Eng

Eigenlijk zijn er geen genderissues meer die me bezig houden. Toch laten de gevolgen me nog niet helemaal los.

Vanaf de start van mijn feitelijke transitie in 2008/2009 –in mijn gedachten en in de gesprekken met mijn Lief was die al decennia langer bezig- hebben we ons altijd in internationale gemeenschappen bevonden. Gemeenschappen die zich kenmerkten door gezonde nieuwsgierigheid, belangstelling voor elkaar en voor de ons omringende culturen. Hoewel af en toe met een korrel zou, was er een regelmatige flow van tolerantie.

Naar mate mijn transitie meer zichtbaar werd voor anderen vroeg deze tolerantie bij anderen wat meer dan voorheen. Wie niet goed met mij en mijn voorkomen uit de voeten kon vervaagde geleidelijk naar de horizon. Een jaarlijkse check van de LGTB kwetsbaarheid in de landen op ons pad gaf richting aan de vraag in hoeverre ik me meer of minder zichtbaar moest maken en voorkwam problemen, zelfs in landen als Samoa, Tonga, Indonesië en Maleisië.

Tot we op de Middelbare Zee aankwamen.

Nog steeds kunnen we prima uit de voeten in de internationale gemeenschap. Nog steeds hebben we, vooral Engelstalig, de nodige aanspraak en contacten. Alleen de Nederlandse gemeenschappen, veel talrijker in de Middellandse Zee dan op de verdere zeeën onderweg, het is net of we er niet fris genoeg uit zien. Soms is het net of we stinken, of afgeven of besmettelijk zijn.

Wat is het toch dat een boot met twee vrouwen –van enig transitie signaal is al heel lang geen sprake meer- zo afschrikkend is. Wat is het toch dat je zodra eenmaal duidelijk is dat er echt geen man meer uit de kajuit naar boven komt, als bh’s in overduidelijk twee verschillende maten aan de waslijn hangen, iedere vorm van contact gemeden wordt.

Heel soms, de eerste of tweede dag, wil een Nederlander nog wel eens wat zeggen, maar zodra eenmaal duidelijk is dat slechts twee vrouwen aan boord wonen is vrijwel altijd het gesprek verstomd.

Zouden we als Nederlanders in het buitenland, als echtpaar met pre- of post pensioeneringsgevoel, nu echt zo eng in elkaar zitten, zo narrowminded zijn, dat een contact met een kennelijk lesbostel nauwelijks tot de mogelijkheden behoort?

Advertenties

Noemen

Een van de momenten waarop ik me de laatste jaren het meest bewust was van mijn verkeerde uitvoering was tijdens vliegreizen. De voorletters en geslachtsaanduiding –Mr- op het ticket, de wandeling door de bodyscan, mijn paspoort dat zo duidelijk iets anders liet zien dan de vrouw die zich voor hen in jurk presenteerde. Het is allemaal voorbij, ik ben wie ik ben, ik toon wat ik heb te tonen en zelfs de scan laat geen ongewenste delen meer zien. Niet langer voel ik me een man in jurk.

Net voor ik vertrek schiet iemand me -via via- aan; “wat zie je er geweldig uit, als ik het niet had geweten zou ik het echt niet zien”.
Had geweten? Geweten? Je weet toch niet meer dan dat ik een vrouw ben. Hoezo geweten?

Ooit bij de allereerste coming-out vond ik het belangrijk mezelf aan anderen uit te leggen, te verontschuldigen bijna. Iedereen die het aan ging, mensen met wie ik een verleden had, iedereen moest weten dat ik geen man was maar een transgender.
Geleidelijk in de tijd begon zich een scheiding af te tekenen; mensen met wie ik een historie had enerzijds, mensen die ik pas net ken en alleen nog maar in mijn nieuwe gedaante, anderzijds. Een scheiding tussen “transgender” en “vrouw”.

