Ik schaam me…

Ik woon de uitvaartplechtigheid bij van een oom van mijn Lief. Geografisch wat verder weg spreken we de meeste nichten en neven niet zo vaak. Als ooit ingezetene van het westen “boven de Moerdijk” blijf ik gevoelsmatig toch een wat vreemde eend in de bijt in wat ooit een wingewest was onder diezelfde lijn van rivieren. Althans zo voel ik het.

Het is de eerste keer sinds de laatste stappen in mijn coming-out, dat mijn Lief en ik te midden van dit uitgebreide deel van de familie zijn. Het voelt wat vreemd zo’n verlate coming-out. We vragen vooraf voor de zorgvuldigheid hoe “welkom” ik ben, immers ik wil juist op zo’n dag niemand bruuskeren, niet de aandacht op mij vestigen.

Vol van liefde, integer en betrokken, geeft de plechtigheid een hartverwarmend beeld van de altijd grapjesmakende familieman. Een vader en opa die niets teveel was, die gekend en meer nog dan dat, gewaardeerd werd om zijn talloze creaties, in hout en steen. Afscheid van een familieman, bewonderd door de hele familiekring.

Iets meer dan een jaar geleden verzochten mijn broer en zusjes me niet naar de uitvaart van mijn vader te komen. Ongewenst en opgejaagd drongen ze er op aan bij mij en mijn Lief, dochters en schoonzoons, weg te blijven. Bang dat ik de aandacht zou trekken, bang dat niet de uitvaartplechtigheid, maar ik in de schijnwerpers zou staan. Bang voor een Gay-Pride in familiekring.

Wij bogen niet, saai en vrijwel kleurloos androgyn, althans zo kijk ik er een jaar later op terug, verscheen ik toch, nauwelijks in staat een behoorlijk verhaal te houden zo voelde ik me onwelkom, gedwarsboomd en onderdruk gezet. Als “joker” werd ten einde raad een neef uit de VS ingezet die mij en vooral mijn Lief nog eens moest overtuigen en bestraffen.

Als ik later terugkeer met mijn gezin van het crematorium blijkt de condoleance al praktisch voorbij, kan ik het “feestje” van mijn broer en zusjes met hun talloze relaties in ieder geval niet meer verstoren. Er zal wel iets zijn met oorzaak en gevolg, met kip en ei en met in je eigen staart bijten, maar kennelijk mag je dan zelfs in een persoonlijk drama als dat van mij, je verlagen tot het laagste dat je een mens kan aandoen. Alsof ik na 45 jaar toneelspelen een nieuw toneelstukje heb bedacht. Ik heb er geen applaus van hen voor mogen ontvangen, nog steeds niet.

Een zuidelijke uitvaart binnen de familie van mijn Lief resulteert al snel in een soort van reünie. Neven en nichten die je soms al jaren niet meer hebt gesproken. Wij reizen, anderen trekken weg naar elders in het land. Hoe zo vreemde eend in de bijt? Ik kom er al meer dan 35 jaar, toch voel ik me vandaag wat vreemd, immers, waar zij er niet om hebben gevraagd confronteren mijn Lief en ik hen wederom met een specifiek fenomeen.

De ontvangst is hartverwarmend, het bericht over mijn “verandering” is ons al weken, maanden geleden vooruit gesneld. Niet alleen via een paar dichterbij staande neven en nichten, maar ook langs de lijn van de oudere, 80+, ooms en tantes. We maken een rondje, na koffie en vlaai, stuk voor stuk gesprekjes met herinneringen, gedachten en voorvallen. Dat ik er ben is vanzelfsprekend, ook veranderd hoor ik er gewoon bij. Af en toe voel ik zelfs wat verbazing, niet over mij en mijn transitie, nee verbazing over de vraag waarom ik me dat “welkom zijn” sowieso ooit af vroeg.

Terwijl ik samen met mijn Lief uit Midden-Limburg terug rijdt dringt de schaamte tot mij door. Schaamte, zelfs na een jaar, voor het mensonterend welkom bij de crematie van mijn vader iets meer dan een jaar eerder. Schaamte vooral dat ik zelfs na bijna twee jaar vrijwel altijd warme ontvangst en acceptatie, toch nog steeds met de uitvaart van mijn eigen vader voor ogen, zekerheid blijf zoeken als ik me voor het eerst na mijn transitie ergens voor het eerst in mijn nieuwe uitvoering meld.

