2x 20 minuten

Ik dweil en stofzuig me door het huis. Het gewone leven pur sang.

Op de kop af drie weken geleden vulden we de eerste doos. Nu 60 dozen later kan ik eindelijk weer met de stofzuiger door het huis. 60 verhuisdozen, een kleine flat vol vulden we en verplaatsten we vanuit ons drijvend kantoor. De reis is voorbij, de reis binnen de reis is op het eindstation. Morgen komt de vermoedelijke koper voor de technische keuring van ons drijvend verblijf; benieuwd naar “The Ladies”, hun verblijf en hun aanpak. Over de reis binnen de reis vertellen we niets; eenmaal op het eindstation gaat het niet meer om het proces. Het is slechts het resultaat dat telt.

“The Ladies”, de oma’s, de buurvrouwen. Je raakt er aan gewend, het wordt deel van je gewone leven. Eigenlijk weten mijn Lief en ik inmiddels al niet meer beter. De tijd dat een Amerikaanse mijn Lief aanstootte dat ze het zo knap vond dat ik ondanks mijn chemomutsje nog zo’n avontuur in ging; dat een Australiër me verraste in bikini in de zon; dat ik in wikkelrok boodschappen deed op de markt tussen de Fa’afafine. Procesmomenten in mijn reis binnen de reis.

De trein nadert het eindstation, de voortgang is nauwelijks meer te zien, we zijn er gewoon praktisch. Thuisgekomen vindt ik een ongevraagd drukwerk, aan de heer… Meteen geretourneerd, onbekend op dit adres. Een opgevraagde brochure, toch weer aan de heer . Ik glimlach maar, de informatie heb ik gewoon nodig. Een uitnodiging voor de 5-jaarlijkse baarmoederhalsscreening; ik meld me af, ik ben nu eenmaal zonder geboren, boven aan het formulier prijkt mijn “meisjesnaam”.

Eigenlijk is er nauwelijks meer iets dat me aan mijn vroegere ik herinnert. Kleinkinderen zijn blij ons weer te zien. Voor hen ben ik gewoon een van de oma’s. De buurt kijkt niet meer op, is het accepteren of gewoon gedogen. Zelfs de Franse kapster een maand of twee geleden accepteerde mijn alopecia als van een vrouw met een haarprobleem. Wat doet het er toe, ik ben gewoon op mijn plek.

Twee keer per week dringt mijn transitie zich weer op. Ben ik even nog een vrouw op weg naar zichzelf. Dwingt het dilateren me weer even van mijn roze wolkje af te komen.

2x twintig minuten per week, even weer terug in mijn transitie.

Advertenties

Jongensmeisje

Jongensmeisje,

Kijkend naar een actie-tv programma waarin een Zeeuwse boerin haar keuze uit een aantal lieftallige toekomstige levensgezellen maakt, gaan mijn gedachten terug naar 1973; Schoondijke, Zeeuws Vlaanderen, Landbouwpraktijk school.

Als maagd, zeker ook voor zover het de agrarische techniek betreft, werd ik een aantal weken lang ingewijd in de kunst van het tractorrijden, machine gebruik, dieselonderhoud, “aanbouwen” en het werken met shovels en laadschoppen, de ins en outs van de motorzaag. Ik voelde me in al het jargon weinig thuis, bijna als een nieuwe “verloofde” die in de familie in recordtijd alles moet leren om er bij te kunnen horen.

Alleen het achteruitrijden met meerdere wagens dat lukte me na al die weken nog steeds niet. Later heeft mijn schoonvader het nog eens geoefend met me –slechts met de caravan. Het ging beter dat wel, eerder kreeg ik hem niet mee.

