TechMiep

Projecties, vooroordelen, scheve voorstellingen en achterhaalde ideeën. Niets menselijks is mij vreemd.

Kijkend naar mijn opleiding, mijn werkervaring, heb ik vooral van management en beleid verstand, gehad. Natuurlijk, ik heb ooit geleerd hoe ik moest lassen, hoe de ketting van een motorzaag geslepen kon worden, hoe een diesel en een benzine motor werkt, maar echt verstand hebben van techniek, nee, niet echt.

Techniek, inmiddels publiceer ik er zelfs over, maar echt geleerd, eigenlijk alleen in de praktijk.

Door schade en schande wijs geworden heb ik geleidelijk tijdens de reizen met ons varend kantoor heel veel zelf leren doen, een workshop manual doet wonderen. Op andere momenten lag ik op mijn buik naast de monteur en registreerde zoveel mogelijk van wat er gebeurde. Immers ik betaal er toch voor, waarom zou ik het dan niet meteen onthouden.

Reizend door volslagen onbewoonde gebieden zat er niets anders op dan, handen in het haar of niet, zelf de overall maar aan te trekken.
De eerste jaren van mijn transitie, heb ik eigenlijk nooit mijn noodgedwongen technische werkzaamheden als storend ervaren. Tot op een ochtend in Nieuw-Zeeland de kachel het niet bleek te doen. Inmiddels anderhalfjaar aan de hormonen verzette de vrouw in mij zich tegen de klus. Het mannelijk gehalte van het begrip techniek riep weerzin bij me op. Te bang voor man versleten te worden, berg ik het gereedschap op.

Op zich niet erg, met minstens anderhalf jaar tropen voor de boeg en zicht op de Mediterranee was het niet hebben van een opwarmende kachel niet het grootste probleem. Ik nam als nieuw ontwikkelende vrouw afscheid van het technisch klussen; nou ja, als het anders niet kon, en daarna weer snel van motor naar keukenblok.

Eén keer nog verbouw ik thuis een wc. Dan is het ook daar voorbij en kom ik voor mijn wezen uit. Geen techniek meer, ik ben vrouw.
Het is sociaal psychologisch een te beredeneren reactie, hardgrondig afstand nemen om er na een periode van bezinning een nieuwe plaats aan te geven.

Weer terug in ons varend kantoor, kan het zo niet langer. Even oliewisselen kost plots een vermogen, de oude boiler kookt eigenlijk over –de beveiliging is defect- en bovenal, we hebben het koud. Node, maar met een groeiend gevoel van trots pak ik het gereedschap toch maar weer op. De vrouw met hoofddoek –mijn nieuwe haar kan niet zo goed tegen de felle zon- en steeksleutels blijkt geen mannelijke afschuw te scoren. Een medehaven bewoner spreekt zelfs waardering uit voor die twee vrouwen die tijdens hun reis de techniek gewoon zelf hebben aangepakt.

Zo op het oog lijkt het probleem met de kachel simpel. Gewoon het aantal alarmknippers tellen en de diagnose is gesteld. Althans zo lijkt het. Twaalf werkuren later ligt het inwendige van de dieselkachel keurig op tafel, een uur later zijn de onderdelen vervangen en weer geassembleerd werkt de kachel weer als vanouds.

Als ik ’s avonds mijn handen was en mijn hoofddoek af doe kan ik er weer om lachen.
Ik ben vrouw. Techniek, ik kan het nog.

Advertenties

Deuk

Vind u dat nu verstandig?

Vrouwelijk geïntoneerd, op de juiste toon, met een vertrouwd vrouwelijk hopje naar boven, het accent in de vraag op het juiste punt leggend, stel ik mijn vraag.

Vlak naast ons, nauwelijks 10 meter verwijderd, doet de schipper van een Nederlandse boot verwoede pogingen te ankeren. Waarom hier? Waarom zo dicht bij? De hele baai voor Pethi biedt nog een ruimte aan mogelijkheden. Maar nee, wat is mooier dan zo ongeveer in de “kont” van die twee vrouwen kruipen. Hij wuift vriendelijk, zijn vriend aan boord doet niets.

Ik vraag het hem nog een keer.

Ik wuif vriendelijk naar u, roept hij me toe.

En ik vraag u of wat u doet wel verstandig is?

