiten de poot; als verbale gladiatoren door gaan tot er één werkelijk het loodje legt, zo gedragen we ons af en toe. Niet echt practisch als je elkaar zo hard nodig hebt, op het pad, op weg naar de vrouw in mij.

Misschien een huwelijkse verlamming, een sleur zonder eind, zo’n dag van ronddraaien in kringen van actie en reactie, van “zoek de boef” en “duivelse dialogen”. Tijdens zo’n dag bevinden we ons in een draaimolen, rondjes rijdend achter elkaar aan. Het sloopt zo’n spel van voortdurend achter elkaar jagen zonder elkaar ooit te pakken te krijgen. Zo’n spel met ieder uur opnieuw verliezers, van winnaars geen spoor.

Er is een “hechtings”theorie (EFT), Sue Johnson, die deze wurgende omstrengeling beschrijft. EFT, Emotionally Focused  Therapy geeft een aanpak, aanwijzingen hoe je hier mee om kunt gaan. Het laat zien hoe je dit gedrag van mateloos veel van elkaar houden, van elkaar niet los kunnen laten  en toch figuurlijk, zonder reden, het vuur aan de schenen leggen, samen steeds opnieuw ten goede kunt buigen.

Het gaat gewoon over ons beiden, over Lief C en mij..

De kunst is natuurlijk de spiraal te doorbreken, het patroon bij je zelf te herkennen en tijdig een ruk aan het stuur te geven; althans rationeel gezien. Maar het draait hier om emotie, om pijn en verdriet, om blindheid en verbittering. In zo’n moment van absolute onmacht, van volslagen onvermogen jezelf of elkaar bij de haren het moeras uit te trekken, helpt er maar één ding.

Voor we in slaap vallen, ruggen naar elkaar, gebalde vuisten, proberen we het allerdiepste dat we hebben en voelen aan elkaar te laten zien. Mislukt, de oren staan bij ons allebei nog naar de verkeerde kant; gestrekt naar achter, op de hoede voor gevaar.

Als we allebei midden in de nacht wakker worden proberen we het opnieuw. Ik schets mijn allergrootste angst, mijn pijn, mijn in mijn eigen onderbuik allerdiepst gevoelde emotionele crash. Nog voor ik in noodkreten mijn nood aan geborgenheid heb beëindigd, klinkt het al vanuit de andere kant van het bed; dat zijn mijn woorden, dit is mijn pijn die je voelt…. Onze handpalmen vinden elkaar weer om 02.30, we schuiven op, kruipen tegen elkaar aan.

Schouderschokkend, voelen we warmte, geven en genieten; de veiligheid en geborgenheid keert terug.

Op mijn nachtkastje ligt “Houd me Vast” van Sue Johnson, een soort EFT voor Dummies; open bij het “vierde”gesprek.

NB ik ben zo vrij geweest een paar van haar analogieën en metaforen voor dit blog te lenen. Beter goed gestolen dan slecht geformuleerd.

IJsbreker

Mijn fantasie heeft me al jaren geleden in de steek gelaten; spreekwoordelijk althans. Wat naïef heb ik ooit gedacht dat mijn voorzichtige transitie -30 jaar door het huis sluipen op pumps, maar fluisterend mijn geheim delen met Lief C, voorzichtig verder gaan met kledingswitchen, alvast langzaam aan met de hormonen aan de slag, alvast grotendeels als vrouw leven een maand of acht per jaar in het buitenland- de opmaat vormde voor een nog voorzichtiger ingezet leven in eigen land.

Zoals gezegd, wat naïef; misschien wel dom en beslist, spreekwoordelijk, fantasieloos om zo te denken. Het tegendeel is waar. Nu bijna een jaar na mijn coming-out naar de dochters denk ik dat de typering ijsbreker een betere is. Met volle kracht vooruit; af en toe wat gas terugnemend en dan weer een leuk duwtje verder voltrekt zich mijn transitie. Overal om me heen kraakt en schuurt het als een nieuw evenwicht in de krachtenvelden gezocht moet worden.

