28

Sinds ik met hoofddoekjes en al mijzelf definitief, fulltime 365 dagen per jaar, als vrouw aan de wereld presenteer, ben ik ondertussen al 26 keer een grens gepasseerd. Ik heb er nog twee te gaan voor ik mijn nieuwe paspoort met de felbegeerde V mag aanvragen en ophalen.

Of ik even mee wil komen naar Health, daar krijg ik verder mijn papieren weer terug. Health, een formalistisch instituut dat er overal ter wereld op toe ziet dat je geen ratten hebt aan boord, geen besmettelijke ziektes en dat er geen doden gevallen zijn tijdens de reis hier naar toe.

Eigenlijk zijn we de ondervraging sinds Indonesië al niet meer tegen gekomen. Als ik de man volg in de aangewezen richting stuit ik op Passport Control / Immigration. De man laat me er zonder papieren niet langs, die liggen immers bij Health. Geen nood, 10 minuten later zijn de papieren er weer. Een blik op mijn ID zegt genoeg; WELKOM. Over Health wordt niet meer gerept.

Tot voor twee jaar geleden kleedde ik me altijd even netjes aan voor de Immigration man. Een ruim zittende mannenshort, een paar crocs, een manlijke polo, een zeilerscap over mijn pas gekamde haar. Zo zag de foto in mijn paspoort er tenminste nog uit als de persoon voor de officials neus.
Eenmaal terug aan boord kon mijn bikini, mijn spaghetti shirtje weer aan.

Daarna werd het lastiger. Tenminste dat dacht ik. Inmiddels 26 grensovergangen en talloze controles bij hotels, autoverhuurders, luchtvaartmaatschappijen, politieagenten en in de trein verder blijft het bevreemdend stil. Op een overijverige conducteur “Oh bent u er zo één!”, een luchtvaartofficial in Quatar “mevrouw, waar is de man op deze foto?” en de dame die me bij de gemeente hielp met mijn ID “mevrouw, dit is het paspoort van uw man!” na gebeurde er gewoon helemaal niets.

Zeker met mijn goedgelijkende foto op m’n ID zien “controleurs” alleen de foto, nooit de vervloekte M op zo’n identiteitsbewijs.

Nog twee grensovergangen, dan is het voorbij. Hoef ik nooit meer mijn identiteit te verdoezelen. Kan ik op al die bewijzen geslacht, namen en foto kloppend laten zien. Ben ik weer wie ik ben en niet alleen wie ik graag zou willen zijn.

Advertenties

Feest

Een prettige noodzaak, te aangenaam om er aan te willen ontkomen. Eens in de week is het feest. Onze dagelijkse boodschappen, vooral brood melk en fruit halen we bij winkeltje 100-200 meter verder op. Hoever het is hangt wat van de wind af.

Maar eens in de week, dan is dat winkeltje voor ons niet genoeg. Dan is het tijd voor de grotere boodschappen, groente en fruit voor een week, bevroren vlees en alles dat we zoal aan boord denken op te eten. We maken er een feestje van, dat boodschappen doen aan de andere kant van de heuvel.

Vrouwelijk zijn, je vrouw voelen zo midden in een ankerbaai kent haar grenzen. Veel verder dan een leuk shirtje, een strak broekje of een van de talloze bikini’s komen we toch ook niet echt. Alleen ’s middags als de huurboten binnen komen is het aardig, al die mannen die nog even een rondje extra maken rondom het personeel van ons drijvend kantoor.

Nee, op de feestdag doen we het anders. In een jurk, zonnehoed op mijn kapsel, sierraden om, lipstick bij de hand laten we ons in de bijboot zakken. De bijboot lanceren in een opwaaiende zomerjurk is overigens niet zo’n succes, het trekt hooguit al vast de aandacht.

Keurig, met ingetogen snelheid varen we “ladylike”naar de bushalte. Klaar voor ons ritje naar de andere kant.

Twee cappuccino’s later hebben we weer veel mensen kunnen kijken, wordt het tijd boodschappen te doen en ons weer op tijd bij de bus te vervoegen.

