Eerste keer

De eerste keer… het blijft in je geheugen. Je eerste tandjes, de eerste dag naar school, je eerste werkdag… onvergetelijk; nou ja, meestal.

Al die eerste keren na je coming-out, gedurende je transitie, al die stapjes op weg naar die realisatie van wat je allang weet; je bent een vrouw die geleidelijk van haar fysieke mis-match wordt verlost.

Je SRS -“eindelijk Congruent” lees ik ergens- onvergetelijk.

De dagen na het stoppen met je Androcur, de eerste keer in jaren niet op de bank in slaap vallen.

De eerste blik om je heen na het ontwaken uit de narcose … mijn Lief

De eerste keer na het wisselen van je verband .. een ander landschap. De eerste keer dilateren als de chirurg je de diepte toont…

De eerste keer na vier weken de trap op en af voor een ijsje aan de andere kant van de straat. De eerste keer na twee maanden als je ontdekt dat je ook met twee dilataties per dag af kan.. eindelijk bestaat een dag uit meer dan je zelf pijnigen en verzorgen

De eerste keer zonder “donut” op een stoel en ontdekken dat je je niet verbijt. De eerste keer dat je op je nachtkastje ontdekt dat je al drie dagen je pijnstillers bent vergeten

De eerste keer dat je met je skinnyjeans op de fiets springt en ontdekt dat je niets meer hebt te verbergen. De eerste keer in bikini .. nu ook zonder pareo.

De eerste keer dat plekje dat niet alleen meer overgevoelig, maar nu ook prettig gevoelig en ontspannend is. Dat je ontdekt dat je “onderbouw” niet langer alleen iets medisch is, maar ook iets van jezelf om gelukkig mee te zijn. De eerste keer dat je iets verder gaat en in een lawine van gevoelens buiten je zelf tredend –ohooo…!- in een rollercoaster van bijna dierlijkaandoend genot ontdekt wat nu echt een orgasme is.

Die allereerste keer bij het bevolkingsonderzoek, bij je huisarts, bij je gynaecologe dat je ontdekt dat je je als vrouw gewoon geaccepteerd voelt. Die eerste keren dat het gevoel van strijd en je indringer voelen in een andere wereld, eindelijk naar de achtergrond verdwijnt.

Die eerste keren, ik keek ernaar uit. Ik koester ze.

Advertenties

Ik schaam me…

Ik woon de uitvaartplechtigheid bij van een oom van mijn Lief. Geografisch wat verder weg spreken we de meeste nichten en neven niet zo vaak. Als ooit ingezetene van het westen “boven de Moerdijk” blijf ik gevoelsmatig toch een wat vreemde eend in de bijt in wat ooit een wingewest was onder diezelfde lijn van rivieren. Althans zo voel ik het.

Het is de eerste keer sinds de laatste stappen in mijn coming-out, dat mijn Lief en ik te midden van dit uitgebreide deel van de familie zijn. Het voelt wat vreemd zo’n verlate coming-out. We vragen vooraf voor de zorgvuldigheid hoe “welkom” ik ben, immers ik wil juist op zo’n dag niemand bruuskeren, niet de aandacht op mij vestigen.

Vol van liefde, integer en betrokken, geeft de plechtigheid een hartverwarmend beeld van de altijd grapjesmakende familieman. Een vader en opa die niets teveel was, die gekend en meer nog dan dat, gewaardeerd werd om zijn talloze creaties, in hout en steen. Afscheid van een familieman, bewonderd door de hele familiekring.

Iets meer dan een jaar geleden verzochten mijn broer en zusjes me niet naar de uitvaart van mijn vader te komen. Ongewenst en opgejaagd drongen ze er op aan bij mij en mijn Lief, dochters en schoonzoons, weg te blijven. Bang dat ik de aandacht zou trekken, bang dat niet de uitvaartplechtigheid, maar ik in de schijnwerpers zou staan. Bang voor een Gay-Pride in familiekring.

