Zij is een Hij

Vroeg op vandaag. Na een avondlang doorbeulen is een wekker om 05.00 wel op z’n plaats. Gelukkig verlicht de taxichauffeur, het is nog donker, meteen mijn lijden als hij, zoals hij en collega meldt, de dames naar het station toe brengt. Geloofwaardig reizen als vrouw, daar om draait het vandaag.

Eenmaal op Schiphol doe ik nog een poging mijn vooraf geboekte kaartje van geslacht te laten veranderen. Het met grote letters gemelde “Mr” doet pijn aan mijn oog, en vooral raakt pijnlijk mijn hart. Alsof de fout die bijna zestig jaar geleden, in mijn geboorteacte is ontstaan, door niet naar mijn eigen gevoel te vragen, vandaag breed uit gevlagd moet worden. De vriendelijke man achter de balie kan vandaag niets meer voor me doen. Gelukkig kan hij voor volgende vluchten die verafschuwde “Mr” van de boardingpass af krijgen. Ik ben benieuwd of het werkelijk gaat lukken die keer.

Er zijn maar weinig momenten in een jaar waarin ik zo duidelijk geconfronteerd word met mijn rammelende gegevens. Ik schaam me er bijna voor. Dat Mr op mijn ticket, mijn instapkaart, die M op mijn ID, op mijn visum.
Beleef ik dat nu alleen zelf zo? Van balie tot security, is er niemand die er naar vraagt, niemand die die M ziet in mijn gegevens. Ligt het dan echt alleen aan mij. Zie ik dan alleen hoe ik in tegenspraak lijk te zijn, aan de verkeerde kant van de grens.

Speciaal voor de Turkse kant van mijn grensgeschil heb ik zelfs mijn hoofddoekje al klaar liggen in mijn handtas. Als ik dan nog niet genoeg kan overtuigen, samen met mijn nieuwe kapsel, mijn VIVA, mijn oorbellen en lipgloss, weet ik het niet meer.
Nou ja, een extra wapen dan, in mijn handbagage stopte ik op het laatste moment nog mijn sandaaltjes –hak 10 cm +NAP-. Als ik dan nog niet kan overtuigen.

Madam, Welcome in Turkey. Routineus checkt de douanier mijn ID-kaart en visum. Had ik die aardbeienvlek in mijn lies toch nog voor niets gemaakt.

Hij is een Zij. Waarschijnlijk ben ik de enige die overtuigd moet worden.

Advertenties

Tutten en twijfelen

Terwijl ik twijfelend voor onze gezamenlijke kledingkast sta, dringt het ineens tot me door. Na maanden aandacht voor mijn passabiliteit –kom ik voldoende over als vrouw- is dat thema verworden tot een open deur. Ik ben een vrouw, zelfs een die op twee letters scoort in de LGBT reeks. Neen, het thema dat me in twijfel stort, is de alledaagse vraag: Wat doe ik aan vandaag? Wordt het een jurk, een rok, of toch maar mijn skinny jeans. Daarboven of onder, een trui, een blouse, een shirtje, platte pumps, hakjes, laarsjes of sandalen. En dan als afmaker, sierraden, veel of weinig of alleen make-up?

Of ik er vrouwelijk genoeg uit zie, speelt niet meer. Wat me bezighoudt, bij de afspraken op dit moment, is of ik wel voldoende gekleed ben. Is het toch niet overdressed? Of juist te weinig. Aan welk stereotype zal ik vandaag eens voldoen. Ben ik knuffelbaar genoeg voor een klas vierdeklassers of kan ik beter toch mijn stiletto’s aan doen, zoals mijn vrouwelijke partner voor de klassen van die dag als grapje voorstelt. Kun je in ieder geval de vierdeklassers een beetje van het lijf houden. Of toch maar, lesbo-rolconform, mijn bergschoenen en mijn tuinbroek?

Iedere dag wat anders. Dan weer draag ik bij in de ontmoeting met een Rotterdamse wijk, dan weer spreek ik na het bezoek aan mijn logopediste af met een vriendin die ik tot nu toe alleen maar digitaal tegenkwam en pik gelijk een brief op bij de VU –wat trek je aan naar de VU als je er eigenlijk niet voor een gesprek moet zijn?

