Wachten

Even een halfuurtje pauze in de zon. De eerste niet-eet pauze in bijna drie weken. Ik lak mijn nagels, in de zon zie ik tenminste wat ik doe. Dat halfschemer ‘s avonds is voor mij te weinig, hoe ouder je wordt, hoe minder licht de lampjes lijken te geven, denk ik. Ik moet even wachten tot ook de toplaag voldoende is gehard. Normaal ben ik daarvoor eigenlijk te ongeduldig, maar nu met m’n Viva lekker in het zonnetje neem ik er maar even de tijd voor.

Het leven van een transseksueel bestaat volgens mij, als ervaringsdeskundige, voortdurend uit wachten. Iedere keer wacht je weer in de wachtkamer, zo niet letterlijk, dan wel thuis op de bank of in je bed.

Je wacht in de kast of dat gevoel anders te zijn ooit overgaat. Eigenlijk weet je het allang, je weet het al vanaf het begin zeker, je bent wat je voelt, hoe je buitenkant er ook uit ziet. Nu, jaren later kan ik maar een ding zeggen. Op dat moment, dat moment van overgaan, kun je lang wachten. Het gekke is dat dat soort wachten op iets dat nooit over zal gaan, dat soort wachten eigenlijk nog geen pijn doet, dat komt later pas. Pijn, krassen, deuken in je zelfvertrouwen die loop je juist op wanneer je je weer beseft dat dat gevoel anders te zijn je altijd zal blijven verscheuren.

Je wacht in de kast tot je het moment om er uit te komen, aangebroken acht. Wachten vol twijfel, vol onzekerheid. Weet ik het echt zeker? Waar begin ik aan? Natuurlijk weet je het zeker, je bent immers gewoon een man of vrouw in een verkeerd lijf, een fysieke fout vanaf de geboorte. Alleen hoe leg je het de ander ooit uit. Toch voel je steeds opnieuw reden om het uit te stellen, in de kast te blijven en naar buiten toe genormaliseerd “gewoon” te blijven doen. Dat wordt toch van je verwacht! Het zal menigeen vergaan zoals het mij is vergaan. Het is als of je in twee sloten tegelijk loopt die steeds verder uiteen wijken. Stap voor stap raak je steeds meer verscheurd, raak je gesplitst in twee persoonlijkheden, scheurt het je hele zijn in twee.

Je wacht met het aanmelden van jezelf, jouw gevoel. Tijdseenheden stapelen zich op, weken, maanden, jaren, voor je er mee voor de dag komt bij naasten, vertrouwden in je omgeving, op school of op je werk, behandelaars.
En als je dan eindelijk zover bent, als je weet wat de anderen nog niet weten, als je eruit bent, alleen de anderen nog niet, moet je weer wachten. Wachten op een wachtlijst tot ze eindelijk je verhaal willen horen, wachten tot het eindelijk jouw beurt is in de agenda. Alleen je allernaaste naasten, die kun je aanspreken zonder afspraak vooraf. Zij zijn het die daarna met je mee gaan in het wachten. Uren, dagen, weken, voor eindelijk je verhaal op tafel ligt.

Je hebt je conclusies allang getrokken, je weet allang hoe de vork in de steel steekt, toch rest er niets anders dan te wachten. Niet wachten op behandeling of begrip, neen wachten tot het proces van diagnosestelling begint. Immers wat jij zo zeker weet, moet voor de samenleving nog maar blijken. Het is niet niets wat je voor ogen hebt, er liggen als alles goed is ingrijpende dingen in het verschiet. Begrijpelijk dat de samenleving daar eerst ook zelf nog een plas over wil doen. Begrijpelijk, maar dat wachten! Dat wachten, als je het eindelijk na al die jaren al zo zeker weet.
Maanden, kwartalen, soms nog langer duurt het tot de samenleving het bij monde van de deskundigen ook onderschrijft. Pas dan kan er begonnen worden aan al die ingrijpende ingrepen, de hormonale duw van binnenuit. En weer breekt er een periode van wachten aan. Hoewel, heb je daar werkelijk zolang op gewacht? Ik niet in ieder geval, dat wachten duurde me toch echt te lang, gek werd ik er van. De verandering van de geslachtsrol in de samenleving, soms ook al de hormoonduw van binnen uit. Niet iedereen zal zolang willen wachten.