Advertenties

Makkie…?

Met al een aantal jaren een levensvervulling halftime buitenland/halftime Nederland, ben ik expert in het opgaan in culturen, althans die aanname doe ik maar even.

We verlaten Turkije voor een paar weken. Net op een dag dat ik even niet lekker in mijn vel zit. Voor we mogen vertrekken wil de politie mij in levende lijve zien. Door toeval, het is net een spitsmuis, heeft hij mijn niet gebruikte “mannen” paspoort zonder visum uit de papieren van mijn Lief gepakt. Er rijst een probleem, twee vrouwen en een man, waarvan maar twee met een geldig visum. Eerst wil hij in levende lijve weleens zien hoe de vork in de steel zit van deze mensensmokkel. Pas als hij paspoort en ID vergelijkt en dezelfde geboortedatum ziet, accepteert hij het, gelaten. Voor echt begrip is het te laat, mijn Turks schiet tekort.

Het loopt weer goed af, da’s gelukkig. Slecht in mijn vel kan ik nog meer gedoe even niet hebben. Nu al een maand, meerdere keren per week moet ik van mijn “schijnbare” identiteit getuigen, douane, autoriteiten, politie, hotel, autoverhuurder, immigratie, telkens weer voel ik me op de rand van het er een “verhaal” bij moeten vertellen.

Terwijl ik in de zon bezig ben blogs te bedenken, een kinderboek te redigeren, de rode draad voor een “gender”boek dat ik in 2015 uit wil brengen te doordenken, komt de vraag ineens op in mijn hoofd. Ze blijft hangen. Dan vaart in korte tijd plotseling de halve toeristenbootjesvloot vanuit een van de nabij gelegen plaatsen mijn baai binnen. Ze gaan voor anker, allemaal, binnen nauwelijks 100-200 meter van mijn werkplek. De vraag komt weer op. Je RLE, je transitie, is die nu makkelijker of juist moeilijker in de zon, in een andere cultuur?

Af en toe lees ik een verhaal over een trans die “zijn naar haar” switch lekker in de eenzaamheid, buiten alle nieuwsgierige blikken doet. Ik ben haar nog nooit tegengekomen, ik ken alleen mijn eigen verhaal.
Toegegeven, mijn aarzelende transitiestapjes zo tussen 2008 en 2010, spaghettihempjes, veel te korte broekjes, mijn Buff-mutsjes, de strijd tegen mijn lichaamshaar, deed ik relatief veilig in de anonimiteit van Zuid-Europese, Afrikaanse en vooral Zuid-Amerikaanse baaien, dorpen en rivieren.

De tijd daarvoor, thuis, verliep altijd achter de voordeur, of als ik eens buiten was, met een behoorlijk terugvalscenario achter de hand. Alleen dat lichaamshaar, stel je moet plotseling naar de dokter, hoe leg je dat geplukte kippenlijf dan uit?

De jaren daarna, 2010 en verder, nog steeds in Zuid-Amerika en zeker in de Stille Oceaan, werd mijn uitstraling explicieter, bh’s vanwege de als gevolg van de hormoontherapie jeukende tepels –ook handig voor het opbergen van je creditcard- een kleuren pallet in mijn spaghetti’s dat verschoof van donkergroen/zwart/bruin naar roze en fluor. Alleen bij de autoriteiten, je moet elk risico niet tarten, gedroeg ik me nog redelijk paspoort conform. We brengen meer tijd door in andere culturen en ook de westerse gemeenschap om ons heen neemt, het koude zuiden van Patagonie eenmaal achter ons gelaten, steeds verder in drukte en intensiteit toe. Culturen verschuiven, na het tolerante Polynesie, zijn de zware gemeenschappen van Tonga en het LGBT verbiedende Samoa toch wel iets om rekening mee te houden in de transitie. Op een dag zit ik in een baai voor een Samoaans dorp in bikini te werken, een van mijn nieuw verworven hoofddoekjes om mijn “haar”, als een westerse vriend ineens aan boord stapt. Ik weet niet hoe snel ik een shirtje aan moet doen. Pas een uur later realiseer ik me de zichtbaarheid van mijn paarse bikinibandjes, nog netjes in een strikje achter mijn nek.