Mijn ijsbreker verplettert niet, maar neemt voordurend gas terug en probeert nog steeds zo voorzichtig verder te komen. Toch is gekraak en geknars om me heen niet te vermijden. Wat simpel heb ik ooit gedacht dat de coming-out al tientallen jaren geleden naar Lief C, en pas een jaar geleden naar de dochters, de grootste schok zou opleveren. In feite was dat ook wel zo; daarna zou alles vanzelf goed komen, leek me. Over de naschokken heb ik niet zo nagedacht.

Nu, een jaar later, schokt het nog steeds. Voor de meest dierbaren in je omgeving is er iedere dag, al leef je al geruime tijd 24/7 als vrouw, een nieuwe coming-out. Dagelijks trilt het even, zoeken krachten grommend en krakend een nieuw evenwicht; de eerste shawl om mijn hoofd in plaats van mijn mutsjes, het nog strakkere shirtje, de eerste panty, de eerste jurk, sierraad of make-up. Een afspraak bij de VU, de logopediste, een andere hormoonpleister, allebei dezelfde laarsjes willen hebben; telkens schokt de vertrouwde wereld weer even. Zelfs voor Lief C; ook je vernieuwde, bestaande, relatie –die door de buitenwereld o zo snel stigmatiserend wordt ingevuld- schokt nog met regelmaat op haar grondvesten.

Voorzichtig schuift de ijsbreker weer een stukje verder. Als ik afscheid neem geeft dochter me drie van haar bh’s, cup A; ze gebruikt ze het komend jaar, zelfvoedend, toch niet meer.

Weer een stapje verder, een acceptatieschokje; dit keer mijn voorgevel.

Keukenrol

Niets culinairs draagt de keukenrol voor mij bij dezer dagen. In tegendeel, ik draag de rol met me mee in mijn tas; gewoon om het vocht op te vegen.

Terugkomen op Nederlandse bodem pakken we ook het contact met de dochters weer op. Een verscholen pad vol doornen ligt voor me. Een transitie op afstand, zover van hun huis, is misschien wel het best te vergelijken met een treinemplacement nadat de stroom is uitgevallen. Het is lastig gissen waar de verschillende treinen staan en wie er nog beweegt. Dat mijn trein de afgelopen maanden door denderde is duidelijk maar de anderen?

Hoewel, zeker de laatste maanden, mail, telefoon en skype, volop beschikbaar, intensief zijn benut heeft een echt gesprek van me niet altijd plaats kunnen vinden. Het is lastig. Na meer dan twee jaar proefdraaien in het buitenland loopt mijn 24/7 vrouwentrein nu ook in ons eigen land op volle kracht. Heel af en toe als we een aantal weken in Nederland zijn zien ze mijn wagon langs denderen. Ik worstel; stilzetten tot ze bij zijn? afremmen zodat er toch nog wat voortgang blijft? doorgaan tot ze ooit in het door hen gevraagde tempo langszij komen?

Bijna 30 jaar vulde ik de “vader”rol voor hen in. De switch is niet zomaar gemaakt; als die switch sowieso ooit plaats zal vinden, immers een moeder als Lief C  zal ik nooit meer kunnen zijn. Ik mis gewoon de juiste onderdelen.

Al bellend met een van hen, nu wel, worden kuilen gegraven, posities vastgezet. Het voelt zo fout, ik wil zo graag nader bij komen; een afstand die vanwege het “verleden” alleen maar vergroot lijkt te worden. Zo niet zo bedoeld maar door mij toch zo gevoeld, lijkt het of we elkaar steeds slechter verstaan. Het contact komt nauwelijks tot stand.

Skype, sms, mail. Ik weet het niet meer. De omgeving sust, het komt wel goed, geef het de tijd. Ik wil wel, maar ik wil ook zo graag.

