Stem

Hij is een Zij; op integere wijze brengt Arie Boomsma in deze KRO documentaire een aantal wekenlang het transitie proces van een aantal jonge transgenders in beeld.

Ik geniet van Sophie en haar prima spreektoon. Ze vertelt, inmiddels alweer een aantal jaren om en geopereerd, dat ze het een uurtje in dat toonspectrum volhoudt voor ze even rust moet nemen.

Al weer een aantal maanden doe ik braaf mijn logopedieoefeningen van logopediste Barbara. Van onduidelijke mond en keelklanken in Gis klim ik geleidelijk op naar steeds meer kortere en langere zinnen vol onzin. Hoewel “Prettige Kerstdagen” en “Gelukkig Nieuwjaar” gegeven de tijd waar in we leven toch niet zo onzinnig zijn geweest. Inmiddels zit ik een octaaf hoger.

Bladzijden lang en vooral wekenlang laat ik de “M, N en NG” in mijn mond-neus-keelholte resoneren. Stap je voor stapje kom ik vooruit.

Al in de maanden voor mijn bezoeken aan mijn logopediste heb ik geprobeerd een vrouwelijke stemgeluid te krijgen. Ik heb geluk, naast het ontbreken van een adamsappel, ben ik ook gezegend met een hoger mannelijk stemgeluid. In mijn streven naar passabiliteit heb ik in de tijd voorafgaand aan mij logopediestart, geoefend met gesprekjes “bij de kassa en over de toonbank”. Gebruikmakend van mijn bovenstem en vooral, de gesprekspartner verrassend, met een vrouwelijke intonatie zijn de gesprekjes iedere keer weer een uitdaging . Al snel verras ik de dochters en kennissen aan de telefoon. Even zijn ze van hun stuk gebracht “spreek ik nu C. of toch met jou?”

Niet iedereen in mijn omgeving is zomaar te overtuigen -“iedereen praat toch hetzelfde”- maar ik geloof beslist dat er een verschil bestaat tussen hoe vrouwen in hun korte gesprekjes praten en hoe mannen dit doen. Een Amerikaans Youtube filmpje helpt me de verschillen te zien. Verschillen die ook in het Nederlands spraakgebruik voorkomen. Er zit gewoon een afstand tussen mannelijk en vrouwelijke intonatie en spraakgebruik. Let maar eens op bij de kassa hoe een man het proces van boodschappen op de band tot wisselgeld aanpakken doorloopt. Er zijn maar weinig vrouwen die het zo doen.

Zoals gezegd, ik oefende niet alleen het gebruik van mijn bovenstem alvast maar ook de vrouwelijke intonatie. Het werpt vruchten af, Barbara is tevreden. Hoewel, hoe verder we in de tijd komen hoe minder “putemmers”, de onbewuste stemzakkers, ze door de vingers ziet.

Steeds vaker lukt het me ook in de “gewone” gesprekjes tussen de oefeningen door haar valkuilen te omzeilen. Glimlachend meet ze mijn vooruitgang, mijn toonhoogte in gesprekken ligt tussen de 196 en 440 hz –in ISO termen G3/A4-;  de frequentie van de logopediezittingen kan omlaag.

En nu dan het gewone werk. Kijken of het me lukt mijn toonhoogte te behouden, mijn stem aan de telefoon nog steeds niet wordt gemeneerd, mijn intonatie voldoende “lief en zwierig” blijft?. Spannend de komende weken, mijn vrouwelijker stem, een eigen RLE.

De volgende keer gaan we voorlezen, voordragen uit eigen werk. Ik wil weer lezingen kunnen geven, kunnen presenteren.  Een uur of nog meer volhouden op mijn vrouwelijke toonhoogte lukt nog wel; nu nog meer volume, meer toonvariatie.

Advertenties

Intermezzo

Een intermezzo, zo voelt het tenminste; als de hoogspanningleiding die twee hoogspanningsmasten met elkaar verbindt.

Een paar jaar geleden schreef ik een verhaal over een eindeloze reeks hoogspanningmasten die zich honderden kilometers lang door een landschap zonder iets slingerde; de verbindende leiding ontbrak, waarschijnlijk al jaren (Retour Kaap Hoorn).

In mijn intermezzo rijgt de leiding de masten aaneen.

