Sweet Sixteen

Ik weet niet wat er is, maar sinds een paar jaar –zeg maar sinds mijn verjongingskuur- word ik steeds meer belaagd door wespen, muggen, steekvliegen en andere “gewapende” insecten. Alsof ik van binnen lekkerder ben geworden.

Wat ik ook smeer, spray of rol, welke deet of muggenolie ik ook maar neem, het lijkt wel of ik van binnen zo lekker ben dat elk bewapend insect alle stank voor lief neemt.

Ik bevind me in goed gezelschap. Mijn Lief wordt al jaren waar we maar zijn, belaagd. Haar zoete bloed is vast wereldbefaamd. Waar we ook maar komen, haar muggenbulten zijn een graadmeter voor de snelheid waarmee het gevaar weer is op gedoken.

Zou mijn bloed door de veranderde hormoonhuishouding nu zo zijn veranderd, zoveel zoeter zijn geworden? Ik weet het niet. Voorlopig houd ik het er maar op dat ze nu ook voor mij gaan vallen.

Sweet Sixty!

Advertenties

Gevangen

Gevangen in een verkeerd lichaam, het is bijna niet uit te leggen.
In meer of minder woorden, soms refererend aan een recent programma op TV, een artikel, een film heb ik samen met mijn Lief het wanneer dat zo bij de coming-out ter sprake kwam, geprobeerd uit te leggen.

Het is alsof je opgesloten zit op een eiland, een eiland met alleen vertegenwoordigers van dezelfde soort. Alsof je voelt dat je opgesloten en wel ergens merkt dat je niet gelukkig bent. Niet gelukkig maar nauwelijks te duiden waarom. Je beurt je zelf op en maakt jezelf duidelijk dat je de lat misschien te hoog hebt gelegd. Wen aan het idee dat je gemiddeld gevoel van geluk de norm is, gematigd geluk is gewoon!

Dan op een dag, laten we het juli 1968 noemen, kruist een Panorama artikel je puberale blik en stort de wereld om je heen in, talloze zwevende puzzelstukjes lijken ineens op hun plek te vallen. Plots ontstaan er twee werkelijkheden, een opluchting in de zin van “het kan dus toch” en dit is wel het moeilijkste scenario, dit kan toch niet. Het gevoel zal vanzelf overgaan.

Jarenlang zwerf je over het eiland. Door het artikel weet je nu ook van dat eiland verderop, zo schijnbaar onbereikbaar maar tegelijkertijd, een eiland dat je een gevoel lijkt te geven, dat hoger reikt dan “slechts” gemiddeld, een eiland waar je beter op je plek lijkt te zijn.

Onbereikbaar maar zo gewenst. De zwerftocht over het eiland splijt je bijna in tweeën. Het andere eiland laat je niet los en tegelijkertijd doe je er alles aan om je aan je soortgenoten aan te passen. Verlangen en ontkennen ineen. Dan weer overheerst het verlangen, dan weer keer ik me van alles af.

Jaren gaan voorbij van tweestrijd. Ik ken mijzelf en mijn verlangen, maar ik sta het mij zelf niet toe. Steeds meer dwing ik mezelf normaal te doen er toch vooral heel duidelijk bij te horen, steeds meer doe ik mezelf pijn, ben me bewust van mijn afwijkende zijn. Ik probeer mezelf voor te stellen hoe het is bij die andere soort, op het spreekwoordelijk andere, zo onbereikbare eiland. In stilte zodat niemand het ziet of weet, behoudens mijn Lief, experimenteer ik met mijn ander rol, de rol van het andere eiland. Maar altijd is daar weer het einde van mijn experiment, als de school is afgelopen, als er iemand aan de deur staat, als het weekend weer voorbij is.

Het doet pijn, mijn tweestrijd, mijn twijfel of het ooit over zal gaan. Pijn die ik mezelf ook aan doe, niet alleen psychisch maar ook fysiek. Waarom toch ben ik voorzien van de verkeerde tools, hier te weinig en daar te veel. Je zou er een mes in moeten zetten, bang als ik ben zet ik niet door. Misschien is het wel om die reden dat ik nog steeds kan bloggen, hoewel zoals een mislukte poging tot suïcide gezien kan worden als een schreeuw om hulp, misschien was ik dan ook wel eerder in mijn kast ontdekt.

