Ik schaam me…

Ik woon de uitvaartplechtigheid bij van een oom van mijn Lief. Geografisch wat verder weg spreken we de meeste nichten en neven niet zo vaak. Als ooit ingezetene van het westen “boven de Moerdijk” blijf ik gevoelsmatig toch een wat vreemde eend in de bijt in wat ooit een wingewest was onder diezelfde lijn van rivieren. Althans zo voel ik het.

Het is de eerste keer sinds de laatste stappen in mijn coming-out, dat mijn Lief en ik te midden van dit uitgebreide deel van de familie zijn. Het voelt wat vreemd zo’n verlate coming-out. We vragen vooraf voor de zorgvuldigheid hoe “welkom” ik ben, immers ik wil juist op zo’n dag niemand bruuskeren, niet de aandacht op mij vestigen.

Vol van liefde, integer en betrokken, geeft de plechtigheid een hartverwarmend beeld van de altijd grapjesmakende familieman. Een vader en opa die niets teveel was, die gekend en meer nog dan dat, gewaardeerd werd om zijn talloze creaties, in hout en steen. Afscheid van een familieman, bewonderd door de hele familiekring.

Iets meer dan een jaar geleden verzochten mijn broer en zusjes me niet naar de uitvaart van mijn vader te komen. Ongewenst en opgejaagd drongen ze er op aan bij mij en mijn Lief, dochters en schoonzoons, weg te blijven. Bang dat ik de aandacht zou trekken, bang dat niet de uitvaartplechtigheid, maar ik in de schijnwerpers zou staan. Bang voor een Gay-Pride in familiekring.

Wij bogen niet, saai en vrijwel kleurloos androgyn, althans zo kijk ik er een jaar later op terug, verscheen ik toch, nauwelijks in staat een behoorlijk verhaal te houden zo voelde ik me onwelkom, gedwarsboomd en onderdruk gezet. Als “joker” werd ten einde raad een neef uit de VS ingezet die mij en vooral mijn Lief nog eens moest overtuigen en bestraffen.

Als ik later terugkeer met mijn gezin van het crematorium blijkt de condoleance al praktisch voorbij, kan ik het “feestje” van mijn broer en zusjes met hun talloze relaties in ieder geval niet meer verstoren. Er zal wel iets zijn met oorzaak en gevolg, met kip en ei en met in je eigen staart bijten, maar kennelijk mag je dan zelfs in een persoonlijk drama als dat van mij, je verlagen tot het laagste dat je een mens kan aandoen. Alsof ik na 45 jaar toneelspelen een nieuw toneelstukje heb bedacht. Ik heb er geen applaus van hen voor mogen ontvangen, nog steeds niet.

Een zuidelijke uitvaart binnen de familie van mijn Lief resulteert al snel in een soort van reünie. Neven en nichten die je soms al jaren niet meer hebt gesproken. Wij reizen, anderen trekken weg naar elders in het land. Hoe zo vreemde eend in de bijt? Ik kom er al meer dan 35 jaar, toch voel ik me vandaag wat vreemd, immers, waar zij er niet om hebben gevraagd confronteren mijn Lief en ik hen wederom met een specifiek fenomeen.

De ontvangst is hartverwarmend, het bericht over mijn “verandering” is ons al weken, maanden geleden vooruit gesneld. Niet alleen via een paar dichterbij staande neven en nichten, maar ook langs de lijn van de oudere, 80+, ooms en tantes. We maken een rondje, na koffie en vlaai, stuk voor stuk gesprekjes met herinneringen, gedachten en voorvallen. Dat ik er ben is vanzelfsprekend, ook veranderd hoor ik er gewoon bij. Af en toe voel ik zelfs wat verbazing, niet over mij en mijn transitie, nee verbazing over de vraag waarom ik me dat “welkom zijn” sowieso ooit af vroeg.

Terwijl ik samen met mijn Lief uit Midden-Limburg terug rijdt dringt de schaamte tot mij door. Schaamte, zelfs na een jaar, voor het mensonterend welkom bij de crematie van mijn vader iets meer dan een jaar eerder. Schaamte vooral dat ik zelfs na bijna twee jaar vrijwel altijd warme ontvangst en acceptatie, toch nog steeds met de uitvaart van mijn eigen vader voor ogen, zekerheid blijf zoeken als ik me voor het eerst na mijn transitie ergens voor het eerst in mijn nieuwe uitvoering meld.

