Komt een vrouw..

… bij de dokter.

Met paspoort en verwijsbrief meld ik me bij de balie Gynaecologie van mijn lokale ziekenhuis. “Gaat u zitten mevrouw, we lopen iets uit. U wordt zo geroepen.

Wanneer is je transitie af? Nooit? Hoewel, er is een moment dat je aardig bent uitgereisd.

Na –tientallen- jaren van vooroefening, als een atleet die voor en achteruitstappend, voorafgaand aan de grote sprong het moment zoekt, het tijdstip bepaald, de omstandigheden inschat, alvorens zich in een explosie van energie te lanceren. Dromend, proberend, inlevend, experimenterend wipte ik van de ene voet op de ander, twijfelend tussen aarzelen en doen, tussen vooruit stappen en terug nemen. Tot het moment dat ik de telefoon pakte en een afspraak –urgent- met mijn huisarts maakte. Eigenlijk liep mijn transitie toen al een paar jaar –ik gebruikte al 2,5 jaar hormonen, werd regelmatig correct gegenderd –lopend naar de toilet sprak een man me ooit aan met “mevrouw, de dames toiletten zijn aan de andere kant”- en kocht alleen nog maar broekjes en hemdjes waar je zelfs je dochter liever niet in ziet lopen.

Verbijsterd liet ik hem achter met mijn vraag. “kun je mijn hormonen voorschrift overnemen? Het lukt me niet langer om ze zonder ernstige problemen met het de Officier van Justitie te importeren”. Misschien heb ik hem wat overvallen, heb ik hem door zeven jaar lang grotendeels buitenlands te verblijven weinig kans geboden met me mee te groeien; een eufemisme! Dat ik uiteindelijk in de reguliere procedures en processen terecht kwam, mijn hormonen weer kreeg en bij de VU netjes de wachttijd doorliep voor de diagnose opnieuw gesteld werd zal geen verwondering wekken. Soms moet zelfs een “kamikaze pilote” zich eventjes in de processen van de verkeerstoren schikken.

Ik zal er geen geheim van maken dat ik langdurig met de VU gesteggeld heb over de VU interpretatie van de Real Life fase (een jaar -incl overgangstijd- in nieuwe rol, een jaar hormonen gebruikend) ten opzichte van dezelfde interpretatie van de WPATH (World Professional Association for Transgender Health(care)). Immers waar begin je te tellen, na de VU diagnose of vanaf het moment dat je daadwerkelijk HRT gebruikend in je nieuwe rol gaat leven. In mijn geval een verschil van misschien wel 3 jaar.

Vanaf het begin van mijn gesprekken bij de VU heb ik er geen geheim van gemaakt uiteindelijk in Thailand geopereerd te willen worden. Houd het op planbaarheid, veronderstelde kwaliteit en de internationale oriëntatie van mij en mijn Lief. Dat dit de nodige gesprekstof opleverde met de VU zal geen verbazing wekken. Als trouw WPATH lid is ook voor chirurgen als Chet, Suporn en Preecha de “verwijzing” van een genderspecialist met daarin die 1 jaar HRT /1 jaar gewenste rol, essentieel.

Nog steeds veel buitenlands verblijvend heb ik mijn huisarts toen de hormonen weer voorgeschreven waren en de contacten met de VU waren gelegd maar beperkt verder bijgepraat; immers je mag er van uit gaan dat de VU de verwijzend huisarts regelmatig op de hoogte houdt van intake, diagnostiek en hrt voorschrift.

Maanden verstrijken met leven in mijn gewone rol, ook een bio-vrouw zit niet iedere maand bij de dokter, als het moment van de operatie daar is. Dankzij de chat met aanstaande en al geopereerde Supornistas weet ik redelijk wat me te wachten staat. Kennelijk gaf ook “eigen” gezondheidsverklaring geen reden vooraf nog onderzoeken te laten doen, zodat ik –althans voor mijn huisarts onmerkbaar- al snel op de operatietafel terecht kwam. Een smile op mijn gezicht en een wat verdoofd gevoel tussen mijn benen –wat eufemistisch- gaven zes uur later aan dat ik weer een stapje op mijn transitiereis had gezet.