De Pas de Deux, van mijn uitstraling met die van de lokale cultuur, wordt in de islamitische landen steeds complexer. Ik ga nu echt om. Moedig misschien, maar ook at-risk.
Waar ik in Nederland eigenlijk het verhaal, in een aantal fases, maar één keer heb ik het hoeven vertellen aan de wereld om me heen, zelfs aan mijn uitgevers en redacties, vertel ik in het buitenland mijn eigen verhaal niet meer. Er is een ander verhaal voor in de plaats gekomen, een verhaal dat je eigenlijk iedere dag, iedere week opnieuw weer brengt. Het verhaal van twee vrouwen, al jaren op reis. Een verhaal over een jarenlange “vaste”relatie, over dochters en kleinkinderen.

Was ik de jaren ervoor wat halfwas en paste ik me, afhankelijk van risico’s en omstandigheden, wat aan –hoewel in rok en een strak shirtje, of in bikini op Samoa verschijnen misschien wel wat erg risico zoekend was. De laatste twee jaar daarentegen ben ik op en top vrouw, in de winkel –als een Turkse man binnen komt, doe ik een bescheiden stapje achteruit-, met monteurs en leveranciers, in de gemeenschap, Turks en westers – met varianten op ons gezamenlijke verhaal-, naar autoriteiten –niemand lijkt die m/m op die IDkaart te zien. Toch weet ik me kwetsbaar, immers zowel mijn reisblog als mijn genderblog zijn gewoon te traceren via onze reiswebsite en de kont van de boot.

Transitie, RLE in het buitenland, in de anonimiteit gemakkelijker? Ik denk het niet, hooguit anders en bij tijd en wijle zeker niet zonder risico.

Wachten

Even een halfuurtje pauze in de zon. De eerste niet-eet pauze in bijna drie weken. Ik lak mijn nagels, in de zon zie ik tenminste wat ik doe. Dat halfschemer ‘s avonds is voor mij te weinig, hoe ouder je wordt, hoe minder licht de lampjes lijken te geven, denk ik. Ik moet even wachten tot ook de toplaag voldoende is gehard. Normaal ben ik daarvoor eigenlijk te ongeduldig, maar nu met m’n Viva lekker in het zonnetje neem ik er maar even de tijd voor.

Het leven van een transseksueel bestaat volgens mij, als ervaringsdeskundige, voortdurend uit wachten. Iedere keer wacht je weer in de wachtkamer, zo niet letterlijk, dan wel thuis op de bank of in je bed.

Je wacht in de kast of dat gevoel anders te zijn ooit overgaat. Eigenlijk weet je het allang, je weet het al vanaf het begin zeker, je bent wat je voelt, hoe je buitenkant er ook uit ziet. Nu, jaren later kan ik maar een ding zeggen. Op dat moment, dat moment van overgaan, kun je lang wachten. Het gekke is dat dat soort wachten op iets dat nooit over zal gaan, dat soort wachten eigenlijk nog geen pijn doet, dat komt later pas. Pijn, krassen, deuken in je zelfvertrouwen die loop je juist op wanneer je je weer beseft dat dat gevoel anders te zijn je altijd zal blijven verscheuren.

Je wacht in de kast tot je het moment om er uit te komen, aangebroken acht. Wachten vol twijfel, vol onzekerheid. Weet ik het echt zeker? Waar begin ik aan? Natuurlijk weet je het zeker, je bent immers gewoon een man of vrouw in een verkeerd lijf, een fysieke fout vanaf de geboorte. Alleen hoe leg je het de ander ooit uit. Toch voel je steeds opnieuw reden om het uit te stellen, in de kast te blijven en naar buiten toe genormaliseerd “gewoon” te blijven doen. Dat wordt toch van je verwacht! Het zal menigeen vergaan zoals het mij is vergaan. Het is als of je in twee sloten tegelijk loopt die steeds verder uiteen wijken. Stap voor stap raak je steeds meer verscheurd, raak je gesplitst in twee persoonlijkheden, scheurt het je hele zijn in twee.

Je wacht met het aanmelden van jezelf, jouw gevoel. Tijdseenheden stapelen zich op, weken, maanden, jaren, voor je er mee voor de dag komt bij naasten, vertrouwden in je omgeving, op school of op je werk, behandelaars.
En als je dan eindelijk zover bent, als je weet wat de anderen nog niet weten, als je eruit bent, alleen de anderen nog niet, moet je weer wachten. Wachten op een wachtlijst tot ze eindelijk je verhaal willen horen, wachten tot het eindelijk jouw beurt is in de agenda. Alleen je allernaaste naasten, die kun je aanspreken zonder afspraak vooraf. Zij zijn het die daarna met je mee gaan in het wachten. Uren, dagen, weken, voor eindelijk je verhaal op tafel ligt.

