O, bent u er zo één …

Terugkomend van een gesprek over LGBT voorlichting in Rotterdam en omgeving pak ik de trein terug naar Dordrecht, nauwelijks een kwartiertje over het spoor.

LGBT voorlichting in Rotterdam en omgeving, LGBT: Lesbian, Gay, Bi, Transgender. In gesprek gaan met de groep, de klas, over acceptatie en respect. Coördinator Gert-Jan maakt me nog enthousiaster dan ik al was. We hebben een klik. Kijkend naar de educatiedoelen van Rainbowcity010 heb ik als lesbische transvrouw, althans de omgeving ziet me zo, mijn vragen, past mijn “T” helft er voldoende in? Zelfs voor ik mijn vraag heb gesteld is het antwoord in het gesprek al meer dan gegeven. Daarbij, hoe de omgeving je ook ziet, in welk hokje je ook past of wordt gestopt, het gaat bovenal toch om acceptatie en respect.

Kijkend naar mijn eigen ervaring en die van mijn Lief, zijn we eigenlijk zondagskinderen. Om niet te provoceren dragen we geen ringen meer, lopen nooit meer handje/handje, is een vluchtige zoen niet altijd gewenst op straat. Of het hier door komt of gewoon door geluk weet ik niet. Eén keer maar zijn we lastig gevallen op straat, jaren geleden al. Kennelijk was de geur van kwetsbaarheid op die dag teveel waarneembaar. Een dagje shoppen in Amsterdam  – ik koop een leuke damestrui bij H&M- kreeg even een wat bitter end. Ook in het buitenland weten we onaangenaamheden te vermijden. Zelfs als we wat giechelend over een boulevard lopen weten we de priemende blikken van Engelse manlijke toeristen  –type om 06.00 nog steeds zwaar getatoeëerde en blote bast aan het bier- nog om te leiden.

Het gesprek loopt ten einde. Ik neem de trein terug naar huis. Het is vol in de intercity, alle plaatsen rondom me zijn bezet. De conducteur controleert de vervoersbewijzen, zo ook mijn e-ticket.

“Mag ik uw legitimatie? Ik geef hem er twee, mijn paspoort en mijn gender-id. Eén is genoeg gromt de man. Ik geef aan toch ook de tweede te willen geven om misverstanden te voorkomen. Hij werpt een blik en geeft alles terug;

 “O, bent u er zo één..”  

Ben ik verbaasd?  Verbijsterd? Geshockt? Ik weet het niet. Voorlopig verschuil ik me even in mijn Viva. Pas als ik een kwartier later in Dordrecht uitstap en het verhaal vertel aan mijn Lief, gebeurt er wat. Mijn Lief is woest, ik ben nog steeds in een shock.

Heel langzaam dringt pas naast de geringe toleratie, de schaduw van wat er gebeurd is tot me door. De trein zit vol, wat nu als binnen gehoorsafstand van onze conversatie, opgeschoten jeugd of andere onprettige aanwezigen zijn uitspraak oppikken? Wat als een of meer van hen met mij op hetzelfde station uitstappen. Ineens ben ik niet meer slechts een “ stealth levende oudere vrouw” maar vooral ook zo’n … Precies zo één…

Ik zet het verhaal op facebook. De reacties zijn heftig. Via via komen ook reacties vanuit de “Rose”NS en de wereld van het COC zelf. “Schokkend”, “Verbijsterend”, “Te gek voor woorden”.

Ik dien een klacht in bij de NS. Hoe het verder loopt, is afwachten.

Acceptatie, verdraagzaamheid, respect. Ik weet nu nog beter waar het over gaat.

Advertenties

Lief C

Wie bang is voor een blog over relaties of sexuele avances kan beter niet doorlezen; leg het opzij voor een andere keer.

Een regelmatige rollercoaster vol emotie; in duizelingwekkende vaart van euforie naar diepgravende dysforie en terug. Terwijl mijn tranen langzaam drogen, voel ik mijn Lief naast me. Wat doe ik haar aan?

Zo’n 35 jaar geleden fluisterde ik het Lief C in haar oortjes; stukje bij beetje, het voor mij nog zo onduidelijke verwarrende gevoel. Ik koesterde het geheim al wat langer, als een vaag gevoel dat zich in de vroege ochtendschemer van mijn puberteit in nakende contouren aftekende zonder haar details prijs te geven.

