En dan…?

Ik lees het verslag van een vriendin. Ze is geopereerd door Dr Suporn, bijna 2 maanden post-op. In haar poging de dagelijkse hoeveelheid dilatatiesessies te maken, is ze gestrand. Volgens de instructie vanuit Thailand is driemaal daags gewenst. Met een doorlooptijd van 6-9 uur per sessie heeft ze aan een dag niet genoeg. Ze kan nauwelijks meer zitten of staan. Regel of uitzondering?

Wie wat googled of rondvraagt komt op internet wat ervaringen –zowel in Thailand als in Nederland- tegen uit de periode voor en na de operatie. Bijna steevast eindigt het blog of verslag op zijn laatst een paar weken na het moment “U”. Spijtig als je juist op zoek bent naar ervaringen die verder reiken dan de eerst dagen in of na het ziekenhuis. Hoe vergaat het de verschillende vrouwen na hun SRS-operatie, hun geslachtsaanpassing in de weken, maanden daarna. De operatietechnieken verschillen stevig, dat leidt geen twijfel, de narcosetijd evenzo. Maar of dit ook maatgevend is voor de hersteltijd, voor het moment dat je weer kunt zwemmen, fietsen, dansen, ballet of fulltime aan het werk kunt, dat is niet duidelijk.

Ergens in een van zijn instructies schrijft Dr Suporn dat hier geen maat voor is te geven, het verschilt van vrouw tot vrouw. Tussen de regels door lees ik dat iemand na twee maanden zich dagelijks tussen de dilataties door in de metro wringt om heen en weer wippend op haar “donut”kussentje naar haar werk te gaan. Ze werkt nog maar parttime, het gaat maar net. Een ander uit haar vriendengroep surft inmiddels alweer een maand, rijdt mountainbike en heeft haar beroep als handwerksvrouw met twee maanden alweer fulltime opgepakt. Ook tussen twee dilatatierondes door.

De verschillen tussen de beide operatiemethodes –“penile” en “skin graft”- zijn groot. Over de resultaten, zoals diepte, gevoel, het te bereiken orgasme, wordt schimmig gedaan. Om over de complicaties –functionele wanorde, weefselsterfte, urineweg blokkade, herhaalde urineweg infecties en het risico van verzakkingen op latere leeftijd – nog maar niet te spreken. Een belangrijk punt waarop de methodieken verschillen is de wijze waarop openingen worden gecreëerd, weefsels verhuist en weefsel voor de nieuwe organen wordt verzameld en geprepareerd. Het is met name dit laatste punt, de nieuwe geprepareerde huid, die bij de skin-graft operatie een maandenlange open wond creëert. Een wond die tijden nodig heeft om in een vochtig en bacterierijk milieu te sluiten zonder aan ruimte en rekbaarheid in te boeten. Dit ondanks de dagelijkse routine van persoonlijke verzorging en, qua dilatatie, mishandeling.

Voor sommigen betekent de “skin-graft methode” een hersteltijd van 6 tot 12 maanden. Maanden waarin pijnstillers en dilatatiesessies maar traag kunnen worden afgebouwd. De verschillen onderling zijn groot, de een loopt na twee maanden nog steeds als een cowgirl wijdbeens, door alle zwellingen, de ander ook, maar rijdt alweer op de racefiets.

Het chirurgenteam van de VU heeft een mooie digitale presentatie gemaakt waarop keurig is uit gemeten hoe de techniek precies in zijn werk gaat. Een mooi stukje werk, toch gaat ook die digitale brochure niet in op de tijd er na. Op reëel te verwachten herstel, op pijn en pijnstillers, op de vraag wanneer gevoel terugkeert, hoe lang het duurt voor je weer gewoon kunt plassen, wanneer seks niet alleen mogelijk maar ook bevredigend en lekker is, wordt niet ingegaan.

Misschien toch eens tijd voor meer helderheid, zodat je weet wat je kunt verwachten.

Advertenties

Stralen

Ik voel me dof, oud en onaantrekkelijk. Het weer is grijs en zo voel ik me ook.

De winter inspireert nauwelijks wat leuks aan te doen. Wat is er makkelijker dan gewoon dezelfde trui en broek maar weer aan te doen die ik gisteravond op de stoel naast mijn bed heb neergelegd. Afgezien van een stuk lopen iedere dag, de boodschappen, mis ik de noodzaak, de drang me leuk te kleden, uit te dagen. Immers voor wie doe je het, voor elkaar?

Ik mis gewoon m’n zomerse flirt; de uitdaging bij de genderbeslissers me steeds opnieuw vrouwelijker te presenteren dan de vorige keer. Ik mis het, de uitdaging, het spannende van de coming-out.

Is het de keerzijde van het nadrukkelijk stealth willen gaan, van het gevoel “gewoon” vrouw te zijn onder de vrouwen , van het niet op te willen vallen, van het je “af” voelen. Staande in de rij bij de opheffingssale van een landelijke fiets&meer keten voel ik me wat onprettig. Niet alleen is de lange wachttijd wel erg veel voor mijn vermoeide voeten, ook de 95% mannen met me in de lange rij geeft niet echt een gevoel van veiligheid. Gelukkig is mijn stealth-outfit zodanig dat ik zelfs hier niet boven het maaiveld kom. Galant laten de wachtende mannen me er door als ik me met mijn winkelwagentje door de rijen weer naar buiten wring.