Stom kreng zie ik hem denken. Hij kijkt me niet meer aan, het zwaaien naar me is gestopt.
Het mannelijk ego is gedeukt, schier onherstelbaar beschadigd.

Als hij na een kwartier het anker toch maar ophaalt en het vijftig meter verder opnieuw probeert heeft hij zijn handen vol. Hij zwaait niet meer.

Even later stapt hij in z’n rubberbootje en vaart langs bij een paar andere boten in de baai.
Ons wordt de keren dat hij daarna langs vaart, geen blik meer gegund.

Logisch, het is nog geen bikiniweer. Met zo’n deuk in je ego valt er niets meer te genieten.

Wisselkoers

Met een mooie zonnehoed op mijn kapsel in een vlot jurkje, geef ik een ferme ruk aan het startkoord van ons buitenboordmotortje. Elegant een 15 pk starten is mij nog niet gegeven. Het is een wat typische combinatie, die op en top vrouw op de plaats naast het motortje waar doorgaans een man op het randje van het bijbootje zit. Met een elegant gebaar weet mijn Lief ons af te duwen. Keurig en beheerst torren we achteruit bij de betonnen kade vandaan.

Het blijft spannend, als vrouw –twee eigenlijk-moet je alles onder al die kritische mannenblikken om je heen nu eenmaal altijd 100% perfect en ook nog voldoende elegant kunnen doen.

Eenmaal de veilige winterhaven uit daalt er een rust over me heen. Het lijkt wel of alle genderissues wat achter me liggen. Voorlopig geen VU gesprekken aan de horizon, een tijd geen epilatie meer of logopedie, alleen de SRS nog in de verte. Pas in juli weer een thema als ik mijn psychologe weer spreek en plan B los van de VU volgende stappen vraagt.
Alleen de vrouw in mij roept nog om aandacht. Zo reizend en trekkend met ons varend kantoor blijft de vraag toch iedere keer of ik, wij, voldoende vrouwelijk blijven in onze aanwezigheid.

De bank ligt bezaait met stapeltjes kleren. Oude warme vormloze broeken en truien “unisex”, voor als de reis ons op onchristelijke uren tegen weer en wind op het koude water brengt, strakke shirtjes en broekjes – ik wil als vrouw herkenbaar blijven- voor zonnige momenten als de bikini nog niet uit de kast is gehaald, wat langer en warmer goed, vrouwelijk gesneden voor als de zon achter de bergen zakt. ’s Avonds krijgen we vaak de bevestiging. Een deel van de nieuwkomers vaart nog even een rondje om ons heen. Twee vrouwen op zo’n boot, dat beeld moet je toch even beter bekijken.

Op een andere bank liggen mijn werkkleren, strak en vrouwelijk, maar met een geur die ander gebruik verraad. Ze liggen altijd paraat, immers olie, vuil, roest, zoveel kunnen de vlekkentovenaars niet aan.
Met bh’s is het niet anders, aan de kapstok hangt een “mooie”, een die prima toont, een ander op de bank, lekker zittend, ze kan tegen een stootje., Tussen de werkkleren, een oude, te klein en niet meer zonder oliegeur.

Samen weten we een aardige klerenkast om ons heen te verspreiden. De dag kent nu eenmaal veel wisselmomenten, ochtend kilte, middagzon, avond wind of aankomen, vertrekken, sleutelen of naar het dorp gaan, die telkens weer vragen om een nieuwe look.
Je wilt je omgeving toch niet teleurstellen of nog erger, in verwarring achterlaten

Trots

Meer dan een jaar geleden beschreef ik mijn transitie in onze reiswebsite wat cryptisch, met “zij groeide in haar pseudoniem; zijn naam werd haar pseudoniem”. Nog even en mijn eerste kinderboekjes liggen in de winkel. Ik ben trots. Trots op de mooie tekeningen van Erika Flach, trots op mijn eerste boekjes onder mijn –inmiddels- eigen naam.

Vrijwel meteen na mijn zelfverkozen ontslag in 2008 en het vertrekmoment van ons reizen, bedoeld om meer van de wereld te zien en geleidelijk aan, met mijzelf te zien hoever mijn transitiedrang zou gaan, ben ik gaan schrijven. Als control-freak was alles prachtig getimed en al jaren voorbereid. Dezelfde control-freak die de 35 jaar daarvoor telkens weer besloot dat het er nog niet het moment voor was.