Je hebt je conclusies allang getrokken, je weet allang hoe de vork in de steel steekt, toch rest er niets anders dan te wachten. Niet wachten op behandeling of begrip, neen wachten tot het proces van diagnosestelling begint. Immers wat jij zo zeker weet, moet voor de samenleving nog maar blijken. Het is niet niets wat je voor ogen hebt, er liggen als alles goed is ingrijpende dingen in het verschiet. Begrijpelijk dat de samenleving daar eerst ook zelf nog een plas over wil doen. Begrijpelijk, maar dat wachten! Dat wachten, als je het eindelijk na al die jaren al zo zeker weet.
Maanden, kwartalen, soms nog langer duurt het tot de samenleving het bij monde van de deskundigen ook onderschrijft. Pas dan kan er begonnen worden aan al die ingrijpende ingrepen, de hormonale duw van binnenuit. En weer breekt er een periode van wachten aan. Hoewel, heb je daar werkelijk zolang op gewacht? Ik niet in ieder geval, dat wachten duurde me toch echt te lang, gek werd ik er van. De verandering van de geslachtsrol in de samenleving, soms ook al de hormoonduw van binnen uit. Niet iedereen zal zolang willen wachten.

Maanden, een jaar of meer, voor duidelijk is dat je je de nieuwe rol in al haar finesses eigen hebt gemaakt. Wat jezelf allang weet, blijft voor delen van de buitenwereld toch afwachten. Afwachten of “hij werkelijk die zij” kan zijn, of andersom. Maanden, wekenlang, tel je af. Zie je uit naar het moment dat werkelijk vaststaat dat wat je voelt ook spoort met wat je laat zien. Wachten daarna tot je aan de buurt bent voor de tweede fase, nu de buitenkant. Wederom weer een tijd van wachten, er is immers een wachtlijst. Ik stel een vraag aan het genderteam. Het antwoord laat op zich wachten, wekenlang, het grijpt je aan, zoals al het andere wachten. Dagen, weken misschien nog wel meer. Het antwoord is ontmoedigend. Ik stel mijn SRS maar uit. Nog langer wachten, naar ik nu hoop, nog minder dan 42 weken.

Wachten, voorafgaand aan je coming-out, je aanmelding, je diagnose en behandeling. Wachten is denk ik de rode draad in je transitie. En na de SRS… Ik hoop dat dan het wachten voor een tijd over is. Wachten, wachten, wachten, het is niet verwonderlijk dat voor sommigen dit wachten te lang duurt. Zij maken zelf hun keuze.

Of het moet het wachten zijn aan de rand van de stoep, tot iemand je kan helpen over te steken. Toch weer wachten op een transitie.

Saai

Een nieuw jaar ligt voor mijn voeten. Saai denk ik in een eerste opwelling.

2013 was schokkend, enerverend, uitdagend en wat afwachtend. Maar 2014, wat valt daar nu nog meer van te verwachten?

Achter me ligt het jaar met een belangrijk stuk van mijn coming-out. Drempels die telkens weer toegankelijker bleken dan ik had verwacht, een “welkom” dat vrijwel altijd hartelijker was dan ik in mijn stoutste dromen had voorzien. Een jaar ook van wachten op de VU, een jaar van al die stappen die ik nu ook buitenshuis op vaderlandse bodem durf te zetten, in vervolg op de vele die ik eerder, met dank aan mijn Buff mutsjes al kon zetten, mijn leven maandenlang leidend op buitenlandse grond.

Een paar dagen voor de start van 2013 werd ik in het ziekenhuis verwacht voor een dexascan, een botintensiteitsmeting om na te gaan wat de schade kon zijn van mijn 2,5 jaar illegaal hormoongebruik. In de patiëntaanwijzingen lees ik dat je geen metaal aan mag hebben bij de meting; geen ritssluiting, geen bh beugels of haakjes dus.

In een groene gebreide jurk met een legging stap ik die ochtend door de gangen. Op weg naar de scan doorkruis ik een stevig bezochte wachtruimte. Op mijn laarzen tik ik me zelf een weg door de gang, voor mijn gevoel bekeken door tientallen paar ogen. Ik haal figuurlijk mijn schouders op, er zullen dit jaar vast nog heel veel  paar ogen volgen. De eerste stappen in eigen land als vrouw buitenshuis.

