Aberraties

Aberr..wat?

“Hebt u last van seksuele aberraties?” Ik weet even niet wat ik hier mee aan moet. Hoewel, ze zullen vast niet bedoelen wat ik “voel”. Resoluut kruis ik “Nee” aan op het formulier. Ik ben toch niet gek?

Veertig jaar geleden solliciteerde ik naar mijn eerste baan; succesvol. Alleen nog een medische keuring, een tbc verklaring en dit mysterieuze formulier. Tja, seksuele aberraties?

“aberratio 1. Ziekelijke afwijking van de menselijke geest; afdwaling”  … gaf mijn woordenboek me fijntjes mee.

1977, de tijd dat Bruce Jenner nog een goede tienkamper was. Zo ging dat in die dagen. Als een aberratie een ziekelijk afwijking is, zo dacht ik, dan leek me de betekenis van de seksuele variant daarvan helemaal pervers; niet handig voor je eerste baan. Zouden midden jaren zeventig alle frisse nieuwe medewerkers zo’n moeilijke vraag voorgeschoteld krijgen? Een soort laatste examen voor de arbeidsmarkt.

Een seksuele aberratie? Wie op internet googled naar dit begrip stapt in een zwart gat vol victoriaanse normen en waarden. Kennelijk gemeengoed in het denken rond het begin van de tweede helft van de vorige eeuw.  Je moet er niet aan denken wat er gebeurd zou zijn als ik in mijn onschuld “ja” op het formulier had gezet. Reden genoeg om de kast met mijn “gevoel” nog maar even niet open te doen.

Gelukkig is in de loop van de jaren er veel veranderd in het denken, zijn de mogelijkheden ruimer, is mijn “aberratie” wat meer aanvaard. 15 jaar geleden hakte ik samen met mijn maatje de knoop door, kreeg wind in mijn zeilen en begon de reis binnen onze gezamenlijke reis. Nu weer een aantal jaren verder, 100% stealth –hormonen uit Oceanie, groen licht uit Amsterdam en fysieke correcties uit Chonburi en Tessenderlo- denk ik dat het goed is geweest; dat ik het formulier naar waarheid heb  ingevuld.

Ik ben toch niet gek, hooguit divers.

Advertenties

Bangkok

In gesprek met de man die wat technische dingetjes hier voor ons doet in Turkije komen we op onze planning voor volgend jaar. Hij vraagt of we niet wat eerder kunnen komen zodat hij de tijd heeft wat dingen in de “rustige” tijd te doen van zijn bedrijf. Mistroostig schud ik mijn hoofd, er komt nog een operatie aan in Bangkok kort voor die tijd, eerder komen lukt gewoon niet. Terwijl dit najaar de verwarmingsunit die hij moet terugplaatsen gewoon nog niet klaar is en in Istanbul op de werkbank staat.

De volgende dag -terwijl ik 28 upgrades van Microsoft verwijder om weer internettoegang te kunnen krijgen- spreekt mijn Lief hem weer. Ik heb een brutale vraag zegt hij plots tegen haar. Is jouw partner, jouw vriendin een trans? Wat verbaast reageert mijn Lief, hoe zo?

Sprekend over Bangkok, ik vroeg me af, wie doet dat nu? Zou het een cosmetische operatie zijn? Hij vertelt dat hij wat kennissen heeft in het Turkse LGBT circuit en dat hij ineens wat maniertjes van mij, wat uitdrukkingen een plek kon geven. Hij kende ze al van wat homovrienden en samen met “Bangkok” vielen wat puzzelstukjes op zijn plaats.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik dat afgelopen weken als planningen weer niet werden gehaald en ik de “bad” guy moest spelen –mijn Lief is de gladstrijkster in de communicatie- ik niet altijd lief voor hem ben geweest en stevig met mijn handtasje heb gezwaaid.
Het was hem niet opgevallen eigenlijk vertelt hij. Hij vond ons wel stoer.

Als mijn Lief afscheid van hem neemt, vertelt hij dat hij het eigenlijk nog stoerder is gaan vinden; zo veel mee gemaakt samen en dan ondertussen zo ver zijn gekomen.

Een paar dagen later melden we ons weer in de haven waar we vorige winter ook maanden hebben doorgebracht. Alles nog het zelfde? vraagt de dame aan de balie. Pas ’s avonds realiseren we ons dat het antwoord eigenlijk “nee” had moeten zijn. Hoewel de gegevens van mijn Lief nu als “hoofd” zijn overgenomen liggen mijn gegevens van vorig jaar (paspoort met norsige oude man) er nog steeds onder. Mijn Lief loopt terug met de veranderde gegevens.

Er ontspint zich een gesprek. De dame achter de balie blijkt een vriend te hebben, ooit vriendin, die haar transitie heeft voltooid. Gespreksstof voor een ruime tijd uitwisseling van bewondering, moed, durf en zo meer. Wederzijds en zowel op haar vriendin, op mij als op mijn Lief gericht.
Navrant detail. Toen de betreffende vriend eenmaal ook de laatste fysieke aanpassingen had onder gaan en ook zijn juridische status was aangepast lag binnen een maand een oproep voor het vervullen van dienstplicht op de mat.