Was de drang tot anders kleden tot op dat moment ad-hoc, voor een paar uur, een dag, een paar dagen, nu kon ik me eindelijk met mijn nieuwe eigenheid, in stapjes vertrouwd maken. Mijn grootste geluk, mijn Lief en ik hebben grotendeels de zelfde maat. Er was geen dwang, geen eindtijd waarop alles netjes moest zijn opgeruimd. Vanaf mijn eerste coming-out naar mijn psycholoog en huisarts in 2003, heb ik er geleidelijk naar toegeleefd.

Een transitie binnen de transitie. De transitie als schrijfster. Zo voorzichtig, stapje voor stapje, heb ik ook het schrijven opgepakt. We zien wel hoever het komt. Geleidelijk aan, vloeide naast de reisartikelen en later boeken ook de kinderverhalen uit mijn hand. Al vrij snel, me ontwikkelend naar wat later als transitie zou gelden, heb ik het schrijven verder uitgewerkt. Kennelijk voelde ik na jaren van zinvolle arbeid toch de behoefte onze reis, mijn transitie van een verdere zingeving te voorzien.

Waarom schrijf je eigenlijk? En voor wie? Wat is je boodschap? vroeg iemand me ooit. Het volledige antwoord ben ik schuldig gebleven. Mijn leven bevatte op dat moment nog teveel geheime hoekjes om alle overwegingen al prijs te geven.

Waar toets je aan of je transitie voor anderen ooit succesvol is. Je eigen acceptatie van je gevoel, je reactie op de hormonen, een succesvolle operatie, andere markeermomenten? Milestones, maar dan alleen voor jezelf. Is het de acceptatie door de omgeving, gedogen ze je of zien ze je echt als vrouw. Is het de winkelmedewerker, de stewardess, de monteur die netjes mevrouw tegen je zegt? Is het mijn Lief die onverwacht een transitiestap met bloemen omlijst? Met wie je kunt giebelen over die “mannen” iets verder op?

Hoe meet je de voortgang van je transitie als schrijfster af? Ik maakte er een persoonlijk mijlpunt van.

Nu liggen ze daar, door Erika Flach met haar illustraties mogelijk gemaakt, mijn eerste boekjes onder mijn nieuwe naam. Was ik ooit goed voor avontuurlijke reisartikelen en boeken( en) nu ben ik dat ook als schrijfster voor peuters en kleuters. Al maanden leg ik de laatste hand aan mijn volgende reisboek, het boek over de Stille Oceaan. Midden tussen de punten en komma’s weet ik het. Nog een paar weken dan gaat ook dat naar de uitgever. Een reisboek, nu ook, onder mijn inmiddels vertrouwde “nieuwe naam”.

Een transitie binnen de transitie. Schrijven, publiceren en uitgeven. Een beetje trots ben ik wel, het doel van de transitie binnen de transitie is gehaald.

Makkie…?

Met al een aantal jaren een levensvervulling halftime buitenland/halftime Nederland, ben ik expert in het opgaan in culturen, althans die aanname doe ik maar even.

We verlaten Turkije voor een paar weken. Net op een dag dat ik even niet lekker in mijn vel zit. Voor we mogen vertrekken wil de politie mij in levende lijve zien. Door toeval, het is net een spitsmuis, heeft hij mijn niet gebruikte “mannen” paspoort zonder visum uit de papieren van mijn Lief gepakt. Er rijst een probleem, twee vrouwen en een man, waarvan maar twee met een geldig visum. Eerst wil hij in levende lijve weleens zien hoe de vork in de steel zit van deze mensensmokkel. Pas als hij paspoort en ID vergelijkt en dezelfde geboortedatum ziet, accepteert hij het, gelaten. Voor echt begrip is het te laat, mijn Turks schiet tekort.

Het loopt weer goed af, da’s gelukkig. Slecht in mijn vel kan ik nog meer gedoe even niet hebben. Nu al een maand, meerdere keren per week moet ik van mijn “schijnbare” identiteit getuigen, douane, autoriteiten, politie, hotel, autoverhuurder, immigratie, telkens weer voel ik me op de rand van het er een “verhaal” bij moeten vertellen.

