Tussen mijn oren

Ik zit nog maar nauwelijks op mijn stoel een paar weken geleden, of mijn VU-psychologe vraagt me even een kruisje te zetten. “Hoe voel je je op dit moment?” was volgens mij haar basisvraag. Ik zet een kruisje bij de 100% vrouw, misschien zelf wel meer dan dat.
Af en toe kijk ik tijdens mijn transitie in de spiegel, bij wijze van spreken dan, en vraag me af of dat wat ik doe, meer of minder, wel zo vrouwelijk is. Heel basaal de vraag van mijn psychologe, hoeveel “vrouw” voel je je nu?
Het is net als met je lesbische geaardheid, er zijn naast die beperkte momenten van opperst gevoel, er zoveel die in niets af lijken te wijken van wat de rest van de mensheid doet. Immers, stofzuigen, dweilen, strijken, de vuilniszak buiten zetten, doe ik toch vooral als mens en niet op haar “pots”.
Zeker in het begin van mijn transitie, toen ik me eindelijk fulltime in mijn nieuwe rol kon verplaatsen was de werkelijkheid van mijn vrouwgevoel er vooral één van verkennen, ervaren, ondervinden. Maar vooral ook was het een spel, een kunstje. Kijken hoe het in haar werk gaat, vrouw zijn, kijken of wat ik bij de nieuwe ervaring voel, ook klopt.
Twijfelde ik ooit? Beslist. Het is niet niets als je je in een andere rol wil hullen, als je meer wil dan een toneelstukje opvoeren. Af en toe keerde ik terug op mijn pad en zette weer wat stapjes richting het begin en draaide me weer om. Het sterkte me, liet zien dat ik de richting op mijn pad juist was. Ik voelde me er beter op mijn plek.
Ik keer me inmiddels al heel lang niet meer om op mijn pad. Voel me zeker en vast. Toch, als ik luister naar mezelf hoor ik wisselende geluiden. Vaak, ik kan zelfs zeggen, steeds vaker, staat er een virtueel kruisje bij 100% vrouw. Toch vraag ik me weleens af hoe dat zit bij een bio-vrouw. Voelt zij zich bij het in elkaar zetten van een IKEA-kastje nog steeds vrouw, of als ze de stoeptegels in de garage aan de kant legt, of de GFTcontainer na een winter intensief gebruik schoonspuit? Natuurlijk voelt ze zich dan nog steeds vrouw, ze heeft immers geen reden om te twijfelen, geen vergelijking, geen dubbel traject. Wat zou ze anders zijn?
Waarom heb ik dat dan nog steeds af toe, dat ik me afvraag hoeveel vrouw ik ben. Dat ik kennelijk er soms wat aan twijfel of ik iets doe als vrouw of als man. Onzin natuurlijk, wat ik doe, doe ik als vrouw, of misschien wel als mens.
Nagelslakken, make-up shoppen, met mijn Lief uit eten, dwalen door Ikea, of gewoon samen flaneren door de stad, stuk voor stuk opperste momenten van vrouwgevoel, wel meer dan 100%. Maar afwassen , opruimen, koffiezetten, boodschappen doen, onkruid trekken, voel ik dat ook als vrouwelijk?
Als ik nog eens nadenk en luister naar mijzelf en mijn Lief, kom ik maar tot één conclusie. Waar, hoe en wat ik ook doe, ik doe het als vrouw. Als man doe ik al heel lang niets meer, ik moet het alleen nog zelf, in de poriën, leren aanvaarden.
Je vrouw voelen heeft nauwelijks meer iets uit te staan met hakken, een rok of make-up. Neen, integendeel, mijn vrouwzijn, zit gewoon tussen mijn oren. Ik moet het alleen nog zelf leren zien, leren voelen.

Advertenties

Geaccepteerd

Het is lente, tijd voor mijn hoge zomerse sandalen, mijn pumps, een mooie jurk, een strak shirtje. Niets meer te verhullen, mijn benen, mij boezem, mijn billen.

