Bronsttijd

Het is de periode van de mannengroepen. charterboten vol mannen, op zoek naar zeilgeluk. Soms vrienden, soms een club die jaarlijks een boot huurt, maar altijd mannen, 100%. Vrouwen zijn in deze tijd spaarzaam. Het echtpaar vaart nog niet rond op dit moment, een enkel eigenaarspaar daar gelaten. Het gezin is gewoon nog niet toe aan de charterweek.

Na een maand reizen en trekken buiten de geplande havens wordt het tijd eens een paar dagen in een echte jachthaven/marina te kruipen. Eens lekker douchen, de lakens eens wassen, de accumeter resetten en vooral een pittig gesprek met onze Griekse internetprovider staan op het plan. Onze keus valt op Kos, een van de centra in de chartervaarten vooral een soort samenscholingspunt van de varende mannengroepen. Het heeft zo ongeveer alles, goedkoop eten, drank en walvertier.

Misschien hadden we wat beter na moeten denken. Als we de haven in varen vangen we meteen alle blikken. Wat wil je, vrouw aan het roer, vrouw voor op het dek. Blikvangers ten top. Terwijl mijn Lief, als captain naar het kantoor gaat-even is de havenman in twijfel als hij geen echte captain ontwaart- maak ik het dek en de zeilen aan kant. In bikini, wankelend op de zwaarweer steunen bij de mast , gevolgd door tientallen ogen, zorg ik met verfijnde bewegingen, voor het opruimen en inpakken van de zeilen. Af en toe zwaaien ze, beginnen een babbeltje. Ik zwaai terug dit keer.

Geheel tegen de gewoontes in de Middellandse zee in, hebben we als enige de boot met haar neus tegen de steiger gelegd. Geen andere reden dan het feit dat de bijboot aan de achterkant nu onze stap op de wal niet belemmerd. Ineens ontdekken we dat we onszelf tussen al die blikken van mannen een weldadige privacy hebben verschaft.

Handig? Nou, da’s wisselend. Als ik even later in mijn nieuwe enkel lange jurk probeer op de steiger te klimmen heb ik weer voldoende bekijks.

Mannengroepen, het klinkt bijna als iets therapeutisch. Alsof het gezamenlijk douchen na de wedstrijd tot norm is verheven. Tenminste ik zou niet goed kunnen plaatsen waarom, ook als wij pal voor hun neus liggen, het met zijn allen volledig naakt onder de waterslang douchen ongehinderd voortgang vindt.

De avond begint rustig, vrijwel alle bemanningen zijn naar bar en restaurants vertrokken. Een mannengroep drinkt in, maar borrelt en eet bijna niet aan boord. Pas als ze terugkomen hoor je ze weer. Wij hebben er dan geen last meer van, al om 05.30 op die ochtend, liggen wij dan al weer opgekruld tegen elkaar in bed.

Tegen de ochtend schrik ik wakker. Ik heb net gedroomd. Hij had een zwarte jeans en een zwart strak shirt aan, zijn spierbundels schemerden erdoor heen. Hij probeerde mijn aandacht te trekken, ik babbelde voorzichtig terug.

Tijd om op te staan besluit mijn Lief als ik mijn droom vertel.

Zoveel mannen om je heen, het laat je niet onberoerd.

Advertenties

Prinses, of Heks?

Didi, my princess, you’re looking so beautiful.

Samen met mijn Lief ben ik een sierradenwinkel ingelokt. Hij is designer zegt ie. De praktijk leert dat hij de kralen in een zelf gekozen volgorde aan het snoertje rijgt. Zeker een uur showt hij alle mogelijke kettingen, oorbellen, arm en enkelbandjes. Terwijl wij nippen van onze thee -”you want some more the?”- draait hij om ons heen. Zijn complimenten kennen geen grens. Didi, my princess, mijn gevoel reist torenhoog. Ja, Turkse mannen, ik smelt bijna weg.

Na een uur pas kunnen we ons losmaken. We bedienen ons van een oude “Hollandse Truc”, we willen er nog even over denken. Wat wil je, onze eerste dag, nog Hollands bleek en onervaren, alleen maar opzoek naar wat groente en fruit voor die dag, laten we ons meteen charmeren en verleiden, suffe trienen als we zijn.