Zo reizend ontstaat er bewondering, bewondering voor ons, maar vooral, bij ons ook zelf bewondering voor de moed van de Turkse LGBTs.

Bang

Mijn transitie duurt, weliswaar jarenlang op schildpadsnelheid, al jaren. Op de achtergrond heeft altijd wel angst gespeeld.

Je bent bang voor het verdere verloop van het proces. Wat doet het met je? Of juist met de andere als je weer een stapje verder gaat. Bang dat het uit de hand zal lopen, bang voor consequenties, voor mijzelf, mijn relatie met mijn Lief, de gevolgen voor de kinderen. Opzien tegen de drempels vol angst om het in de omgeving, mijn ouders te vertellen.

Af en toe voel je je als een konijn dat in de koplamp gevangen wordt en van schrik niets meer doet, verstild van angst wacht op wat er komen gaat. En dan, het licht gaat uit…. gebeurt er dus weer een tijd niets. Je dwingt je het lichtknopje te zoeken. De schijnwerper gaat er vanaf, het ooit zo “geplooide” leven rolt weer door. Tot ik me weer in het schijnsel van de koplamp laat vangen. Weer bang ontdekt te worden, bang mezelf niet langer in toom te kunnen houden, bang voor wat er ooit nog komen gaat.

Een rit in de auto geeft ruimte voor een diepgaande gesprekken. Gelukkig voor de diepgang van het gesprek is de reistijd in de file nu tijdens de voorjaarsvakantie slechts 7 kwartier.

Geïnspireerd door een aantal contacten de laatste tijd -trans en niet-trans- pakken we het wondere thema, wie valt op wie of wat en waarom, op. Het vraagt een nieuwe mindset, voor mensen buiten mijn nauwe omgeving, misschien wel wezensvreemd. Het is als twee zwanen die elkaar na een korte periode van afwezigheid in de vijver weer ontmoeten. Zo Lief en vertederend.

Het besef dat in een schijnbaar ooit heterorelatie, de band met elkaar toch zodanig is dat het geven om elkaar, als ware panseksueel, prevaleert en je zonder het bewust te zijn samen in een schijnbaar lesbische relatie groeit. Ik val nog steeds op vrouwen, en mijn Lief… die groeide met me mee. Hoewel schijnbaar? Het voelt gewoon goed.

In gesprek met twee andere transvrouwen komt het thema vergelijkbaar terug, de een sluit niet uit straks toch weer een manlijke partner te zoeken, de ander valt op vrouwen. Voorlopig hebben ze vooral elkaar. Het is lief en vertederend. Toch is de angst bij ons nog steeds niet weg, nog steeds ben ik bang mijn Lief te verliezen of zoals mijn Lief, bang dat ik uiteindelijk toch voor een andere vrouw kies en zij voor mij. Jarenlang, misschien wel dertig jaar, heeft die angst er voor mijn Lief in gezeten, voor ik zo nadrukkelijk voor mijn vrouwelijke voorkeur uitkwam. De angst dat ik uit eindelijk toch voor een man zou vallen.

In de discussie rond de SRS, in Nederland, of elders speelt naast het thema functionaliteit, zeg maar werkt alles naar behoren, nadrukkelijk ook “diepte” “cosmetisch resultaat” en “gevoel” een rol. Bij Dr Suporn, in Thailand, geef je er in het voorgesprek zelfs een ranking aan. Diepte, om toekomstig gebruik niet uit te sluiten. Wat voor mij het belangrijkst is, overdenk ik nog. Komt vast nog wel eens terug in een blog.

Ik spreek een ander dubbel transvrouwen stel, ze wonen samen en zijn smoorverliefd op elkaar, een feest om mee te maken, je wordt er gewoon blij van. Zij hebben duidelijk voor elkaar en een gezamenlijke, ook in de verdere consequenties, toekomst gekozen .

Er is een tijd geweest dat we ons naar de buitenwereld verontschuldigden als we werden uitgenodigd. Alsof we op een uitnodiging reageerden met een “B”oplossing. Ja gezellig, maar ik neem wel mijn vriendin mee. Een soort sorry, alsof je meteen ook de kat meebrengt die erg verhaart. Hoewel je dat verharen nu net van mij niet kan zeggen.
In andere voor de hand liggende situaties worden we gewoon niet meer uitgenodigd. Kennelijk breekt de angst bij een van de partijen door dat we afgeven of wellicht dat we een te grote concurrentie vormen, dat we de vrouw des huizes inpikken of er plots, hoe veranderlijk is de mens, met de heer des huizes van doorgaan.

Neen, wij gaan ons niet meer verontschuldigen. Je neemt ons zoals we zijn, dan maar bang en bevreesd.

O, bent u er zo één …

Terugkomend van een gesprek over LGBT voorlichting in Rotterdam en omgeving pak ik de trein terug naar Dordrecht, nauwelijks een kwartiertje over het spoor.