Wij bogen niet, saai en vrijwel kleurloos androgyn, althans zo kijk ik er een jaar later op terug, verscheen ik toch, nauwelijks in staat een behoorlijk verhaal te houden zo voelde ik me onwelkom, gedwarsboomd en onderdruk gezet. Als “joker” werd ten einde raad een neef uit de VS ingezet die mij en vooral mijn Lief nog eens moest overtuigen en bestraffen.

Als ik later terugkeer met mijn gezin van het crematorium blijkt de condoleance al praktisch voorbij, kan ik het “feestje” van mijn broer en zusjes met hun talloze relaties in ieder geval niet meer verstoren. Er zal wel iets zijn met oorzaak en gevolg, met kip en ei en met in je eigen staart bijten, maar kennelijk mag je dan zelfs in een persoonlijk drama als dat van mij, je verlagen tot het laagste dat je een mens kan aandoen. Alsof ik na 45 jaar toneelspelen een nieuw toneelstukje heb bedacht. Ik heb er geen applaus van hen voor mogen ontvangen, nog steeds niet.

Een zuidelijke uitvaart binnen de familie van mijn Lief resulteert al snel in een soort van reünie. Neven en nichten die je soms al jaren niet meer hebt gesproken. Wij reizen, anderen trekken weg naar elders in het land. Hoe zo vreemde eend in de bijt? Ik kom er al meer dan 35 jaar, toch voel ik me vandaag wat vreemd, immers, waar zij er niet om hebben gevraagd confronteren mijn Lief en ik hen wederom met een specifiek fenomeen.

De ontvangst is hartverwarmend, het bericht over mijn “verandering” is ons al weken, maanden geleden vooruit gesneld. Niet alleen via een paar dichterbij staande neven en nichten, maar ook langs de lijn van de oudere, 80+, ooms en tantes. We maken een rondje, na koffie en vlaai, stuk voor stuk gesprekjes met herinneringen, gedachten en voorvallen. Dat ik er ben is vanzelfsprekend, ook veranderd hoor ik er gewoon bij. Af en toe voel ik zelfs wat verbazing, niet over mij en mijn transitie, nee verbazing over de vraag waarom ik me dat “welkom zijn” sowieso ooit af vroeg.

Terwijl ik samen met mijn Lief uit Midden-Limburg terug rijdt dringt de schaamte tot mij door. Schaamte, zelfs na een jaar, voor het mensonterend welkom bij de crematie van mijn vader iets meer dan een jaar eerder. Schaamte vooral dat ik zelfs na bijna twee jaar vrijwel altijd warme ontvangst en acceptatie, toch nog steeds met de uitvaart van mijn eigen vader voor ogen, zekerheid blijf zoeken als ik me voor het eerst na mijn transitie ergens voor het eerst in mijn nieuwe uitvoering meld.

Wachten

Even een halfuurtje pauze in de zon. De eerste niet-eet pauze in bijna drie weken. Ik lak mijn nagels, in de zon zie ik tenminste wat ik doe. Dat halfschemer ‘s avonds is voor mij te weinig, hoe ouder je wordt, hoe minder licht de lampjes lijken te geven, denk ik. Ik moet even wachten tot ook de toplaag voldoende is gehard. Normaal ben ik daarvoor eigenlijk te ongeduldig, maar nu met m’n Viva lekker in het zonnetje neem ik er maar even de tijd voor.

Het leven van een transseksueel bestaat volgens mij, als ervaringsdeskundige, voortdurend uit wachten. Iedere keer wacht je weer in de wachtkamer, zo niet letterlijk, dan wel thuis op de bank of in je bed.

Je wacht in de kast of dat gevoel anders te zijn ooit overgaat. Eigenlijk weet je het allang, je weet het al vanaf het begin zeker, je bent wat je voelt, hoe je buitenkant er ook uit ziet. Nu, jaren later kan ik maar een ding zeggen. Op dat moment, dat moment van overgaan, kun je lang wachten. Het gekke is dat dat soort wachten op iets dat nooit over zal gaan, dat soort wachten eigenlijk nog geen pijn doet, dat komt later pas. Pijn, krassen, deuken in je zelfvertrouwen die loop je juist op wanneer je je weer beseft dat dat gevoel anders te zijn je altijd zal blijven verscheuren.

