Bang

Mijn transitie duurt, weliswaar jarenlang op schildpadsnelheid, al jaren. Op de achtergrond heeft altijd wel angst gespeeld.

Je bent bang voor het verdere verloop van het proces. Wat doet het met je? Of juist met de andere als je weer een stapje verder gaat. Bang dat het uit de hand zal lopen, bang voor consequenties, voor mijzelf, mijn relatie met mijn Lief, de gevolgen voor de kinderen. Opzien tegen de drempels vol angst om het in de omgeving, mijn ouders te vertellen.

Af en toe voel je je als een konijn dat in de koplamp gevangen wordt en van schrik niets meer doet, verstild van angst wacht op wat er komen gaat. En dan, het licht gaat uit…. gebeurt er dus weer een tijd niets. Je dwingt je het lichtknopje te zoeken. De schijnwerper gaat er vanaf, het ooit zo “geplooide” leven rolt weer door. Tot ik me weer in het schijnsel van de koplamp laat vangen. Weer bang ontdekt te worden, bang mezelf niet langer in toom te kunnen houden, bang voor wat er ooit nog komen gaat.

Een rit in de auto geeft ruimte voor een diepgaande gesprekken. Gelukkig voor de diepgang van het gesprek is de reistijd in de file nu tijdens de voorjaarsvakantie slechts 7 kwartier.

Geïnspireerd door een aantal contacten de laatste tijd -trans en niet-trans- pakken we het wondere thema, wie valt op wie of wat en waarom, op. Het vraagt een nieuwe mindset, voor mensen buiten mijn nauwe omgeving, misschien wel wezensvreemd. Het is als twee zwanen die elkaar na een korte periode van afwezigheid in de vijver weer ontmoeten. Zo Lief en vertederend.

Het besef dat in een schijnbaar ooit heterorelatie, de band met elkaar toch zodanig is dat het geven om elkaar, als ware panseksueel, prevaleert en je zonder het bewust te zijn samen in een schijnbaar lesbische relatie groeit. Ik val nog steeds op vrouwen, en mijn Lief… die groeide met me mee. Hoewel schijnbaar? Het voelt gewoon goed.

In gesprek met twee andere transvrouwen komt het thema vergelijkbaar terug, de een sluit niet uit straks toch weer een manlijke partner te zoeken, de ander valt op vrouwen. Voorlopig hebben ze vooral elkaar. Het is lief en vertederend. Toch is de angst bij ons nog steeds niet weg, nog steeds ben ik bang mijn Lief te verliezen of zoals mijn Lief, bang dat ik uiteindelijk toch voor een andere vrouw kies en zij voor mij. Jarenlang, misschien wel dertig jaar, heeft die angst er voor mijn Lief in gezeten, voor ik zo nadrukkelijk voor mijn vrouwelijke voorkeur uitkwam. De angst dat ik uit eindelijk toch voor een man zou vallen.

In de discussie rond de SRS, in Nederland, of elders speelt naast het thema functionaliteit, zeg maar werkt alles naar behoren, nadrukkelijk ook “diepte” “cosmetisch resultaat” en “gevoel” een rol. Bij Dr Suporn, in Thailand, geef je er in het voorgesprek zelfs een ranking aan. Diepte, om toekomstig gebruik niet uit te sluiten. Wat voor mij het belangrijkst is, overdenk ik nog. Komt vast nog wel eens terug in een blog.

Ik spreek een ander dubbel transvrouwen stel, ze wonen samen en zijn smoorverliefd op elkaar, een feest om mee te maken, je wordt er gewoon blij van. Zij hebben duidelijk voor elkaar en een gezamenlijke, ook in de verdere consequenties, toekomst gekozen .

Er is een tijd geweest dat we ons naar de buitenwereld verontschuldigden als we werden uitgenodigd. Alsof we op een uitnodiging reageerden met een “B”oplossing. Ja gezellig, maar ik neem wel mijn vriendin mee. Een soort sorry, alsof je meteen ook de kat meebrengt die erg verhaart. Hoewel je dat verharen nu net van mij niet kan zeggen.
In andere voor de hand liggende situaties worden we gewoon niet meer uitgenodigd. Kennelijk breekt de angst bij een van de partijen door dat we afgeven of wellicht dat we een te grote concurrentie vormen, dat we de vrouw des huizes inpikken of er plots, hoe veranderlijk is de mens, met de heer des huizes van doorgaan.