Hoe houterig de boerin ook was -’s avonds regelde ze een “bak voer” in plaats van een maaltijd te bereiden- ergens sprak ze een taal die me bekend voor kwam. Een jongensmeisje pur sang. Tipje voor tipje kreeg de kijker een beeld van haar dagelijks leven, sleutelen aan auto’s, werken met de tractor, de motorzaag en ploegen van de vette klei op haar land. Ze zoekt een meisjesmeisje als gezellin. Ze lijkt weinig bedreven in de subtiliteit van het zoek proces. Toch vind ik haar in haar ruwe vorm wel sympathiek. Ze is herkenbaar, af en toe spreekt ze gewoon mijn “oude” taal.

Ons drijvend kantoor komt naar huis, een reis van 4000 of 5000 kilometer. Na 8 jaar avontuurlijk schrijven wordt het tijd de cirkel te sluiten, een andere uitdaging aan te gaan. We maken lange dagen, vaak al op om een uur of 5.00, om pas 15 uur later het anker er weer in te leggen. Zeker de eerste weken maken bootvluchtelingen en IS-risico’s ons schuchter ook in de nacht door te gaan. Al reparerend en sleutelend, soms zelfs bij het licht van een lamp, vinden we onze weg. Vaak hebben we pas in de avond tijd voor een maaltijd, weinig subtiel, onze “bak voer”.

Als ik in de vroege ochtend het anker licht, het is nog koud en vochtig, de dag is nog lang, vraag ik me weleens af hoe de wereld mij bekijkt, die vrouw op dat voordek, haar haar weg gestopt in een doekje om haar hoofd, een paar werkhandschoen bij de hand. Gelukkig ziet niemand de rouwranden onder mijn afgebroken nagels, de grove handen, de roest en zoutvlekken op mijn broek, de grove laarzen waarmee ik nog net de ankerketting kan afstoppen.

Eenmaal terug aan wal, maanden later, komen de verhalen over de piraten in Indonesië, de ongevraagde bezoeker die ik laat op de avond op een Braziliaanse rivier weer terug het water in gooide, over het klusje onderwater bij 0 graden in een ijskoude gletsjerbaai, de reparatie –op de tast- na een gesprongen olieleiding zonder enige sleutelruimte, het in en uitbouwen van de generator –in delen anders kreeg ik ze niet op hun plaats.

Ik denk dat er weinig fantasie voor nodig is; een jongensmeisje.

Eng

Eigenlijk zijn er geen genderissues meer die me bezig houden. Toch laten de gevolgen me nog niet helemaal los.

Vanaf de start van mijn feitelijke transitie in 2008/2009 –in mijn gedachten en in de gesprekken met mijn Lief was die al decennia langer bezig- hebben we ons altijd in internationale gemeenschappen bevonden. Gemeenschappen die zich kenmerkten door gezonde nieuwsgierigheid, belangstelling voor elkaar en voor de ons omringende culturen. Hoewel af en toe met een korrel zou, was er een regelmatige flow van tolerantie.

Naar mate mijn transitie meer zichtbaar werd voor anderen vroeg deze tolerantie bij anderen wat meer dan voorheen. Wie niet goed met mij en mijn voorkomen uit de voeten kon vervaagde geleidelijk naar de horizon. Een jaarlijkse check van de LGTB kwetsbaarheid in de landen op ons pad gaf richting aan de vraag in hoeverre ik me meer of minder zichtbaar moest maken en voorkwam problemen, zelfs in landen als Samoa, Tonga, Indonesië en Maleisië.

Tot we op de Middelbare Zee aankwamen.

Nog steeds kunnen we prima uit de voeten in de internationale gemeenschap. Nog steeds hebben we, vooral Engelstalig, de nodige aanspraak en contacten. Alleen de Nederlandse gemeenschappen, veel talrijker in de Middellandse Zee dan op de verdere zeeën onderweg, het is net of we er niet fris genoeg uit zien. Soms is het net of we stinken, of afgeven of besmettelijk zijn.