Mijn leven op mijn verkeerde eiland slijt in, de drang om me te verzetten, om te denken dat het ooit over zal gaan begint steeds meer het karakter van ingesleten rondjes van greppels in een asfaltweg te krijgen. Dan gaat er in mijn hoofd iets vreselijk mis. Op mijn verkeerde eiland heeft behoudens mijn Lief, mijn huisarts misschien, niemand wat door. Op een ochtend vol tranen en emotie, in mijn ook al weer sleets geworden gesprek met mijn psycholoog (woede aanvallen! Alles stuk maken!) barst de bom. Voor het eerst van mijn leven vertel ik iets waarvan ik weet dat het nooit meer over zal gaan. Ik zit gevangen in een verkeerd lichaam! Ik ben vrouw, ik voel me vrouw! Maar niemand die het door heeft!

Ineens lijkt het alsof het andere eiland dichterbij is gekomen, of onbereikbaar veranderd in lastig bereikbaar. Of met hulp alle gevaarlijke stappen tijdens de oversteek naar het andere eiland genomen kunnen worden. De grootste stap in de oversteek is gezet, zonder zelfs maar een voet te verplaatsen. De transitie is begonnen.

Eenmaal verlost van mijn ondragelijk geheim worden geheimen dragelijker. Samen met Lief ontstaat een langdurig proces van ruimte geven aan het andere gevoel. Het is de opperste tolerantie van haar om jezelf nog een plek te geven naast een partner die z’n lichaamshaar stelselmatig scheert, in veel te kleine broekjes en hempjes rondloopt, alleen nog iets mannelijks aantrekt als het echt nodig is bij buitenlandse autoriteiten en zo. Het voelt goed onderweg te zijn naar het andere eiland, maar ik kan nog terug!

Iets verder in het proces van de oversteek naar het andere eiland zet ik een stap die na drie maanden wel onherstelbare schade gaat veroorzaken. Mijn manlijkheid loopt keihard terug, mijn borsten groeien. Ik kan niet meer terug! Zeker niet zonder uitleg en ingrepen. Nog steeds denk ik dat mijn oversteek naar het andere eiland low-profile kan gebeuren. Ik ben naïef, maar het voelt zo goed. Zeker als ik af en toe voor bewoner van het andere eiland wordt gehouden. Ik straal en wil nooit meer terug.

Weer ontstaat een verschrikkelijk dilemma. Het voelt zo goed, maar als ik verder wil zal ik toch echt met zaken voor de dag moeten komen. Medische en psychologische hulp en begeleiding moeten zoeken en vooral, opening van zaken gaan geven aan de dochters en andere dierbaren. Zijn we te laat met onze openheid, hadden we het eerder moeten doen. Ik denk dat het echte antwoord daarop nooit zal worden gevonden. Zeker is dat de schok naar de dochters heftig is en nog lang na dreunt.

Zo dicht gekomen bij die andere rol, kan de oversteek, de transitie ook openlijk in volle omvang gestalte krijgen. Ik schaam me er niet voor, het voelt zo goed, zo natuurlijk, zo als of ik terecht kom op een plek waar ik me al jaren geleden in heb voorgesteld.

Eigenlijk sta ik inmiddels op dat andere eiland; ben er geaccepteerd en op mijn plek. Eén ding klopt er niet, maar dat ziet niemand en hoeft nog niemand te weten. Nog even, dan is ook dat puntje opgelost. Immers welke vrouw onder gaat er niet ooit een flinke buikoperatie, bestrijdt pijn met een morfine pomp, kan met pijn terugdenken aan de hechtingen en mag daarna wekenlang geen zware voorwerpen tillen.

Ik leef op mijn nieuwe eiland, hier hoor ik thuis, hier ben ik niet langer gevangen in het verkeerde lijf.

Hitte

Nog nooit van gehoord! De endocrinologe kijkt me verbijsterd aan. Ze is nog in opleiding.

We staan voor reparatie en onderhoudswerk op het droge. De droge werf waar we staan is leeg. Het gaat slecht in de Turkse bootjes wereld. Er is weinig te doen, er staan er maar weinig droog. Om ons heen stuift het droge zand en gruis. Een paar keer per dag rijdt een brandweer auto rond om het stof nat te houden.

Wanneer mag je van zinderend spreken? In de schaduw is het 42 graden, binnen onder de ventilator 38. De koelkast bereikt dankzij de bevroren waterflessen die we er in zetten de mooi temperatuur van 35 graden. Celsius wel te verstaan. En in de koelkast nog altijd 10 graden teveel.
Bladerend in de bijsluiters van mijn hormonen kom ik voortdurend de 25graden boven grens tegen, daarboven neemt de werking af.

