Gordiaans

Het voelt als een gordiaanse knoop, een spagaat, maar wel een andere dan waar ik eerder over schreef; een leuke eigenlijk, maar wel een hele moeilijke.

Dochterlief geeft een kraamfeest ter gelegenheid van de geboorte van de jongste kleinzoon. Zo kan alle bezoek in een keer ontvangen en gefêteerd worden. Lief C en ik zijn ook welkom. Dochter geeft al weken geleden aan het fijn te vinden ons als haar vader en moeder er dit keer bij te hebben. De vorige keer – oudste kleinzoon- liep mijn aanwezigheid mis om dat ik 48 uur eerder, meer levend dan dood in het ziekenhuis lag vanwege een uit de hand gelopen blaasontsteking; voor kenners, een urosepsis.

Ik verheug me erop, alleen hoe ga ik? Welke gedaante hoort straks op het feest bij mij? Als vader ben ik er hoe dan ook, dat is onvervreembaar. Maar tegelijkertijd ben ik er als vrouw,  inmiddels bijna een jaar ook binnen onze landsgrenzen als vrouw levend kan ik niet anders, immers ik heb behalve een oude spijkerbroek voor het schilderen en klussen niets mannelijks meer in huis.

Kleinzoon, de oudste, voegt nog een extra smaakje aan de moeilijkheidsmix toe. Ik ben z’n Opa maar tegelijkertijd ook z’n “Andere”Oma, niet te verwarren met z’n echte andere oma, de wederhelft van de andere opa en oma. Lastig hoor, dit zo uit elkaar te houden.

Een deel van de gasten kennen me, hebben me bij eerdere gelegenheden gezien, weten van mijn verandering. Voor een ander deel van de gasten ben ik nieuw, een “verwarrende”  vrouw, een soort tante, die elegant als een acrobate probeert allerlei bordjes omhoog te houden  –vader, opa, “andere” oma, partner van Lief C (die zelf de moeder en ook een van de oma’s is), stealth vrouw, tante-  dit alles om vergissingen uit te sluiten.

Mezelf zijn met al die bordjes in de lucht; wat trek ik daar in vredesnaam bij aan. Zelfs op het tijdstip dat we moeten vertrekken weet ik het nog steeds niet; wil ik er zijn of wil ik me verschuilen? De ooit zo stoere zeevaardster staat trillend voor haar kast. Lief C brengt uitkomst, geef me het duwtje in mijn rug. Ik ga in een mooie grijze jurk, een winterse combinatie met mijn lange grijze supervest. Niet zonder symboliek, zij droeg zelf de jurk op het eerste kraamfeest, in meer zomerse entourage.

Nog voor het feest begint krijg ik jongste kleinzoon, het feestvarken in mijn armen; mijn zorgzame kant wordt meteen volop geactiveerd. Hobbelend en schommelend, de liedjes van mijn logopediste voor hem zingend houd ik hem, of hij mij? bezig. Bijna een uur, en herhaalde keren in de uren daarna, slaapt ie, sabbelt ie, boert, windt en hikt in mijn armen. Voor hem is het leven meteen begonnen met “Andere” Oma.

Beschuitjes smerend, drankjes inschenkend, dipgroente en zoutjes bijvullend, broodsnijdend en tapenade serverend, maken Lief C en ik ons nuttig. Onder mijn acrobatiek op het slappe koord voel ik me een vangnet; krachtig en veilig vastgehouden door Lief C, de dochters, hun partners, en er tussen door krioelend, de oudste kleinzoon.

Het huis is vol, het is gezellig, en, het voor mij belangrijkst, mijn bordjes blijven in de lucht. Als uren later het huis weer leeg is en ik mijn bordjes weer kan laten landen vraagt L, partner van dochterlief of ik me veilig genoeg heb gevoeld. Ik kan het slechts beamen; ik pink een traantje weg.

Als weg weggaan, krijg ik een knuffels van oudste klein zoon “Tante, Opa” zegt hij met een brede lach, weer een naam op het lijstje erbij.

Het is al laat als we thuiskomen, het bed nog bezaaid met de resten van mijn kleding gemiep uren eerder die dag. We kruipen in, door en tegen elkaar aan en vallen in slaap; een gordiaanse knoop.

Als ik een paar uur later wakker wordt liggen we ieder aan onze eigen kant; de gordiaanse knoop is weer ontward. Soms ontwarren knopen gewoon vanzelf.

 

Advertenties

Meisje

Het moet een natuurlijk proces zijn, zijn moeder is er duidelijk over. Aan de andere kant is ook wel duidelijk dat als zijn jongere broertje op gaat groeien met mij als een “Oma” dat er dan de komende tijd wel iets moet gaan gebeuren. In het voorjaar en zomer hebben we de oudste kleinzoon al een beetje laten wennen aan het anders zijn van zijn Opa. Mijn hakken niet meer uit, mijn onmiskenbaar gewelde shirtjes niet meer weggemoffeld, mijn mutsjes en hoofddoekjes niet meer af.