Wat is het toch dat een boot met twee vrouwen –van enig transitie signaal is al heel lang geen sprake meer- zo afschrikkend is. Wat is het toch dat je zodra eenmaal duidelijk is dat er echt geen man meer uit de kajuit naar boven komt, als bh’s in overduidelijk twee verschillende maten aan de waslijn hangen, iedere vorm van contact gemeden wordt.

Heel soms, de eerste of tweede dag, wil een Nederlander nog wel eens wat zeggen, maar zodra eenmaal duidelijk is dat slechts twee vrouwen aan boord wonen is vrijwel altijd het gesprek verstomd.

Zouden we als Nederlanders in het buitenland, als echtpaar met pre- of post pensioeneringsgevoel, nu echt zo eng in elkaar zitten, zo narrowminded zijn, dat een contact met een kennelijk lesbostel nauwelijks tot de mogelijkheden behoort?

Noemen

Een van de momenten waarop ik me de laatste jaren het meest bewust was van mijn verkeerde uitvoering was tijdens vliegreizen. De voorletters en geslachtsaanduiding –Mr- op het ticket, de wandeling door de bodyscan, mijn paspoort dat zo duidelijk iets anders liet zien dan de vrouw die zich voor hen in jurk presenteerde. Het is allemaal voorbij, ik ben wie ik ben, ik toon wat ik heb te tonen en zelfs de scan laat geen ongewenste delen meer zien. Niet langer voel ik me een man in jurk.

Net voor ik vertrek schiet iemand me -via via- aan; “wat zie je er geweldig uit, als ik het niet had geweten zou ik het echt niet zien”.
Had geweten? Geweten? Je weet toch niet meer dan dat ik een vrouw ben. Hoezo geweten?

Ooit bij de allereerste coming-out vond ik het belangrijk mezelf aan anderen uit te leggen, te verontschuldigen bijna. Iedereen die het aan ging, mensen met wie ik een verleden had, iedereen moest weten dat ik geen man was maar een transgender.
Geleidelijk in de tijd begon zich een scheiding af te tekenen; mensen met wie ik een historie had enerzijds, mensen die ik pas net ken en alleen nog maar in mijn nieuwe gedaante, anderzijds. Een scheiding tussen “transgender” en “vrouw”.

Inmiddels, niets meer te verklaren, niets meer te verbergen, ben ik gewoon een vrouw, als ieder ander zou ik er bijna aan toe voegen. Hoewel, behalve voor de mensen met wie ik een geschiedenis deel, is er toch nog een stukje waarop ik me als “transvrouw” bloot geef, mijn medisch dossier. Immers, er moet toch een verklaring zijn waarom zowel mijn PSA als mijn FSH beide op, nagenoeg, nul staan.
Ik denk dat de tijd van uitleg en verklaren ruimschoots voorbij is, de tijd waarin ik op een zeker mededogen rekenden van de mensen om me heen. Noem me maar gewoon vrouw. Ik ben het gewoon, vervul mijn sociaal maatschappelijke rol als zodanig, vergelijken van mijn presentatie met andere vrouwen, bio of trans, is niet langer op z’n plaats.

Ik stap de voorruimte voor de douches in, fohn, haakjes en dan..? Oeps, zo maar de douchebak in. Slechts een gordijntje scheidt nat van droog. In deze douche –mijn reislust levert me iedere dag weer een andere doucheomgeving- worden de dames geacht zich collectief te ontkleden voor ze de douche instappen. Een paar seconde twijfel ik even. Vind ik dit aangenaam? Dan verman ik me, -of is vervrouw meer op z’n plaats?- en haak mijn bh los.

Voor mij hoeft mijn omgeving, althans het nieuw verworven deel van na de coming-out, het echt niet meer te weten. Neem me maar zoals ik ben.