De laatste week was druk, twee manuscripten voor kinderboeken afgemaakt en ingeleverd bij mijn uitgever; twee artikelen aangepast en geredigeerd opnieuw ingeleverd bij de redactie van het tijdschrift waarvoor ik schrijf en daarna, op het hoogte punt van de storm, mijn gesprek met bij de VU. Eigenlijk was het ons gesprek, Lief C vergezelt me dit keer bij de psycholoog. Spannend, wat valt er te vragen? wat valt er te vertellen? We hebben een prima gesprek; leuk, vlot en aangenaam.

En dan? Als we naar buiten lopen en de storm ons de isolatieplaten vanaf de gebouwen rondom de parkeergarage toewerpt, ben ik leeg. Pas over vier weken het volgende gesprek; voor mijn gevoel nog heel ver weg.

Een hele maand zonder “vrouw-in-wording” dingen. Je moet er toch niet aan denken. Gelukkig is het niet zo. De komende maand is toch weer goed gevuld met activiteiten op mijn “ontwikkelings”pad.

Wekelijks heb ik mijn tekencursus, de enige man is inmiddels afgehaakt. Met het puntje van mijn tong tussen mijn lippen doe ik mijn uiterste best; laat ik me van mijn creatiefste kant zien en vooral lukt het me de vrouw te blijven, te midden van al die gelijken, die ik pretendeer te zijn.

Een bezoek aan de huidtherapeute levert me een kennismaking op met haar “laserkanon” , over een week wordt de kennismaking voortgezet in een serieus baardgevecht.

Dagelijks oefen ik mijn bovenstem, rijmpjes, letters, lettergroepen, van alles wat. Vrijdag bezoek ik B, mijn logopediste weer, eens kijken wat ze van mijn voortgang vindt.

Er komt nog meer aan, te veel om op te noemen, allemaal oefenmomenten voor de vrouw in mij.

Neen,  de komende maand is goed gevuld met activiteiten, als zwaluwen verder op in de polder op de hoogspanningsdraad. Verbindingspunten aan de horizon, opdeling  van een intermezzo; als een spanningsboog van wat ooit was naar wat later ooit zal komen.   

Kabouterdans

Bomberom, bomberom, …

Driemaal daags een dansje. Mijn logopediste B geeft me huiswerk mee. Geduldig kwijt ik me van de opdracht; drie maal daags een dansje en zoveel mogelijk dansend door het bestaan.

Al sinds maanden probeer ik mijn stem vrouwelijker, vooral hoger en “vriendelijker”, te laten klinken. Terwijl ik de verschillende –Amerikaanse- YouTube filmpjes bekijk wordt mee een ding wel duidelijk; luister naar andere vrouwen en probeer wat van hun manier van praten te leren.

Wat nichterig doe ik mijn eerste stapjes. Hoger is niet zo’n probleem aangezien ik met mijn “mannelijk” bereik al aardig in de buurt van het “hogere” stemgebruik zit. Af en toe wordt ik wat teruggecorrigeerd door Lief C, als ik het al te bont maak. Eenmaal terug in Nederland zoek ik toch een wat beter fundament voor mijn oefeningen.

Al oefenend geeft B me een streeflijn mee voor mijn hoger stemgebruik; G#, (Gis), maar hoe toets ik dat thuis nu ooit? Absolatido, Lief C vindt speurend op internet een App. Goud waard blijkt al snel. Terwijl ik praat, zing, voorlees, oefen, schieten de noten op de IPad langs.

Het wordt een sport, de toon op de Gis of hoger te krijgen.

Lalala, lolololo, piederie, piedera, al dansend en springend oefen ik me suf. Steeds leuker wordt het oefenen op mijn hoge stem. Af en toe droom ik mezelf als kabouter die van paddenstoel naar paddenstoel huppelt en zwiert

Het hogere doel voor de oefeningen is meegegeven door B.; zelfs als iemand je ’s nachts aanstoot moet je meteen in je hoge stem de boef kunnen verjagen. Ik ben er nog niet als ik me zelf slaperig en in”Bb” hoor antwoorden “wat is er….?

Nog een paar maanden kabouterdansjes maken.

Omgeving

Als ik luister naar andere zusters, transgenders –of van ze lees- bekruipt me iets tweeslachtigs. Dan weer lees ik dat de vrouw in hen het enige belangrijke is. Ik ben wat ik me voel; wat mijn omgeving vindt doet er niet toe. Dan weer lees ik elders dat transgenders het bovenop hun intrinsieke vrouwzijn belangrijk vinden om ook goed in die omgeving te passen.