Er gaat wat tijd overheen voor ik weer eens bij mijn huisarts kom. Thema dit keer, de “stand van zaken” en vooral “hoe nu verder?”. Ik had hem een jaar eerder al eens verteld mijn operatie in Thailand te willen ondergaan. Nu, bijna een jaar later kan ik hem melden dat dit inderdaad is gebeurd, dat de wonden goed helen, het zitten matig gaat en nog zo wat.

Verbluft hoort hij mij 30 seconden aan voor hij vervalt in een explosief tegengas. Het gesprek ontspoort en als ik 20 minuten laten buiten sta heb ik een verwijzing naar de gynaecoloog (de bloedspotjes bij het dilateren, is dat ernstig of kan ik er zes maanden mee naar het buitenland?), heeft hij mij toevertrouwd nooit meer met mijn genderissues opgezadeld te willen worden en is het me duidelijk dat ik misschien wel op zoek moet naar een ander huisarts.

Als ik een week later weer met hem in gesprek ga “gelukkig dat je belt, ik had er inderdaad niet zo’n fijn gevoel” over, is de storm wat gaan liggen. Hij is zich gewoon wederom rot geschrokken. In 20 minuten praat ik hem bij, informeer hem over de Standards of Care en de Endocrinology Guidelines en vooral, laat hem zien waar mijn transitie staat. Kort gezegd, hoe het proces van “bouwen en verplaatsen” vervangen is door “onderhoud”. Het proces van de genderdysfore vrouw verschoven is naar de vrouw die gevoelsmatig klopt en haar plek in de samenleving heeft hergevonden.

Ruim twee jaar heeft hij gedacht dat ik ondanks mijn doe-het-zelf drang voor de rest van mijn leven wel binnen de poorten van de VU zou verblijven. Gelukkig kunnen we er nu beter over praten. Is het hem duidelijk dat de “dochter” die hij onder de hoede had, is uitgevlogen en inmiddels weer gesetteld is, haar leven weer op de rails heeft en met een beroep als vrouw op gezondheidszorg. Het zal nog wel even duren voor het gevoel bij hem helemaal is geland. Voor hij in de verwijsbrief niet meer schrijft “heer heeft zelf afspraak gemaakt met gyno”. Voor hij berust in z’n plek als eerste aanspreekpunt voor prostaat controle bij een geopereerde transvrouw of als doorverwijzer voor hormoon voorschrift.

Een paar dagen later spreek ik hem op zijn verzoek weer. Ik heb inmiddels een prettig en open gesprek met mijn gynaecologe gehad, Hij neemt er de tijd voor. Uitgebreid vertel ik hem over de ins en outs van de verschillende technieken, over nazorg en ervaring van chirurgen, over Penile Inversion en de ook bij de operatie van vrouwen met een incomplete of zonder vagina gebruikelijke , Skin Graft techniek. Al pratend over bijwerkingen, hormoonregimes en complicaties zie ik hem schuiven. Geleidelijk begint hij me steeds meer als vrouw te zien. Een vrouw met een prostaat welleswaar. Zal ik je PSA meteen op dit labformulier invullen?

Hij belt me even dat de gewijzigde verwijzing klaar ligt. Puur voor mijn dossier, wat denk je zelf? zal ik je als “transvrouw” vermelden vanaf het moment dat je me een paar jaar geleden betrok bij je transitie proces?
Ik stem in.

Weer een stapje in mijn transitieproces. Of eigenlijk het zijne.

Advertenties

Baard

Een volwassen man heeft tussen de 7000 en 15000 haren op zijn gezicht; snor, baard, wangen, hals. Al sinds ik me scheer, zo vanaf mijn 15e, voer ik een dagelijkse strijd tegen dat haar. Gelukkig ben ik nooit gezegend met een erg zware baard, maar wat ik had was altijd al voor mij meer dan genoeg.