Nu een jaar later doet het me niet zoveel meer. Ik word niet meer aangekeken, voel me als vrouw deel van het straatbeeld, gerespecteerd. Het zal rond die tijd zijn geweest dat ik ook voor het laatst “gemeneerd” ben, zelfs aan de telefoon. Ja, als vrouw word ik wel gezien, zelfs door de Turkse monteur die nadat ik hem vijf keer had uitgelegd dat de bouten in het metaal getapt zaten me vroeg of ik het toch nog even wilde controleren; stampvoetend en in tranen droop ik af, maar een mooier compliment kun je toch niet krijgen.

Uiteindelijk kwam het begin 2013 met de hormonen goed, nadat de huisarts gerustgesteld was door de opperste VU deskundigheid mocht ik door. Stoppen –versneld in de overgang- was kwader dan de hormonen voortzetten.

Over een paar dagen kom ik echt onder het VU regime, de eerste stap in de GAB, de geslachtsaanpassende behandeling die ik mezelf al drie en een half jaar geleden heb aangedaan. 2014, mijn proefjaar, mijn RLE; nu eens in het echt laten zien of ik mijn leven kan leiden als vrouw. Het voelt wat vreemd, na een vol jaar vuurproef in binnen en buitenland en na twee/drie jaar voorafgaande buitenlandse transitie, nu pas mag ik laten zien hoe het me echt vergaat. Geen jaar passeerde ik zowel douanes en grenzen op luchthavens in strenge moslimlanden als “vrouw” met mijn mannenpaspoort, als in 2013; wat is nu echt een real life experience (RLE)?

Ooit werd met dit proefjaar de periode omlijst van transitie en coming-out, van wennen aan de hormonen en vooral aan je nieuw rol als vrouw; tegenwoordig zijn er dankzij de mildere maatschappelijker opvattingen al meer neomannen en vrouwen uit de kast. Ik denk dat 2014 vooral een jaar van rijping is, van groeien in je eigen rol van vrouw, van groeien, zoals een medeblogster schreef, van knuistjes aan de tafelrand naar een eigen plek in de groep. Van schuchter en aarzelend, op zoek naar jezelf, naar zelfverzekerd en fier zonder haantjesgedrag.

“Nog 6 maanden” zou binnenkort de titel van een blog kunnen luiden. Nog 6 maanden en dan kan ik, met een deskundigenverklaring in mijn handtas mijn geboortegeslacht laten wijzigen. Kan ik eindelijk af van de verafschuwde M in mijn gegevens bij bank, verzekering en gemeente; en de belasting dienst helaas, die krijgen al automatisch bericht. Ik dacht nog wel dat ik daar opnieuw kon beginnen.

Dat derde kwartaal wordt bijzonder. Dan kunnen Lief C en ik ook voor de wet als vrouwen één en verbonden zijn. Nog maar 13 jaar geleden was dat nog anders. Was wijziging van geslacht slechts mogelijk na operatie en scheiding vooraf. Einde huwelijk met de staat als eiser zeg maar. Ons huwelijk is er straks een met een wel heel bijzonder randje, een unicum een huwelijk van gelijke partners van meer dan 35 jaar terwijl de wettelijke basis pas 13 jaar oud is. We weten ons in een selecte groep, eerlijk is eerlijk, we zijn geen koploper, sommigen hebben zo’n huwelijk dat nog verder teruggrijpt.

2014 geeft de kans geleidelijk naar GAB, deel 2, toe te groeien; de operatie. Ergens half 2015. Aangezien de planning vereist dat je ruim voor die tijd niet alleen beschikbaar bent, maar ook “gereed”, vraagt dat dit jaar al de nodige voorzorg. Voor meer “vlees” kan ik na zo’n periode van hormoongebruik niet meer zorgen, voor minder haar “daar” daarentegen wel.