Maanden, een jaar of meer, voor duidelijk is dat je je de nieuwe rol in al haar finesses eigen hebt gemaakt. Wat jezelf allang weet, blijft voor delen van de buitenwereld toch afwachten. Afwachten of “hij werkelijk die zij” kan zijn, of andersom. Maanden, wekenlang, tel je af. Zie je uit naar het moment dat werkelijk vaststaat dat wat je voelt ook spoort met wat je laat zien. Wachten daarna tot je aan de buurt bent voor de tweede fase, nu de buitenkant. Wederom weer een tijd van wachten, er is immers een wachtlijst. Ik stel een vraag aan het genderteam. Het antwoord laat op zich wachten, wekenlang, het grijpt je aan, zoals al het andere wachten. Dagen, weken misschien nog wel meer. Het antwoord is ontmoedigend. Ik stel mijn SRS maar uit. Nog langer wachten, naar ik nu hoop, nog minder dan 42 weken.

Wachten, voorafgaand aan je coming-out, je aanmelding, je diagnose en behandeling. Wachten is denk ik de rode draad in je transitie. En na de SRS… Ik hoop dat dan het wachten voor een tijd over is. Wachten, wachten, wachten, het is niet verwonderlijk dat voor sommigen dit wachten te lang duurt. Zij maken zelf hun keuze.

Of het moet het wachten zijn aan de rand van de stoep, tot iemand je kan helpen over te steken. Toch weer wachten op een transitie.

Advertenties

Mea Culpa

Als ik weer eens minutenlang op de bodem van mijn tas op zoek ben naar mijn sleutels, realiseer ik het me pas goed. Geduldig en met een mega-glimlach kijkt ze geamuseerd naar mijn gestuntel.

Wat heb ik mijn lief, 30-35 jaar lang, toch een onrecht aangedaan. Ik schaam me diep. Jarenlang heb ik, in een poging tot overmannelijke compensatie, mijn Lief achterna gezeten. Niet altijd van liefde, maar vaak ook wat geïrriteerd.

Koop dan een kleinere handtas! Ruim je rotzooi toch op! Breng toch eens structuur aan! Ben je nu nog niet klaar. Kun je nu echt niet inparkeren? Kun je nu nog steeds geen kaartlezen? Of bij een sprong vanaf ons drijvende kantoor, op een steiger of rots “spring dan”. Allemaal eindigend met het allerergste; ik leg het je nog één keer uit en probeer je het nu dan wel te onthouden!

Eigenlijk schrijf ik dit blog met tranen in mijn ogen. Wat heb ik me al die jaren toch vergist. Zoals gezegd, ik schaam met tot in de poriën.
Is deze diep door het stofgaande mea culpa eigenlijk wel nodig? In feite niet, maar mijn Lief kan niet eeuwig in haar lachstuip blijven, immers als je de hele dag smakelijk om mijn zo veranderde gewoontes blijft lachen moet het toch ooit fout gaan. Gelukkig lach ik er zelf ook maar een beetje om, als een boerin met kiespijn natuurlijk.

Ik kan het niet verklaren, maar sinds mijn extra hormonen een vaste plaats in mijn leven kregen bijna 4 jaar geleden, lijkt het wel of ik al mijn ordening, structuur en oriëntatie ben kwijt geraakt. Eigenlijk wil ik dit helemaal niet, wil ik niet toegeven aan mijn nieuwe gewoontes, dat al jaren door mij verafschuwd gedrag. Heel langzaam is het mijn leven ingeslopen, ongemerkt, maand na maand en in kleine stapjes.

Inderdaad, mijn handtassen zijn stevige shoppers (kan zo lekker veel in), moet ik mezelf dwingen mijn rotzooi in mijn tas op te ruimen, ben ik een stuk beter geworden in multitasken, maar wel heel erg ongestructureerd, moet mijn Lief regelmatig over de stoel tijgeren om de auto uit te klimmen als ik de auto weer te dicht op een muur of buurman heb geparkeerd. Last but not least, sta ik nu op het randje te miepen. “Spring dan toch”, roept mijn Lief me wat dwingend achterna.

De kaarten zijn gekeerd, althans de mijne. Ik schaam me inmiddels intens, heb berouw over mijn jaren miskenning van ondergewaardeerde vrouwelijke kenmerken. Gelukkig kan ik er zelf inmiddels ook om lachen, zelfs als mijn Lief toch weer in een van de eerder zo verguisde vrouwelijke gewoontes vervalt. Ze horen er gewoon bij.

Volgende Nieuwere items