LGBT voorlichting in Rotterdam en omgeving, LGBT: Lesbian, Gay, Bi, Transgender. In gesprek gaan met de groep, de klas, over acceptatie en respect. Coördinator Gert-Jan maakt me nog enthousiaster dan ik al was. We hebben een klik. Kijkend naar de educatiedoelen van Rainbowcity010 heb ik als lesbische transvrouw, althans de omgeving ziet me zo, mijn vragen, past mijn “T” helft er voldoende in? Zelfs voor ik mijn vraag heb gesteld is het antwoord in het gesprek al meer dan gegeven. Daarbij, hoe de omgeving je ook ziet, in welk hokje je ook past of wordt gestopt, het gaat bovenal toch om acceptatie en respect.

Kijkend naar mijn eigen ervaring en die van mijn Lief, zijn we eigenlijk zondagskinderen. Om niet te provoceren dragen we geen ringen meer, lopen nooit meer handje/handje, is een vluchtige zoen niet altijd gewenst op straat. Of het hier door komt of gewoon door geluk weet ik niet. Eén keer maar zijn we lastig gevallen op straat, jaren geleden al. Kennelijk was de geur van kwetsbaarheid op die dag teveel waarneembaar. Een dagje shoppen in Amsterdam  – ik koop een leuke damestrui bij H&M- kreeg even een wat bitter end. Ook in het buitenland weten we onaangenaamheden te vermijden. Zelfs als we wat giechelend over een boulevard lopen weten we de priemende blikken van Engelse manlijke toeristen  –type om 06.00 nog steeds zwaar getatoeëerde en blote bast aan het bier- nog om te leiden.

Het gesprek loopt ten einde. Ik neem de trein terug naar huis. Het is vol in de intercity, alle plaatsen rondom me zijn bezet. De conducteur controleert de vervoersbewijzen, zo ook mijn e-ticket.

“Mag ik uw legitimatie? Ik geef hem er twee, mijn paspoort en mijn gender-id. Eén is genoeg gromt de man. Ik geef aan toch ook de tweede te willen geven om misverstanden te voorkomen. Hij werpt een blik en geeft alles terug;

 “O, bent u er zo één..”  

Ben ik verbaasd?  Verbijsterd? Geshockt? Ik weet het niet. Voorlopig verschuil ik me even in mijn Viva. Pas als ik een kwartier later in Dordrecht uitstap en het verhaal vertel aan mijn Lief, gebeurt er wat. Mijn Lief is woest, ik ben nog steeds in een shock.

Heel langzaam dringt pas naast de geringe toleratie, de schaduw van wat er gebeurd is tot me door. De trein zit vol, wat nu als binnen gehoorsafstand van onze conversatie, opgeschoten jeugd of andere onprettige aanwezigen zijn uitspraak oppikken? Wat als een of meer van hen met mij op hetzelfde station uitstappen. Ineens ben ik niet meer slechts een “ stealth levende oudere vrouw” maar vooral ook zo’n … Precies zo één…

Ik zet het verhaal op facebook. De reacties zijn heftig. Via via komen ook reacties vanuit de “Rose”NS en de wereld van het COC zelf. “Schokkend”, “Verbijsterend”, “Te gek voor woorden”.

Ik dien een klacht in bij de NS. Hoe het verder loopt, is afwachten.

Acceptatie, verdraagzaamheid, respect. Ik weet nu nog beter waar het over gaat.

Beneden

Passabel zijn in de islamitische wereld.

Het is niet te vermijden. We staan samen te praten op de steiger voor ons drijvende huisje. Verrast blikt een enkele voorbijganger ons aan. Het betekent nog niet zoveel. Twee westerse vrouwen, nogal zomers en luchtig gekleed met elkaar in gesprek. De eerste dag komen we meestal wel door. We kijken terug met een blik van “de mannen liggen op de bank beneden”.

De dagen daarna wordt het anders. De blik verandert, immers “de mannen” verschijnen nog steeds niet aan dek. De ogen versmallen, ze zullen toch niet? Twee vrouwen met zo’n drijvend huisje; zullen toch niet samen in dat drijvende huisje wonen?

In de slip-stream van mijn transitie, zijn we lesbisch geworden; althans de buitenwereld plaatst ons al snel in dat hokje. Bij eerste aanblik passen we nog in het “hetero”-hokje; de mannen liggen immers schijnbaar beneden uitgeteld op de bank. Kort daarna verschuift de blik al, bij gebrek aan mannen schuiven we zo op naar een ander hok. Dat wij als “mensen” een relatie hebben past niet in de hokjes; onze schijnbare relatie ligt gewoon languit in de gang. Langzamerhand raken we daar aan gewend. Gelukkig kunnen we de vraag hoe we het doen nog vermijden. Ons liefdes leven wordt dan helemaal zo’n openbaar bezit.

We lopen risico in ons LGBT-hokje; helaas meer dan een gewoon getrouwd stel. Eenmaal op de vliegtuigtrap schuiven we de ring weer van onze vingers, lopen we niet meer hand en hand, geen stiekeme vlugge kusjes, niet meer elkaars rug even wassen onder de buitendouche.

Neen, die blik houden we er nog even in; de blik van “de mannen uitblazend beneden op de bank”. Wel zo gemakkelijk, het scheelt in ongewenste aandacht.