Sterfte tabel

Sekseafhankelijke premieopbouw. “Mooi, maar wat betekent dat nu precies” Ik heb een medewerker van de pensioenverzekeraar aan de lijn. Hoewel ik vermoed hoe het verhaal luidt, houd ik me maar even van de domme. Ik krijg een uitgebreide toelichting die vooral veel “voor 2006” en “na 2006” bevat. “Opbouw in de jaren 1999 tot en met 2001” geef ik hem mee, “dat is dan dus voor 2006”.
“Als man!”

Maar aarzelt de man “u bent toch vrouw”. “Jawel” geef ik hem mee “juridisch”.
Even slikt hij?

Nou heel simpel, leg ik hem uit. Hoewel ik juridisch vrouw ben, ben ik fysiek natuurlijk nog steeds man. Even verlogen ik de enorme stappen die ik in mijn transitie heb gezet en breng ze terug tot een klein verschil in woorden; 1 lettertje zeg maar.

Dit verhaal heeft hij nog nooit gehoord. Hij neemt de vraag mee “hogerop”. Ik leg er nog een schepje bovenop. U wilt toch niet beweren dat uw maatschappij bij de rechter staande zal houden dat een fysiek als man opgebouwd kapitaal, volgens de vrouwelijk sterftetabel zal worden uitgekeerd.

Hij mummelt instemmend.

Ik ben benieuwd wat “hogerhand” zegt. Waarschijnlijk dat er geen verschil meer in de sterfte tabellen mag worden aangebracht.

Daags na de wijziging van mijn geboortegeslacht verras ik een aantal verzekeraars en pensioenfondsen –in een werkzaam leven met hoogte en diepte punten verzameld een mens bijna net zoveel splinterpensioenrechten als salarisbriefjes- met de wijziging van mijn geslachtsgegevens. De uitwerking van mijn verzoek me ook op papier te vervolmaken is wisselend, sommigen laten zelfs na aandringen zes maanden later nog steeds niets horen, andere reageren onmiddellijk en passen het gewraakte lettertje en mijn voornamen aan, weer anderen verlagen zelfs meteen de premie.

Als ik eens informeer bij mijn toekomstig belangrijkste pensioenbetaler denkt ie er anders over, ik krijg een heel juridisch verhaal dat er op neerkomt dat een aanpassing van de voorgespiegelde cijfertjes als gevolg van mijn geslachtswijziging niet tot de gewoonte behoort. ‘S avonds reken ik het eens na, het toekomstige uitkeringsbedrag was gewoon al verhoogd.

Sterftestatistieken, voer voor de gemiddelde actuaris. Het lijkt erop dat ze bij geslachtswijziging naar willekeur mogen worden toegepast.

Zonder aarzeling

Achter in de hoek van de behandelkamer ontwaar ik achter een gordijn een krukje. Geroutineerd ontdoe ik me van mijn laarsjes, doe mijn panty naar beneden, leg discreet mijn broekje met verbandje op de vloer, schuif mijn jurk naar boven en schuif op de stoel. Klaar voor wat er komen gaat, ik voel geen aarzeling, hoe weinig vrouwvriendelijk mijn ligging in de inmiddels gekantelde stoel ook is.

Ik realiseer het me al een tijd, het bijna exhibitionistisch gemak waarmee ik me tegenwoordig bloot geef.

Jarenlang, eerst niet bewust, de jaren daarna toenemend bewust heb ik me verscholen, wist ik geen raad met mezelf. Voelde ik me geen jongentje, maar wat wel wist ik ook niet. Voelde me later anders, wist wat er speelde maar wilde er niet aan. Wist diep in me dat ik een meisje, vrouw was -1968- maar kende nog teveel aarzeling het wereldkundig te maken. Je zou wel gek zijn.