Mijn volle week begint met een vriendin die op bezoek komt, gepland, terwijl we gelijk ook de cv-man over de geleidelijk steeds nattere vloer hebben. Als ik ’s ochtends mijn mail open maak, stellen vrienden voor morgen langs te komen. Pas als ik de afspraak bevestig, lees ik “tot straks”. Het dringt tot me door dat gisteren hun “morgen”, gewoon in het hier en nu “vandaag” betekent. Het past gelukkig prima, kort nadat de eerste vriendin na lunch en thee wegrijdt, is ook de cv man voorlopig klaar. Als de volgende vrienden binnenkomen hebben we het gezellig tot het eind van de middag. Maar oh, die ochtend, zo’n gemengde dag, wat trek ik hierbij nu weer aan?

Ik begin de dagen daarna, samen met andere Rainbow City Rotterdam vrijwilligers 2 dagen met gesprekken met 4e klassen van een middelbare school. Spannend, ik heb er zin in. Zeven maal de persoonlijke verhalen van mij en mijn voorlichtingspartners, zeven gesprekken, zeven keer een coming-out. Tussendoor heb ik eerst nog mijn tekenvriendinnen beloofd bij de volgende tekenles mijn hoofddoekje verwisseld te hebben voor mijn nieuwe kapsel. Leuk, nog een kleine coming-out, zo tussendoor. En weer die vraag, wat trek ik vandaag nu weer aan.

Dit gaat nog wel even door, twijfelen voor de spiegel, tutten voor de kledingkast. Tutten, twijfelen, ik lijkt wel een vrouw.
Het is dat het hoofdmotief van mijn contacten met anderen buiten de deur is, acceptatie, respect, verdraagzaamheid. Ik kan in ieder geval vooral mijzelf zijn, meer komt er uiteindelijk toch niet uit mijn -kleding- kast.

Dochter

DSC06875bHet is al bijna 15 jaar geleden dat mijn moeder overleed. Mijn contact met mijn broertje en zusjes is afstandelijk, wantrouwend en onprettig. Ik zie ze vrijwel nooit. Hun nieuwe zus is duidelijk niet in goede aarde gevallen. Haaks op mijn gevoelens, maar wel realiteit, is dat ik in lijn met alle mannen in mijn familie een onmiskenbare kaalheid heb meegekregen.
Nu ik in mijn RLE, mijn proefjaar, zit heb ik ineens recht vanuit de zorgverzekeraar op een pruik; “… om als vrouw in de maatschappij te kunnen functioneren..” zegt de verwijsbrief van de VU. Grappig genoeg heeft mijn haar me de afgelopen paar jaar van mijn transitie eigenlijk nooit echt dwars gezeten. Mijn Buff mutsjes en mijn shawls en heel incidenteel mijn “Neckermann”pruik, boden me meer dan genoeg variatiemogelijkheden om een vrouwelijk kapsel te suggereren. Ik denk dat ik sinds 2008 nauwelijks meer zonder muts, Buff of shawltje heb geleefd. Ik voelde me er prettig bij. Die enkele keer dat iemand Lief C minzaam vroeg naar mijn levenskansen op termijn, laat ik maar even buiten beschouwing. De keren in het begin dat iemand me minzaam aanstootte dat de “dames-wc” de andere deur was incasseerde ik genoegzaam.
Toch, zo in eigen land bezig met mijn dagelijkse activiteiten, komt het gevoel wel boven. Het gevoel van weer een nieuw stapje op de “weg naar de vrouw in mij”. Niet meer opvallen met mijn hoofddoekjes, maar gewoon vrouw kunnen zijn te midden van anderen.
Op een regenachtige middag stap ik samen met mijn Lief de haarwerkstudio in. Een advies van een vriendin, ze komt er al tijden tevreden vandaan. Er gaat een wereld voor me open, kleur, stijl. Ik voel me groeien.
Toch gebeurt er iets. Tussen al het halflange, kittig korte, kastanje bruine en blondere toefjes haar, dringt er ineens iets tot me door. Telkens als ik in de spiegel kijk zie ik niet alleen mijzelf, maar vooral ook mijn moeder, mijn jongste zusje. Telkens opnieuw word ik geconfronteerd met mijn verleden. Eigenlijk zien we het allebei op hetzelfde moment. Een verrassing, verbijstering, verwondering. Mijn gevoel schiet heen en weer. Mijn Lief bevestigt wat ik zie. Ik weet niet wat me overkomt. Een enkele pruik leg ik weg, daarmee ben ik -een compliment, dat wel- helemaal een kopie van mijn jongste zusje. Alsof ik haar na-aap.
Langzaam ontstaat een beeld, een rijtje “over-na-denk-pruiken”. Als ik thuis de foto’s nog eens bekijk zie ik de lijnen nog duidelijker. Wat ik ook ga kiezen, ik kies voor mijn afkomst. Een keuze voor de vrouwelijke lijn, de lijn van mijn moeder, mijn zusje.
Samen met mijn Lief neem ik een beslissing. Het jaar voor ons, wordt het “kittig kastanjebruin”.
Een paar uur later zijn de laatste naadjes aangepast. Als ik naar buiten ga, wat onwennig nog, voel ik het gewoon.
Mama heeft er een dochter bij gekregen, haar derde. Onmiskenbaar.