Advertenties

Nep

Ik ben er gewoon niet op verdacht, tuin er zo maar in, naïef als ik ben.

Regelmatig gebruikmakend van fora en Facebook loop ik regelmatig aan tegen bizarre vragen en voorstellen. Als warm voorstander van genderdiversiteit en de 45 verschillende vormen, “smaken” waar je binnen Facebook uit kan kiezen is mijn eerste opwelling te accepteren en er van te leren. Je kunt het bij wijze van spreken zo bont niet maken of je krijgt van mij begrip. Ik reageer, en met mij velen, geef advies, toon begrip en wens sterkte op het pad.

Toch worden we af en toe onaangenaam verrast. Blijkt een lotgenoot ineens een voyeur, iemand die onder valse voorwendsels toegang tot een forum verkrijgt, geniet, reacties losmaakt en –bevredigd?- met de noorderzon weer vertrekt. Nu werkt ook de avantar, zeg maar je identificatieplaatje, daar ook wel aan mee. Menigeen toont zich met een verzonnen naam en tekenfiguur dat meer zegt over de fantasie van de persoon dan over de uiterlijke kenmerken van de persoon zelf. Hoewel, eigenlijk kan ik dat niet beoordelen en zijn al die nieuwe forum leden misschien echt wel zo komisch of slank.

Op andere plaatsten in fora en Facebook veranderen mensen moeiteloos een geboortejaar of geboorteland. Stuk voor stuk pogingen in de gratie te blijven door je als een ander voor te doen. Het voelt niet echt fijn, niet meer op iemand te kunnen vertrouwen, terughoudender in je reacties te moeten zijn.

Ik hoop, nog steeds naïef dat het ooit anders wordt, dat met name nieuwkomers in de groep meer zekerheid kunnen krijgen dat reacties ook kloppen en welgemeend zijn en niet pure fake ter bevrediging of bedrog.

Wil je even…

Terugkomend van ons hapje buiten de deur –in smetteloos witte broderie jurk hebben we samen een avondje kunnen schitteren- blijven we nog even achter bij het damestoilet. Terwijl mijn Lief zich achter de deur verpoost, voegt zich een jonge vrouw in een even zo smetteloze witte jurk bij me. Giechelend laat ze zien dat ze net ontdekt heeft dat haar jurk binnenste buiten zit. We lachen er samen om. Op mijn voorstel duikt ze het herentoilet in om haar jurk even om te draaien. Of ik even de deur wil bewaken. We giebelen nog even na als ze haar jurk succesvol binnenstebuiten heeft gekeerd.

Het is druk in het busje dat ons aan de andere kant van het eiland moet brengen. Als er een oudere Griekse vrouw -75+- instapt sta ik mijn zitplaats af. Hoe ik ook probeer, ze staat erop dat ik op haar schoot plaats neem. Wat angstig door haar broze gebeente te zakken probeer ik zo min mogelijk van mijn 65 kilo op haar schoot te plaatsen. Wat gehurkt, half zittend reis ik de rest van het traject tussen hemel en aarde verder naar mijn bestemming. Ik krijg het er warm van, zoveel zusterlijke aandacht.

Was zo’n vertrouwen er altijd maar zo. In de loop van mijn transitie krijg ik een steeds warmere relatie met een vriendin. Het voelt goed, zowel voor mijn Lief als voor mij. Plannen worden gemaakt, beloftes gedaan en hartsgeheimen gedeeld. Steeds meer wordt haar wonderlijke leefwereld met hoogte en diepte punten de mijne. Dan ineens valt alles stil, van de gedane toezeggingen blijft niets meer over. Ik voel me leeg, zoveel aandacht, zoveel betrokkenheid en dan toch gewoon voor het lapje worden gehouden. Wat is fake? Wat is echt? Ooit ontwikkelde zich binnen mijn werk onder mijn onbewust oog een oplichtingensituatie. Ik heb er gevoel voor gekregen. ‘Het is lastig daar nu niet aan terug te denken.

Reizend met de trein -ik hoef maar één IC station verder- vraagt de vrouw naast me even op haar bagage te passen. “Ik moet zo nodig..” voegt ze er aan toe. Dat heb je als vrouw nu eenmaal af en toe. Even later is ze terug.