De eerste keer weet ik nog, jaren geleden, een rok, een blouse. Ik voelde me stralen. Kijkend in de spiegel genoot ik ervan, het gevoel, de aanblik. Hoewel impulsief, had ik er al dagen naar toegeleefd, een plan gemaakt, een vorm voor mijn drang gevonden. Vol trots geloofde ik erin, die vrouw die daar in de spiegel de puber overschaduwde.

Later in de tijd, als gewoon anders kleden zo “gewoon” wordt, komt er een vleugje make-up, iets meer zorg voor het verdoezelen van mijn baardschaduw, een sieraad. En weer is daar die vrouw, stralend en trots, met slechts die man op de achtergrond.

De eerste stappen naar buiten, heimelijk verkleed ergens buiten achteraf. Trots en fier stap ik het winkelcentrum ver van mijn woonplaats door, niemand ziet daar mij en ik zie alles. Ik straal en voel me gelukkig.

Reizend wordt het zo snel gewoon, mijn hoofddoek, die spaghettibandjes, dat kleine short, het tekent mijn benen zo mooi af. Alleen naar de stad, ons reguliere uitstapje, dan straal ik weer extra, een jurk of rok, een vleugje make up, een ketting, een armband.

Tot ook dat gewoon wordt, wat maakt je dan nog stralend? Is het de dag? Een bijzonder gevoel? Een bijzondere gelegenheid? Een gebaar?

Af en toe mis ik het, dat gevoel te stralen.

Krijg nou…

Stoom komt uit mijn oren. Een ongekend mannelijk partijtje vloeken dringt zich op.

Gealarmeerd door het inmiddels al weer een maand ontbreken van ieder spoor van mij in de RIVM naam en adresgegevens voor bevolkingsonderzoeken controleer ik wat meer “automatische” aanpassingen vanuit GBA/BPR. Binnen een minuut heb ik al beet. De Sociale Verzekeringsbank. Keurig zijn mijn nieuwe voornamen overgenomen echter…. ik ben nog steeds een man. Na ook al vastgesteld te hebben dat de belastingdienst doodleuk een aanslag oplegt, erfbelasting, ten name van de dan alweer maanden ook juridisch niet meer bestaande “man in mij”. Om dat nou “passed away” te noemen is wel erg rigoreus omgaan met mijn geslachtsverandering.

Ik ontplof.

Maanden voor mijn juridische geslachtswijziging probeerde ik al op allerlei plaatsen mijn M in een V te laten veranderen. Veel verder dan de aanspreektitel kwam ik vaak niet. En zelfs dat slechts onder het “wapperen” met de uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens. Altijd weer werd ik verwezen naar het GBA. “Zolang u zo in GBA geregistreerd staat kunnen we dat echt niet wijzigen”. Daar stond ik dan als “man in jurk”, soms echt letterlijk in mijn hemd.

“Het systeem”; er komt inmiddels rookvrij bij de ontploffing. “De gemeente heeft het fout gedaan”; nog meer rook. “Dan staat u misschien niet ingeschreven”. Het ritselt van de smoezen en schuldverklaringen. Nooit eens iemand die zegt “dan hebben wij een probleem, dat gaan wij voor u oplossen”.

Als ik eerlijk ben, ben ik heel teleurgesteld. Nu al weken, ondanks herhaald navragen geconfronteerd worden met medewerkers die doodleuk vertellen dat ik niet besta en/of dat ik een fout gemaakt heb. Sta ik eindelijk in BRP/GBA correct genoteerd blijf ik nog in de kou achter.

Ik voel me verstrikt in de circelredeneringen; als u in ons systeem stond, hadden we het zo voor u op kunnen lossen, maar zo lang u niet in het systeem voorkomt kunnen we niets voor u doen. En iets handmatigs, of een workaround? Nee, de enige manier om iets te wijzigen is via GBA/BRP. En als ik nu goed sta in GBA/BRP en ik kan u dat aantonen (rijbewijs, paspoort, uitdraai gemeente? “Nee, helaas, daar kunnen we niets mee. Nogmaals als u in het systeem staat lossen we het echt voor u op”.

Van het kastje naar de muur. We hebben een maand geleden navraag gedaan bij de gemeente maar dat is fout gegaan.” “En toen nog eens, maar toen brak de kerst vakantie aan”. “We hebben nog eens een vraag aan de gemeente gesteld, maandag komt er antwoord op”. Weet u dat zeker, waarom dankt u dat het nu wel lukt? “Ja, eigenlijk kan het ook nog wel twee of drie dagen langer duren” Eindeloos zijn de “kip-ei”, “kastje naar de muur” en de “aap zit op een andere schouder” gesprekken. Ik word er hopeloos van.

Het lijkt wel of het moeilijkste stuk van de transitie nu pas aangebroken is; het afschudden van de schaduw van de verkeerde registraties.

Om mijn vraag aan SVB te personificeren maak ik gebruik van Digid. “Wij kunnen u dan sneller en adequater te woord staan”. “Binnen drie weken kunt u een antwoord van ons verwachten” krijg ik na het indrukken van de verzendknop te lezen. De zoveelste keer dat mijn ontsteking onzacht wordt geraakt. Ten einde raad bel ik het meest algemene informatienummer van SVB. De Sociale Verkeringsbank, toch wel een van de instanties die het meest onder het Nederlandse vergrootglas van de identiteitsfraude liggen. Binnen vijf minuten heeft een helpdesker mijn probleem opgelost.
“Dat is vreemd, zegt de man, wel uw nieuwe naam en niet uw geslacht. Weet u wat dan pas ik het zowel even in het systeem aan en ga ik daarna wel uitzoeken wat er aan de hand kan zijn geweest”.

Ik weet niet wat ik hoor; het kan dus wel!