Met de nodige inspanning brengen we ons bejaardenboodschappen karretje weer in de bijboot, de veerman doet het merendeel van het werk, hij legt er zelfs even zijn veerbootje voor opzij zodat we met gepaste waardigheid weer in ons bootje kunnen stappen.

Vijf minuten later liggen we weer naast het kantoor geparkeerd. Boodschappen in de koelkast, jurk uit bikini aan.

Oh wat zou ik graag eens met dat bijbootje door de baai scheuren, opwaaiende jurken fladderend achter me aan. Vol gas stuiterend over de golven. Da’s nou echt feest. Alleen die zoutspatten op mijn jurk! Die krijg ik er nooit meer uit.

Lijstjes

Verzonden.
Met een druk op de knop is het formulier weg. De klep van de virtuele brievenbus slaat dicht. De aanvraag voor de Deskundigen Verklaring die nodig is voor de wijziging van mijn geslacht.

Een stappenplan met meerdere stappen.
1. Aanvragen van de deskundigen verklaring (“dat ik een tomeloze en al jaren bestendige wens en overtuiging koester te willen leven in het andere geslacht”).
2. Een verzoek, vergezeld van de deskundigenverklaring, aan de afdeling bevolking van de gemeente Leiden om de vergissing in de registratie van mijn geslacht en mijn doopnamen in het geboorteregister recht te zetten. Daarnaast zullen zij voor zover ik begrepen heb meteen mijn GBA gegevens rechtzetten.
3. Een bezoekje aan de Gemeente Dordrecht, om in elk geval alvast een nieuw paspoort en rijbewijs aan te vragen.
4. Bezoekjes, telefoontjes, mailtjes, er zullen er de komende maanden nog heel wat volgen voor het laten doorvoeren, controleren en vervolggeven aan de wijziging van mijn gba gegevens bij talloze instanties, verzekeraars, banken, pensioenfondsen en aanvragen van de nieuwe bewijzen van mijn zijn en haar vergunningen in de vorm van bevoegdheden in radiobediening en snelle motorbootjes buitengaats.

Mijn deskundigen verklaring laat nog wel een paar weken op zich wachten. Ik begin alvast met de lijstjes. Ongelofelijk hoeveel registraties een mens in meer dan vijftig jaar verzameld. Moet ik nu ook mijn zwemdiploma wijzigen?

Eén geluk, mijn gender-id hoef ik straks niet meer te vervangen, klinkt het “oh bent u er zo één” ook niet meer.

Stormvrouw

Ik lig wakker. Het is moeilijk de slaap te vaten. Om me heen giert het van de wind. Ineens komt de gedachte op aan onze vroegere vorstinnen. Vrouwen, storm bestand, als het nodig was op kaplaarzen, met zuidwester en enkel lange zwarte leren vissers jas.
Windkracht zeven, vlagen van 8 of 9. Mijn beeld van azuurblauwe Griekse baaitjes wordt grondig bij gesteld. Het giert en gutst om me heen. Om en om maken we de gang naar buiten om vast te stellen of het anker nog steeds houdt, of de wind al is gaan draaien, of we vrij blijven van de geankerde boten om ons heen.

Stormbestendig gedrag. Typisch iets waarin je van de man het voortouw verwacht. En nu moeten we het ineens zelf weer gaan doen. Twee vrouwen verantwoordelijk voor veiligheid. Spijtig dat ik nu net een paar jaar geleden de mannelijke robuustheid, durf en zekerheid ben kwijt geraakt. Ik ben gewoon banger geworden, voel meer risico en gevaar.

Zit niet te miepen spreekt mijn Lief me toe. Vroeger konden we dit toch ook? Aarzelend stem ik in, ik zal niet meer miepen, mijn ja maar… hoort ze niet meer. Ik ken dat. Zo deed ik het tot voor enkele jaren geleden ook. Nu is het genoeg, hup aan de slag!

Ik merk dat op ons wordt gelet. Onze verschijning is natuurlijk niet alledaags. Terwijl ik bezig ben de ankerketting er subtiel, doch met opbouwend geweld , in de te verwachte storm richting in te trekken komt een landgenoot langszij. “Mevrouw..”, hij zoekt ankeradvies. Even later toont een andere bemanning twijfels over onze ankerpositie. Als mijn Lief langs vaart biedt hij zijn excuses aan. Het ziet er toch veel vertrouwder uit dan hij even dacht. Ons varend kantoor of de dames?

