Tangram

Een ochtendje eventjes een cappuccino halen aan de andere kant van de heuvel. De dames hebben zich er op gekleed. In een enkel lange jurk en met mijn uitbundige zonnehoed op mijn kapsel manoeuvreer ik de bijboot naar een plekje aan de kade. De veerman van een lokaal bootje pakt het lijntje aan. Galant helpt hij de dames uit te stappen –zo’n enkel lange jurk is misschien niet het handigst om mee op de kade te klimmen. De illusie blijft in stand.

Misschien, zo chat een transvriendin met me, zijn wij als transen wel heel goed om verhalen en illusies in stand te houden. Niet voor niets duurt het zolang voor sommigen eindelijk voor hun andere zijn uitkomen. Al die tijd bleef de illusie overeind.

Een coming-out is als een zeepbel, plots klapt met veel gespetter de bel ineen, is de ballon van de illusie lek geprikt, omstanders, naasten in verwarring achter gelaten. Berooft van de illusie duurt het een tijd voor de nieuwe werkelijkheid is aanvaard.

Ik zal een jaar of zeven/acht zijn geweest toen ik een prachtige vlinderkwekerij in mijn achtertuin had. Keer op keer vertelde ik mijn muziekjuf over de wondere pracht van de harige wormen die zich verpopten tot schoonheden van vlinders. Mijn gevoel voor transitie en gendergekleurde beeldspraak zat er al vroeg in kun je zeggen. Toen mijn ouders door haar eens bewonderend aangesproken werden over mijn vlinderhobby, was hun antwoord veelzeggend. Fantast! Het werd niet op prijs gesteld. Ik bracht die avond al vroeg door op mijn kamer; zonder eten naar bed.

Het scheppen van illusies, het hebben van een “verhaal” voor derden, zowel voor als na je coming-out. Het is niet te vermijden. Je creëert een beeld, je waant je veilig, al weet je dat het in basis niet klopt.

Het verhaal, in het nu, of over je verleden, het is net tangram, het Chinese spel met de zeven stukjes. Talloze figuren kun je maken van de zelfde zeven bouwstenen, zoals het verhaal dat je verteld aan onbekenden over je verleden. Dezelfde stukjes maar anders bij elkaar gevoegd.

Sommige verhalen zijn beschreven, controleerbaar, herleidbaar, zijn in sociale media, Linkedin, websites en internet terug te vinden. Andere zweven, het lijkt wel, maar veel van de verbindende stukken missen wat. Alsof de tangramspeler er zelf wat stukjes bij heeft geknipt.

Misschien schuilt in iedere transvrouw of man wel een illusionist. Bedreven als we zijn in het lang op houden van het oude beeld, het omschakelen naar het nieuwe beeld en het een nieuwe kleur, draai geven aan je verleden zoals je het schetst voor onbekenden. Een beetje zoals een sollicitant een cv opleukt. Tenminste, in de tijd dat ik cv’s beoordeelde, kwam ik er regelmatig tegen waarbij tussen de regels lezen leerzaam was.

Illusies creëren, droom en werkelijkheid mixen en een nieuwe werkelijkheid doen ontstaan. Waarom doe je het? Is het om ieder risico op misverstand uit te sluiten, zoals bij de oudere transgender die langdurig demonstreert gewoon “huisje-boompje-beestje” te zijn? Is het om aandacht te genereren, zoals misschien bij die “vlinderfantast”? Doe je het om een lastig te vertellen passage te maskeren, zoals bij de transvrouw die met een tangram alternatief de geschiedenis wat hernieuwd inkleurt.

Droom en werkelijkheid in een hanteerbare mix. Een illusie, een verhaal dat eenduidig blijft klinken en hooguit organische ontwikkeling kent. Tot plots om de illusie in stand te houden nog grotere, mooiere, steviger, zwaardere illusies nodig zijn. Er een wurgende omstrengeling van droom en werkelijkheid ontstaat, er steeds meer nodig blijkt om in de rails te blijven.