En nu? Ik wil er van af, zo snel mogelijk. Misschien was mijn blog van bijna een jaar geleden wel wat optimistisch “nooit meer Sinterklaas”. Ik heb nog veel epileersessies te gaan.
Pas met het gebruik van de hormonen is het groeitempo van het haar wat teruggelopen, ook lijken ze wat dunner te zijn.

Donkere haren zijn met laserepilatie prima te bestrijden, grijs zoals bij mij is eigenlijk kansloos.
De essentie van de laser epilatie is dat je de haren in hun actiefste groeifase raakt. Een eenvoudige brandlucht stijgt op als de aanslag op de haar is gelukt. Laten we de aanname doen dat ik in basis zo’n 10.000 haren heb te verdelgen. Stel dat er zo’n 10%, 1000, nog donker genoeg waren om gelaserd te kunnen worden. Heb ik er dus nog 9000 over die er uit moeten, stuk voor stuk.

Per lasersessie van een uur rukt de huidtherapeute met een stroomstootje er zo’n 200 uit. 1/6e deel daarvan is in de actieve fase en komt nooit meer terug, 33 dus per uur. Het proces is niet geheel pijnloos om het maar eufemistisch te zeggen. 33 succesvolle verwijderingen per uur, zet dat nu ooit zoden aan de dijk.
Voor een uur elektrisch epileren, moet ik mijn baard 3 dagen laten staan. Drie dagen, met name dag drie, waarop je je nergens kunt vertonen. De vrouw met de baard zeg maar. Na de menopauze krijgen oudere vrouwen meer last van haargroei in hun gezicht, maar zo heftig, dat is maar zelden vertoont. Het is gewoon opvallend.

Met wat meer paracetamol en een inlegkruisje –soms treedt er onder de pijn enige stressincontinentie op, dus toch een oudere dames probleem?- lukt het de pijniging 3 of 4 uur vol te houden, de therapeutes wisselen af, alleen ik blijf al dan niet met een extra kop koffie af en toe, gewoon op mijn plaats op de behandelbank.
4×33 succesvolle rooipogingen. 132 haren minder na een middagje werk, 68 middagen met een gemiddelde van 1x per maand nog 5,5 jaar. Ik hoop dat ze het tegen die tijd op een andere manier kunnen oplossen.

Ik houd het wel vol zo lang als het moet, maar of de verzekeraar dat ook van plan is?

Sweet Sixteen

Ik weet niet wat er is, maar sinds een paar jaar –zeg maar sinds mijn verjongingskuur- word ik steeds meer belaagd door wespen, muggen, steekvliegen en andere “gewapende” insecten. Alsof ik van binnen lekkerder ben geworden.

Wat ik ook smeer, spray of rol, welke deet of muggenolie ik ook maar neem, het lijkt wel of ik van binnen zo lekker ben dat elk bewapend insect alle stank voor lief neemt.

Ik bevind me in goed gezelschap. Mijn Lief wordt al jaren waar we maar zijn, belaagd. Haar zoete bloed is vast wereldbefaamd. Waar we ook maar komen, haar muggenbulten zijn een graadmeter voor de snelheid waarmee het gevaar weer is op gedoken.

Zou mijn bloed door de veranderde hormoonhuishouding nu zo zijn veranderd, zoveel zoeter zijn geworden? Ik weet het niet. Voorlopig houd ik het er maar op dat ze nu ook voor mij gaan vallen.

Sweet Sixty!

Gevangen

Gevangen in een verkeerd lichaam, het is bijna niet uit te leggen.
In meer of minder woorden, soms refererend aan een recent programma op TV, een artikel, een film heb ik samen met mijn Lief het wanneer dat zo bij de coming-out ter sprake kwam, geprobeerd uit te leggen.

