Sterfte tabel

Sekseafhankelijke premieopbouw. “Mooi, maar wat betekent dat nu precies” Ik heb een medewerker van de pensioenverzekeraar aan de lijn. Hoewel ik vermoed hoe het verhaal luidt, houd ik me maar even van de domme. Ik krijg een uitgebreide toelichting die vooral veel “voor 2006” en “na 2006” bevat. “Opbouw in de jaren 1999 tot en met 2001” geef ik hem mee, “dat is dan dus voor 2006”.
“Als man!”

Maar aarzelt de man “u bent toch vrouw”. “Jawel” geef ik hem mee “juridisch”.
Even slikt hij?

Nou heel simpel, leg ik hem uit. Hoewel ik juridisch vrouw ben, ben ik fysiek natuurlijk nog steeds man. Even verlogen ik de enorme stappen die ik in mijn transitie heb gezet en breng ze terug tot een klein verschil in woorden; 1 lettertje zeg maar.

Dit verhaal heeft hij nog nooit gehoord. Hij neemt de vraag mee “hogerop”. Ik leg er nog een schepje bovenop. U wilt toch niet beweren dat uw maatschappij bij de rechter staande zal houden dat een fysiek als man opgebouwd kapitaal, volgens de vrouwelijk sterftetabel zal worden uitgekeerd.

Hij mummelt instemmend.

Ik ben benieuwd wat “hogerhand” zegt. Waarschijnlijk dat er geen verschil meer in de sterfte tabellen mag worden aangebracht.

Daags na de wijziging van mijn geboortegeslacht verras ik een aantal verzekeraars en pensioenfondsen –in een werkzaam leven met hoogte en diepte punten verzameld een mens bijna net zoveel splinterpensioenrechten als salarisbriefjes- met de wijziging van mijn geslachtsgegevens. De uitwerking van mijn verzoek me ook op papier te vervolmaken is wisselend, sommigen laten zelfs na aandringen zes maanden later nog steeds niets horen, andere reageren onmiddellijk en passen het gewraakte lettertje en mijn voornamen aan, weer anderen verlagen zelfs meteen de premie.

Als ik eens informeer bij mijn toekomstig belangrijkste pensioenbetaler denkt ie er anders over, ik krijg een heel juridisch verhaal dat er op neerkomt dat een aanpassing van de voorgespiegelde cijfertjes als gevolg van mijn geslachtswijziging niet tot de gewoonte behoort. ‘S avonds reken ik het eens na, het toekomstige uitkeringsbedrag was gewoon al verhoogd.

Sterftestatistieken, voer voor de gemiddelde actuaris. Het lijkt erop dat ze bij geslachtswijziging naar willekeur mogen worden toegepast.

Advertenties

Pfff…

Het is al na enen als ik de stekker eruit trek. In nauwelijks anderhalve dag ontvouwt zich een spoorboekje. Een trajectplanner waar ik voor de kerst niet meer op had durven hopen. Nederland is per 1-7-2014 een nieuwe wet voor de wijziging van het geboortegeslacht rijker, tegelijkertijd heb ik eindelijk mijn “Groen Licht”, half januari begint mijn RLE, mijn proefperiode.

Al maanden worstelt de Eerste Kamer met de wijziging van het Burgerlijk Wetboek op het punt van de aanpassing van het geboorte geslacht. Zo op het oog voor een leek een paar administratieve puntjes, een eenvoudiger procedure en minder ingrijpende voorwaarden. Voor de transgender wereld een belangrijke wetsaanpassing, kennelijk voor de Eerste Kamer ook.

In een vlaag van onbenul dacht ik 9 maanden geleden toen de wet de Tweede Kamer was gepasseerd, “eitje, 1-1-2014” en nog zo iets. In mijn onervarenheid op het punt van het Staatsrecht en de werking van de parlementaire democratie dacht ik zelfs dat het “één dag in de week” college van de Eerste Kamer vooral een zorgvuldigheidstoetsende taak had. Nu 9 maanden later weet ik wel beter. Terugkijkend naar de voorbereiding door Vaste Eerste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie, de antwoorden van de Staatsecretaris en vooral ook de discussie midden december plenair in de Eerste Kamer, vol moties en amendementen, vol stokpaardjes en vooral vol onzekerheden voor de transgender op de publieke tribune, op straat en thuis aan de “beeldbuis”, weet ik inmiddels anders. Hier wordt niet getoetst, hier worden wetten opnieuw gemaakt.

Eerder scheef ik al over de spagaat waarin de transseksueel, levend in de rol van het andere geslacht wordt geconfronteerd in contact met autoriteiten of gewoon bij een simpele blik op zijn/haar eigen identiteitspapier; die confronterende M of V, vaak begeleid door een niet passende foto die riekt naar tijden toen alles nog anders en verstopt was.

Voor de stemming is een voldoende gevulde plenaire vergadering nodig. Het toeval wil dat ongewild de Haagse senator Duivesteijn de taak op zich heeft genomen te zorgen voor voldoende aanwezigen op zijn plenaire show. Na een reeks van schorsingen en interrupties rondom de politieke splijtzwam “Woonakkoord” is het dan eindelijk de beurt aan de kamer om zich tegen enen ’s nachts,  de volgende dag alweer, over de wetswijzigingen in de Transgenderwet uit te spreken; hoofdelijk nog wel.

De spanning stijgt, mijn emoties komen op. Het is ook nog al wat om, als je altijd uitgeput door de Androcur om 21.00 in slaap valt, tot na enen op te moeten blijven. Gelukkig houdt onze verwarming die keurig om 22.00 uur in de nachtstand springt me wakker en vooral koud. En dan, na telling van al die voor en tegen hoofden, blijkt er niets nipt meer te zijn. Een ruime meerderheid steunt de wet; een pak van mijn hart en vooral ook van vele anderen.

Tja, en dan dat spoorboekje. Plots in nauwelijks een minuut dringt het door, midden 2014 de nieuwe wet, kort daarna met een verklaring van een “deskundige” naar de burgerlijke stand en de vergissing uit 1955 kan worden rechtgezet. Het betekent nogal wat, voor de papieren, voor de visa voor het buitenland, voor mijn Lief en vooral ook voor de formele aspecten van “ons” naar de buitenwereld.

Groen licht, eindelijk uitzicht op de correctie van die laatste vergissing in 1955. De start van het proefjaar RLE geeft ineens ook perspectief op het einde ervan en de daarna te zetten stappen op weg naar de laatste fysieke aanpassingen; de SRS.

Het lijkt een kerstpakket, ineens liggen een aantal te nemen stappen op een rij. Pas voor pas, rustig doorstappend kan steeds meer van de “hoe moet dat ooit” kluwen worden ontward en worden opgerold. Een nieuwe uitdaging de komende 18 maanden.