Belazerd

“Als je maar niet denkt dat je mij kunt belazeren. Dat je je vrouw tientallen jaren belazert moet je zelf weten, maar mij niet. Kl…wijf”

Een alinea vol niet-reproduceerbare woorden stort zich over de drempel.

Dan valt de deur dicht -in het slot gelukkig- en zie ik door het raam de man zijn in haast naar buiten gebrachte uitrusting naar zijn auto brengen.

De rust keert terug; ik lik mijn –vooral  virtuele- wonden en blauwe plekken. Kennelijk is hij een volger van een van mijn bloggen; iemand die eerst referenties checkt en al googlend op internet bij mijn sites, bloggen en columns is uitgekomen. Niet alle schrijfsels zijn hem blijkbaar goed bevallen.

We zoeken iemand die een paar dingen bij ons in huis in de keuken kan construeren en herstellen. Via via komen we bij de man uit. Hij lijkt een professional in hart en nieren.

De start is wat ongelukkig. Zijn drukke agenda maakt vooroverleg wat moeilijk. Hij is steeds weer niet beschikbaar voor vragen.  Om zijn werk niet te veel te remmen lijkt het ons goed alle punten –klantverwachtingen- die we nog helder willen maken, meteen bij aanvang van zijn werk met hem door te lopen. Een poging ruis te voorkomen.

Ruis? Storm ontstaat. Ik trek me terug; voor de lieve vrede. In de uren die volgen stapelen de incidenten zich op. Hij duldt alleen mijn maatje nog in z’n omgeving. Op een opmerking van haar dat het zo echt niet kan en dat zeker over technische zaken overleg met mij toch wel een vereiste is, reageert hij kort. Met mij –hoezo helft van de opdrachtgevende partij- wenst hij geen enkel contact.

Dan komt het hoge woord eruit. Hij wil nu alvast zekerheid dat hij eind van de week, als het werk nog niet af is, toch al voor 90% wordt betaald. Sterker nog, blijkt even later, hij wil nu al met nog vier dagen te gaan, geld zien.

Als ik er bij kom en wij hem vertellen dat het ons geen goed plan lijkt, beginnen zijn ogen helemaal vuur te spuwen. Hij grijpt me bij de keel. Niks virtueel, gewoon fysiek. Hij is buiten zinnen. Razend is hij op die vrouwen. In de volgende minuten, vloekend en tierend, grijpt hij al z’n gereedschap en mikt alles op de stoep voor ons huis. Ik help hem een handje.

Een illusie is gesneuveld. Af en toe draag ik bij aan enquêtes over ervaringen van LGBTI op het punt van discriminatie en veiligheid. Naïef dacht ik in een veilige bubble te leven. Eigenlijk dacht ik dat onze risicoperiode, zeker in eigen huis, wel achter ons lag. Ten onrechte blijkt nu.

Ik voel me belazerd.

Advertenties

RAL 3014

De kleur neigt wat naar paarsig. Ral 3014 in kleuren jargon; Oud Roze. Wat vrij vertaald wees een vriendin me laatst op Facebook, in een forum op die kleur; ze was er zelf, zo schreef ze erbij nog veel te jong voor.

“Over de dood niets dat goeds” zegt Adelheid Roosen in een bekritiseerde tv reclame spot van het uitvaart bedrijf Yarden; de volgens het publiek slechtste spot van 2015. We worden niet graag geconfronteerd met de dood.

Eigenlijk is het met de “Oude Dag” net zo. We denken er liever niet over na, voelen ons te jong, achten het nog te ver van ons bed. Met het rigoureus verschuiven van de institutionele ouderen zorg naar “Thuis” wordt het Roze Ouderen, en zeker Oudere Transgenders makkelijk gemaakt. Immers, waar moet je nog over na denken als je toch geacht wordt zolang mogelijk thuis te blijven.

Het heeft wel iets lekker “oud” worden in je eigen huis; vrij van moeizame blikken, niets “uit” hoeven leggen en zo. Je moet er toch niet aan denken; psychogeriatrische transgender zorg of het invullen van de intensieve zorg behoefte van “vrouwen met een transgender verleden; al dan niet geopereerd” .

Het is nog ver weg -we zijn gewoon nog veel en veel te jong; mijn nieuwe leven is immers pas een ruim jaar geleden begonnen-, zolang je in je eigen wereld kunt verblijven. Een beroep kunt blijven doen op het respect en de acceptatie van diegenen die met jou zijn opgegroeid; die je kennen en weten wie je was. Kunnen leunen op de “transgender”wave die door de samenleving waart. Maar als ooit het moment daar is dat je het saampjes thuis niet meer redt. Als je bent aangewezen op de acceptatie en openheid in een meer institutionele vorm; redt de zorg het dan nog steeds respectvol met je, met je lichamelijke specificiteit; met je neiging terug te gaan naar je allervroegste jeugd toen je ooit zo’n andere ik was. Red je het dan nog met je medebewoners, de doorsnee opinies die ik soms in wat meer populistische bladen af en toe lees.

Gelukkig zijn er al initiatieven, steeds meer zelfs, gericht op woon en zorgvormen voor LHBTI ouderen met zo’n “Ral 3014” hart. Laten we hopen dat die nooit we gesaneerd gaan worden; dat de “Ral 3014”gestemden hun kleur moeten verzwijgen uit angst weggepest te worden uit hun nieuwe toevluchtsoord.