Dochter

DSC06875bHet is al bijna 15 jaar geleden dat mijn moeder overleed. Mijn contact met mijn broertje en zusjes is afstandelijk, wantrouwend en onprettig. Ik zie ze vrijwel nooit. Hun nieuwe zus is duidelijk niet in goede aarde gevallen. Haaks op mijn gevoelens, maar wel realiteit, is dat ik in lijn met alle mannen in mijn familie een onmiskenbare kaalheid heb meegekregen.
Nu ik in mijn RLE, mijn proefjaar, zit heb ik ineens recht vanuit de zorgverzekeraar op een pruik; “… om als vrouw in de maatschappij te kunnen functioneren..” zegt de verwijsbrief van de VU. Grappig genoeg heeft mijn haar me de afgelopen paar jaar van mijn transitie eigenlijk nooit echt dwars gezeten. Mijn Buff mutsjes en mijn shawls en heel incidenteel mijn “Neckermann”pruik, boden me meer dan genoeg variatiemogelijkheden om een vrouwelijk kapsel te suggereren. Ik denk dat ik sinds 2008 nauwelijks meer zonder muts, Buff of shawltje heb geleefd. Ik voelde me er prettig bij. Die enkele keer dat iemand Lief C minzaam vroeg naar mijn levenskansen op termijn, laat ik maar even buiten beschouwing. De keren in het begin dat iemand me minzaam aanstootte dat de “dames-wc” de andere deur was incasseerde ik genoegzaam.
Toch, zo in eigen land bezig met mijn dagelijkse activiteiten, komt het gevoel wel boven. Het gevoel van weer een nieuw stapje op de “weg naar de vrouw in mij”. Niet meer opvallen met mijn hoofddoekjes, maar gewoon vrouw kunnen zijn te midden van anderen.
Op een regenachtige middag stap ik samen met mijn Lief de haarwerkstudio in. Een advies van een vriendin, ze komt er al tijden tevreden vandaan. Er gaat een wereld voor me open, kleur, stijl. Ik voel me groeien.
Toch gebeurt er iets. Tussen al het halflange, kittig korte, kastanje bruine en blondere toefjes haar, dringt er ineens iets tot me door. Telkens als ik in de spiegel kijk zie ik niet alleen mijzelf, maar vooral ook mijn moeder, mijn jongste zusje. Telkens opnieuw word ik geconfronteerd met mijn verleden. Eigenlijk zien we het allebei op hetzelfde moment. Een verrassing, verbijstering, verwondering. Mijn gevoel schiet heen en weer. Mijn Lief bevestigt wat ik zie. Ik weet niet wat me overkomt. Een enkele pruik leg ik weg, daarmee ben ik -een compliment, dat wel- helemaal een kopie van mijn jongste zusje. Alsof ik haar na-aap.
Langzaam ontstaat een beeld, een rijtje “over-na-denk-pruiken”. Als ik thuis de foto’s nog eens bekijk zie ik de lijnen nog duidelijker. Wat ik ook ga kiezen, ik kies voor mijn afkomst. Een keuze voor de vrouwelijke lijn, de lijn van mijn moeder, mijn zusje.
Samen met mijn Lief neem ik een beslissing. Het jaar voor ons, wordt het “kittig kastanjebruin”.
Een paar uur later zijn de laatste naadjes aangepast. Als ik naar buiten ga, wat onwennig nog, voel ik het gewoon.
Mama heeft er een dochter bij gekregen, haar derde. Onmiskenbaar.

Advertenties

Verslaafd

Ik ben verslaafd. TV programma’s te over rond dit thema; alleen niet over mijn verslaving. Ik ben verslaafd aan hoofddoekjes, aan shawls.

We kijken samen naar de film What Ever Will Be, een heftige schokkende film over de (non)-relatie tussen de transseksuele Zila die zich een echte trans vindt (wist het al na haar geboorte) en Ilona, een oudere transseksueel, die het al heel lang weet maar er pas een aantal jaren geleden mee voor de dag kwam, -een nep-trans volgens Zila. Hoewel de film me schokt, voor wie zou het nu fijn voelen opeens in het hoekje “nep” geschoven te worden, geniet ik toch. Zila, een Surinaamse, heeft in iedere scene weer een ander hoofddoekje met weer een nieuwe creatieve knoop.

Al jaren voor m’n coming-out droeg ik mutsjes (Buff) en hoofddoekjes, eerst alleen tegen de zon, maar later steeds meer ook om mijn vrouwelijkheid te benadrukken. Ooit aan de andere kant van de wereld werd ik er door een man op gewezen dat ik de verkeerde toilet in liep; de heren in plaats van de dames. Mijn gebloemde Buff, wat vrouwelijker verschoven, was voldoende voor dit voor mij aangename moment.