Undercover

We staan naast elkaar aan het fornuis. Zij pureert bietjes voor een ravioli met kruidige buitjesvulling, ik los de gelatine op voor de veel te machtige tiramisu. Het gaat het met je? 14 dagen geleden sprak ik haar voor het laatst; ze is ruim zeven maanden zwanger. “Steeds meer “harde” buiken, je kent het zelf vast ook nog wel. Moet het wat rustiger aan doen, loop nu bij de fysio”. Ik knik, bekkenbodem, instabiliteit. ” Ja, precies”
Het voelt zo gewoon, zo’n gesprek je over de pannen, de boodschappenkar, over mijn tekenpapier, bij de voordeur of op straat. Wat valt er in een transitie nog te doen als je eigenlijk alles al hebt gehad, alle coming-outs achter de rug zijn, al maanden lang nergens meer gemeneerd wordt en eigenlijk gewoon wil gaan doen.
Precies, “gewoon” doen, de vraag is alleen hoe gewoon is gewoon?. Terugkomend vanuit het buitenland probeer ik de draad weer op te pakken, familie, vrienden etc. Tussendoor bezoek ik samen met mijn Lief noodgedwongen af en toe de VU. De zelfdiagnose moet uiteindelijk nog wel bevestigd worden.
Ik geef het voortaan “gewoon” doen, mijn sociale integratie als vrouw, wat meer kader, gewoon doen als oudere vrouw, oma en moeder, vrouwelijke partner. Een actieterrein dat mij waarschijnlijk het best ligt. Nu ik toch al zolang niet meer gemeneerd wordt, moet dat toch lukken. Ik ga “stealth”, onzichtbaar. Anders dan bij de meeste vrienden en kennissen, hoeft verder niemand meer te weten van mijn verleden als man. Niemand vertel ik verder van mijn worsteling als transseksuele vrouw. Alleen als dat, zonder het zo te benoemen, ooit eens in de sfeer van een verhaal zo past. Ik ga undercover, hoewel echt undercover is het niet, het is mijn nieuwe jas. Een jas die ik eigenlijk al tijden draag en nooit meer uit wil doen.
In mijn tekenclubje, zo noem ik mijn dinsdagochtend teken en schilderles maar even, vind ik precies de lotgenoten die bij me passen. De meeste zijn moeder of grootmoeder, verwachten een kleinkind en passen qua leeftijd en leefwereld precies. We tekenen dit keer anatomisch correcte figuren. De opmaat voor het echt tekenen van een persoon. Al snel komt het gesprek op onze eigen maten, hoe de overgang de een tot gewichtsverlies brengt , terwijl de ander juist aankomt. De hormonen vliegen over tafel, typisch mijn ding, ook vol hormonen, ook in een soort overgang, ook mijn gewicht vloog er een paar jaar geleden zo af. Ik babbel leuk mee.
Als een van de mede tekendames op een dag grootmoeder wordt rollen de bevallingsverhalen van de dochters over de tafel, onmiddellijk gevolgd door die van ons zelf. Nou ja, beken ik eerlijk, ik kan geen kinderen krijgen, mijn Lief deed al het werk. Er wordt begrip vol geknikt, de vrouw-vrouw relatie –mijn vriendin- heeft ook meteen haar plek.
Nog geen uur bezig op een kookworkshop en het bevallingsverhaal , andere deelneemsters, loopt al weer keurig in het spoor. Wederom deel ik mijn ervaring, misschien de volgende keer er ook bij vertellen hoe ik om drie uur in de nacht de bevalling bij mijn Lief C zelf maar deed, omstrengeling verhelpen, forceren adem te halen, zorgen dat er nieuw leven kwam in dochterlief. En met succes, nu bijna dertig jaar later is ze, een van de belangrijkste steunpunten onder mijn transitie.
Soms voel ik me alsof ik dans op het slappe koord, stapje voor stapje in een wereld die ik me juist in haar nuances steeds meer probeer eigen te maken, bang te vallen, gericht om voldoende gracieus de overkant te bereiken. Niet vallen en vooral niet opvallen.
Gewoon doen draait niet alleen om mee kunnen praten, de zeden en gewoontes. Het gaat ook om voorkomen en verschijnen. Mijn hoofddoekje, nog niemand heeft, anders dan in het buitenland ooit gevraagd, hoe erg het nu met me is? hoe lang ik nog te leven heb? De juiste toon, de juiste intonatie. Zelfs in het gesprek met mijn omgeving, mijn kook en tekenclubjes, mijn uitgevers lukt het me nog de juiste toon en hoogte te vinden.
Een transitie is een overgang. Een overgang van werelden. Stapje voor stapje maak ik voortgang, kom ik steeds dichter bij mijn doel. Onzichtbaar, onmerkbaar en niet waarneembaar maak ik me mijn nieuwe wereld eigen.