Terwijl ik in de zon bezig ben blogs te bedenken, een kinderboek te redigeren, de rode draad voor een “gender”boek dat ik in 2015 uit wil brengen te doordenken, komt de vraag ineens op in mijn hoofd. Ze blijft hangen. Dan vaart in korte tijd plotseling de halve toeristenbootjesvloot vanuit een van de nabij gelegen plaatsen mijn baai binnen. Ze gaan voor anker, allemaal, binnen nauwelijks 100-200 meter van mijn werkplek. De vraag komt weer op. Je RLE, je transitie, is die nu makkelijker of juist moeilijker in de zon, in een andere cultuur?

Af en toe lees ik een verhaal over een trans die “zijn naar haar” switch lekker in de eenzaamheid, buiten alle nieuwsgierige blikken doet. Ik ben haar nog nooit tegengekomen, ik ken alleen mijn eigen verhaal.
Toegegeven, mijn aarzelende transitiestapjes zo tussen 2008 en 2010, spaghettihempjes, veel te korte broekjes, mijn Buff-mutsjes, de strijd tegen mijn lichaamshaar, deed ik relatief veilig in de anonimiteit van Zuid-Europese, Afrikaanse en vooral Zuid-Amerikaanse baaien, dorpen en rivieren.

De tijd daarvoor, thuis, verliep altijd achter de voordeur, of als ik eens buiten was, met een behoorlijk terugvalscenario achter de hand. Alleen dat lichaamshaar, stel je moet plotseling naar de dokter, hoe leg je dat geplukte kippenlijf dan uit?

De jaren daarna, 2010 en verder, nog steeds in Zuid-Amerika en zeker in de Stille Oceaan, werd mijn uitstraling explicieter, bh’s vanwege de als gevolg van de hormoontherapie jeukende tepels –ook handig voor het opbergen van je creditcard- een kleuren pallet in mijn spaghetti’s dat verschoof van donkergroen/zwart/bruin naar roze en fluor. Alleen bij de autoriteiten, je moet elk risico niet tarten, gedroeg ik me nog redelijk paspoort conform. We brengen meer tijd door in andere culturen en ook de westerse gemeenschap om ons heen neemt, het koude zuiden van Patagonie eenmaal achter ons gelaten, steeds verder in drukte en intensiteit toe. Culturen verschuiven, na het tolerante Polynesie, zijn de zware gemeenschappen van Tonga en het LGBT verbiedende Samoa toch wel iets om rekening mee te houden in de transitie. Op een dag zit ik in een baai voor een Samoaans dorp in bikini te werken, een van mijn nieuw verworven hoofddoekjes om mijn “haar”, als een westerse vriend ineens aan boord stapt. Ik weet niet hoe snel ik een shirtje aan moet doen. Pas een uur later realiseer ik me de zichtbaarheid van mijn paarse bikinibandjes, nog netjes in een strikje achter mijn nek.

De Pas de Deux, van mijn uitstraling met die van de lokale cultuur, wordt in de islamitische landen steeds complexer. Ik ga nu echt om. Moedig misschien, maar ook at-risk.
Waar ik in Nederland eigenlijk het verhaal, in een aantal fases, maar één keer heb ik het hoeven vertellen aan de wereld om me heen, zelfs aan mijn uitgevers en redacties, vertel ik in het buitenland mijn eigen verhaal niet meer. Er is een ander verhaal voor in de plaats gekomen, een verhaal dat je eigenlijk iedere dag, iedere week opnieuw weer brengt. Het verhaal van twee vrouwen, al jaren op reis. Een verhaal over een jarenlange “vaste”relatie, over dochters en kleinkinderen.

Was ik de jaren ervoor wat halfwas en paste ik me, afhankelijk van risico’s en omstandigheden, wat aan –hoewel in rok en een strak shirtje, of in bikini op Samoa verschijnen misschien wel wat erg risico zoekend was. De laatste twee jaar daarentegen ben ik op en top vrouw, in de winkel –als een Turkse man binnen komt, doe ik een bescheiden stapje achteruit-, met monteurs en leveranciers, in de gemeenschap, Turks en westers – met varianten op ons gezamenlijke verhaal-, naar autoriteiten –niemand lijkt die m/m op die IDkaart te zien. Toch weet ik me kwetsbaar, immers zowel mijn reisblog als mijn genderblog zijn gewoon te traceren via onze reiswebsite en de kont van de boot.

Transitie, RLE in het buitenland, in de anonimiteit gemakkelijker? Ik denk het niet, hooguit anders en bij tijd en wijle zeker niet zonder risico.