Even moet ik denken aan het “Gouden Boekje” Sambo (1948/1954). Sambo die steeds weer het hele dorp in rep en roer bracht door heel hard “Tijger!!!” te roepen. Tot op een dag toen hij het weer riep niemand meer opkeek. Van Sambo is nooit meer gehoord. Soms is het, net als voor Sambo, gewoon moeilijk nog langer geloofwaardig te blijven.

Het is als de politicus die om in de race te blijven steeds meer academische titels toevoegt, justitieel vergrijp vergeet. Dan rest nog maar één ding, mea culpa en het doek gaat neer. Uithuilen en opnieuw beginnen. Troost zoeken en low level naar een nieuwe start, op zoek naar het onderliggend probleem.

Advertenties

Onder ogen…

Het contrast is te groot. Ik heb het eerder al eens geschreven, als ik onder de douche uit kom raak ik ontgoochelt. Gelukkig is de spiegel doorgaans beslagen. Buitenlandse douches hebben helemaal geen spiegel, pas in de gemeenschappelijke de optutruimte, maar dan heb ik toch altijd wel iets meer aan. De beslagen spiegel laat me raden, ik weet wat ik tussen navel en knie aan zou kunnen treffen. Ik zie het alleen niet, de mist houdt de illusie voor me nog wat langer in stand. Nog een aantal maanden, dan mag de mist optrekken, wordt de illusie niet langer verstoord.
Schrijven, althans mijn soort, is af en toe gebaseerd op het creëren en in stand houden van illusies. Maar zelfs voor mij, en zeker voor mijn Lief, is er een grens.
Als ik de eerste avond mijn nieuw kapsel op de standaard zet valt er een stilte. Even gaat er iets niet goed. Ik heb niet de gewoonte ’s avonds in nachtpon nog in de spiegel te kijken. Dat heb ik de afgelopen paar jaar afgeleerd. Neen , ik heb dat gevoel alleen bij het ochtend gloren, als ik de eerste blik van de nieuwe dag, nog voor ik met mijn hoofddoekje in de weer ga, in de spiegel werp. Ik kijk niet lang, eerder per ongeluk. Gewoonweg omdat bij het binnenlopen van de badkamer de spiegel, nog onbeslagen, me niet te vermijden in de ogen kijkt. Wat ik zie vervult me met afschuw, een kaal hoofd, omringt met een krans van lang rossigbruin haar, als een slechte uitvoering van de beroemde clown Popov.
Al maanden maskeer ik deze desillusie bij het opstaan met een van mijn Buff mutsjes. Toch blijft er altijd nog dat kortstondig moment tussen het ontwaken en het besef, dat het zo niet kan. Tegen elkaar aankruipend delen we onze gevoelens, Lief C en ik. De verschillen aan de rand van de dag zijn te groot, de glimp van de man die ik ooit was breekt op die spaarzame korte momenten te nadrukkelijk door. Even is er D.., de man van vroeger. Dit kan zo niet meer, zo kan ik mijn Lief en mijzelf niet langer onder ogen komen.
Daar zo in het donker, de eerdere illusies weer terugbrengend in gedachte, maken we een nieuwe afspraak. De Buff-mutsjes waarmee ik mijn transitie begon, krijgen een nieuwe en mooiere plek in mijn leven, rechtsboven mijn hoofdkussen, altijd vindbaar bij dag en nacht. Voortaan, na het kortstondig ritueel van het ontdoen van mijn kapsel of losdoen van mijn hoofddoek, zet ik mijn Buff op, tot ergens verderop in de nacht. Vaak blijft ie zelfs de hele nacht zitten. Tegen de ochtend, ver voor een wekker of ochtendgloren, zet ik mijn Buff dan als het nog nodig is weer op, de vrouwelijkheid in standhoudend tot het winters ritueel van het opzetten van mijn kapsel –de UV gedurende 6 maanden in de warme streken tast de kleur van mijn nieuwe kapsel teveel aan- of het knopen van de zomerse hoofddoekjes.
Het beeld van de vrouw in mij raakt steeds beter gevuld, zeker nu dat glorende mannenrand je bij begin en eind van de dag nu ook verholpen is. Weer minder “man van vroeger”, weer neemt de nieuwe vrouw die ik ben, meer plaats in bij mijn Lief. Gelukkig niet alleen als illusie, maar ook in werkelijkheid.