Bevalling

Passabel zijn, Stealth leven; hoe ver moet je daarmee gaan. Sommige levensessentiële ervaringen zul je als vrouw van mijn soort bij de huidige stand van de wetenschap eenvoudig nooit krijgen.

Tijdens een creativiteitscursus wisselen de aanwezige dames de laatste nieuwtjes over hun kinderen en kleinkinderen uit. Trots op mijn kinderen en kleinkinderen doe ik gretig mee. Vrouwen doen dit nu eenmaal en de enige man heeft de cursus al na een les verlaten; kennelijk was dit vrouwen overschot hem toch teveel.

Met het kraamfeest (zie Gordiaans) nog in de benen en mijn kluivende en sabbelende jongste kleinzoon nog in mijn hoofd, vertel ik mijn mede cursisten hoe groot hij al is geworden na een maand; “grootmoeders” vertellen dit soort dingen nu eenmaal graag. Al snel komen we op de bevalling en naar aanleiding van een live “vriendelijke keizersnede” op tv een paar dagen eerder vertel ik hoe ik samen met Lief C ernaar heb gekeken; een beeld krijgend waarom dochterlief zo enthousiast was over haar “vriendelijke”bevalling 5 weken daarvoor.

Het gesprek kabbelt door en komt al snel op de bevallingen van de verschillende dochters en schhondochters en kort daarna ieders bevallingen jaren daarvoor. Heel voorzichtig voelde ik de vraag al aankomen. De vraag naar mijn eigen bevallen van dochterlief.

Lang hoefde ik niet over de vraag na te denken. “ Ik ben nooit bevallen” antwoord ik met een gezicht dat het midden houdt tussen spijt en berouw. Even is het stil “dat heeft mijn Lief gedaan” vul ik aan. Het gesprek krijgt een andere wending. Kennelijk weten mijn medecursisten het even niet meer.

Beter de werkelijkheid van een bijzondere relatie achterlaten, dan een leugen om z’n best wil denk ik maar zo.