Maalstroom

Af en toe voel ik me in een draaikolk, emoties, gevoelens, alles tuimelt door elkaar. Het is alsof ik een blik werp in een geheim laatje. Een laatje waarvan ik tientallen jaren het bestaan niet wist.

Eigenlijk ken ik het gevoel al mijn hele leven. Dat gevoel van een diep nachtelijk gesprek aan de rand van het kampvuur onder het genot van 5-liter supermarkt wijn. Dat gevoel dat je hoofd nog tolt en draaikolkt, zelfs na een paar uurtjes slaap. Je geeft elkaar nog een knuffel, een steelse zoen en dan ga je allebei je eigen kant uit. Je hart, je gevoel, blijft bij elkaar.

Terugkijkend, geen feest voor mijn Lief, was het altijd met vrouwen. Nou ja, op één keer na toen een deelnemer in een van de reisgroepen waar ik verantwoordelijk voor was me zijn liefde bekende. Ik, als gedwongen hetero man, kon er altijd maar een verklaring aan geven; VERLIEFD! Of het nu die deelnemer in die reis was – de liefde was niet wederzijds!- , de vriendin die in scheiding lag, de vriendin van die pedoseksuele partner die met mij zoveel beter kon praten of al die andere vrouwen waar het zo goed mee voelden, we bereikten samen telkens dat zelfde gevoel; Soulmates!

Wist ik veel, ervaren in en gruwelend van mannenvriendschappen, dat het dressoir van de emoties nog andere, voor mij niet zichtbare laatjes had.

Mijn Lief, nuchter en op afstand, moet er gek van geworden zijn, mijn op hol slaande gevoelens. Zoals ik ze nooit hebben kunnen plaatsen, zo heeft ook zij er nooit richting aan kunnen geven.
Een zijstraat, veel van de effecten van mijn hormonen heb ik pas maanden, soms zelfs jaren later (pas) leren herkennen. Het lijkt vreemd – ik heb gewoon de bijsluiter niet goed begrepen- maar misschien is het met relaties, emotie en affectie ook wel zo.

Mijn transitie heeft me de afgelopen maanden, jaren een aantal nieuwe vriendinnen opgeleverd. Vrouwen, trans of bio, waar ik me op verschillende manieren mee verbonden voel. Met hun verschijning, in het echt, in mail en sociale media, is de draaikolk, de maalstroom, de waterval in mijn hoofd, mijn hart, gegroeid. Niet rechtlijnig organisch, maar zoals een onweersbui, plots sta je er midden in.

Af en toe is het alsof je met een scheepskompas over een brok ijzer vaart en volkomen gedesoriënteerd alleen nog rondjes draait, tot je jezelf verward en wel weer bij de haren neemt en de rechte weg op stuurt.

Er gaat een wereld voor mij open, en niet alleen voor mij, maar ook voor mijn Lief, en alle bij tijd en wijle volledig stuurloze vriendinnen en hun relaties. Plots overvalt het je, word je erin gezogen en regent het tot verbijstering van de omgeving alleen nog roze.

Vriendinnen, affectie, iets voelen. Als voorgeprogrammeerde gedwongen hetero man, heb ik enig gevoel op dit gebied dat ik ontdekte al snel verward met seks en zo ik het niet zelf deed, werd het al snel vanuit de omgeving zo vertaald en was de vriendschap over of kostte het mijn baan.

Hoewel het er soms op lijkt dat al die vriendinschappen slechts slagvelden generen, merk ik dat als ik er beter naar kijk het eerder een complex station is waar op meerdere niveaus verbindingen lopen. Met de een kun je eindeloos muziek delen en luisteren, de ander heeft een zware uitdaging waar je haar graag in steunt, weer een ander geeft een schouder om uit te huilen en tegenaan de steunen. Vriendschappen die zonder enige bijbedoeling een knuffel, een hand, een traan en een zakdoek geven en vragen.

Het is verwarrend, ik lees een verhaal over vriendin zijn met de “nieuwe” van je ex. Explosief, dramatisch, bewonderend, het doet me wat. Om me heen zie ik relaties aan en uitgaan, wisselen en doorschuiven. Soms blijven tranen en onbegrip achter, soms ook respect en weer op terug kunnen vallen. Soulmates, hartsvriendinnen, steun en toeverlaat. Geef het een naam.