Oh, wat zie jij er goed uit! Wat ben je veranderd! Het doet je goed! Zeker sinds ik twee maanden geleden me voor het eerst met mijn nieuwe kapsel vertoonde krijg ik weer opnieuw volop complimenten. Het is net of ik na meer dan een jaar “finale” transitie in Nederland nu echt af ben. Ieder compliment opnieuw geeft me opnieuw dat gevoel. Een gevoel er in geslaagd te zijn de jarenlange minder zichtbare transitie -vrouwelijk in het buitenland, androgyn in eigen land- in de afgelopen anderhalf jaar omgezet te hebben in een mooie vrouw die er wezen mag, een vrouw waar mijn Lief trots op is en zich graag mee vertoont –niet voeren, geen handen door de tralies, niet aanraken . Een mooie vrouw, nou ja, op een storend puntje na, maar dat voel ik alleen en op Lief C na, ziet verder toch niemand dat. Een geslaagde transitie en vooral een meer dan geslaagde acceptatie.

Terugkijkend in de tijd heb ik me tijdens de laatste, Nederlandse jaren, van mijn coming-out eigenlijk voortdurend geaccepteerd gevoeld. Of werd ik toch eigenlijk meer gedoogd in mijn nieuwe rol?
Natuurlijk, het is een bijzonder verhaal, telkens opnieuw als we er mee komen compleet onverwachts. Een warme ontvangst, hoewel het had maar zo ook steeds opnieuw anders kunnen lopen. Ik was er serieus bang voor, ineens ook in mijn oude rol niet meer serieus genomen te worden, afgerekend te worden op mijn kleurloze nukkigheid. Bang afgewezen te worden, deuren dicht te doen slaan. Zo achteraf is dat eigenlijk verschrikkelijk meegevallen. Was ik onrealistisch bang? Moest ik de kat uit de boom kijken? Ik weet het niet?

Nu, met de meeste coming-out acties inmiddels al weer een jaar, meer of minder, achter de rug, kan ik ook eens terugkijken. Is mijn “uit de kast” echt wel zo geaccepteerd?

Niet verrassend is het beeld vrijwel volledig overmatig positief. Bijna alle contacten waar ik, of eigenlijk we, ooit uit de kast kwamen, accepteren ons nog steeds. Het contact is warm, vaak belangstellend, en ook naar mijn Lief, open en zonder aarzeling.

Bij mijn broers en zusters is de slechte ontvangst helaas voor geen meter verbeterd. Natuurlijk is het niet alleen mijn andere presentatie die maakt dat ze mij structureel vergeten en negeren. Het was misschien zelfs gewoon de zoveelste druppel. Zelfs als het over het uitstrooien van de as van onze ouders gaat, moet ik nog smeken om informatie. Even lijken ze te vergeten dat het ook mijn ouders zijn die ooit zullen worden uitgestrooid, die nu nog gezamenlijk op de begraafplaats, in het dorp van mijn jeugd, in de urnenmuur staan. Nog steeds geeft het mij het gevoel uit het familienest te zij gemikt wegens de door mij veroorzaakte schandvlek, een te grote vervuiling, teveel schade aangebracht aan de goede naam.

Toch, af en toe, blijkt er een weerstand in de acceptatie, verklaart iemand dat hij/zij mij toch gewoon als man blijft zien. Wordt eerst in een reeks aan gesprekken aan mijn Lief alle informatie gevraagd met een ondertoon van “hoe kun je nu nog jullie relatie in stand houden” en wordt daarna de mail structureel niet meer beantwoord, wordt een afspraak voor een volgend bezoek, ondanks aandringen, nog steeds niet gemaakt.

Soms onverwacht, op straat, spreekt iemand me aan, complimenteert me met mijn nieuwe kapsel, geeft aan dat het goed staat, plaatst me zonder veel moeite in het goede vakje. Belt een verder familielid van mijn Lief en blijkt de terloopse coming-out toch goed geland. Altijd wel kent men een verhaal van een transitie. Heel vaak een mooi verhaal, waarover warm wordt verteld.
Bij de kinderen in onze buurt, loopt het proces gewoon. Ze zijn niet anders gewend. Soms verder weg vraagt de aanvaarding en acceptatie meer tijd, kent meer ups and downs. Ik blijf hopen dat het zal leiden tot volledig aanvaarding, ooit nog eens.

Terugkijkend voel ik me nog steeds geaccepteerd, van alleen gedogen kun je gewoon niet meer spreken. Toch blijf ik alert, immers ook al een tijd geaccepteerd, is niet alles zo zeker als het lijkt.