Het is alsof je opgesloten zit op een eiland, een eiland met alleen vertegenwoordigers van dezelfde soort. Alsof je voelt dat je opgesloten en wel ergens merkt dat je niet gelukkig bent. Niet gelukkig maar nauwelijks te duiden waarom. Je beurt je zelf op en maakt jezelf duidelijk dat je de lat misschien te hoog hebt gelegd. Wen aan het idee dat je gemiddeld gevoel van geluk de norm is, gematigd geluk is gewoon!

Dan op een dag, laten we het juli 1968 noemen, kruist een Panorama artikel je puberale blik en stort de wereld om je heen in, talloze zwevende puzzelstukjes lijken ineens op hun plek te vallen. Plots ontstaan er twee werkelijkheden, een opluchting in de zin van “het kan dus toch” en dit is wel het moeilijkste scenario, dit kan toch niet. Het gevoel zal vanzelf overgaan.

Jarenlang zwerf je over het eiland. Door het artikel weet je nu ook van dat eiland verderop, zo schijnbaar onbereikbaar maar tegelijkertijd, een eiland dat je een gevoel lijkt te geven, dat hoger reikt dan “slechts” gemiddeld, een eiland waar je beter op je plek lijkt te zijn.

Onbereikbaar maar zo gewenst. De zwerftocht over het eiland splijt je bijna in tweeën. Het andere eiland laat je niet los en tegelijkertijd doe je er alles aan om je aan je soortgenoten aan te passen. Verlangen en ontkennen ineen. Dan weer overheerst het verlangen, dan weer keer ik me van alles af.

Jaren gaan voorbij van tweestrijd. Ik ken mijzelf en mijn verlangen, maar ik sta het mij zelf niet toe. Steeds meer dwing ik mezelf normaal te doen er toch vooral heel duidelijk bij te horen, steeds meer doe ik mezelf pijn, ben me bewust van mijn afwijkende zijn. Ik probeer mezelf voor te stellen hoe het is bij die andere soort, op het spreekwoordelijk andere, zo onbereikbare eiland. In stilte zodat niemand het ziet of weet, behoudens mijn Lief, experimenteer ik met mijn ander rol, de rol van het andere eiland. Maar altijd is daar weer het einde van mijn experiment, als de school is afgelopen, als er iemand aan de deur staat, als het weekend weer voorbij is.

Het doet pijn, mijn tweestrijd, mijn twijfel of het ooit over zal gaan. Pijn die ik mezelf ook aan doe, niet alleen psychisch maar ook fysiek. Waarom toch ben ik voorzien van de verkeerde tools, hier te weinig en daar te veel. Je zou er een mes in moeten zetten, bang als ik ben zet ik niet door. Misschien is het wel om die reden dat ik nog steeds kan bloggen, hoewel zoals een mislukte poging tot suïcide gezien kan worden als een schreeuw om hulp, misschien was ik dan ook wel eerder in mijn kast ontdekt.

Mijn leven op mijn verkeerde eiland slijt in, de drang om me te verzetten, om te denken dat het ooit over zal gaan begint steeds meer het karakter van ingesleten rondjes van greppels in een asfaltweg te krijgen. Dan gaat er in mijn hoofd iets vreselijk mis. Op mijn verkeerde eiland heeft behoudens mijn Lief, mijn huisarts misschien, niemand wat door. Op een ochtend vol tranen en emotie, in mijn ook al weer sleets geworden gesprek met mijn psycholoog (woede aanvallen! Alles stuk maken!) barst de bom. Voor het eerst van mijn leven vertel ik iets waarvan ik weet dat het nooit meer over zal gaan. Ik zit gevangen in een verkeerd lichaam! Ik ben vrouw, ik voel me vrouw! Maar niemand die het door heeft!

Ineens lijkt het alsof het andere eiland dichterbij is gekomen, of onbereikbaar veranderd in lastig bereikbaar. Of met hulp alle gevaarlijke stappen tijdens de oversteek naar het andere eiland genomen kunnen worden. De grootste stap in de oversteek is gezet, zonder zelfs maar een voet te verplaatsen. De transitie is begonnen.