Inmiddels, niets meer te verklaren, niets meer te verbergen, ben ik gewoon een vrouw, als ieder ander zou ik er bijna aan toe voegen. Hoewel, behalve voor de mensen met wie ik een geschiedenis deel, is er toch nog een stukje waarop ik me als “transvrouw” bloot geef, mijn medisch dossier. Immers, er moet toch een verklaring zijn waarom zowel mijn PSA als mijn FSH beide op, nagenoeg, nul staan.
Ik denk dat de tijd van uitleg en verklaren ruimschoots voorbij is, de tijd waarin ik op een zeker mededogen rekenden van de mensen om me heen. Noem me maar gewoon vrouw. Ik ben het gewoon, vervul mijn sociaal maatschappelijke rol als zodanig, vergelijken van mijn presentatie met andere vrouwen, bio of trans, is niet langer op z’n plaats.

Ik stap de voorruimte voor de douches in, fohn, haakjes en dan..? Oeps, zo maar de douchebak in. Slechts een gordijntje scheidt nat van droog. In deze douche –mijn reislust levert me iedere dag weer een andere doucheomgeving- worden de dames geacht zich collectief te ontkleden voor ze de douche instappen. Een paar seconde twijfel ik even. Vind ik dit aangenaam? Dan verman ik me, -of is vervrouw meer op z’n plaats?- en haak mijn bh los.

Voor mij hoeft mijn omgeving, althans het nieuw verworven deel van na de coming-out, het echt niet meer te weten. Neem me maar zoals ik ben.

Sterfte tabel

Sekseafhankelijke premieopbouw. “Mooi, maar wat betekent dat nu precies” Ik heb een medewerker van de pensioenverzekeraar aan de lijn. Hoewel ik vermoed hoe het verhaal luidt, houd ik me maar even van de domme. Ik krijg een uitgebreide toelichting die vooral veel “voor 2006” en “na 2006” bevat. “Opbouw in de jaren 1999 tot en met 2001” geef ik hem mee, “dat is dan dus voor 2006”.
“Als man!”

Maar aarzelt de man “u bent toch vrouw”. “Jawel” geef ik hem mee “juridisch”.
Even slikt hij?

Nou heel simpel, leg ik hem uit. Hoewel ik juridisch vrouw ben, ben ik fysiek natuurlijk nog steeds man. Even verlogen ik de enorme stappen die ik in mijn transitie heb gezet en breng ze terug tot een klein verschil in woorden; 1 lettertje zeg maar.

Dit verhaal heeft hij nog nooit gehoord. Hij neemt de vraag mee “hogerop”. Ik leg er nog een schepje bovenop. U wilt toch niet beweren dat uw maatschappij bij de rechter staande zal houden dat een fysiek als man opgebouwd kapitaal, volgens de vrouwelijk sterftetabel zal worden uitgekeerd.

Hij mummelt instemmend.

Ik ben benieuwd wat “hogerhand” zegt. Waarschijnlijk dat er geen verschil meer in de sterfte tabellen mag worden aangebracht.

Daags na de wijziging van mijn geboortegeslacht verras ik een aantal verzekeraars en pensioenfondsen –in een werkzaam leven met hoogte en diepte punten verzameld een mens bijna net zoveel splinterpensioenrechten als salarisbriefjes- met de wijziging van mijn geslachtsgegevens. De uitwerking van mijn verzoek me ook op papier te vervolmaken is wisselend, sommigen laten zelfs na aandringen zes maanden later nog steeds niets horen, andere reageren onmiddellijk en passen het gewraakte lettertje en mijn voornamen aan, weer anderen verlagen zelfs meteen de premie.

Als ik eens informeer bij mijn toekomstig belangrijkste pensioenbetaler denkt ie er anders over, ik krijg een heel juridisch verhaal dat er op neerkomt dat een aanpassing van de voorgespiegelde cijfertjes als gevolg van mijn geslachtswijziging niet tot de gewoonte behoort. ‘S avonds reken ik het eens na, het toekomstige uitkeringsbedrag was gewoon al verhoogd.

Sterftestatistieken, voer voor de gemiddelde actuaris. Het lijkt erop dat ze bij geslachtswijziging naar willekeur mogen worden toegepast.