Op een dag trok hij, onder het luid roepen van Opaaaaaa!, mijn shirtje omhoog zodat ik in mijn bh stond. De avond daarvoor had hij ook mijn hoofddoekje tijdens een stoeipartij al eens in z’n hand. Hij was op onderzoek naar het anders zijn van Opa. Opa, wordt niet zo blij van een bh onthulling in de overvolle supermarkt; Opa is eigenlijk een meisje. Welke naam dan bij die Opa past blijft nog even verborgen.

Pas als we een paar maanden later met hem door Artis lopen oefent hij wat. Dan is het Opa, dan is het “Andere Oma”, hij aarzelt nog.

Als de oudste kleinzoon 3 maanden later zijn broertje zonder luier aantreft, meldt hij zonder blikken of blozen dat zijn broertje een jongentje is. Dochterlief speelt een spelletje met de oudste kleinzoon mee.

“en jij zelf?”, “een jongentje” antwoord hij rap. “en ik?”, “een meisje” volgt al snel. “en papa?”,”een jongentje” antwoordt ie naadloos.

Nu wordt het moeilijker. “En wat is Oma Z” dan?, “een meisje!”. “En Opa Z?” “ een jongentje!”.

Nog een tandje erbij. “En wat is Oma B?”, “een meisje!, flapt er meteen achteraan.

De moeilijkste vraag is voor het laatst bewaard. En wat is “Andere Oma” dan? Even is het stil, je hoort zijn driejarige hersens kraken.

Dan komt het eruit, “Een meisje!”

 

Opa

Auh, pas op; je mag best met de ketting spelen maar er aanhangen vindt Opa niet zo fijn. Ik zit in een spagaat; letterlijk en ook figuurlijk. Stoeien met kleinzoon is favoriet; hoewel, af en toe sleurt ie midden in de Mega Supermarkt mijn shirtje omhoog en sta ik in mijn bh, even later gilt ie keihard in de winkel Opaaaaaa!. Het aftrekken met mijn shawltje hebben we een paar dagen geleden al gehad. Hij geniet van zijn grootvader.

Een spagaat, vol van de hormonen straal ik regelmatig als “VIVA”vrouw, tegelijkertijd trekken twee uiterst volwassen Flair en Kek Mama dochters aan me die vooral hun vader, hun papa willen houden. De switch van hun vader naar een vrouw -alsof hun moeder ineens een stiefmoeder voor ze heeft gecreëerd- krijgt maar heel geleidelijk en met voorzichtige stapjes bijval.

Vaderdag, moederdag; wat vier je met mij? Een lastige vraag. Het mogelijke antwoord is abstract; papa is van altijd, onverwoestbaar. Op het zelfde moment heeft diezelfde onverwoestbare papa een hekel aan zijn verpakking, aan dat ding tussen zijn benen dat zo nadrukkelijk de verkeerde uitvoering markeert. In de familiekring is er weinig aan de hand, papa luistert nog naar “papa”. Daar buiten, met onbekenden erbij wordt het lastiger; blijft het “papa” en val je samen uit je rol of bedenk je er gemeenschappelijk, iets creatiefs voor?

Samen met Lief C laat ik kleinzoon een dagje uit in Artis. Met de luide “Opaaaaaa” nog in gedachte spreekt zijn vrijwel “uitgerekende” moeder – kan zij weer even een dagje rustig aan doen- een geheimpje met hem af. Als hij Opa wil roepen roept ie gewoon “Omaaaaa”, dan ziet ie wel wie van ons tweeën reageert. Hij haspelt er door de dag lekker mee; dan is het Opa, dan weer Oma en het eindigt met Andere Oma; een voorzichtige favoriet.

We logeren een nachtje bij kleinzoon. In het holst van de nacht zijn z’n vader en moeder naar het ziekenhuis vertrokken. Voorzichtig sluipt hij, als hij wakker wordt, de trap op naar onze kamer. Daar sta ik in mijn nachtpon, net bezig me aan te kleden, mijn shawl nog niet op mijn hoofd. Kleinzoon weet het even weer niet, zoveel keuzes om te maken, Opa, Oma, Andere Oma. Lief C help-t hem uit de brand en helpt hem lekker met aankleden.

Even later gaat de telefoon. Er is een zoon geboren. Als we de ziekenhuiskamer binnen wandelen is kleinzoon er ook; alvast met zijn vader mee. Trots laat hij ons zijn nieuwe broertje zien. Even later staan we met z’n allen op de foto; de trotse dochter, Lief C, de twee kleinzoons en ik, de Andere Oma en vooral de Opa van deze mannen.