Het is opvallend hoe vaak dat “zusterlijk” vertrouwen mijn pad kruist. Het is me in mijn verleden in elk geval nooit zo overkomen.

Business as usual

Een persoonlijk feestje, nou ja, van ons tweeën dan. Tenminste zo voelt het als ik de deur van het Leidse stadhuis achter me dicht hoor zoeven. Het afgelopen uur heb ik, als eerste Leids geborene, onder de nieuwe wet de grootste stap van mijn leven gezet. Ik ben nu officieel wie ik al jaren weet dat ik ben.

Het stroomt van de regen, geen feestelijke omlijsting van een feestelijke dag. We zien af van een kopje koffie met … langs de gracht. Bovendien, over een ruim uur worden we in Dordrecht verwacht voor het vervolg van de feestelijke dag. De afgelopen uren, dagen was het contact tussen de Leidse en Dordtse ambtenaren intensief. Niets wilden ze aan het toeval overlaten. Het schept verwachtingen.

Nauwelijks in de auto gaat de telefoon. Dordt zegt z’n afspraak af. Met moeite krijgen we de afspraak verschoven naar de volgende morgen. Eigenlijk wilde ze pas 14 dagen later deel twee van ons feestje ruimte geven.

Als ik me de volgende ochtend meld aan de infobalie –het stroomt nog steeds van de regen- krijg ik gewoon mijn volgnummertje. Kort daarna wordt ik al opgeroepen, gewoon aan het loket.Een nieuw paspoort, een nieuw ID, een nieuw rijbewijs. Gewoon alsof er niets bijzonders aan de hand is. Twintig minuten later staan we weer buiten met het afhaalbewijs in de hand.

Hoezo feestje? Het is even wennen maar nu ben ik “gewoon”.

Als ik me tien minuten later bij mijn bank meld –de filiaalverantwoordelijke had me zeven maanden geleden gevraagd zo snel mogelijk na de wisseling van de geslachtelijke wacht in BPR bij hem langs te gaan- feliciteert hij me. Op de vraag of het nu helemaal klaar is –bent u nu af? bedoelt hij denk ik- antwoord ik maar ja, immers de nog bestaande vleselijke incongruentie doet niet voor iedereen ter zake.
Bij het verlaten van de bank bevestigt hij nogmaals zijn felicitatie.

Toch nog een beetje feest. Morgen is echt alles gewoon.

Brok in mijn keel

Ik leg de telefoon neer en opeens realiseer ik me iets. Even krijg ik het te kwaad, krijg ik een brok in mijn keel.

Ik heb me vaak afgevraagd wanneer mijn transitie begon. Ondanks dat ik tot najaar 2012 alles impliciet en zonder al te veel aandacht deed, moet mijn transitie toch ooit eerder begonnen zijn.

Was het toen we na een megakortsluiting in mijn hoofd -de eerste keer dat ik openlijk naar huisarts en psycholoog mijn transseksualiteit bekende- in 2003/2004 onze plannen voor de reis binnen de reis concretiseerden? Was het toen ik stapje voor stapje vanaf 2008 mijn polo’s en bermuda’s afdankte en inwisselde voor veel te kleine broekjes en spaghetti hemdjes? Was het in 1991 toen ik mijn “koffer” in gebruik ging nemen? Of juist in 2010 toen ik met de hormonen begon?

Stuk voor stuk impliciete stappen, zonder formeel besluit en helemaal zonder “vlag en vaandel” aftrap. Ik deed, informeerde of overlegde met mijn Lief en het feit was daar.

Per 1 juli is de nieuwe wet op de aanpassing van het Geboortegeslacht in werking getreden. Een wet die het expliciet mogelijk maakt, onder voorwaarden, om mijn geboortegeslacht en mijn voornamen te wijzigen. Niets meer impliciet, net als bij de operatie over een maand of zeven, moet ik er zelf een afspraak voor maken. Moet ik zelf beslissen dit te doen.

De noodzakelijke verklaring is aangevraagd en nadat de genderteamcoördinator voor de tweede keer bevestigd dat het echt gaat lukken neem ik contact op met mijn geboortegemeente. Het liefst hadden ze me meteen op die 1e juli, zodat ik deel kon zijn van het feestje aldaar. Helaas, ik ben pas een week later in het land dus dat feestje gaat mijn neus voorbij.