Omgeving

Als ik luister naar andere zusters, transgenders –of van ze lees- bekruipt me iets tweeslachtigs. Dan weer lees ik dat de vrouw in hen het enige belangrijke is. Ik ben wat ik me voel; wat mijn omgeving vindt doet er niet toe. Dan weer lees ik elders dat transgenders het bovenop hun intrinsieke vrouwzijn belangrijk vinden om ook goed in die omgeving te passen.

Mijn gevoel ligt toch vooral bij dit laatste; 100% vrouw, maar wel passend binnen mijn omgeving. Decennia lang heb ik dit al geoefend; vrouw voelen maar zo mannelijk doen dat ik naadloos binnen mijn masculiene omgeving paste. Nu doe ik het anders om, een rijpingsproces, zodanig vrouw zijn van binnen en van buiten, dat mijn omgeving, ook als ze me niet kent, me als een natuurlijke vrouw aanvoelt.

Een paar maanden geleden kreeg Lief C toen ze bij ons in de straat liep, complimenten van een verre buur. We hadden haar al een tijd niet meer gesproken. Lief C werd gecomplimenteerd met haar nieuwe partner die zo intensief met Lief C’s kleinzoon aan het spelen was. Even was het stil, tot er een glimlach verscheen. Die nieuwe partner was ik, spelend met wat ook mijn kleinzoon is. Ze had de nieuwe vrouw van Lief C niet meer herkend; de verre buurman van de laatste 30 jaar.

Het lang weggestopte “vrouw”gevoel -het gevoel te weten wie je bent en het alleen nog niet kunnen laten zien- ontwikkelen tot een volwaardige, ook maatschappelijk aanvaarde, vrouw vraagt tijd. Tijd die net als secondes langzaam weg tikt, maar tegelijker tijd ook in schokken vooruitspringt om dan weer hopeloos lang stil te blijven staan. Tijd waarin die “vrouw vanbinnen” in de verkeerde verpakking heel langzaam naar boven komt, de eerste lagen van haar verpakking verandert –ze gaat zich anders kleden-, waarin haar lichaam zich anders vormt, waarin ze door oefening haar “maniertjes” gaat aanpassen, haar stem vrouwelijker kan laten klinken, haar loopje aanpast. Net zolang tot ook de omgeving de vrouw in haar niet alleen meer accepteert maar ook, een fase verder, zo ervaart.

Voor een van mijn artikelen moet ik in mijn fotocollectie zijn, een aparte harde schijf met tienduizenden digitale  plaatjes. Al bladerend kom ik in mei/juni 2011 foto’s van me tegen; een man met in zich al de groei die bevorderd is door de hormonen -in het eerste halfjaar heb ik om de risico’s die ik nam te beheersen, maar heel geleidelijk de dosis aangepast- Ik zit dan inmiddels op de helft van de reguliere dosis. Een volgende fotostrip laat me zien in een heel andere gedaante, nauwelijks twee weken later, een onmiskenbaar aankomende vrouw die loopt langs de vloedlijn.

In mijn lagere schooltijd, in de Bollenstreek, kregen we een zakje bloembollen om thuis te laten groeien (zg. “trekken”) en bij de bloei te etaleren. Soms voel ik me als zo’n tulp in spé, maandenlang in het donker in de kast, om dan op een mooi moment te voorschijn te worden gehaald en in een afwisseling van invloeden vanuit de omgeving –warmte, liefde en genegenheid- en pit in jezelf uit te groeien tot iets moois.

Gevormd, maar ook verscholen in mijn verleden, koester ik het verleden desondanks. Het is een wankel evenwicht, vergeten wat ooit was –niet alsof je met je voeten in het beton van je verleden bent gegoten, verder mogen  gaan-  maar tegelijkertijd weten dat je fundament wel in dat zelfde verleden ligt. Mijn Linkedin profiel laat mijn verleden en mijn heden “Transwoman, schrijfster van …” zien. Nog een tijdje dan gaat dat Transwoman, een geuzenaam, eraf, dan heeft zijn functie gehad en heeft het mijn “contacten” geholpen bij me te blijven.