2014, verder groeien in mijn vrouw zijn, mijn rol en zo hoop ik, ook verder groeien in mijn transitie naar meemoeder mens. Het blijft een worsteling, voor mij en mijn omgeving, het (groot)vaderschap niet ontkennen maar het groeien als vrouw niet negeren. De wet geeft er naar Belgisch voorbeeld in iets bredere zin de term meemoeder aan. Bij de behandeling van de wet in de Eerste Kamer sprak de Staatssecretaris ook al in deze zin over de partner van de moeder die het kind heeft gebaard; de analogie is snel gevonden. In 2014 ga ik mijn meemoederschap verder ontwikkelen; meemoederen, zorgen en koesteren, maar met behoud van mij vaderlijke inbreng en achtergrond.

Een soort moeder met snor. Hoewel ik dat toch ook niet hoop. Ik ga er toch echt vanuit dat mijn huidige baardontwikkeling, dankzij de geregelde laserbehandeling, van tweemaal per dag Philishave naar eenmaal per dag zich verder voortzet; eenmaal per week? Het is maar net hoever de verzekeraar bereidt is te vergoeden.

2014, als ik nu alvast terugkijk, misschien wordt het wel niet zo saai.

Ik ben toch niet gek ….

Soms komen er heftige dingen op ons pad. Wie daar nog geen behoefte aan heeft, hoeft niet verder te lezen. Misschien ooit nog eens in de toekomst.

Je moet wel gek zijn om al die onzekerheden over jezelf en je omgeving op te roepen….  in een van mijn eerdere blogs schreef ik zo iets,  terugkijkend naar de gesprekken over mijn coming-out bij de VU.

Het is zondagavond, wij kijken “Andere Tijden”; dit keer de aflevering over de Transgenderpioniers.

Ergens lees ik dat iemand het programma met tranen in de ogen heeft bekeken. Er zullen er vast meer zijn die dat zo hebben gevoeld. Ik niet, in tegendeel, met een brede glimlach heb ik deze pioniers en de tijden waarin ze leefden bekeken. Je moet wel gek zijn er zo bij te glimlachen.

Een verbijsterende golf van herkenning en vooral erkenning golft door me heen.

Zo eind jaren zestig, begin jaren zeventig, werden transseksuelen nog moeiteloos opgesloten in inrichtingen als psychiatrisch patiënt. Een elektroshock behandeling was naast de nodige onderzoeken en therapieën een oplossing; althans dat werd gedacht. Maar een enkeling had de moed hier aan te ontsnappen, ging leven als de vrouw of man van het eigenlijke gevoel; koos een eigen pad. Een pad dat soms eindigde in Casablanca of, wat later, Londen. Wie zich “gekleed naar de andere kunne” op straat vertoonde liep kans op basis van de lokale politieverordening in de cel te worden gezet.

Het is in dezer dagen, juli 1968, dat ik in de Panorama een artikel trof dat me als dertienjarige buitengewoon raakte. Opeens viel er bij mij van alles op zijn plek; wist ik dat het eindstation van mijn onbestemd gevoel bestond. Het einddoel van een nog niet begonnen reis tekende zich af. Hoewel niet erg bekend met de opvattingen van die tijd hield ik het gevoel lang voor me; met al een lange reeks psychologen, neurologen en psychiaters achter me zou ik wel gek zijn als ik er ruchtbaarheid aan gaf. Beter dat en wachten tot het over zou gaan; mild gek en gestoord dus. Een vlaag van herkenning in “Andere Tijden”, “mijn” Panorama artikel komt letterlijk terug.

Tien-vijftien jaar later vertelde ik het in mootjes aan  Lief C; samen hielden we de “het zal toch ooit overgaan” optie halsstarrig vast. Waarom we toch aan kinderen begonnen? Heel simpel, Liefde en Genegenheid kent geen grenzen en bovendien, al beseften we dat toen nog niet zo, wat is nu mooier en kleurijker dan een “roze”gezin. Immers, ooit zal het toch overgaan.

Het is rond die tijd dat Prof. Louis Gooren met zijn rechterhand Jos voorzichtig aan begon met de experimentele behandeling en begeleiding van transseksuelen –van transgenders en genderdysforen had nog niemand gehoord-.

In de jaren daarna beginnen de sporen heel geleidelijk te convergeren, nauwelijks merkbaar, maar voor wie terugkijkt naar de Andere Tijd, absoluut.

