Zat een klein kaboutermeisje…

Weer knalt er een aansluiting los en gutst de toiletinhoud over me heen, gelukkig kan ik alles in een gereedliggende doek opvangen maar toch. Even zit ik er door heen. Het is niet de eerste tegenvaller vandaag. Murphy zwaait de scepter lijkt het en de dag is nog niet voorbij.

Ik wil dit niet langer. Ik stink. Ik voel me vuil en weet echt niet meer wat ik moet doen. Woedend ben ik, op mij zelf, de wereld om me heen, het feit dat ik vrouwelijk en wel toch gewoon de “shit”klussen op moet blijven knappen. Al mijn trots is weg. Huilend, snikkend trek ik me in mijn hoekje terug. Vroeg naar bed. Misschien als morgen de zon schijnt dat ik het weer anders zie –en vooral voel! Mijn Lief is als een rots in de branding. Ze sust, kalmeert, regisseert en kijkt het geheel aan.

Een week later. Efficiënt als we zijn delen we in het buitenland één handtas (én 1 portemonnee en 1 pakje papieren zakdoekjes). Terwijl we met het busje –dolmus- terug rijden past mijn Lief dit keer op de handtas terwijl ik het boodschappenkarretje bewaak. Als we zijn uitgestapt en met de boodschappen bij ons bijbootje zijn gearriveerd ontdekken we het pas. De tas ligt nog in het busje. Paniek, de sleutels, het geld, de papieren, niets hebben we meer. De paniek breekt uit. Tot overmaat van ramp bemoeit ook een wesp zich er nog eens mee en steekt venijnig zijn angel in de arm van mijn allerliefste. Snikkend kruipt ze in een hoekje weg onder een boom.

Goede raad is simpel, goedkoop doch wreed. Ik laat mijn Lief alleen en ga terug naar de weg om aan de andere kant het busje weer op te wachten. Een kwartier later komt het er weer aan. Terwijl ik midden op de weg ga staan om de chauffeur aan te spreken zwaait hij al met de tas. Een opluchting.

Vijf minuten later kunnen de tranen weer gedroogd worden en keert de kalmte weer terug.
Het heeft wel iets, althans achteraf. We wisselen het af. Er is er altijd wel een die miept en paniekt en altijd is er wel een die de kalmte bewaart, regisseert en zakdoekjes aangeeft.

Advertenties

Onderweg

Meer dan een jaar geleden pakte ik met dit blog “op weg naar de vrouw in mij” de draad op van een nieuw deel van mijn reis op weg naar mijn vrouw zijn. Een reis die jaren daarvoor al begon.

Mijn reis begint haar eindbestemming te naderen, de vrouw in mij heeft zich steeds verder ontplooid. Gevoelsmatig ben ik er gewoon bijna. Veranderde het decor in de eerste blogs zelfs dagelijks, korte tijd later nog altijd 3-4 keer per week. Inmiddels is alles om me al zo vertrouwd dat ik nog maar een keer per week wat te melden heb. Dit proces zal zo wel verder gaan, steeds minder en minder nieuws, steeds meer leven zoals het gewoon hoort te zijn.

Natuurlijk er staat nog één dingetje te gebeuren. Nog één ding voor ik open en bloot de hamam in kan, nog één ding zodat ik als ik onverwacht te water ga me niet meer hoef te concentreren op die scherp aftekenende plaats die me zo duidelijk nog uit mijn evenwicht brengt.

Ik merk dat de openheid die ik geef niet alleen af en toe waardering krijgt, maar ook nieuwsgierige blikken. Soms zelf te nieuwsgierig naar mijn zin. Laat hiermee vooral de echte vrienden en ex-collega’s zich niet aangesproken voelen. Het gaat mij om de gluurders in afwachting van een opwindend detail.

Het is daarom dat ik aan dat éne dingetje, mijn “kers op de taart” waarschijnlijk niet teveel aandacht ga besteden. Misschien houd ik het gewoon privé, op een dag is het er gewoon.

Voorlopig blijf ik nog wel posten –steeds minder en minder; fading away- zolang ik nog geraakt word, ik me nog over verhaalbare zaken verwonder “op weg naar de vrouw in mij”.

Pashokje

Zoveel klunzigheid. Ik schaam me diep. Ik heb nog veel te leren.

Soms denk ik weleens dat ik de ideale maten heb. Alleen mijn borstpartij mag nog wel iets meer zijn, maar het schijnt dat de kans daarop het eerste jaar na je SRS/GRS toeneemt.