Het regent, het is koud en de rotzooi in ons drijvende huis reikt tot ver boven de keukenkastjes. Dan midden op de ochtend, net als ik weer wat meer ordening wil gaan brengen staan ze daar, twee monteurs klaar om een technisch probleem dat ik niet volledig op kan lossen voor me op te pakken.

Ik zou dankbaar en nederig moeten zijn dat zij zich verlagen mijn probleem op te lossen. Het tegendeel welt in mij op. Moet dat nu echt op dit moment, kunnen jullie niet beter eerst je andere klussen bij ons af komen maken? Moet echt alles uit die berging nu perse de regen in? Is het niet handig eerst aan mij te vragen wat er is en wat ik er al aan gedaan heb?
Neen dus. Vrouwen, weet wel aan wie je het vraagt? Zonder een woord snellen ze met schroevendraaier en meetgeval rond. De door mij in alle haast opgezochte tekening van de bedrading wordt geen blikwaardig gegund.

Ik krijg een rode waas voor mijn ogen. Ik kan dit niet, 35 jaar lang loste ik de technische problemen zelf op, lag ik op mijn buik naast monteurs, ontbrekende kennis aan te vullen. Zorgde ik 40.000 zeemijl samen met mij Lief voor alle techniek. Van Finland tot Kaap Hoorn met multimeter, bahco, schroevendraaier en tang. Ja een “tang” ben ik, denk ik. Het valt me zwaar niet serieus genomen te worden. Het valt mij zwaar als ze zonder overleg aan mijn troetelkind komen. Ik kan dit niet, ik haak hoorbaar af.
Een tang? Een heks? “… my period? De mannen vluchten van boord?

Over een paar dagen proberen ze het weer, dit maal met mijn Lief, die kan er beter tegen, die verhouding tussen Turkse mannen en buitenlandse vrouwen. Ik ga wel een ommetje maken.

Didi, Princess? Heks? Voorlopig het laatste ben ik bang. Ik kan nog niet goed me ze omgaan die Turkse mannen in mijn omgeving.

Het laat je niet los..

Onderzoek laat zien dat mannen nogal frequent aan sex denken. Hoe vaak? De uitkomsten variëren nogal, van elke 7 seconde word je volgens mij waanzinnig moe, maar zelf de meest realistische benadering, van eens in de 28 minuten levert nog altijd op dat je 50 keer per dag gesexfiltst wordt. Nu ontbreekt het de man ook niet aan prikkels om zich heen, met de collega’s, op straat, in de media. Geen moment blijft onbenut om de man aan zijn impuls te helpen. Misschien worden mannen daarom ook wel van winkelen in de stad zo moe. Sex als verslaving, het houdt nooit op, het blijft trekken.

Waarom deze op wetenschap gebaseerde dik-hout-zaagt-man-planken inleiding? Eigenlijk herken ik mijzelf hier wel sterk in. Weliswaar niet in de sexdrive –dat is al weer minstens 3,5 jaar geleden- maar wel in dat alles overheersende -niet kwijt te raken, elke prikkel is raak- gevoel. Dag en nacht, week in week uit, eigenlijk al jarenlang, draag ik mijn transitie met me mee. Er komt geen eind aan. Zelfs als er in je transitieproces een periode zit waarin er eigenlijk niets gebeurt, ben je er toch mee bezig. Het houdt je gevangen.

Natuurlijk, het is een van de belangrijkste processen in mijn leven, van binnenuit gezien beslist wel het belangrijkste. Dat mag je ook wel bezig houden. Toch wordt je er wel eens moe van, dat zelfs de geringste prikkel je al weer op gedachte brengt. Moe van worden, ja; maar ervan in slaap vallen, het tegendeel.

Zelfs een RLE jaar, je proefperiode, prikkelt je steeds opnieuw. Normaal gesproken als je voor het eerst in die tijd je hormonen krijgt, nog een flink stuk van je coming-out hebt door te gaan, is het logisch. Het is dan gewoon waanzinnig spannend, maar zelfs als er niets meer is te doen, blijf je er toch nog mee bezig. Je komt er niet van los.