Het verleden; het klinkt zo zwaar. Ik voel me een misdadiger, een delinquent. Ineens kan ik me voorstellen wat iemand voelt die “echt” een verleden meesleept; het hangt aan je voeten als een metselbak vol beton, terwijl je aangemoedigd wordt verder te lopen.

Een voordeel heeft mijn verleden nu wel; al jaar en dag ben ik bang zonder keukenrollen en toilet papier te zitten. De kasten puilen uit. Heb ik in elk geval genoeg voor mijn nachtelijke emo-buien. Mijn hormonen spelen nu, terug in het 15 graden klimaat, weer even een weekje meer op dan in de warmte de afgelopen maanden.

Gelukkig heb ik nog een verse; een keukenrol.

Plakken of Besmettelijk

In bikini, lekker in de schaduw met een kop koffie, genieten we even tussen de werkzaamheden door van de wereld om ons heen.

Een zeiljacht maakt zich los van z’n ligplaats en zoekt z’n weg naar buiten. De man die verantwoordelijk was voor de voorlijnen is klaar met z’n klus. Tevreden kijkt hij rond en werpt zijn blik op ons, hij recht zijn rug, showt z’n sixpack en trekt zijn buik in. Lastig hoor man zijn als je zo dicht langs twee vrouwen vaart. Lief toch? Zo’n reactie.

Aan het begin van het jaar, in een toeristen gebied in Thailand, hadden we hetzelfde resultaat. Mannen, aan het stuur van een stoere motorboot, die al langsvarend hun nek steeds verder verdraaien tot ze achterstevoren op hun stuurbankje zitten; en dan bij het verlaten als de blikken niet langer kunnen plakken, een stevige dot gas. Schattig toch?, zo voorspelbaar en zoveel testosteron.

Een paar maanden geleden moest ons varende kantoor dringend bijgeschilderd worden,  gevalletje verzekeringsaansprakelijkheid. Even konden we een tijdje niet overdag aan boord verblijven. Het kantoor werd verplaatst naar de rand van het zwembad; geen straf bij 35+. Dagelijks trok ik tussen de bedrijven door mijn baantjes, in bikini met zwemrokje, omringt door mannen, eenzaam en alleen (met boek) op hun ligbed rond de pool. Je leert het appreciëren die geïnteresseerde blikken terwijl je je fitness baantjes trekt.

Nu we dezer dagen zoveel bereikbaarder en publiekelijker liggen valt het pas op; regelmatig hebben we een gesprekje op de kade. Mannen die belangstellend vragen welk wasmiddel ik gebruik om de lijnen te wassen; vrouwen die vriendelijk groeten. Heel anders dan toen we kantoor hielden in ver weggelegen baaien.

Het is een apart fenomeen. Het lijkt wel of iedereen een praatje met ons mag maken, op één groep na; mannen, vrouwen deel van een echtpaar aan boord van een andere boot. Iedere keer als een van ons twee langs loopt groeten we en zeggen we dag. Maar neen, zelfs bij landgenoten, knikt meteen het hoofd; niet ter begroeting, maar kennelijk omdat het kruiswoordraadsel, het borduurwerk veiliger is.

Ik lijk wel besmettelijk, de virtuele bocht die echtparen maken om ons heen. Alsof de gedachte aan twee vrouwen, samen op dat varende huis, een onmiddellijke blokkering oplevert. Straks zijn ze besmet, wie weet wat er dan weer met je gebeurt.

Neen, als ik mag kiezen dan toch liever die belangstellende gesprekken,  de plakkende blikken,  het lichte loensen als hun blik naar beneden wegglijdt. Alles beter dan de calvinistisch stoïcijnse narrowminded kruiswoordpuzzelaars en borduursters.

Ik ga van de winter maar eens een brei -en haakcursus volgen, misschien helpt het om het gesprek aan te gaan.

Vorige Oudere items