Stop me in Nederland in een pashokje en geef me maatje 38 (39 qua schoenen) en ik kan alles aan en mooier nog, het staat gewoon. Arrogant? Een beetje, tenminste tot ik over de grens ga shoppen.

Met het oog op mijn SRS/GRS over een paar maanden zijn we in Turkije op jacht naar een paar leuke betaalbare zomerjurkjes. Een short zit dan vast niet lekker. Ik pak weer een 38 uit het rek. Ik krijg mijn hoofd er niet eens in. 40 dan maar. Ik krijg de rits niet dicht. Ik probeer ten einde raad 42, de grootste maat. Big Size staat er complimenteus bij.

Met heel veel moeite wurm ik me er in. De eerlijkheid gebiedt te vertellen dat het oorspronkelijk beoogde armsgat niet voor mijn hoofd geschikt bleek. Ook de tule afkleding van het lijfje geeft bij het naar onder trekken van de onderjurk wel wat problemen.

En dan het weer uittrekken. Met vereende krachten weten mijn Lief en de verkoopster me weer te bevrijden .
Uiteindelijk slagen we met een paar XXXLjurkjes met gebruiksaanwijzing.

Weer wat geleerd. Zelfs als er EU bij de maat staat geeft dat nog geen garantie en belangrijker nog. Een beetje jurk heeft een gebruiksaanwijzing.
De tijd dat elke jurk als een T-shirt is aan te trekken is ligt blijkbaar achter me.

Vrouw

Ik geef de vrouw mijn plastic boodschappentasje met groente en fruit. Ze krimpt bijna ineen. Ik schaam me.

Ik spiegel me al jaren aan andere vrouwen. Ik trek vergelijking wat ze doen, hoe ze leven, wat hun mogelijkheden zijn. Terwijl ik op een terrasje zit – de eerste keer in weken, na een bijna eindeloze reeks monteurs die dagelijks weer opgehaald en na het werk weggebracht moeten worden- loopt een traditioneel Turkse gezin langs, althans de vrouwelijke helft van het gezin. Een hoog hoofddoekgehalte kenmerkt de groep. Helemaal achteraan een jong meisje, ze draagt nog geen hoofddoek. Ze trekt met haar voet. Ik zie geen verwonding.

Het is opvallend, hier in Turkije, maar eigenlijk overal buiten de westerse landen, hoeveel ouderen, maar ook jongeren, zich ongelukkig voort bewegen. Laat dit vooral geen voorbeeld zijn hoever we nog in onze verzorgingsstaat kunnen terug stappen. Ongelukkig dat wel.

Op een kleine lokale markt slaan we onze verse groente en fruit voor de komende week in. De man in het traditionele boerengezin dat de kraam bemenst helpt ons vol overtuiging. Zijn gehoofddoekte vrouw zit wat naar achter. Ze lijkt wat weg te soezen in de hitte van de dag. Ze zal, gezien de leeftijd van de man achter de kraam maar nauwelijks ouder zijn dan wij.

Bij het afrekenen vraag ik of we de boodschappen een uurtje kunnen achter laten in de kraam. De man stemt in, hij is ondertussen al weer elders aan het helpen, en knikt naar de vrouw.
Als ik haar de boodschappen aangeef bezwijkt ze bijna. Haar motoriek laat zoveel gewicht niet toe. Ik schaam me even, zo veel fitheid aan onze kant, zoveel beperking bij een leeftijdsgenote.

Een paar dagen later, een andere lokale markt. Het is warm buiten, 40-45 °C. Met deze temperatuur is er nauwelijks iemand buiten. De marktkraampjes lijken leeg en onbemenst, veel lijken zelfs gesloten. Af en toe tref ik een oudere marktvrouw, jonger nog dan ik, mannen doen dit werk niet lijkt het wel in deze hoek van Turkije. Wie geholpen wil worden schuifelt wat luider langs. Onder de kraam ligt ze te slapen. Een ruwe deken om op te liggen. Meer heeft ze niet.

Ouderen boven de 65 jaar zijn in Turkije uitgesloten van ziektekostenverzekeringen. De kinderen moeten de zorg voor hun ouders maar op zich nemen, ook financieel.

Het doet me wat, de confrontatie met de Turkse oudere vrouwen, immobiel, onverzekerd, sudderend in de zon bezig hun kostje te verdienen.