Lang, dat wil zeggen vorig jaar, heb ik gedacht dat mijn oestrogeen pleisters de eerste zijn die het begeven.
Inmiddels weet ik beter. Zodra de temperatuur boven de 30 graden komt en het ook ’s nachts op die waarde blijft hangen, gebeurt er iets anders. Ineens vult mijn “roltoeter” zich weer spontaan, is mijn slipje ineens te klein. Mijn dromen nemen weer toe, worden anders, ruwer, rauwer, agressiever. Er breekt ’s nachts een man in mij door. Ik houd niet van hem, ik vind het vreselijk.

Als ik ’s morgens om 06.00 voor het werk, voor de warmte even in de spiegel kijk, is mijn baard verdubbeld. Nog geen “Lubbersbaard” maar toch. Toch maar meer Androcur, ik heb nog een voorraad uit mijn Zuidelijke Pacific verleden. Het effect laat zich raden, rust balans, herstel van de vrouw in mij, zelfs mijn baard kruipt weer schielijk terug.

Ooit kort na onze Indische jaren bestond er in ons land nog zo iets als Tropische “geneeskunde”, “landbouw”, “culturele antropologie (van niet westerse gebieden). Kortom was er nog kennis aanwezig over de werking van zaken in andere klimaatzones. Bekend met dit fenomeen leg ik in januari 2013 mijn vraag al voor aan een “hooggeleerd transgender en hormoon deskundige”. Nooit van gehoord geeft hij aan en kan me niet verder helpen.

Is het mijn eigen hormoonstofwisseling die meer testosteron aanmaakt dan onschadelijk gemaakt kan worden, neemt de werking bij hogere temperaturen niet alleen tijdens het bewaren maar ook in het gebruik nog af? Ik weet het niet.

f ben ik in de overgang; terug?

Voorlopig neem ik nog maar een pilletje, ik kan mijn Lief toch niet aan doen dat ik tot de temperaturen dalen als een losgeslagen en behaarde hulk naast haar de nacht doorbreng?

Zusterlijke graal

Wapperend met mijn paspoort -ik heb nog even overwogen of ik niet een slalom tussen de douanehokjes kon houden zodat ik mijn paspoort nog vaker mocht laten zien- stap ik op het vliegtuig. Dat ik overal met mevrouw wordt aangesproken, van douane tot taxi en van luchtvaartbalie tot stewardess ben ik al een tijd gewend, maar wat voelt het heerlijk niet alleen meer “spelen” maar het gewoon op papier ook zijn. Alleen dat dingetje daar beneden, dat zit me hier in de zon toch nog steeds in de weg. Nog twee keer “boarden” dan is dat ook opgelost.

We zitten aan ons ontbijt –voor één keer in het havenrestaurant- als twee meisjes, meiden in spé, zich aan de rand van het zwembad precies voor ons neus beginnen te verkleden. Even voel ik iets dierlijks in me als we kunnen kiezen tussen eieren met spek en worstjes, of gewoon netjes jam, honing en plakjes kaas. Ik kies het laatste, niets dierlijks meer in me, maar gewoon een blik houden op mijn lijn.

Het zicht vanuit het helverlichte zwembad door het donkere glas van het restaurant is beperkt, van het blikveld de andere richting uit naar buiten richting zwembad kun je dat niet zeggen. Het feit dat er twee dames aan de andere kant van het raam zitten te ontbijten heeft de twee meiden in spé duidelijk niet verontrust, misschien zelfs wel gerust gesteld.

Terwijl de één een handdoek ophoudt voor de ander worstelt meid twee zich uit haar hemdje en broekje, haar bikini in. De onschuld, het meiden gepriegel achter de handdoek –het jongere zusje van een van hen trekt handig met een enkel gebaar haar T-shirtje uit en duikt in haar bikinibroekje haar broertje met “vleugeltjes” achterna het zwembad in- het is aandoenlijk.

Ik voel me een voyeuze, waarneemster van een wereld die niet voor mij is bedoeld, alsof het simpele gegeven van die twee dames aan hun ontbijt voor dat restaurantraam en het vertrouwen dat dat oproept bij die twee meiden in spé deel uitmaken van een zusterlijke graal, die ik niet mag beschamen. Een heilige band die ik niet mag breken.

Tien minuten later begint het schouwspel zich twee meter verder, nu in het volle zicht van mijn Lief, weer te herhalen.

Ik sta op, reken af. We laten het ontbijt maar verder.