Je wacht in de kast tot je het moment om er uit te komen, aangebroken acht. Wachten vol twijfel, vol onzekerheid. Weet ik het echt zeker? Waar begin ik aan? Natuurlijk weet je het zeker, je bent immers gewoon een man of vrouw in een verkeerd lijf, een fysieke fout vanaf de geboorte. Alleen hoe leg je het de ander ooit uit. Toch voel je steeds opnieuw reden om het uit te stellen, in de kast te blijven en naar buiten toe genormaliseerd “gewoon” te blijven doen. Dat wordt toch van je verwacht! Het zal menigeen vergaan zoals het mij is vergaan. Het is als of je in twee sloten tegelijk loopt die steeds verder uiteen wijken. Stap voor stap raak je steeds meer verscheurd, raak je gesplitst in twee persoonlijkheden, scheurt het je hele zijn in twee.

Je wacht met het aanmelden van jezelf, jouw gevoel. Tijdseenheden stapelen zich op, weken, maanden, jaren, voor je er mee voor de dag komt bij naasten, vertrouwden in je omgeving, op school of op je werk, behandelaars.
En als je dan eindelijk zover bent, als je weet wat de anderen nog niet weten, als je eruit bent, alleen de anderen nog niet, moet je weer wachten. Wachten op een wachtlijst tot ze eindelijk je verhaal willen horen, wachten tot het eindelijk jouw beurt is in de agenda. Alleen je allernaaste naasten, die kun je aanspreken zonder afspraak vooraf. Zij zijn het die daarna met je mee gaan in het wachten. Uren, dagen, weken, voor eindelijk je verhaal op tafel ligt.

Je hebt je conclusies allang getrokken, je weet allang hoe de vork in de steel steekt, toch rest er niets anders dan te wachten. Niet wachten op behandeling of begrip, neen wachten tot het proces van diagnosestelling begint. Immers wat jij zo zeker weet, moet voor de samenleving nog maar blijken. Het is niet niets wat je voor ogen hebt, er liggen als alles goed is ingrijpende dingen in het verschiet. Begrijpelijk dat de samenleving daar eerst ook zelf nog een plas over wil doen. Begrijpelijk, maar dat wachten! Dat wachten, als je het eindelijk na al die jaren al zo zeker weet.
Maanden, kwartalen, soms nog langer duurt het tot de samenleving het bij monde van de deskundigen ook onderschrijft. Pas dan kan er begonnen worden aan al die ingrijpende ingrepen, de hormonale duw van binnenuit. En weer breekt er een periode van wachten aan. Hoewel, heb je daar werkelijk zolang op gewacht? Ik niet in ieder geval, dat wachten duurde me toch echt te lang, gek werd ik er van. De verandering van de geslachtsrol in de samenleving, soms ook al de hormoonduw van binnen uit. Niet iedereen zal zolang willen wachten.

Maanden, een jaar of meer, voor duidelijk is dat je je de nieuwe rol in al haar finesses eigen hebt gemaakt. Wat jezelf allang weet, blijft voor delen van de buitenwereld toch afwachten. Afwachten of “hij werkelijk die zij” kan zijn, of andersom. Maanden, wekenlang, tel je af. Zie je uit naar het moment dat werkelijk vaststaat dat wat je voelt ook spoort met wat je laat zien. Wachten daarna tot je aan de buurt bent voor de tweede fase, nu de buitenkant. Wederom weer een tijd van wachten, er is immers een wachtlijst. Ik stel een vraag aan het genderteam. Het antwoord laat op zich wachten, wekenlang, het grijpt je aan, zoals al het andere wachten. Dagen, weken misschien nog wel meer. Het antwoord is ontmoedigend. Ik stel mijn SRS maar uit. Nog langer wachten, naar ik nu hoop, nog minder dan 42 weken.