Lief C weet, net als ik, van het gevoel, van de twijfel, van de vraag of het ooit nog over zal gaan. Weten! maar Beseffen? Het is als een boodschap zonder uitleg, zonder exegese; voorlopig nog zonder betekenis.

Steeds als het thema opkomt, speelt de vraag weer opnieuw; hoe groot is mijn gevoel? .. en hoe belangrijk? Wat zijn de gevolgen? Waar eindigt dit ooit? We wegen af en schuiven door; voorlopig nog niet… Het is als een tergend langzame carrousel; met iedere omwenteling komt het thema weer langs en iets later, verdwijnt het weer om de bocht, tot na een tijdje …  Lange tijd komen we niet los van de carrousel, zien we geen kans hem samen te verlaten. Een vaag traject van koesteren, van weten door C, van doen door mij, voorzichtige stapjes maakt het wachten aanvaardbaar totdat….

Er gebeurt er iets; een kookpunt, een vertwijfeling, wanhoop! en het geheim ligt bij derden op tafel. Zo kan het niet langer. Wat al werd geweten, wat al lang werd vermoed, is ineens realiteit. Alsof weten dan pas omslaat in realiseren.

Voor veel transgenderstellen stopt hier met een kortsluitingsschok de carrousel. Worden de partners verschillend weggeslingerd. Het aantal scheidingen waar de genderdysforie, de transeksualiteit, de oorzaak van is –althans volgens één van de partners- is gigantisch. Stellen die dit overleven zijn spaarzaam; ze hebben geluk en vooral elkaar.

Af en toe krijgt Lief C de vraag; hoe doe je dit zo zo? Hoe houd je dit uit? Wat betekent het voor jou? Een lastige vraag, immers is dat wat er voor de buitenwereld is veranderd, wel zo veranderd voor mijn Lief. Ooit trokken we bij elkaar in als maatjes, hoewel met ups en downs, de werkelijkheid van nu is niet veel anders; af en toe“vecht”maatjes, bijtertjes hooguit.

Wat Lief C overkomt is niet niets, een transitie doet ook de partner op haar grondvest schudden. Ooit schreef ik de kinderen  “….verder verandert er niets”. Een ernstige vergissing, al wisten we dat toen nog niet. Er is veel dat schuift en verandert; zeker de buitenwereld kijkt je ineens heel anders aan. Met rode oortjes misschien zelfs, immers hoe doen ze het nu dan… of straks. Eigenlijk is de waarheid heel simpel. Mijn ding is al ruim drie jaar al zijn levendigheid kwijt; af en toe krjgt C hulp van Christine; Le Duc wel te verstaan. En straks? Misschien bloeit mijn nieuw orgaan dan wat op, en voor het overige blijft alles bij het oude, knuffelen, strelen, koesteren, zoals voorheen.

Het is wennen ineens anders te worden bekeken; meer dan voorheen rekening houden met de samenleving om ons heen, zelfs reisdoelen worden twijfelachtig, immers of twee lesbiennes straks in het homofobe Rusland nog zo welkom zijn? Zelfs als we samen in een winkel een trui staan te passen moeten we ons leren te gedragen; lastig als we eigenlijk even een beetje stout en ondeugend zijn.

Het is niet eenvoudig jezelf als partner goed te houden als na de grote bekentenis je zwaar uitgevallen behaarde man zich ineens met hakjes in een jurk door de huiskamer beweegt; als een Man. Ik heb het Lief C zowel gemakkelijk als moeilijk gemaakt; de fase “man in jurk”, lees een innieminie korte broek – zo een waarin je je dochter van dertien nog niet los durft te laten- en een spaghetti hemdje met ontsnappende  bh-bandjes heeft bij ons bijna twee jaar geduurd, gelukkig waren we vaak met slechts de gevleugelde Boobies op onbewoonde eilanden. Het “behaarde” deed zich bij mij niet voor laat staan het “zwaar uitgevallen”. Door het hormoongebruik kwam mijn lichaamshaar nauwelijks meer terug, woog ik na een tijd nog maar 63 kilo en verschoof mijn lichaamsvet naar meer vrouwelijker plaatsen.