Ik leg een reserve anker gebruiksklaar op het voordek. Prompt zie ik ook op andere schepen tweede ankers gereed gemaakt worden.

Mijn kapsels brengen me zorgen. Je moet er niet aandenken dat ik midden in de nacht ineens mijn haarwerk verlies. Dan toch maar een zuidwester, strak onder de kin aangegord om mijn kapsel voor onheil te behoeden?

Tegen de avond ankert een Franse boot naast ons. Veel te dichtbij de wal, veel te dicht bij ons. Ik wijs hem op z’n geringe ankerketting lengte en de onaangename positie die hij voor zich schuin achter ons koos. Als de wind naar verwachting door draait zullen we hem zonder twijfel opzij duwen nog meer naar de ondieptes toe. Weer een ego gekrenkt. Hij gaat onverdroten door. Als ik ’s nachts om 03.00 nog eens kijk brandt er volop licht bij hem aan boord, eerder zag ik hem al met schijnwerpers in de weer. Hij heeft wat meer ketting gestoken, ligt nu achter ons te dansen, nog dichter op de wal. In de vroege ochtend verdwijnt hij met z’n staart tussen de benen. Het ís wat advies aanvaarden van een vrouw.

Nog maar een paar dagen geleden werden we in een haven door een storm overvallen. Midden in de nacht lag ik in nachtpon in de stromende regen lijnen aan te halen. Mijn pon sloeg op, mijn zwarte onderbroekje met onmiskenbare inhoud publiekelijk tonend. Gelukkig was het donker en was het slechts mijn Lief die er na afloop iets over zij. Volgende keer maar in bikini?

72 uur zal de storm aanhouden met alle winddraaiingen en tijdelijke kalmtes van dien. De dagen kruipen voorbij. Het blijft een uitdaging, een storm in een baai doorstaan. Zeker als vrouw, een nieuwe ervaring.

Bronsttijd

Het is de periode van de mannengroepen. charterboten vol mannen, op zoek naar zeilgeluk. Soms vrienden, soms een club die jaarlijks een boot huurt, maar altijd mannen, 100%. Vrouwen zijn in deze tijd spaarzaam. Het echtpaar vaart nog niet rond op dit moment, een enkel eigenaarspaar daar gelaten. Het gezin is gewoon nog niet toe aan de charterweek.

Na een maand reizen en trekken buiten de geplande havens wordt het tijd eens een paar dagen in een echte jachthaven/marina te kruipen. Eens lekker douchen, de lakens eens wassen, de accumeter resetten en vooral een pittig gesprek met onze Griekse internetprovider staan op het plan. Onze keus valt op Kos, een van de centra in de chartervaarten vooral een soort samenscholingspunt van de varende mannengroepen. Het heeft zo ongeveer alles, goedkoop eten, drank en walvertier.

Misschien hadden we wat beter na moeten denken. Als we de haven in varen vangen we meteen alle blikken. Wat wil je, vrouw aan het roer, vrouw voor op het dek. Blikvangers ten top. Terwijl mijn Lief, als captain naar het kantoor gaat-even is de havenman in twijfel als hij geen echte captain ontwaart- maak ik het dek en de zeilen aan kant. In bikini, wankelend op de zwaarweer steunen bij de mast , gevolgd door tientallen ogen, zorg ik met verfijnde bewegingen, voor het opruimen en inpakken van de zeilen. Af en toe zwaaien ze, beginnen een babbeltje. Ik zwaai terug dit keer.

Geheel tegen de gewoontes in de Middellandse zee in, hebben we als enige de boot met haar neus tegen de steiger gelegd. Geen andere reden dan het feit dat de bijboot aan de achterkant nu onze stap op de wal niet belemmerd. Ineens ontdekken we dat we onszelf tussen al die blikken van mannen een weldadige privacy hebben verschaft.