C en ik beginnen steeds meer te beseffen dat wat ik voel en denk, dat wat ik soms niet meer weg kan stoppen, maar steeds niet over wil gaan. Een tv programma, een artikel in een blad, een plotse aandacht voor genderdysfore kinderen. Eigenlijk alles kon het gesprek tussen ons over mijn gevoel opgang brengen; heel geleidelijk schuift het “weten” bij mij door naar “beseffen”. Wat Gooren al wist drong heel langzaam tot me door. Bijna 20 jaar zat de videoband met Goorens oratie, omlijst met de beelden van de transitie van een vroege transgender verstopt tussen mijn “andere” kleding; ik heb hem grijs gedraaid. Wikkend en wegend, de balans in gevoel en zekerheden opmakend, schoven we iedere keer de steen toch maar weer terug op het gevoel. Wars van de
politieverordening stapte ik ook af en toe “in kleding der andere kunne” de drempel over. Verder nog niet, C’s gevoel, de dochters, mijn werk, ouders, talloze overwegingen passeerden telkens weer ten opzicht van mijn “drang en onmacht” de revue. Ik zou wel gek zijn …

Een hutspot van gevoelens, overspannenheid, psychologische consulten en zo brengt mijn steen aan het schuiven; in de blender zo gezegd. Het is 2002/2003, de kinderen studeren buitenshuis , wie weet is nu het moment daar. En dan, de aanmelding bij het genderteam is vrijwel een feit, bedenk ik me nog één laatste keer; ik ben toch niet gek… Beseffen vervaagt naar Realiseren.

Een paar jaar later begint ons buitenlands avontuur; stapje voor stapje, vaak onder het oog van de autoriteiten ontwikkel ik mijn andere ik, de vrouw in mij. C steunt, remt en begeleidt,  vier-vijf jaar lang voeren we een strijd tussen mijn ruimte buitenlands en de zelf opgelegde beperking in eigen land.  Steeds meer knelt het en dan, Ik ben toch niet gek… kom ik er mee voor de dag.

Ik prijs me gelukkig, zeker met de steun van C; Ik kan zijn wie ik wil zijn en bovendien, Ik ben niet gek…, dat is van Andere Tijden.

Hooguit ben ik een vrouwelijke dinosauriër die hoewel “Niet gek…” wel heel lang wikkend en wegend onder haar steen heeft gelegen.

Door de mand…

Al maanden achtervolgt het me, wat nu als ik als vrouw ineens door de mand val?

Onverwacht gebeurt het toch, ik val door de mand; genadeloos, maar wel de andere kant uit.

Al in het begin van het jaar bijt ik een oude vulling kapot. Verblijvend in Verweggiestan duurt het nog tot eind april voor ik er naar kan laten kijken.

Rap legt mijn, al dertig jaar vaste, tandarts een stevige nieuwe vulling in het toch wel heel erg gapende gat. Ondanks de verdoving doet het waanzinnig pijn. Word ik nu naast emotioneel ook nog kleinzerig vraag ik me even af? De dagen daarna blijft de vulling, zo boven op de zenuw, behoorlijk last geven.

Heel langzaam neemt de kou/warmgevoeligheid wat af in de maanden daarna, alleen bij het dalen en opstijgen voel ik de pijn nog; “ een plop” markeert kennelijk het drukverschil.

Al weer een paar dagen terug bijt ik ineens weer eens ongemeen hard op de kies met vulling. Ik ga door de grond. Het is vrijdagavond, dat zul je net zien. Ik bijt me door het weekend –met paracetamol en ibuprofen – heen en hang meteen op maandag ’s morgens vroeg al aan de lijn.

Als de tandarts de zelfde dag nog klaar is met het nieuwe hak en breekwerk, vertel ik dat ik nog wat gegevens wil wijzigen. Hij glimlacht, “hoe zo?”. Och antwoord ik, “ik wil alleen mijn geslacht maar aanpassen en mijn voornaam als dat mag”. Dan moet ie lachen.

Weet je, zegt ie als ik mijn verhaal heb gedaan. Toen je hier in het voorjaar was wist ik het eigenlijk al, ik durfde het alleen niet zomaar te vragen. De assistente beaamt het al bestaande vermoeden. Je was zo anders.

Door de mand gevallen, maanden eerder en ik had het zelf niets eens door.

Bijna een jaar…

Ik houd niet zo van retrospectieve bloggen, dat achteruitkijken is niets voor mij. Ik kijk liever vooruit. Dit keer wijk ik toch hiervan af. Heel af en toe wil ik achteruit blikken, inzicht geven in stappen die achter me liggen, belangrijke stappen op de reis naar de vrouw in mij. Stappen dit keer die ik samen met Lief C in gang zette; bijna een jaar geleden.