Ik heb een gesprek met mijn logopediste. Ze is tevreden, mijn stemgebruik en hoogte prima zo. We oefenen nog even door. Verbaast vraagt ze waarom ik twijfel aan mijn telefoonstem; kennelijk beeld je je soms gewoon iets in. Als ik wegloop complimenteert ze me met mijn baardepilatie; hhhuh, baard? Glimlachend vertel ik haar dat er nog niets is geëpileerd; voor mij is tweemaal per dag scheren voldoende. Het is eind van de ochtend, nog een paar uur dan pas ben ik aan mijn tweede beurt van vandaag toe.

Zoals een bergbeklimmerster zich omhoog werkt in een wand door dan eens een voet in een nauwte achter haar te zetten en dan eens op wrijving haar voet recht vooruit, zo voel ik mijn ontwikkeling als vrouw. Dan weer kom ik een stapje verder op eigen kracht; dan weer is het mijn omgeving die me een stapje verder helpt.

Ontwikkeling in wisselwerking; onmisbaar die twee, eigen kracht en reflectie.

Plakken of Besmettelijk

In bikini, lekker in de schaduw met een kop koffie, genieten we even tussen de werkzaamheden door van de wereld om ons heen.

Een zeiljacht maakt zich los van z’n ligplaats en zoekt z’n weg naar buiten. De man die verantwoordelijk was voor de voorlijnen is klaar met z’n klus. Tevreden kijkt hij rond en werpt zijn blik op ons, hij recht zijn rug, showt z’n sixpack en trekt zijn buik in. Lastig hoor man zijn als je zo dicht langs twee vrouwen vaart. Lief toch? Zo’n reactie.

Aan het begin van het jaar, in een toeristen gebied in Thailand, hadden we hetzelfde resultaat. Mannen, aan het stuur van een stoere motorboot, die al langsvarend hun nek steeds verder verdraaien tot ze achterstevoren op hun stuurbankje zitten; en dan bij het verlaten als de blikken niet langer kunnen plakken, een stevige dot gas. Schattig toch?, zo voorspelbaar en zoveel testosteron.

Een paar maanden geleden moest ons varende kantoor dringend bijgeschilderd worden,  gevalletje verzekeringsaansprakelijkheid. Even konden we een tijdje niet overdag aan boord verblijven. Het kantoor werd verplaatst naar de rand van het zwembad; geen straf bij 35+. Dagelijks trok ik tussen de bedrijven door mijn baantjes, in bikini met zwemrokje, omringt door mannen, eenzaam en alleen (met boek) op hun ligbed rond de pool. Je leert het appreciëren die geïnteresseerde blikken terwijl je je fitness baantjes trekt.

Nu we dezer dagen zoveel bereikbaarder en publiekelijker liggen valt het pas op; regelmatig hebben we een gesprekje op de kade. Mannen die belangstellend vragen welk wasmiddel ik gebruik om de lijnen te wassen; vrouwen die vriendelijk groeten. Heel anders dan toen we kantoor hielden in ver weggelegen baaien.

Het is een apart fenomeen. Het lijkt wel of iedereen een praatje met ons mag maken, op één groep na; mannen, vrouwen deel van een echtpaar aan boord van een andere boot. Iedere keer als een van ons twee langs loopt groeten we en zeggen we dag. Maar neen, zelfs bij landgenoten, knikt meteen het hoofd; niet ter begroeting, maar kennelijk omdat het kruiswoordraadsel, het borduurwerk veiliger is.

Ik lijk wel besmettelijk, de virtuele bocht die echtparen maken om ons heen. Alsof de gedachte aan twee vrouwen, samen op dat varende huis, een onmiddellijke blokkering oplevert. Straks zijn ze besmet, wie weet wat er dan weer met je gebeurt.

Neen, als ik mag kiezen dan toch liever die belangstellende gesprekken,  de plakkende blikken,  het lichte loensen als hun blik naar beneden wegglijdt. Alles beter dan de calvinistisch stoïcijnse narrowminded kruiswoordpuzzelaars en borduursters.

Ik ga van de winter maar eens een brei -en haakcursus volgen, misschien helpt het om het gesprek aan te gaan.

Vorige Oudere items