Handig? Nou, da’s wisselend. Als ik even later in mijn nieuwe enkel lange jurk probeer op de steiger te klimmen heb ik weer voldoende bekijks.

Mannengroepen, het klinkt bijna als iets therapeutisch. Alsof het gezamenlijk douchen na de wedstrijd tot norm is verheven. Tenminste ik zou niet goed kunnen plaatsen waarom, ook als wij pal voor hun neus liggen, het met zijn allen volledig naakt onder de waterslang douchen ongehinderd voortgang vindt.

De avond begint rustig, vrijwel alle bemanningen zijn naar bar en restaurants vertrokken. Een mannengroep drinkt in, maar borrelt en eet bijna niet aan boord. Pas als ze terugkomen hoor je ze weer. Wij hebben er dan geen last meer van, al om 05.30 op die ochtend, liggen wij dan al weer opgekruld tegen elkaar in bed.

Tegen de ochtend schrik ik wakker. Ik heb net gedroomd. Hij had een zwarte jeans en een zwart strak shirt aan, zijn spierbundels schemerden erdoor heen. Hij probeerde mijn aandacht te trekken, ik babbelde voorzichtig terug.

Tijd om op te staan besluit mijn Lief als ik mijn droom vertel.

Zoveel mannen om je heen, het laat je niet onberoerd.

Tangram

Een ochtendje eventjes een cappuccino halen aan de andere kant van de heuvel. De dames hebben zich er op gekleed. In een enkel lange jurk en met mijn uitbundige zonnehoed op mijn kapsel manoeuvreer ik de bijboot naar een plekje aan de kade. De veerman van een lokaal bootje pakt het lijntje aan. Galant helpt hij de dames uit te stappen –zo’n enkel lange jurk is misschien niet het handigst om mee op de kade te klimmen. De illusie blijft in stand.

Misschien, zo chat een transvriendin met me, zijn wij als transen wel heel goed om verhalen en illusies in stand te houden. Niet voor niets duurt het zolang voor sommigen eindelijk voor hun andere zijn uitkomen. Al die tijd bleef de illusie overeind.

Een coming-out is als een zeepbel, plots klapt met veel gespetter de bel ineen, is de ballon van de illusie lek geprikt, omstanders, naasten in verwarring achter gelaten. Berooft van de illusie duurt het een tijd voor de nieuwe werkelijkheid is aanvaard.

Ik zal een jaar of zeven/acht zijn geweest toen ik een prachtige vlinderkwekerij in mijn achtertuin had. Keer op keer vertelde ik mijn muziekjuf over de wondere pracht van de harige wormen die zich verpopten tot schoonheden van vlinders. Mijn gevoel voor transitie en gendergekleurde beeldspraak zat er al vroeg in kun je zeggen. Toen mijn ouders door haar eens bewonderend aangesproken werden over mijn vlinderhobby, was hun antwoord veelzeggend. Fantast! Het werd niet op prijs gesteld. Ik bracht die avond al vroeg door op mijn kamer; zonder eten naar bed.

Het scheppen van illusies, het hebben van een “verhaal” voor derden, zowel voor als na je coming-out. Het is niet te vermijden. Je creëert een beeld, je waant je veilig, al weet je dat het in basis niet klopt.

Het verhaal, in het nu, of over je verleden, het is net tangram, het Chinese spel met de zeven stukjes. Talloze figuren kun je maken van de zelfde zeven bouwstenen, zoals het verhaal dat je verteld aan onbekenden over je verleden. Dezelfde stukjes maar anders bij elkaar gevoegd.

Sommige verhalen zijn beschreven, controleerbaar, herleidbaar, zijn in sociale media, Linkedin, websites en internet terug te vinden. Andere zweven, het lijkt wel, maar veel van de verbindende stukken missen wat. Alsof de tangramspeler er zelf wat stukjes bij heeft geknipt.

Misschien schuilt in iedere transvrouw of man wel een illusionist. Bedreven als we zijn in het lang op houden van het oude beeld, het omschakelen naar het nieuwe beeld en het een nieuwe kleur, draai geven aan je verleden zoals je het schetst voor onbekenden. Een beetje zoals een sollicitant een cv opleukt. Tenminste, in de tijd dat ik cv’s beoordeelde, kwam ik er regelmatig tegen waarbij tussen de regels lezen leerzaam was.