35 jaar heb ik als een soort stoplicht mijn dubbele leven geleefd, wetend en negerend wat ik pas jaren later echt durfde te vertellen. Geleidelijk legde ik me er in die tijd bij neer nooit kinderen te kunnen baren of te zogen. Een pijnlijke berusting, dat wel. Geleidelijk wende ik er aan, samen met mijn partner mijn binnenste gevoel te koesteren en ruimte te geven en –er mee conflicterend- door te gaan de presentatie aan de buitenwereld van mijn schijnbare buitenkant. Ik wist wat ik was maar voelde me telkens weer een vreemde eend in de vrouwelijke bijt. Een rationeel vermoeden dat nog lang geen acceptatie in mij vond.

Zelfs toen ik het 12 jaar geleden voor het eerst echt aan mijn toenmalig psycholoog vertelde, aarzelde ik nog. Ik weet het rationeel, maar wil er gewoon nog niet aan. Pas als ik nog iets later in de tijd, inmiddels zeven jaar geleden, fulltime “androgyn” ga, compleet met hormonen, hoofddoekjes, spaghetti shirtjes en “ieneminie” broekjes en bikini’s, vind ik het vooral prettig en fijn, maar vertel ik mezelf nog steeds niet eerlijk wat ik bezig ben te doen.

Een spoedafspraak met de huisarts kentert mijn aarzeling. In een A4’tje schets ik mijn hele verhaal, ik aarzel niet langer. In een 20 minuten afspraak ga ik samen met mijn Lief volledig met mijn billen bloot. Een gesprek later al erkent hij mij als transvrouw en switched me na overleg met de VU van pillen naar pleisters. Het A4’tje krijgt een vervolg bij de VU in mijn levensverhaal. Ook mijn Engelse genderpsycholoog neem ik mee aan de hand van hetzelfde document.

Het is bijzonder te zien hoe ik geleidelijk in de tijd gewend raak, chattend en pratend met artsen en psychologen, mijn verhaal als transvrouw met de verkeerde accessoires te vertellen. Geleidelijk ook de-medicaliseer ik het traject. Steeds makkelijker lukt het me het verhaal te vertellen, steeds makkelijker zie ik mijzelf vooral als vrouw met een onvolledigheid. Steeds meer begin ik mijzelf te accepteren, niet alleen rationeel maar geleidelijk ook van binnen. De transitie van mij en mijn Lief is vooral een sociaal traject waaraan de medici en psychologen van tijd tot tijd deel mogen nemen.

Belemmeringen vallen steeds meer weg naar mate het verhaal vaker is verteld, de stappen duidelijker zijn gezet. Er ontstaat iets zelf bewusts. Of ik nu in het kleedhokje bij de X-ray in Chonburi verzocht wordt mijn bovenlichaam te ontbloten –even your bra- , al spontaan ga klaar liggen op bed –broekje naar beneden- als de Suporn verpleegkundige langskomt voor het dagelijkse bezoek, of bij de grote meester op tafel lig voor een kleine revisie –een uur mijn benen in de steunen, wat oncomfortabel. Telkens weer werk ik zonder aarzeling mee. Steeds meer voel ik me op mijn plek.

Na veel geharrewar is er eindelijk een oproep voor het twee jaarlijks bevolkingsonderzoek. Als ik, wederom met ontblote bovenkant, het kleedhokje uitstap vraagt de dame die het apparaat bedient of ik al vaker ben geweest. Ik aarzel niet haar vraag te ontkennen. Ze neemt de tijd voor me, “u hebt ongetwijfeld al het nodige mee gemaakt. Informerend –betrokken en met voorzichtigheid- stelt ze mijn weinig weelderige voorgevel aan haar pletterij bloot.

Terug van de Thaise snijtafel proef ik bij de artsen op mijn pad welgemeende interesse. Interesse in het hoe en waarom van de Thaise techniek, de overeenkomsten en verschillen tussen de verschillende operatiemethodes. Ik merk hoe anderen me als transvrouw, vooral als vrouw zien en niet direct meer als trans.

Je transitie is nooit af denk ik, toch merk ik dat ik op mijn reis inmiddels een flink stuk op weg ben. Een behoorlijk stuk op weg vooral ook mijzelf als vrouw te leren aanvaarden. Op weg niet langer een indringer in een andere wereld te zijn.