Wachten, voorafgaand aan je coming-out, je aanmelding, je diagnose en behandeling. Wachten is denk ik de rode draad in je transitie. En na de SRS… Ik hoop dat dan het wachten voor een tijd over is. Wachten, wachten, wachten, het is niet verwonderlijk dat voor sommigen dit wachten te lang duurt. Zij maken zelf hun keuze.

Of het moet het wachten zijn aan de rand van de stoep, tot iemand je kan helpen over te steken. Toch weer wachten op een transitie.

Geaccepteerd

Het is lente, tijd voor mijn hoge zomerse sandalen, mijn pumps, een mooie jurk, een strak shirtje. Niets meer te verhullen, mijn benen, mij boezem, mijn billen.

Oh, wat zie jij er goed uit! Wat ben je veranderd! Het doet je goed! Zeker sinds ik twee maanden geleden me voor het eerst met mijn nieuwe kapsel vertoonde krijg ik weer opnieuw volop complimenten. Het is net of ik na meer dan een jaar “finale” transitie in Nederland nu echt af ben. Ieder compliment opnieuw geeft me opnieuw dat gevoel. Een gevoel er in geslaagd te zijn de jarenlange minder zichtbare transitie -vrouwelijk in het buitenland, androgyn in eigen land- in de afgelopen anderhalf jaar omgezet te hebben in een mooie vrouw die er wezen mag, een vrouw waar mijn Lief trots op is en zich graag mee vertoont –niet voeren, geen handen door de tralies, niet aanraken . Een mooie vrouw, nou ja, op een storend puntje na, maar dat voel ik alleen en op Lief C na, ziet verder toch niemand dat. Een geslaagde transitie en vooral een meer dan geslaagde acceptatie.

Terugkijkend in de tijd heb ik me tijdens de laatste, Nederlandse jaren, van mijn coming-out eigenlijk voortdurend geaccepteerd gevoeld. Of werd ik toch eigenlijk meer gedoogd in mijn nieuwe rol?
Natuurlijk, het is een bijzonder verhaal, telkens opnieuw als we er mee komen compleet onverwachts. Een warme ontvangst, hoewel het had maar zo ook steeds opnieuw anders kunnen lopen. Ik was er serieus bang voor, ineens ook in mijn oude rol niet meer serieus genomen te worden, afgerekend te worden op mijn kleurloze nukkigheid. Bang afgewezen te worden, deuren dicht te doen slaan. Zo achteraf is dat eigenlijk verschrikkelijk meegevallen. Was ik onrealistisch bang? Moest ik de kat uit de boom kijken? Ik weet het niet?

Nu, met de meeste coming-out acties inmiddels al weer een jaar, meer of minder, achter de rug, kan ik ook eens terugkijken. Is mijn “uit de kast” echt wel zo geaccepteerd?

Niet verrassend is het beeld vrijwel volledig overmatig positief. Bijna alle contacten waar ik, of eigenlijk we, ooit uit de kast kwamen, accepteren ons nog steeds. Het contact is warm, vaak belangstellend, en ook naar mijn Lief, open en zonder aarzeling.

Bij mijn broers en zusters is de slechte ontvangst helaas voor geen meter verbeterd. Natuurlijk is het niet alleen mijn andere presentatie die maakt dat ze mij structureel vergeten en negeren. Het was misschien zelfs gewoon de zoveelste druppel. Zelfs als het over het uitstrooien van de as van onze ouders gaat, moet ik nog smeken om informatie. Even lijken ze te vergeten dat het ook mijn ouders zijn die ooit zullen worden uitgestrooid, die nu nog gezamenlijk op de begraafplaats, in het dorp van mijn jeugd, in de urnenmuur staan. Nog steeds geeft het mij het gevoel uit het familienest te zij gemikt wegens de door mij veroorzaakte schandvlek, een te grote vervuiling, teveel schade aangebracht aan de goede naam.