Eenmaal verlost van mijn ondragelijk geheim worden geheimen dragelijker. Samen met Lief ontstaat een langdurig proces van ruimte geven aan het andere gevoel. Het is de opperste tolerantie van haar om jezelf nog een plek te geven naast een partner die z’n lichaamshaar stelselmatig scheert, in veel te kleine broekjes en hempjes rondloopt, alleen nog iets mannelijks aantrekt als het echt nodig is bij buitenlandse autoriteiten en zo. Het voelt goed onderweg te zijn naar het andere eiland, maar ik kan nog terug!

Iets verder in het proces van de oversteek naar het andere eiland zet ik een stap die na drie maanden wel onherstelbare schade gaat veroorzaken. Mijn manlijkheid loopt keihard terug, mijn borsten groeien. Ik kan niet meer terug! Zeker niet zonder uitleg en ingrepen. Nog steeds denk ik dat mijn oversteek naar het andere eiland low-profile kan gebeuren. Ik ben naïef, maar het voelt zo goed. Zeker als ik af en toe voor bewoner van het andere eiland wordt gehouden. Ik straal en wil nooit meer terug.

Weer ontstaat een verschrikkelijk dilemma. Het voelt zo goed, maar als ik verder wil zal ik toch echt met zaken voor de dag moeten komen. Medische en psychologische hulp en begeleiding moeten zoeken en vooral, opening van zaken gaan geven aan de dochters en andere dierbaren. Zijn we te laat met onze openheid, hadden we het eerder moeten doen. Ik denk dat het echte antwoord daarop nooit zal worden gevonden. Zeker is dat de schok naar de dochters heftig is en nog lang na dreunt.

Zo dicht gekomen bij die andere rol, kan de oversteek, de transitie ook openlijk in volle omvang gestalte krijgen. Ik schaam me er niet voor, het voelt zo goed, zo natuurlijk, zo als of ik terecht kom op een plek waar ik me al jaren geleden in heb voorgesteld.

Eigenlijk sta ik inmiddels op dat andere eiland; ben er geaccepteerd en op mijn plek. Eén ding klopt er niet, maar dat ziet niemand en hoeft nog niemand te weten. Nog even, dan is ook dat puntje opgelost. Immers welke vrouw onder gaat er niet ooit een flinke buikoperatie, bestrijdt pijn met een morfine pomp, kan met pijn terugdenken aan de hechtingen en mag daarna wekenlang geen zware voorwerpen tillen.

Ik leef op mijn nieuwe eiland, hier hoor ik thuis, hier ben ik niet langer gevangen in het verkeerde lijf.

Hitte

Nog nooit van gehoord! De endocrinologe kijkt me verbijsterd aan. Ze is nog in opleiding.

We staan voor reparatie en onderhoudswerk op het droge. De droge werf waar we staan is leeg. Het gaat slecht in de Turkse bootjes wereld. Er is weinig te doen, er staan er maar weinig droog. Om ons heen stuift het droge zand en gruis. Een paar keer per dag rijdt een brandweer auto rond om het stof nat te houden.

Wanneer mag je van zinderend spreken? In de schaduw is het 42 graden, binnen onder de ventilator 38. De koelkast bereikt dankzij de bevroren waterflessen die we er in zetten de mooi temperatuur van 35 graden. Celsius wel te verstaan. En in de koelkast nog altijd 10 graden teveel.
Bladerend in de bijsluiters van mijn hormonen kom ik voortdurend de 25graden boven grens tegen, daarboven neemt de werking af.