Je optreden op straat, in de winkel, met anderen. Je logopedie, het epileren van boven en beneden, je doen in je meest nabije omgeving met je dierbaren. Met een paar maanden, de wijziging van de geboorteakte, een nieuw paspoort, rijbewijs, visa voor andere landen. Met een jaar, de operatie, zelfs de vraag welke diepte laat je niet los.

Ik sta voor de kast te miepen. Wat trek ik vandaag eens aan? Even zie ik mezelf in de spiegel; oef meteen springt mijn gedachte alweer naar mijn cupmaat of als ik eten kook naar mijn BMI, straks voor de operatie, mijn conditie, er is gewoon altijd wat.

Misschien kom het omdat ik een controlefreak ben. Alles voorkauwen, voorbereiden, doordenken en plannen. Neen, ooit hoop ik weer gewoon te kunnen gaan doen, kunnen wegdromen zonder steeds te tollen rond dat ene ding.

Misschien met 375 dagen, wakker worden na de operatie, herstellen …..

…….en dan een leeg hoofd.

Plakken of Besmettelijk

In bikini, lekker in de schaduw met een kop koffie, genieten we even tussen de werkzaamheden door van de wereld om ons heen.

Een zeiljacht maakt zich los van z’n ligplaats en zoekt z’n weg naar buiten. De man die verantwoordelijk was voor de voorlijnen is klaar met z’n klus. Tevreden kijkt hij rond en werpt zijn blik op ons, hij recht zijn rug, showt z’n sixpack en trekt zijn buik in. Lastig hoor man zijn als je zo dicht langs twee vrouwen vaart. Lief toch? Zo’n reactie.

Aan het begin van het jaar, in een toeristen gebied in Thailand, hadden we hetzelfde resultaat. Mannen, aan het stuur van een stoere motorboot, die al langsvarend hun nek steeds verder verdraaien tot ze achterstevoren op hun stuurbankje zitten; en dan bij het verlaten als de blikken niet langer kunnen plakken, een stevige dot gas. Schattig toch?, zo voorspelbaar en zoveel testosteron.

Een paar maanden geleden moest ons varende kantoor dringend bijgeschilderd worden,  gevalletje verzekeringsaansprakelijkheid. Even konden we een tijdje niet overdag aan boord verblijven. Het kantoor werd verplaatst naar de rand van het zwembad; geen straf bij 35+. Dagelijks trok ik tussen de bedrijven door mijn baantjes, in bikini met zwemrokje, omringt door mannen, eenzaam en alleen (met boek) op hun ligbed rond de pool. Je leert het appreciëren die geïnteresseerde blikken terwijl je je fitness baantjes trekt.

Nu we dezer dagen zoveel bereikbaarder en publiekelijker liggen valt het pas op; regelmatig hebben we een gesprekje op de kade. Mannen die belangstellend vragen welk wasmiddel ik gebruik om de lijnen te wassen; vrouwen die vriendelijk groeten. Heel anders dan toen we kantoor hielden in ver weggelegen baaien.

Het is een apart fenomeen. Het lijkt wel of iedereen een praatje met ons mag maken, op één groep na; mannen, vrouwen deel van een echtpaar aan boord van een andere boot. Iedere keer als een van ons twee langs loopt groeten we en zeggen we dag. Maar neen, zelfs bij landgenoten, knikt meteen het hoofd; niet ter begroeting, maar kennelijk omdat het kruiswoordraadsel, het borduurwerk veiliger is.

Ik lijk wel besmettelijk, de virtuele bocht die echtparen maken om ons heen. Alsof de gedachte aan twee vrouwen, samen op dat varende huis, een onmiddellijke blokkering oplevert. Straks zijn ze besmet, wie weet wat er dan weer met je gebeurt.

Neen, als ik mag kiezen dan toch liever die belangstellende gesprekken,  de plakkende blikken,  het lichte loensen als hun blik naar beneden wegglijdt. Alles beter dan de calvinistisch stoïcijnse narrowminded kruiswoordpuzzelaars en borduursters.

Ik ga van de winter maar eens een brei -en haakcursus volgen, misschien helpt het om het gesprek aan te gaan.