Zo’n Buff mutsje op je hoofd, zo’n hoofddoek om je haar, ongewild kijken mensen je meewarig aan. Ooit werd Lief C aangesproken door een Amerikaanse, we leefden ergens in de middle of nowhere, die vroeg hoe ver ik was met mijn behandeling; eigenlijk bedoelde ze of ik het ging overleven, mijn chemokuur en resultaat.

Ik ben een oude kale trans, daar valt weinig aan te veranderen, hoewel inmiddels met lang haar. Maar hoe ik ook heb geprobeerd, mijn kruin, mijn inhammen zijn gewoon kaal en niet zo’n beetje ook. Eigenlijk helpt er maar een ding, een pruik. Ik heb er een, een goedkopere, die ook nog aardig staat, alleen ik gebruik hem bijna nooit. Ik heb mijn mutsjes en shawls.

Mijn eerste shawls heb ik gekocht her en der in Oceanië. Pas in Maleisië vond ik mijn Mekka, qua shawls dan. Met zoveel islamitische vrouwen om me heen was het vinden van een wekelijkse nieuwe shawl geen probleem. Lastig genoeg wordt de shawl in het wat traditionele Maleisië vooral als Hijab gedragen, de bedekkende islamitische dracht. Niet direct mijn voorbeeld.

In Turkije tref ik, althans in de steden, meer vrijheid. Hoofddoeken worden frivoler geknoopt en, daar ligt mijn leermoment, af en toe op straat gewoon weer opnieuw geknoopt en vastgezet. Met een van mijn vele haarklemmen erin, alle mogelijkheden voor een regelmatig ander gezicht.

Tot ik Zila zie. Wat zij draagt is een van de vele Afrikaanse hoofddoekknoop stijlen. Weer nieuwe inspiratie. Nu kan ik ze weer op andere manieren gaan knopen. De hele dag oefen ik met de laptop (internet!) op de badkamer voor de spiegel.

Neen, ik blijf lekker bij mijn hoofddoekjes, knopen en haarklemmen; voorlopig mijn handelsmerk; voor mij nog geen pruik, dat komt wel als ik echt oud ben.

Mottenballen

Het wordt wat meer kil tegen de avond. De warme nachtponloze nachten zijn voorbij. Er staat een straffe oostenwind die het kille avondeffect verstrekt. Ik wissel mijn spagettibandjes toch maar voor een shirtje met een pareo; tweemaal rond, wat strak van onder.

Al weer 8 maanden draag ik mijn mutsjes en hoofddoekjes nu continue; zelfs de maanden in Nederland heb ik ze niet afgezet. Kaal als ik ben heb ik de shawls en zo gewoon nodig om mijn female-look niet onderuit te laten gaan. De bijdrage van de Androcur is onvoldoende om me weer een volle haardos te geven.

Met een week vliegen we terug naar huis. Ik zie in de weersverwachting dat de herfst in Nederland zijn intrede gaat doen; tijd om mijn haardracht nog eens kritisch te bezien. Een paar jaar geleden kocht ik een korte, grijs/zwarte pruik; mijn eigen haarkleur. Ik heb hem eigenlijk alleen in huis gedragen. Er  mee naar buiten gaan waren we toen nog niet aan toe. Eigenlijk wil ik iets dragen dat natuurlijk aansluit op mijn mutsjes en hoofddoekjes. Terwijl we alvast kleren bij elkaar zoeken die mee terug naar huis gaan, haal ik mijn pruik eens uit de mottenballen.

Als ik hem opzet valt het resultaat eigenlijk mee. De hele middag sta ik de pruik te passen samen met al mijn doekjes. Poserend, draaiend, breder en smaller, pas ik alle varianten die ik beschikbaar heb toe. Het wordt wel wat. Lief C neemt de tijd aan het nieuwe beeld te wennen. Van kleren pakken komt niet veel meer.

Uiteindelijk besluit ik de succesvolste combinatie de verdere dag maar gewoon niet meer af te doen. Een springerige haardos door een shawltje bij elkaar gehouden; alsof de springerige haardos altijd al onder dat hoofddoekje of mutsje zat. Er moet nog een boodschap worden gedaan.

Het aan de voorkant van ons drijvende huisje de kade op stappen is door de dag heen met een korte broek aan al een gewaagde handeling; de afgelopen dagen heb ik al twee keer mijn lady-crocs uit het water gevist. Nu met mijn halflange strakke pareo maak ik het mezelf wel heel erg moeilijk. Iets  verder staat een Turkse meid me aan te kijken, ze houdt ons de hele dag al wat in de gaten –typisch geval van waar zijn die mannen nu? Met open mond ziet ze me acrobatisch naar de kade springen.  Met springende haardos en al loop ik weg; als ik even later terugkom staat ze er nog steeds.

Pas als ik weer tegen het laddertje vanaf de kade ons huisje ben op geklommen kijk ik haar aan; ze glimlacht. Mijn pruik heeft de “buiten”toets doorstaan.