Lang, dat wil zeggen vorig jaar, heb ik gedacht dat mijn oestrogeen pleisters de eerste zijn die het begeven.
Inmiddels weet ik beter. Zodra de temperatuur boven de 30 graden komt en het ook ’s nachts op die waarde blijft hangen, gebeurt er iets anders. Ineens vult mijn “roltoeter” zich weer spontaan, is mijn slipje ineens te klein. Mijn dromen nemen weer toe, worden anders, ruwer, rauwer, agressiever. Er breekt ’s nachts een man in mij door. Ik houd niet van hem, ik vind het vreselijk.

Als ik ’s morgens om 06.00 voor het werk, voor de warmte even in de spiegel kijk, is mijn baard verdubbeld. Nog geen “Lubbersbaard” maar toch. Toch maar meer Androcur, ik heb nog een voorraad uit mijn Zuidelijke Pacific verleden. Het effect laat zich raden, rust balans, herstel van de vrouw in mij, zelfs mijn baard kruipt weer schielijk terug.

Ooit kort na onze Indische jaren bestond er in ons land nog zo iets als Tropische “geneeskunde”, “landbouw”, “culturele antropologie (van niet westerse gebieden). Kortom was er nog kennis aanwezig over de werking van zaken in andere klimaatzones. Bekend met dit fenomeen leg ik in januari 2013 mijn vraag al voor aan een “hooggeleerd transgender en hormoon deskundige”. Nooit van gehoord geeft hij aan en kan me niet verder helpen.

Is het mijn eigen hormoonstofwisseling die meer testosteron aanmaakt dan onschadelijk gemaakt kan worden, neemt de werking bij hogere temperaturen niet alleen tijdens het bewaren maar ook in het gebruik nog af? Ik weet het niet.

f ben ik in de overgang; terug?

Voorlopig neem ik nog maar een pilletje, ik kan mijn Lief toch niet aan doen dat ik tot de temperaturen dalen als een losgeslagen en behaarde hulk naast haar de nacht doorbreng?

Wachten

Even een halfuurtje pauze in de zon. De eerste niet-eet pauze in bijna drie weken. Ik lak mijn nagels, in de zon zie ik tenminste wat ik doe. Dat halfschemer ‘s avonds is voor mij te weinig, hoe ouder je wordt, hoe minder licht de lampjes lijken te geven, denk ik. Ik moet even wachten tot ook de toplaag voldoende is gehard. Normaal ben ik daarvoor eigenlijk te ongeduldig, maar nu met m’n Viva lekker in het zonnetje neem ik er maar even de tijd voor.

Het leven van een transseksueel bestaat volgens mij, als ervaringsdeskundige, voortdurend uit wachten. Iedere keer wacht je weer in de wachtkamer, zo niet letterlijk, dan wel thuis op de bank of in je bed.

Je wacht in de kast of dat gevoel anders te zijn ooit overgaat. Eigenlijk weet je het allang, je weet het al vanaf het begin zeker, je bent wat je voelt, hoe je buitenkant er ook uit ziet. Nu, jaren later kan ik maar een ding zeggen. Op dat moment, dat moment van overgaan, kun je lang wachten. Het gekke is dat dat soort wachten op iets dat nooit over zal gaan, dat soort wachten eigenlijk nog geen pijn doet, dat komt later pas. Pijn, krassen, deuken in je zelfvertrouwen die loop je juist op wanneer je je weer beseft dat dat gevoel anders te zijn je altijd zal blijven verscheuren.

Je wacht in de kast tot je het moment om er uit te komen, aangebroken acht. Wachten vol twijfel, vol onzekerheid. Weet ik het echt zeker? Waar begin ik aan? Natuurlijk weet je het zeker, je bent immers gewoon een man of vrouw in een verkeerd lijf, een fysieke fout vanaf de geboorte. Alleen hoe leg je het de ander ooit uit. Toch voel je steeds opnieuw reden om het uit te stellen, in de kast te blijven en naar buiten toe genormaliseerd “gewoon” te blijven doen. Dat wordt toch van je verwacht! Het zal menigeen vergaan zoals het mij is vergaan. Het is als of je in twee sloten tegelijk loopt die steeds verder uiteen wijken. Stap voor stap raak je steeds meer verscheurd, raak je gesplitst in twee persoonlijkheden, scheurt het je hele zijn in twee.

