Testo

Heel soms heb ik dat nog; dat gevoel van “wacht maar mannetje..” dat gevoel dat de testosteron tegen mijn wangen klotst, dat ik plots voel opkomen dat ik nog een laatste steek uit wil delen. Dat heel even mijn oude ik begint op te spelen.

Terug van ons wereldavontuur valt er veel weg te doen en te verkopen. Ik word nog eens een ervaren “Marktplaats”verkoopster. Bijna dagelijks gaat er wel een pakje naar een liefhebber op de post. Biedingen genoeg, maar zelfs als je meteen reageert met “Ok, je kunt het .. hebben”, helaas ook veel afvallers.

Iemand biedt 3 euro voor een drietal “duik”tooltjes; werkelijke winkelwaarde 20 euro. Ik laat het maar, had liever 5 of 7,50 gehad, maar doe het toch, “beter kwijt dan mee verlegen”. Als ik hem “verras” met de verzendkosten –brievenbuspakje; 2,95- haakt ie af, 5 euro inclusief verzendkosten is het maximum wat hij er voor over heeft. Op een beurs eind van de maand zal hij ze wel voor een tientje halen. Normaal haal ik mijn schouders op over zoveel onbenul; immers 10 euro vermeerderd met de toegang en de reiskosten brengt volgens mij zijn “lasten” al snel op een paar tientjes meer. Nu echter niet. Ik voel het in me opkomen; “die laatste snier, de laatste trap op het gaspedaal, de stoot voor z’n hoofd“.

Een paar uur later is mijn testosteron niveau weer gezakt, klotst het niet meer tegen mijn wangen.

“Ook goed, veel plezier eind van de maand op de beurs.

Liefs, Didi”

Advertenties

Uitdaging

Af en toe gebeurt het gewoon. Ik schiet in de verdediging, haal al mijn verbale kwaliteiten uit de kast, klim op mijn ooit zo mannelijke voetstuk en reageer; als man.

Ik vertel het aan Graham, mijn buitenlandse gendertherapeut. Hij herkent het, “het is een van de grootste uitdagingen voor een oudere MtF transgender”. Hij heeft het over het ook ”onbewust bekwaam” kunnen blijven hanteren van het ingeoefende vrouwelijke gedragspatroon.
Hoezeer we ook het tegendeel beweren, onze samenleving is patriarchaal doorspekt van mannelijke superioriteit. Na bijna 60 jaar dit sociaal psychologisch patroon doorbreken en succesvol aan de andere, nederige, kant van de tafel plaats nemen is knap; een uitdaging.

Het manlijke van onze samenleving vraagt van de vrouw een ander gedrag. Een ander instrumentarium waar mee ze succesvol vanaf haar nederiger positie toch haar doelen kan bereiken. Eigenlijk moet ze volgens Graham een “Sterke Vrouw” kunnen zijn, niet zo zeer in kracht, maar wel in aanwezigheid en presentatie.
Ik vertel hem over mijn strijd zo af en toe met Turkse monteurs, afkomstig uit een nog patriarchaler samenleving. Leuk hoor die aanwezigheid en presentatie, maar ze aanvaarden mijn kennis en ervaring toch niet. Toch blijft het ook dan de kunst voor mij om niet in mijn “ik leg het je nog éénmaal uit” gedrag te schieten.
Bijna zestig jaar een bepaalde bazigheid inoefenen en dan nu alles loslaten. Het is een hele uitdaging, alert zijn en tijdig voorkomen, je eigen valkuil kennen.

Ik hoop niet dat het dadelijk na de SRS ook weer bijna zestig jaar kost om een nieuw gedrag aan te leren. Ik ga het proberen, fluistert de vrouw in mij; daar heb ik de tijd niet meer voor, gromt de man in me.