Dat er regelmatig door omstanders vergissingen werden gemaakt is dankzij mijn Buff mutsjes en shawls niet verwonderlijk; immers de vraag hoe mijn behandeling loopt -chemo dan wel te verstaan- of de terechtwijzing als ik weer naar de verkeerde “heren”wc  of douche dreigde te gaan ligt wel erg voor de hand. Neen, Lief C heeft op dit punt niet met kromme tenen gezeten.  De supersize zonnebril, om even niet te hoeven kijken, kon al snel weer af worden gezet.

Partners, die de transitie doorstaan, die hun eigen transitie gelijktijdig moeten doormaken; die soepel van hij en hem kunnen switchen naar zij en haar, die zonder kromme tenen door het leven kunnen gaan en zelfs de indringende vragen weten te doorstaan.

Zoals mijn Lief; dat soort partners, ze zijn verschrikkelijk zeldzaam.  Dat mag ook wel eens worden gezegd.

 

 

 

 

Alfa

Onder de koffie komt de gedachtewisseling met Lief C op de vraag “als wat ik een gesprek voer?” Voel ik me al pratend vooral vrouw, voel ik me toch nog steeds af en toe man, of voel ik me vooral mijzelf. In het transitieproces verandert veel, fysiek, emotioneel, gedrag, sociaal; in hoeverre verander je ook je persoonlijkheid, of blijf je bij jezelf en veranderen hooguit een aantal gevoelens en maniertjes? Lastig, we komen er niet zo uit.

In sommige subculturen van de westerse heterowereld is het niet ongebruikelijk van homo en lesbische stellen in te schatten wie nu het “vrouwtje” en wie nu het “mannetje” is. Een domme en stigmatiserende vraag. Al voortkeuvelend tijdens de koffie komen we even op deze vraag. Zou ik voor buitenstaanders “het mannetje” zijn gebleven? Een onzin vraag, we zijn gewoon onszelf. Ieder van ons tweeën heeft van oudsher taken, vervuld een bepaalde rol. Mijn transitie heeft daar wel iets aan verschoven maar in de kern blijft alles toch min of meer gelijk. Wel zo praktisch overigens anders zouden er hele dagen opgaan aan het herverdelen van taken en aandachtsvelden; niets het  “vrouwtje” of het “mannetje” of zo.

Een kennis spreekt Lief C aan. In het gesprek komt het onderwerp op mij als vroegere Alfaman.  Hoewel een ouderwetse Bèta heb ik me met mijn taligheid en belangstelling voor sociale geschiedenis aardig naar een Alfa ontwikkeld; leuk geprobeerd maar dat werd dus niet bedoeld. Neen, het gaat over mijn verleden als een “Bokito” borsttrommelend in de menselijke dierentuin. “Ik vind het moeilijk hem los te zien van de Alfaman, voegt kennis toe naar Lief C. Even weet ze niet wat te zeggen.

Alfaman, het lijkt zover van de realiteit te liggen, sleep ik nu weer die “Schaduw uit het verleden met me mee? Neen, als ik ooit al plezier gehad en gelukkig ben geweest dan heb ik van de Alfastatus toch wel zeer grondig afscheid genomen, 15 jaar geleden tijdens een nogal matriarchaal dominant arbeidsconflict; “Alfavrouw in het kwadraat”, zeg maar.

Vanaf dat moment wist ik het zeker, de empathisch kant, mensgericht en coachend, ligt me veel meer. Korte tijd later vond ik een baan in de ICT, de mega-instroom van Young Professionals, gaf me meer dan voldoende ruimte voor coachen, begeleiden en grootbrengen van nesten vol “jonge honden”. Het is ook in die tijd, nou ja een paar jaar later, dat ik in een periode van economische teruggang, psychische problemen krijg met het tegenovergestelde van mijn rol, namelijk het moeten ontslaan in plaats van grootbrengen. Dan in gesprek met huisarts en psycholoog  open ik me voor het eerst naar derden, geef ik mijn twijfel aan bij mijn genderidentiteit; een vrijwel aanmelding bij de VU is al snel een feit.

Terug aan de koffie, een vraaggesprek met Sara Kroos (cabaretvrouw en VIVA-columniste), nog vers ik het geheugen, blijven we samen nog even kauwen op die vraag “hoe doe je het nu met elkaar” en vooral, wat heeft een ander daar eigenlijk mee te maken.

Sara en haar “Mevrouw”, Lief C en ik, volgens mij lost zich dat gewoon op. Niets met Alfamannetjes en vrouwtjes, maar onderling, op je beider gevoel.