Je wacht met het aanmelden van jezelf, jouw gevoel. Tijdseenheden stapelen zich op, weken, maanden, jaren, voor je er mee voor de dag komt bij naasten, vertrouwden in je omgeving, op school of op je werk, behandelaars.
En als je dan eindelijk zover bent, als je weet wat de anderen nog niet weten, als je eruit bent, alleen de anderen nog niet, moet je weer wachten. Wachten op een wachtlijst tot ze eindelijk je verhaal willen horen, wachten tot het eindelijk jouw beurt is in de agenda. Alleen je allernaaste naasten, die kun je aanspreken zonder afspraak vooraf. Zij zijn het die daarna met je mee gaan in het wachten. Uren, dagen, weken, voor eindelijk je verhaal op tafel ligt.

Je hebt je conclusies allang getrokken, je weet allang hoe de vork in de steel steekt, toch rest er niets anders dan te wachten. Niet wachten op behandeling of begrip, neen wachten tot het proces van diagnosestelling begint. Immers wat jij zo zeker weet, moet voor de samenleving nog maar blijken. Het is niet niets wat je voor ogen hebt, er liggen als alles goed is ingrijpende dingen in het verschiet. Begrijpelijk dat de samenleving daar eerst ook zelf nog een plas over wil doen. Begrijpelijk, maar dat wachten! Dat wachten, als je het eindelijk na al die jaren al zo zeker weet.
Maanden, kwartalen, soms nog langer duurt het tot de samenleving het bij monde van de deskundigen ook onderschrijft. Pas dan kan er begonnen worden aan al die ingrijpende ingrepen, de hormonale duw van binnenuit. En weer breekt er een periode van wachten aan. Hoewel, heb je daar werkelijk zolang op gewacht? Ik niet in ieder geval, dat wachten duurde me toch echt te lang, gek werd ik er van. De verandering van de geslachtsrol in de samenleving, soms ook al de hormoonduw van binnen uit. Niet iedereen zal zolang willen wachten.

Maanden, een jaar of meer, voor duidelijk is dat je je de nieuwe rol in al haar finesses eigen hebt gemaakt. Wat jezelf allang weet, blijft voor delen van de buitenwereld toch afwachten. Afwachten of “hij werkelijk die zij” kan zijn, of andersom. Maanden, wekenlang, tel je af. Zie je uit naar het moment dat werkelijk vaststaat dat wat je voelt ook spoort met wat je laat zien. Wachten daarna tot je aan de buurt bent voor de tweede fase, nu de buitenkant. Wederom weer een tijd van wachten, er is immers een wachtlijst. Ik stel een vraag aan het genderteam. Het antwoord laat op zich wachten, wekenlang, het grijpt je aan, zoals al het andere wachten. Dagen, weken misschien nog wel meer. Het antwoord is ontmoedigend. Ik stel mijn SRS maar uit. Nog langer wachten, naar ik nu hoop, nog minder dan 42 weken.

Wachten, voorafgaand aan je coming-out, je aanmelding, je diagnose en behandeling. Wachten is denk ik de rode draad in je transitie. En na de SRS… Ik hoop dat dan het wachten voor een tijd over is. Wachten, wachten, wachten, het is niet verwonderlijk dat voor sommigen dit wachten te lang duurt. Zij maken zelf hun keuze.

Of het moet het wachten zijn aan de rand van de stoep, tot iemand je kan helpen over te steken. Toch weer wachten op een transitie.