Illusies creëren, droom en werkelijkheid mixen en een nieuwe werkelijkheid doen ontstaan. Waarom doe je het? Is het om ieder risico op misverstand uit te sluiten, zoals bij de oudere transgender die langdurig demonstreert gewoon “huisje-boompje-beestje” te zijn? Is het om aandacht te genereren, zoals misschien bij die “vlinderfantast”? Doe je het om een lastig te vertellen passage te maskeren, zoals bij de transvrouw die met een tangram alternatief de geschiedenis wat hernieuwd inkleurt.

Droom en werkelijkheid in een hanteerbare mix. Een illusie, een verhaal dat eenduidig blijft klinken en hooguit organische ontwikkeling kent. Tot plots om de illusie in stand te houden nog grotere, mooiere, steviger, zwaardere illusies nodig zijn. Er een wurgende omstrengeling van droom en werkelijkheid ontstaat, er steeds meer nodig blijkt om in de rails te blijven.

Even moet ik denken aan het “Gouden Boekje” Sambo (1948/1954). Sambo die steeds weer het hele dorp in rep en roer bracht door heel hard “Tijger!!!” te roepen. Tot op een dag toen hij het weer riep niemand meer opkeek. Van Sambo is nooit meer gehoord. Soms is het, net als voor Sambo, gewoon moeilijk nog langer geloofwaardig te blijven.

Het is als de politicus die om in de race te blijven steeds meer academische titels toevoegt, justitieel vergrijp vergeet. Dan rest nog maar één ding, mea culpa en het doek gaat neer. Uithuilen en opnieuw beginnen. Troost zoeken en low level naar een nieuwe start, op zoek naar het onderliggend probleem.

Staren

Het wordt drukker om ons heen. Naast de vaste buren, een boot of 3, die hier al tijdje liggen, dringen zich steeds meer nieuwkomers op. Naast ons ligt op een ochtend ineens een Belgische boot, een kleintje, een jong stel.

Terwijl we ontbijten ontwaakt ook het Belgisch bootje. Met een kop koffie in de hand nemen ze ons en onze ontbijtresten goed op. Ze gaan er echt voor zitten. Er gebeurt verder niet zo veel, ze kijken slechts. Wat in ze omgaat is een raadsel. Missen ze de mannen aan boord, vormt het vrouwen stel een zeldzaamheid, is het mijn te korte roze nachtpon. Het is niet helder.

Even later als ik me was en aankleed wordt het wat gênant. De wind draait de twee bootjes zo dat ze rechtstreeks bij ons de kajuit inkijken, precies waar ik mij afdroog, snel mijn ondergoed aanschiet, mijn kapsel in orde maak. We hangen er maar even een handdoek voor.

Ik breng de dag door met correctiewerk aan mijn buitentafel. Telkens als ik over de rand van mijn laptop kijk, koffie, lunch, thee, zitten ze daar weer. Breed uit, kijkend en inspecterend, niets van wat we doen ontgaat ze.

Als beloning voor driekwart dag noeste arbeid besluit ik even een rondje met de kano te maken. Het waait stevig. Slechts gekleed in bikini, de misvorming in mijn broekje, verbergend achter het bijpassend rokje weet ik me de kano in te werken. Niets ontgaat ze, niets is er te zien; nou ja afgezien dan van mijn slechts A/B in plaats van C/D bedeelde voorgevel.

Als ik een half uur later terugkeer, staat er nog wat meer wind. Met een zwierige duik breng ik me bij thuiskomst vanuit de kano in veiligheid. Gespannen slaan de buren mijn thuiskomst gade. De wind slaat onder mijn rokje, daar lig ik in vol ornaat, slechts mijn bikini broekje verhult nog iets.

Het bevalt wel. Als ik een droge bikini aantrek zitten ze er nog, ditmaal op het voordek. Starend voor zich uit, rechtstreeks op mij gericht.
Word ik nu paranoïde? Of spettert onze aantrekkelijkheid er zo vanaf?