Komt een vrouw..

… bij de dokter.

Met paspoort en verwijsbrief meld ik me bij de balie Gynaecologie van mijn lokale ziekenhuis. “Gaat u zitten mevrouw, we lopen iets uit. U wordt zo geroepen.

Wanneer is je transitie af? Nooit? Hoewel, er is een moment dat je aardig bent uitgereisd.

Na –tientallen- jaren van vooroefening, als een atleet die voor en achteruitstappend, voorafgaand aan de grote sprong het moment zoekt, het tijdstip bepaald, de omstandigheden inschat, alvorens zich in een explosie van energie te lanceren. Dromend, proberend, inlevend, experimenterend wipte ik van de ene voet op de ander, twijfelend tussen aarzelen en doen, tussen vooruit stappen en terug nemen. Tot het moment dat ik de telefoon pakte en een afspraak –urgent- met mijn huisarts maakte. Eigenlijk liep mijn transitie toen al een paar jaar –ik gebruikte al 2,5 jaar hormonen, werd regelmatig correct gegenderd –lopend naar de toilet sprak een man me ooit aan met “mevrouw, de dames toiletten zijn aan de andere kant”- en kocht alleen nog maar broekjes en hemdjes waar je zelfs je dochter liever niet in ziet lopen.

Verbijsterd liet ik hem achter met mijn vraag. “kun je mijn hormonen voorschrift overnemen? Het lukt me niet langer om ze zonder ernstige problemen met het de Officier van Justitie te importeren”. Misschien heb ik hem wat overvallen, heb ik hem door zeven jaar lang grotendeels buitenlands te verblijven weinig kans geboden met me mee te groeien; een eufemisme! Dat ik uiteindelijk in de reguliere procedures en processen terecht kwam, mijn hormonen weer kreeg en bij de VU netjes de wachttijd doorliep voor de diagnose opnieuw gesteld werd zal geen verwondering wekken. Soms moet zelfs een “kamikaze pilote” zich eventjes in de processen van de verkeerstoren schikken.

Ik zal er geen geheim van maken dat ik langdurig met de VU gesteggeld heb over de VU interpretatie van de Real Life fase (een jaar -incl overgangstijd- in nieuwe rol, een jaar hormonen gebruikend) ten opzichte van dezelfde interpretatie van de WPATH (World Professional Association for Transgender Health(care)). Immers waar begin je te tellen, na de VU diagnose of vanaf het moment dat je daadwerkelijk HRT gebruikend in je nieuwe rol gaat leven. In mijn geval een verschil van misschien wel 3 jaar.

Vanaf het begin van mijn gesprekken bij de VU heb ik er geen geheim van gemaakt uiteindelijk in Thailand geopereerd te willen worden. Houd het op planbaarheid, veronderstelde kwaliteit en de internationale oriëntatie van mij en mijn Lief. Dat dit de nodige gesprekstof opleverde met de VU zal geen verbazing wekken. Als trouw WPATH lid is ook voor chirurgen als Chet, Suporn en Preecha de “verwijzing” van een genderspecialist met daarin die 1 jaar HRT /1 jaar gewenste rol, essentieel.

Nog steeds veel buitenlands verblijvend heb ik mijn huisarts toen de hormonen weer voorgeschreven waren en de contacten met de VU waren gelegd maar beperkt verder bijgepraat; immers je mag er van uit gaan dat de VU de verwijzend huisarts regelmatig op de hoogte houdt van intake, diagnostiek en hrt voorschrift.