Hormoontjes

In een van de wachtkamers die ik als transvrouw regelmatig bezoek, valt mijn oog erop: “PMS, kan je laten exploderen, boos worden om niets. Ineens ontpop je je van redelijk en gematigd in een gestrest kreng vol moodswings”. Het vangt je een paar keer per jaar, hooguit een week, hooguit eens per maand.
Heb ik even geluk denk ik nog. PMS zal mijn deur altijd voorbij blijven gaan. Als transvrouw ben ik er gewoon niet voor toegerust.
Een reportage een paar weken geleden, “uitzending gemist”, zoemt in op de overgang. Weer zo’n programma vol onbegrip en moodswings. Niet eens per maand, maar een keer in je leven, misschien wel 10 jaar achter elkaar. Weer kan ik “begripvol” aftikken, op mij zal de overgang pas greep krijgen als ik definitief stop met mijn oestrogeenpleisters. Afgezien dan van een week of zes rond mijn operatie in Thailand, ligt dat moment nog heel ver weg voor mij. Ik verheug me er niet op.
PMS, Overgang, beslist geen feest, mijn Lief weet er alles van. Hormoonschommelingen vlak voor de menstruatie, teruglopend oestrogeen in de overgang. Het effect op je humeur, en dat van je omgeving, weten we allebei, is stevig.
Met mijn vaste hormoonafgifte uit de oestrogeenpleisters en mijn tot nul teruggebracht testosteron moet ik me toch veilig voelen voor de hormoonswingers. Tenminste dat dacht ik echt, tot ik tenslotte zelf aan begon…
Iedere dat ik van de lage temperaturen in Nederland naar de warmte van de Middellandse Zee of de Tropen reis, ben ik een aantal dagen absoluut niet te genieten ben. Ook merk ik ook dat ik als ik fysiek ongebruikelijk stevig in touw moet, dat mijn stemming aardig wordt aangetast. Is het niet een gewoon voorbeeld van “kip en ei”, als ik heel boos of verdrietig ben, lijkt het wel of ik het nog maar eens lekker versterk.
Ik geloof niet meer in mijn “flatline” hormoon regime. Volgens mij zitten er door allerlei oorzaken nog steeds pieken en dalen in. Stijgt mijn tot nul teruggebrachte testosteronniveau ineens als ik me een paar dagen zwaar inspan toch weer merkbaar in mijn gevoel. Krijgt door de stevige temperatuursprong in korte tijd, net als bij boosheid en verdriet, mijn stofwisseling een forse duw, reageer ik ineens anders op de oestrogeen, produceer ik elders in mijn lijf plots toch weer meer of juist minder van de hormonen die mij gestrest doen zijn.
Als ik er zo over nadenk bekruipt me nog iets anders. Is de “overgang” van Lief, echt wel gelijk aan “overgaan”? Onderzoek leert dat de teruglopende oestrogeen spiegel van cis-vrouwen, “natuurlijk goed uitgeruste vrouwen”, in de overgang helemaal niet naar 0 terug loopt, maar alleen maar belangrijk verlaagd. Ook haar lijf reageert dus af en toe wat springend op de hormonen. Nog zo’n hormoon stuiter dus in ons huis, zo’n hormoonpin die af en toe uit de granaat ontsnapt.
Neen, hormoon sprongen zijn nog jaren mijn deel, ons deel kan ik beter zeggen. Leuk voor mijn omgeving, geen PMS week in de maand met plotselinge irritaties en oprispingen, nee gewoon een neo-pms risico iedere dag, maal twee dan wel te verstaan.
Af en toe explodeert er weer zo’n emogranaat in ons midden, heeft een van tweeën de pin er uit gestoten. Slaan de keukendeurtjes, sneuvelt er weer wat servies, ligt er weer wat make-up op de vloer. Het heeft een tijd geduurd voor we het allebei door hadden, door elkaar heenlopende cycli, toch af en toe lastig voor het gemoed.
Toch is er nog hoop. Onderzoek heeft ooit laten zien dat vrouwen die intensief samenleven zelfs ongewild hun hormooncycli op elkaar af gaan stemmen.
Dat zal wat worden, als we naast de periodieke vreetbuien, zelfs het servies cyclisch aan kunnen gaan vullen.

Vorige Oudere items