Mijn gevoel ligt toch vooral bij dit laatste; 100% vrouw, maar wel passend binnen mijn omgeving. Decennia lang heb ik dit al geoefend; vrouw voelen maar zo mannelijk doen dat ik naadloos binnen mijn masculiene omgeving paste. Nu doe ik het anders om, een rijpingsproces, zodanig vrouw zijn van binnen en van buiten, dat mijn omgeving, ook als ze me niet kent, me als een natuurlijke vrouw aanvoelt.

Een paar maanden geleden kreeg Lief C toen ze bij ons in de straat liep, complimenten van een verre buur. We hadden haar al een tijd niet meer gesproken. Lief C werd gecomplimenteerd met haar nieuwe partner die zo intensief met Lief C’s kleinzoon aan het spelen was. Even was het stil, tot er een glimlach verscheen. Die nieuwe partner was ik, spelend met wat ook mijn kleinzoon is. Ze had de nieuwe vrouw van Lief C niet meer herkend; de verre buurman van de laatste 30 jaar.

Het lang weggestopte “vrouw”gevoel -het gevoel te weten wie je bent en het alleen nog niet kunnen laten zien- ontwikkelen tot een volwaardige, ook maatschappelijk aanvaarde, vrouw vraagt tijd. Tijd die net als secondes langzaam weg tikt, maar tegelijker tijd ook in schokken vooruitspringt om dan weer hopeloos lang stil te blijven staan. Tijd waarin die “vrouw vanbinnen” in de verkeerde verpakking heel langzaam naar boven komt, de eerste lagen van haar verpakking verandert –ze gaat zich anders kleden-, waarin haar lichaam zich anders vormt, waarin ze door oefening haar “maniertjes” gaat aanpassen, haar stem vrouwelijker kan laten klinken, haar loopje aanpast. Net zolang tot ook de omgeving de vrouw in haar niet alleen meer accepteert maar ook, een fase verder, zo ervaart.

Voor een van mijn artikelen moet ik in mijn fotocollectie zijn, een aparte harde schijf met tienduizenden digitale  plaatjes. Al bladerend kom ik in mei/juni 2011 foto’s van me tegen; een man met in zich al de groei die bevorderd is door de hormonen -in het eerste halfjaar heb ik om de risico’s die ik nam te beheersen, maar heel geleidelijk de dosis aangepast- Ik zit dan inmiddels op de helft van de reguliere dosis. Een volgende fotostrip laat me zien in een heel andere gedaante, nauwelijks twee weken later, een onmiskenbaar aankomende vrouw die loopt langs de vloedlijn.

In mijn lagere schooltijd, in de Bollenstreek, kregen we een zakje bloembollen om thuis te laten groeien (zg. “trekken”) en bij de bloei te etaleren. Soms voel ik me als zo’n tulp in spé, maandenlang in het donker in de kast, om dan op een mooi moment te voorschijn te worden gehaald en in een afwisseling van invloeden vanuit de omgeving –warmte, liefde en genegenheid- en pit in jezelf uit te groeien tot iets moois.

Gevormd, maar ook verscholen in mijn verleden, koester ik het verleden desondanks. Het is een wankel evenwicht, vergeten wat ooit was –niet alsof je met je voeten in het beton van je verleden bent gegoten, verder mogen  gaan-  maar tegelijkertijd weten dat je fundament wel in dat zelfde verleden ligt. Mijn Linkedin profiel laat mijn verleden en mijn heden “Transwoman, schrijfster van …” zien. Nog een tijdje dan gaat dat Transwoman, een geuzenaam, eraf, dan heeft zijn functie gehad en heeft het mijn “contacten” geholpen bij me te blijven.

Ik heb een gesprek met mijn logopediste. Ze is tevreden, mijn stemgebruik en hoogte prima zo. We oefenen nog even door. Verbaast vraagt ze waarom ik twijfel aan mijn telefoonstem; kennelijk beeld je je soms gewoon iets in. Als ik wegloop complimenteert ze me met mijn baardepilatie; hhhuh, baard? Glimlachend vertel ik haar dat er nog niets is geëpileerd; voor mij is tweemaal per dag scheren voldoende. Het is eind van de ochtend, nog een paar uur dan pas ben ik aan mijn tweede beurt van vandaag toe.

Zoals een bergbeklimmerster zich omhoog werkt in een wand door dan eens een voet in een nauwte achter haar te zetten en dan eens op wrijving haar voet recht vooruit, zo voel ik mijn ontwikkeling als vrouw. Dan weer kom ik een stapje verder op eigen kracht; dan weer is het mijn omgeving die me een stapje verder helpt.

Ontwikkeling in wisselwerking; onmisbaar die twee, eigen kracht en reflectie.