Heel langzaam leer ik de inhoud van dat geheime laatje in mijn dressoir van emoties beter kennen. Doorzie ik het verwarrende patroon wat beter, ga mijn veranderd taalgebruik herkennen.

Neen, in de minimale en geforceerde mannenvriendschappen die ik had kwamen “knuf”, “liefs” en “hartsgeheim” niet voor, werd enige affectiviteit al snel vertaald met seks. Eigenlijk jammer, want dan was ik al decennia eerder met mezelf geconfronteerd.

Vriendinnen -hoewel het me soms een slagveld van emoties lijkt- er gaat een wereld voor me open.

Ontredderd

Nog 262 dagen tot mijn SRS, nog 38 weken. Tenminste dat dacht ik ooit.

Soms gebeurt het ineens. Breekt ineens de kwetsbare puber in me door. Ik ben geschokt, ontredderd, ontroostbaar.

Ik heb mijn SRS naar Belgisch model kort na de afloop van mijn RLE gepland, enkele dagen. Waarom zo snel? Ik heb denk ik lang genoeg gewacht en bovendien, waar ik het juist van de zes zomermaanden moet hebben voor het reizen en schrijven komt het me beter uit dan weer hersteld en zonder veel complicatierisico te zijn. Immers, er moet nog steeds brood op de plank komen.

Naïef als ik ben –ik heb daar al eerder over gerept- denk ik het geheel zo te plannen dat ik een enkele dag na de afloop van de RLE de verwijsbrief voor Dr Suporn kan ophalen bij VUmc. Ik kaart een en ander al vroegtijdig aan bij mijn psychologe. Het antwoord blijft uit. Als ik enkele weken later de vraag nog eens toelicht, geeft ze aan er niet veel kans in te zien. Dat het volgens de regels is –althans die van de 12 maanden RLE- maakt zo te zien geen doorslaggevende indruk. Het genderteam heeft het uiterst druk gezien de patiëntenstop en de wachtlijsten, waarschuwt ze me meteen.

Simpel als ik ben stel ik haar voor het toch aan het bestuur van het gendercentrum voor te leggen –dit soort zwaarwegende kwesties lopen nu eenmaal niet via de kleine vergadering of een enkele psycholoog. Pragmatisch in het leven staand denk ik, wat kost het nu voor moeite om mij in de vergadering te behandelen 5 dagen voor afloop van mijn RLE in plaats van een bespreking 23 dagen na de RLE. Zeker in aanmerking genomen dat mijn 12-18 maanden gewenning aan de hormonen en de vrouwelijke rol bij mij dan al meer dan vier jaar lopen.
Weken na de vraag te hebben toegelicht, een extra duwtje naar het belang van de vraag voor mij is inmiddels ook al in de mail gezet, volgt de behandeling in het team.

Het antwoord is simpel. Regels zijn regels en procedures zijn procedures. Na het voldoen aan de regels, volgt nog het voldoen aan de procedure. In de maand na het voldoen aan de RLE voorwaarden, volgt bespreking in het team, waarna een 7-14 dagen later de verklaring zal worden opgesteld en naar je huis worden gestuurd.

Ik weet niet wat ik lees, met dit scenario heb ik nauwelijks rekening gehouden. In ongeloof en emotie weet ik het niet meer. Er zit niets anders op dan de boel te verzetten het duurt alleen wel even voor ik dat voldoende heb aanvaard. Pas als mijn Lief twee dagen later plan B uit de kast trekt en helpt te visualiseren zie ik geleidelijk weer wat perspectief, kom ik weer terug op aarde. Er zijn zoveel voorwaarden links en rechts waar aan voldaan moet worden, de VU niet langer ontrieven, de verzekeraar tegemoet komen wil ik ooit kans maken op betaling, aan de WPATH regels blijven voldoen en ook nog bereiken dat zoveel mogelijk van mijn/ons productieve zomerseizoen overeind blijft. Dan blijven de risico’s en kosten beheersbaar en hebben we toch nog brood op de plank

Uren denken, praten, alternatieven creëren en verfrommelen verder, lijken we eruit te zijn. Plan B wordt in werking gezet.

Nog 289 dagen tot mijn SRS, nog 42 weken, iets langer wachten. De puber in mij is toch weer opgelucht.

Vorige Oudere items