Eerste keer

Het blijft spannend zo’n eerste keer. Een eerste keer naar buiten, over de straat, naar een winkel toe. Vandaag is het zover. In tegenstelling tot al die eerste keren maanden, een jaar, nog langer geleden, heb ik niet wakker gelegen, heb ik geen bergen gezien om tegen op te kijken.

Een dagje kleinkinderen vandaag. Na een bezoekje aan B. mijn logopediste meteen, Lief C en ik, “Oma en Andere Oma” , zonder file door naar dochter en haar kroost.

Het weer lokt om met de jongste even naar buiten te gaan; 7 weken is hij nu, een enorme verandering sinds hij voor het eerst in mijn armen lag. Terwijl z’n moeder met Lief C. achter de naaimachine kruipt, ga ik met de jongste boodschappen doen.

Ingesnoerd in de draagdoek sjouw ik de kleine mee op de wandeling naar de supermarkt. Even pruttelt het nog maar dan is het rustig op mijn buik. Terwijl ik rustig voortstap valt de kleine man lekker in slaap,kennelijk herinnert mijn hartslag hem voldoende aan dochterlief. Ooit sliep zij lekker in de draagzak op mijn rug, nu dertig jaar later liggen de zaken anders.

De straat is nog nat, voor het eerst van mijn leven moet ik voorzichtig lopen op mijn hakken. Je moet er niet aan denken, zoveel kostbaars voor je buik en dan vallen.

In de winkel kijkt iemand me teder aan. Telkens als ik even inhoud om iets te pakken, pruttelt de lading in mijn draagdoek. Na het wat liefkozend terugkirren stopt het gepruttel weer.

De mevrouw bij de kassa lacht me vriendelijk toe, of ik mijn bonuskaart bij me heb. Toch wel een voordeel ,een trotse Oma met een baby, nog geen twee maanden oud, in een draagzak voor je buik. Je hoeft geen foto’s meer te laten zien.

Neen, een bonuskaart heb ik niet nodig; de bonus heb ik al binnen voor vandaag. De eerste keer met jong leven voor mijn buik. Een ongeëvenaard de stap op weg naar de vrouw in mij; zeker ook voor dochterlief denk ik maar zo.

Advertenties

Gordiaans

Het voelt als een gordiaanse knoop, een spagaat, maar wel een andere dan waar ik eerder over schreef; een leuke eigenlijk, maar wel een hele moeilijke.

Dochterlief geeft een kraamfeest ter gelegenheid van de geboorte van de jongste kleinzoon. Zo kan alle bezoek in een keer ontvangen en gefêteerd worden. Lief C en ik zijn ook welkom. Dochter geeft al weken geleden aan het fijn te vinden ons als haar vader en moeder er dit keer bij te hebben. De vorige keer – oudste kleinzoon- liep mijn aanwezigheid mis om dat ik 48 uur eerder, meer levend dan dood in het ziekenhuis lag vanwege een uit de hand gelopen blaasontsteking; voor kenners, een urosepsis.

Ik verheug me erop, alleen hoe ga ik? Welke gedaante hoort straks op het feest bij mij? Als vader ben ik er hoe dan ook, dat is onvervreembaar. Maar tegelijkertijd ben ik er als vrouw,  inmiddels bijna een jaar ook binnen onze landsgrenzen als vrouw levend kan ik niet anders, immers ik heb behalve een oude spijkerbroek voor het schilderen en klussen niets mannelijks meer in huis.

Kleinzoon, de oudste, voegt nog een extra smaakje aan de moeilijkheidsmix toe. Ik ben z’n Opa maar tegelijkertijd ook z’n “Andere”Oma, niet te verwarren met z’n echte andere oma, de wederhelft van de andere opa en oma. Lastig hoor, dit zo uit elkaar te houden.

Een deel van de gasten kennen me, hebben me bij eerdere gelegenheden gezien, weten van mijn verandering. Voor een ander deel van de gasten ben ik nieuw, een “verwarrende”  vrouw, een soort tante, die elegant als een acrobate probeert allerlei bordjes omhoog te houden  –vader, opa, “andere” oma, partner van Lief C (die zelf de moeder en ook een van de oma’s is), stealth vrouw, tante-  dit alles om vergissingen uit te sluiten.

Mezelf zijn met al die bordjes in de lucht; wat trek ik daar in vredesnaam bij aan. Zelfs op het tijdstip dat we moeten vertrekken weet ik het nog steeds niet; wil ik er zijn of wil ik me verschuilen? De ooit zo stoere zeevaardster staat trillend voor haar kast. Lief C brengt uitkomst, geef me het duwtje in mijn rug. Ik ga in een mooie grijze jurk, een winterse combinatie met mijn lange grijze supervest. Niet zonder symboliek, zij droeg zelf de jurk op het eerste kraamfeest, in meer zomerse entourage.

Nog voor het feest begint krijg ik jongste kleinzoon, het feestvarken in mijn armen; mijn zorgzame kant wordt meteen volop geactiveerd. Hobbelend en schommelend, de liedjes van mijn logopediste voor hem zingend houd ik hem, of hij mij? bezig. Bijna een uur, en herhaalde keren in de uren daarna, slaapt ie, sabbelt ie, boert, windt en hikt in mijn armen. Voor hem is het leven meteen begonnen met “Andere” Oma.

Beschuitjes smerend, drankjes inschenkend, dipgroente en zoutjes bijvullend, broodsnijdend en tapenade serverend, maken Lief C en ik ons nuttig. Onder mijn acrobatiek op het slappe koord voel ik me een vangnet; krachtig en veilig vastgehouden door Lief C, de dochters, hun partners, en er tussen door krioelend, de oudste kleinzoon.

Het huis is vol, het is gezellig, en, het voor mij belangrijkst, mijn bordjes blijven in de lucht. Als uren later het huis weer leeg is en ik mijn bordjes weer kan laten landen vraagt L, partner van dochterlief of ik me veilig genoeg heb gevoeld. Ik kan het slechts beamen; ik pink een traantje weg.

Als weg weggaan, krijg ik een knuffels van oudste klein zoon “Tante, Opa” zegt hij met een brede lach, weer een naam op het lijstje erbij.

Het is al laat als we thuiskomen, het bed nog bezaaid met de resten van mijn kleding gemiep uren eerder die dag. We kruipen in, door en tegen elkaar aan en vallen in slaap; een gordiaanse knoop.

Als ik een paar uur later wakker wordt liggen we ieder aan onze eigen kant; de gordiaanse knoop is weer ontward. Soms ontwarren knopen gewoon vanzelf.