Toch, af en toe, blijkt er een weerstand in de acceptatie, verklaart iemand dat hij/zij mij toch gewoon als man blijft zien. Wordt eerst in een reeks aan gesprekken aan mijn Lief alle informatie gevraagd met een ondertoon van “hoe kun je nu nog jullie relatie in stand houden” en wordt daarna de mail structureel niet meer beantwoord, wordt een afspraak voor een volgend bezoek, ondanks aandringen, nog steeds niet gemaakt.

Soms onverwacht, op straat, spreekt iemand me aan, complimenteert me met mijn nieuwe kapsel, geeft aan dat het goed staat, plaatst me zonder veel moeite in het goede vakje. Belt een verder familielid van mijn Lief en blijkt de terloopse coming-out toch goed geland. Altijd wel kent men een verhaal van een transitie. Heel vaak een mooi verhaal, waarover warm wordt verteld.
Bij de kinderen in onze buurt, loopt het proces gewoon. Ze zijn niet anders gewend. Soms verder weg vraagt de aanvaarding en acceptatie meer tijd, kent meer ups and downs. Ik blijf hopen dat het zal leiden tot volledig aanvaarding, ooit nog eens.

Terugkijkend voel ik me nog steeds geaccepteerd, van alleen gedogen kun je gewoon niet meer spreken. Toch blijf ik alert, immers ook al een tijd geaccepteerd, is niet alles zo zeker als het lijkt.

Ravijn

Wat kan een mens, ik! zich vergissen.
Al weken, misschien wel maanden loopt alles in en om me heen perfect. In een thema op een van de fora over moodswings en emotionele rollecoasters schrijf ik vol trots dat het gelukkig steeds minder en milder wordt.
En dan ineens…
Mijn hoofd voelt als een bowlingbaan waarop alle pins lukraak in een keer vallen. Vallen zonder strike. Een chaos en je krijgt er niet eens punten voor.
Als ik even kort wat licht in de tunnel zie, tref ik mezelf aan op de vloer naast mijn bed. De tissues uit de doos liggen om me heen verspreid, gebruikt.
Wat een paar dagen geleden zo mooi leek te gaan lijkt ineens in duigen. Een dagje shoppen met mijn Lief, brengt me in extase thuis. Zonder gekibbel, ieder haar “pas”kans, slenterend, bewonderend en spiegelend brengen we de volle dag zonnig door. Het resultaat, een mooie uitbreiding van de kledingkast, een nieuwe tankini, bh’s, mooie zomersandaaltjes, wat make-up en nog veel meer. We maken plannen voor onze inrichting. Het leven lacht.
En dan ineens, een scheuring. Ik dacht dat het elders in mijn omgeving geleidelijk beter ging, dat scherpe kantjes begonnen te vervagen. Dan wordt duidelijk dat er voorlopig daar geen plaats voor me is. Dat het helen van pijn veel meer tijd vraagt dan ik dacht. Ik kan het niet geloven.
Mijn hoofd draait dol, ik zie afgronden op doemen. Ik leg ze voor aan mijn Lief. Zij ziet wat gebeurt toch anders. Ik voel me niet herkent. Moedeloos kruip ik mijn bed in. Daar is het tenminste warm. Na een nacht zie ik nog meer ravijnen om me heen. Iedere stap die ik zet is tot mislukken gedoemd, althans zo denk ik. Nog steeds voel ik geen herkenning om me heen. Ik sta alleen, ik voel me alleen.
Het schokt me, ik heb het koud, ik ril. Ik kruip weg in een hoekje, ik voel een knak in me. Even later ben ik in tranen. Stromend langs mijn wangen. Een doos tissues later, loop ik schokkend droog, mijn tranen zijn op, mijn lijf schokt nog steeds. Het is alsof mijn emotionele rollercoaster plotseling met tomeloze vaart naar beneden raast, mijn zonnige rit verandert in mijn hoofd in een spookrit vol ongrijpbare gevaren. Ik raas langs ravijnen vol onvermoede spookbeelden.
Een knuffel en een schouder verder kom ik heel langzaam weer wat bij. Remt mijn rollercoaster af, breekt er weer wat licht in mij door.
Ik schrik van mezelf, wat is mijn emomasker broos, zelfs na drie en een halfjaar onveranderd hormonengebruik, word ik nu en dan toch nog mee gesleurd door mijn rollercoaster karretje. Nog bijna tien maanden dan moet ik een maand mijn hormonen stoppen, kom ik als het ware in de overgang. Ik ben weer eens gewaarschuwd, moodswings grijpen me nog steeds aan.