Neen, wij gaan ons niet meer verontschuldigen. Je neemt ons zoals we zijn, dan maar bang en bevreesd.

Advertenties

Vechters

Vechters, bijtertjes. Neen dit is geen schets van onze medelanders, net zo min als een karikatuur van de Iraans-Amerikaanse samenwerking om maar een onvriendelijk thema te noemen.  Neen, dat vechtertje ben ik zelf, of eigenlijk, zijn wij het zelf; mijn Lief C en Ik.

Naast dagen van tranen van vreugd en opperste gelukzaligheid in elkaars armen; van samen het geheim van mijn genderdysforie tientallen jaren als een kasplant laten rijpen en remmen, bewaren tot het moment van de bloei daar is, van beetje voor beetje de stappen in mijn opbloei doorlopen; van schipbreuken voorkomen en oceanen weerstaan, kunnen we het helaas ook anders.

Als concurerende katers, met nagels scherp buiten de poot; als verbale gladiatoren door gaan tot er één werkelijk het loodje legt, zo gedragen we ons af en toe. Niet echt practisch als je elkaar zo hard nodig hebt, op het pad, op weg naar de vrouw in mij.

Misschien een huwelijkse verlamming, een sleur zonder eind, zo’n dag van ronddraaien in kringen van actie en reactie, van “zoek de boef” en “duivelse dialogen”. Tijdens zo’n dag bevinden we ons in een draaimolen, rondjes rijdend achter elkaar aan. Het sloopt zo’n spel van voortdurend achter elkaar jagen zonder elkaar ooit te pakken te krijgen. Zo’n spel met ieder uur opnieuw verliezers, van winnaars geen spoor.

Er is een “hechtings”theorie (EFT), Sue Johnson, die deze wurgende omstrengeling beschrijft. EFT, Emotionally Focused  Therapy geeft een aanpak, aanwijzingen hoe je hier mee om kunt gaan. Het laat zien hoe je dit gedrag van mateloos veel van elkaar houden, van elkaar niet los kunnen laten  en toch figuurlijk, zonder reden, het vuur aan de schenen leggen, samen steeds opnieuw ten goede kunt buigen.

Het gaat gewoon over ons beiden, over Lief C en mij..

De kunst is natuurlijk de spiraal te doorbreken, het patroon bij je zelf te herkennen en tijdig een ruk aan het stuur te geven; althans rationeel gezien. Maar het draait hier om emotie, om pijn en verdriet, om blindheid en verbittering. In zo’n moment van absolute onmacht, van volslagen onvermogen jezelf of elkaar bij de haren het moeras uit te trekken, helpt er maar één ding.

Voor we in slaap vallen, ruggen naar elkaar, gebalde vuisten, proberen we het allerdiepste dat we hebben en voelen aan elkaar te laten zien. Mislukt, de oren staan bij ons allebei nog naar de verkeerde kant; gestrekt naar achter, op de hoede voor gevaar.

Als we allebei midden in de nacht wakker worden proberen we het opnieuw. Ik schets mijn allergrootste angst, mijn pijn, mijn in mijn eigen onderbuik allerdiepst gevoelde emotionele crash. Nog voor ik in noodkreten mijn nood aan geborgenheid heb beëindigd, klinkt het al vanuit de andere kant van het bed; dat zijn mijn woorden, dit is mijn pijn die je voelt…. Onze handpalmen vinden elkaar weer om 02.30, we schuiven op, kruipen tegen elkaar aan.

Schouderschokkend, voelen we warmte, geven en genieten; de veiligheid en geborgenheid keert terug.

Op mijn nachtkastje ligt “Houd me Vast” van Sue Johnson, een soort EFT voor Dummies; open bij het “vierde”gesprek.

NB ik ben zo vrij geweest een paar van haar analogieën en metaforen voor dit blog te lenen. Beter goed gestolen dan slecht geformuleerd.