Vent

Ik lever veel strijd dezer dagen. Strijd in mijzelf, strijd met wie me aan moet horen.
Een plotselinge barst in mijn verwachtingen, hoewel barst is misschien wel erg lief uitgedrukt, die kun je nog lijmen. Neen, het zijn de scherven die ik om me heen tref. Scherven van een verwachting, een illusie die ik ooit heb gekoesterd, dat “tijd wonden zal helen”. Ik ben afgewezen. Ik ben niet welkom. Voor mij is er voorlopig geen plaats. Waarom, wat heb ik gedaan? Ik weet het niet. Eigenlijk maakt het ook niet zoveel uit. Het doet gewoon pijn.
Ik voel een dubbele pijn, een pijn over het onvermogen dat ik in mij draag de verhouding met iemand op wie ik geef te normaliseren en een pijn over mijn afwijzing. Het raakt me in het diepst van mijn hart.
Urenlang, al een flink aantal dagen, kauw ik erop. Dan weer heftig, dan weer verdrietig en timide. Ik kom er niet uit. Verwijtend, dan weer vol onbegrip, een arm wordt om me heen geslagen, die ik mij zelf niets eens toe sta te voelen. Radeloos ben ik.
Terwijl ik zit te praten, te analyseren, te reageren naar mijn Lief, zie ik het ineens. Ik ben af en toe gewoon weer een vent. Figuurlijk sla ik op tafel, verhef mijn stem, ga krachtig redeneren. Ik voel mijn manlijkheid, val terug in hem en hij.
Oh, wat baal ik toch van mezelf. Van schrik ga ik zachter praten, onderdruk mijn opwelling. Waarom laat ik op dat soort momenten toch weer mijn andere wezen zo zien. Ik twijfel ineens aan me zelf, aan mijn empathie, mijn luisterend oor. Is het een kunstje? Voel ik het echt wel? Valt de man in mij ooit te beheersen of moet ik accepteren dat zoiets misschien pas na heel veel jaren echt kloppend in orde komt.
Het gesprek loopt door, dan weer voel hij zich een vent, druk doende met gebaren te overtuigen, op zoek naar wegen zijn recht te bewijzen. Dan weer voelt ze zich vrouw, luisterend en invoelend. Op zoek naar oplossingen, bereid zich tot in het extreme weg te doen vlakken.
Het is een raar fenomeen. Ik kan er niet goed mee uit de voeten, in het normale doen vrouw met alle sociale kenmerken om dan – is het onder spanning?- in een klap om te slaan naar de man in mij die, strijdlustig en gedreven bezig is zijn zin door te drukken, al is het maar figuurlijk.
Twijfels houden me gevangen, tot welke prijs buig ik me in alle bochten. Wat kost het om eerst rust in de zo verstoorde gevoelens te laten ontstaan. Geeft hoop voedsel aan de verwachting dat tijd wonden heelt, of moet ik er nog eens op afstappen, over mijn gevoel heen dat forceren alleen maar meer schade geeft. De man en vrouw in mij twijfelen over en weer. Het “ik leg het je nog een keer uit” van de man, worstelt met de plaatsvervangende pijn van mijn vrouwgevoel, het ”kom op de bank dan praten we er over”.
Ik twijfel als het weer even rustig is in mijn hoofd waar ik mijn tissues voor moet gebruiken, voor de tranen op mijn wang of de testosteron waar mijn vuist denkbeeldig op het tafelblad sloeg.
Tijdens het poetsen, het opzij leggen van de scherven, vervaagt de man achter me weer, neemt mijn oude ik mijn gedrag niet meer over. Ik kan weer zijn wie ik voel dat ik ben.

Nog een paar nachtjes…

Midden december komt in de Eerste Kamer eindelijk de “Genderwet” aan de orde – Wijziging vermelding van het geslacht in de geboorteakte-. Een van de uitvloeisels van het “Roze” akkoord.

Er is inmiddels al veel water door de rivieren gegaan bij de voorbereiding van deze wet. Nog maar 28 jaar geleden werd voor het eerst de mogelijkheid in de wet opgenomen het geboorte geslacht te wijzigen; een lange en administratief stevige procedure via de rechter die als belangrijkste eis stelde dat de betrokkene permanent onvruchtbaar zou zijn. In de praktijk was het “ongedaan” te maken steriliseren hiervoor niet voldoende, nee het mes moest stevig in het vlees worden gezet, castratie of wegnemen van baarmoeder en eierstokken. Een ernstige verminking die indruiste tegen allerlei door Nederland geratificeerde verdragen, concludeerde “Europa” al snel.

De nieuwe wet stelt Nederland in staat haar achterstand op dit punt in te lopen door voortaan een door deskundigen te toetsen “overtuiging tot het andere geslacht te behoren” als voorwaarde te stellen.

Ik heb het eerder al eens over mijn “spagaat” gehad; de spagaat die de huidige wet voor mij creëert is vergelijkbaar. Stel ik wordt ooit bij een verkeerscontrole aangehouden door de politie; mijn rijbewijs toont een “echte” man in plaatst van de vrouw die ze aan het stuur treffen. Passeer ik de douane op Schiphol dan scoor ik vreemde blikken, immers een vrouw probeert op een paspoort met een echte M het land uit te komen; daar kan ik in mijn eigen taal nog iets uitleggen, om over de visitatie die mij al eerder is welgevallen nog maar niet te spreken. Een paar uur later als ik het vliegtuig weer verlaat wordt de tongkronkel nog lastiger, hoe leg ik in het Turks, of waar ik ook maar ben aangekomen – vloog vorig jaar eens via Quatar en werd er uitgepikt-, uit dat ik ben wie ik ben, maar lijk op de persoon waar ik gevoelsmatig op wil lijken, maar wel met hetzelfde BSN nummer. Het is dat ze het druk hebben en dat het toch al laat is maar op een dag levert me dit zeker een aantal uren praten en uitleggen op voor ik zo’n moslimland in mag.

In 2014 heb ik voor Turkije een “langer verblijfs”visum nodig; nieuwe pasfoto’s zijn dan noodzakelijk. Een mooie kans, alleen ik moet dan wel met mijn oude paspoort bewijzen wie ik ben; het paspoort zo op het oog van iemand anders, één met een grote M, een man. De bank, verzekeringen, de gemeente, te veel loketten  om op te noemen, allemaal waar die M me hindert in wat ik werkelijk ben.

Over een paar weken moet ik mijn wapenvergunning laten verlengen; “wilt u even de gegevens controleren op hun juistheid” ik hoor het ze al zeggen. Wat denken ze zelf, zal die vrouw aan het loket werkelijk zeggen dat die M er juist staat. Gruwel!!

Ooit komt het wellicht tot die door mij zo gewenste verminkende ingreep, maar in 2014 nog zeker niet, ik moet gewoon nog wachten. Neen, dan maar liever een ingreep met typex en ballpoint.

Nog een paar nachtjes slapen, dan weten we of de wet er komt. Nog een paar maandjes wachten, dan kan ik zonder messen in mijn buik eindelijk zijn wie ik al bijna 50 jaar zograag wil zijn; een vrouw, eindelijk.