Bijna een jaar geleden haalde Post-NL mijn hormoonpakje van de band; het derde al in twee jaar tijd. Toen ik enkele weken later een waarschuwing ontving van de Officier van Justitie braken bij mij de dijken door. Twee dagen lang heb ik in paniek internet afgeschuimd, met Vanuatu gemaild, kortom al het mogelijke gedaan om mijn vertrouwde hormoonbalans te herstellen. Pas de tweede nacht brak het licht weer door, bijna op het zelfde moment besloten Lief C en Ik het probleem bij de huisarts te leggen.

Zo gezegd, zo gedaan. Zo ontstond mijn eerste echte transgenderhulpvraag –eigelijk mijn tweede keer al, maar daarover meer in een andere blog- en nam een langdurig traject een aanvang. Bijna een jaar geleden zaten we zo, met mijn bekentenis in de hand, bij de huisarts. Korte tijd later zelfs bij de VU, de intake. Een ding was al snel duidelijk, mede omdat de grote verwachte contraindicaties niet aantoonbaar bleken, stoppen na 2,5 jaar en zo in een versnelde overgang komen was niet gewenst, doorgaan met de hormonen wel, noodzakelijk zelfs; maar wel uit het Nederlandse zorgbudget en niet meer uit mijn eigen zak. Bijna een jaar geleden dus; het regende en stormde in die tijd, in elk geval ook in mijn hoofd.

Nauwelijks de eerste keer de deur bij de huisarts weer achter me dicht getrokken voelden we dat deze eerste stap naar buiten op vaderlandse bodem schreeuwde om meer stappen uit de kast.

“Soms rolt een bal niet zoals verwacht; stuiterend uit de kast”. Een mail van deze strekking lanceerde hun “andere” vader, de “andere ouderlijke relatie bij de beide dochters. Het was eenvoudig niet mogelijk op het zelfde tijdstip in midden in Brabant en in de kop van Noord-Holland te zijn; Skype bood uitkomst, de ontvangst was hartverwarmend, hun schrik niet minder.

In de weken en maanden daarna volgden een reeks, neven en nichten van C, buren, vrienden en kennissen. Stuk voor stuk telkens voorafgegaan door een “Soms rolt de bal…” mailtje en altijd weer met hetzelfde resultaat; een open huis, open armen en een hartverwarmende ontvangst. De enige met angsten en waanbeelden vooraf was ik iedere keer weer. Kennelijk schaar je in de loop van de jaren de mensen om je heen die je kunnen steunen in je gevoelens.

Het is bijna een jaar geleden dat ik één specifieke stap niet heb durven zetten. Toen mijn zesentachtig jarige vader aan mijn arm, als oudste kind, aan de kop van de stoet het crematorium verliet waar net zijn hartvriendin van de laatste jaren was gecremeerd, wist ik het al; met een paar maanden volg je haar, je leven is “af”. In de maanden na mijn coming-out heb ik lang getwijfeld of en hoe ik het hem zou vertellen. Uiteindelijk heb ik het niet gedaan, ik ben gevlucht, zijn zeer broze geestelijke en lichamelijke gesteldheid zou het –naar mijn inschatting- niet mogelijk gemaakt hebben hem in zijn laatste dagen nog met zoiets te belasten. En mijn broer en zusters? Geen haar op mijn hoofd, gewoon te onveilig.

21 juni is mijn “papa” overleden, samen met mijn broertje en zusjes heb ik zijn sterfbed omringd, voor het eerst dat ik ze sprak na bijna 7 jaar. Kort daarna heb ik het ze verteld, mijn andere kleding mijn hoofddoekjes hadden al teveel discussie geleverd. De reactie was massief “tijdens de crematie ben je niet welkom” . Uiteindelijk ben ik toch gegaan, omringd en gesterkt door Lief C, dochters en schoonzoons heb ik de weerstand getrotseerd. Kil, koud en afstandelijk; anders kan ik de reactie van mijn broer en zusters niet typeren. Ik heb het ouderlijk nest bevuild; de conclusie is helder “ga heen en laat nooit meer van je horen”!

Bijna een jaar geleden is mijn coming-out bal gaan rollen; hartelijkheid en herkenning heb ik geoogst, alom.

Op die ene keer na dan; ga terug naar je kast, trek de deur dicht en doe het licht uit achter je r…

Vorige Oudere items