Maanden verstrijken met leven in mijn gewone rol, ook een bio-vrouw zit niet iedere maand bij de dokter, als het moment van de operatie daar is. Dankzij de chat met aanstaande en al geopereerde Supornistas weet ik redelijk wat me te wachten staat. Kennelijk gaf ook “eigen” gezondheidsverklaring geen reden vooraf nog onderzoeken te laten doen, zodat ik –althans voor mijn huisarts onmerkbaar- al snel op de operatietafel terecht kwam. Een smile op mijn gezicht en een wat verdoofd gevoel tussen mijn benen –wat eufemistisch- gaven zes uur later aan dat ik weer een stapje op mijn transitiereis had gezet.

Er gaat wat tijd overheen voor ik weer eens bij mijn huisarts kom. Thema dit keer, de “stand van zaken” en vooral “hoe nu verder?”. Ik had hem een jaar eerder al eens verteld mijn operatie in Thailand te willen ondergaan. Nu, bijna een jaar later kan ik hem melden dat dit inderdaad is gebeurd, dat de wonden goed helen, het zitten matig gaat en nog zo wat.

Verbluft hoort hij mij 30 seconden aan voor hij vervalt in een explosief tegengas. Het gesprek ontspoort en als ik 20 minuten laten buiten sta heb ik een verwijzing naar de gynaecoloog (de bloedspotjes bij het dilateren, is dat ernstig of kan ik er zes maanden mee naar het buitenland?), heeft hij mij toevertrouwd nooit meer met mijn genderissues opgezadeld te willen worden en is het me duidelijk dat ik misschien wel op zoek moet naar een ander huisarts.

Als ik een week later weer met hem in gesprek ga “gelukkig dat je belt, ik had er inderdaad niet zo’n fijn gevoel” over, is de storm wat gaan liggen. Hij is zich gewoon wederom rot geschrokken. In 20 minuten praat ik hem bij, informeer hem over de Standards of Care en de Endocrinology Guidelines en vooral, laat hem zien waar mijn transitie staat. Kort gezegd, hoe het proces van “bouwen en verplaatsen” vervangen is door “onderhoud”. Het proces van de genderdysfore vrouw verschoven is naar de vrouw die gevoelsmatig klopt en haar plek in de samenleving heeft hergevonden.

Ruim twee jaar heeft hij gedacht dat ik ondanks mijn doe-het-zelf drang voor de rest van mijn leven wel binnen de poorten van de VU zou verblijven. Gelukkig kunnen we er nu beter over praten. Is het hem duidelijk dat de “dochter” die hij onder de hoede had, is uitgevlogen en inmiddels weer gesetteld is, haar leven weer op de rails heeft en met een beroep als vrouw op gezondheidszorg. Het zal nog wel even duren voor het gevoel bij hem helemaal is geland. Voor hij in de verwijsbrief niet meer schrijft “heer heeft zelf afspraak gemaakt met gyno”. Voor hij berust in z’n plek als eerste aanspreekpunt voor prostaat controle bij een geopereerde transvrouw of als doorverwijzer voor hormoon voorschrift.

Een paar dagen later spreek ik hem op zijn verzoek weer. Ik heb inmiddels een prettig en open gesprek met mijn gynaecologe gehad, Hij neemt er de tijd voor. Uitgebreid vertel ik hem over de ins en outs van de verschillende technieken, over nazorg en ervaring van chirurgen, over Penile Inversion en de ook bij de operatie van vrouwen met een incomplete of zonder vagina gebruikelijke , Skin Graft techniek. Al pratend over bijwerkingen, hormoonregimes en complicaties zie ik hem schuiven. Geleidelijk begint hij me steeds meer als vrouw te zien. Een vrouw met een prostaat welleswaar. Zal ik je PSA meteen op dit labformulier invullen?

Hij belt me even dat de gewijzigde verwijzing klaar ligt. Puur voor mijn dossier, wat denk je zelf? zal ik je als “transvrouw” vermelden vanaf het moment dat je me een paar jaar geleden betrok bij je transitie proces?
Ik stem in.

Weer een stapje in mijn transitieproces. Of eigenlijk het zijne.

Vorige Oudere items Volgende Nieuwere items