O, bent u er zo één …

Terugkomend van een gesprek over LGBT voorlichting in Rotterdam en omgeving pak ik de trein terug naar Dordrecht, nauwelijks een kwartiertje over het spoor.

LGBT voorlichting in Rotterdam en omgeving, LGBT: Lesbian, Gay, Bi, Transgender. In gesprek gaan met de groep, de klas, over acceptatie en respect. Coördinator Gert-Jan maakt me nog enthousiaster dan ik al was. We hebben een klik. Kijkend naar de educatiedoelen van Rainbowcity010 heb ik als lesbische transvrouw, althans de omgeving ziet me zo, mijn vragen, past mijn “T” helft er voldoende in? Zelfs voor ik mijn vraag heb gesteld is het antwoord in het gesprek al meer dan gegeven. Daarbij, hoe de omgeving je ook ziet, in welk hokje je ook past of wordt gestopt, het gaat bovenal toch om acceptatie en respect.

Kijkend naar mijn eigen ervaring en die van mijn Lief, zijn we eigenlijk zondagskinderen. Om niet te provoceren dragen we geen ringen meer, lopen nooit meer handje/handje, is een vluchtige zoen niet altijd gewenst op straat. Of het hier door komt of gewoon door geluk weet ik niet. Eén keer maar zijn we lastig gevallen op straat, jaren geleden al. Kennelijk was de geur van kwetsbaarheid op die dag teveel waarneembaar. Een dagje shoppen in Amsterdam  – ik koop een leuke damestrui bij H&M- kreeg even een wat bitter end. Ook in het buitenland weten we onaangenaamheden te vermijden. Zelfs als we wat giechelend over een boulevard lopen weten we de priemende blikken van Engelse manlijke toeristen  –type om 06.00 nog steeds zwaar getatoeëerde en blote bast aan het bier- nog om te leiden.

Het gesprek loopt ten einde. Ik neem de trein terug naar huis. Het is vol in de intercity, alle plaatsen rondom me zijn bezet. De conducteur controleert de vervoersbewijzen, zo ook mijn e-ticket.

“Mag ik uw legitimatie? Ik geef hem er twee, mijn paspoort en mijn gender-id. Eén is genoeg gromt de man. Ik geef aan toch ook de tweede te willen geven om misverstanden te voorkomen. Hij werpt een blik en geeft alles terug;

 “O, bent u er zo één..”  

Ben ik verbaasd?  Verbijsterd? Geshockt? Ik weet het niet. Voorlopig verschuil ik me even in mijn Viva. Pas als ik een kwartier later in Dordrecht uitstap en het verhaal vertel aan mijn Lief, gebeurt er wat. Mijn Lief is woest, ik ben nog steeds in een shock.

Heel langzaam dringt pas naast de geringe toleratie, de schaduw van wat er gebeurd is tot me door. De trein zit vol, wat nu als binnen gehoorsafstand van onze conversatie, opgeschoten jeugd of andere onprettige aanwezigen zijn uitspraak oppikken? Wat als een of meer van hen met mij op hetzelfde station uitstappen. Ineens ben ik niet meer slechts een “ stealth levende oudere vrouw” maar vooral ook zo’n … Precies zo één…

Ik zet het verhaal op facebook. De reacties zijn heftig. Via via komen ook reacties vanuit de “Rose”NS en de wereld van het COC zelf. “Schokkend”, “Verbijsterend”, “Te gek voor woorden”.

Ik dien een klacht in bij de NS. Hoe het verder loopt, is afwachten.

Acceptatie, verdraagzaamheid, respect. Ik weet nu nog beter waar het over gaat.