Het is wat gehussel, maar dan is de afspraak toch gemaakt. Als ik de telefoon neer leg ben ik even stil.
Hoeveel mijn kinderen en kleinkinderen ook voor me betekenen, hoeveel mijn Lief de afgelopen 37 jaar ook voor en met mij heeft gedaan. Ik mis iets. Mijn ouders zijn overleden, zij kunnen niets meer met me delen –althans ik niet met hen- ik voel me ook wat schuldig naar hen. Altijd heb ik ze buiten mijn geheim gehouden, heb ik het niet durven delen met hen, heb ik ze nooit gesproken over de vermoedelijke oorzaak van mijn genderdysforie, tw. een te gering testosteron bombardement op mijn hersens in aanleg, in de 8e-12e week van mijn moeders zwangerschap waardoor ik al sinds het allereerste begin zit met vrouwelijke hersenen op een schijnbaar manlijk lijf.
Neen, ineens voel ik het gemis aan steun van mijn broertje en zusjes. Hoewel zij toen nog niet waren geboren, zijn zij het toch die het dichtst bij mijn geboorteakte zouden kunnen staan. Het mag niet zo zijn. Zij zijn het die het meest uitdrukkelijk afstand van me hebben genomen, die het verst weg van mijn geslachtswijziging zijn gaan staan.

Even voel ik me alleen, ik voel mijn tranen. Tot mijn Lief en ik ons realiseren dat we in ieder geval samen het feestje kunnen vieren.

Bescheiden en bedeesd

Reizend in dit land heb ik het afgelopen jaar mijn plaats wat leren kennen. Wat schokkerig en altijd van harte maar uit eindelijk kwam ik tot een redelijke balans tussen mijn gevoel als buitenlandse vrouw en de plaats die me toekomt.

Na een paar maanden frivole creativiteit in een buurland met galante Griekse mannen, kom ik stevig op de thee vandaag; Turkse.
Misschien zat de aanloop er gisteren al in toen twee lokale macho’s meenden de twee vrouwen in jurk en met hoed in hun bijbootje op weg naar de koffie te kunnen trakteren op stevige golven op het moment van passage. Recept, stil blijven liggen voor hun boeg en dan net tien meter voor ze passeren een lekkere dot gas. Zondags plezier gegarandeerd.

Ons drijvend kantoor moet een maand op de wal –garantie verfwerk op het niet-antislipdek, nieuwe anti-aangroeiverf, nieuwe anodes. Precies om 08.30 melden we ons volgens afspraak bij de hijskraan, plots moet er van alles anders en alsnog geregeld voor ze ons kunnen helpen. Dan blijken er plotseling allemaal andere boten met man aan het roer voor te mogen gaan voor we uiteindelijk om 12.30 naar de hijskraan mogen. Is het de ramadan? Of is het, het gegeven dat wij als buitenlandse vrouwen zonder beschermer naast ons gewoon achter in de rij horen te staan?

Eenmaal gehesen blijkt het lunchtijd, daar staan we dan, niemand die ons even, een verdieping hoger hangt onze lunch in de kraan, een seintje geeft of een ladder brengt zodat we ook even een hapje kunnen eten. Dan maar op de pof bij het supermarktje iets verderop.

Het is al weer midden op de middag voor de lunch is verwerkt. De volgende episode levert een ferme discussie met de mannen als we vinden dat de boot niet goed wordt neergezet en even later als blijkt dat de boot naast ons volledig onbeschermd staal bezig is te slijpen –precies de reden waarom ons dek vorig jaar opnieuw moest worden geschilderd, staalslijpsel dat per ongeluk op ons dek terecht kwam.

Het is tegen vieren als we eindelijk naar tevredenheid op onze plek staan. Terwijl ik lekker ga douchen -een damesdouche heeft als voordeel dat je als buitenlandse vrouw niet bescheiden terug hoeft te stappen als een man de ruimte binnen komt- realiseer ik me mijn plaats weer eens duidelijk aangewezen te hebben gekregen.

Alleen wat verworden we tot vrouwelijke azijnpissers in zo’n geval.