Hoeveel vrouwelijks…

Na het een maand lang een complete toilet renoveren, herinstalleren en tegelen heb ik thuis in Nederland geen grote klussen meer onder handen gehad. Mijn transitie en het schrijven vragen eenvoudig weg zoveel tijd dat er voor “echt” werk nauwelijks meer plaats is.

Misschien speelt er ook wel iets psychologisch mee. In een bepaalde fase van mijn transitie heb ik heel bewust geprobeerd het “mannelijke” ver van me weg te krijgen en het “vrouwelijke” nu eindelijk eens echt de ruimte te geven. Liever koken dan sleutelen, liever bijpraten over de kinderen dan piekeren over boring en slag. Waar het moment ligt om deze extreme uitslag van de slinger weer wat te matigen, weet ik niet, koken vindt ik nog steeds leuk, maar zeker is wel dat de pragmatiek mij toch ook af en toe terugroept naar wat ik in mijn vorige leven ook al redelijk kon.

Weer terug in Turkije ontkom ik er niet meer aan. Wij kunnen ons varend verblijf/atelier alleen bewegend en leefbaar houden als tenminste een van ons twee regelmatig een overall aan trekt. Het is wel grappig hoe normatief verwachtingen soms in elkaar zitten. Af en toe als we in gesprek zijn met andere bemanningen over onze reizen, ligt, vaak schuchter, de vraag op tafel. Maar wie zorgt dan aan boord voor de techniek? Een ervaringsdeskundige dat is duidelijk, want wie geen uitpuilende portemonnee heeft zal een behoorlijke dosis technische kennis en ervaring mee moeten brengen. Mijn Lief knikt dan minzaam naar mij. Er zal toch iemand verstand van techniek moeten hebben. Grappig dat niemand ooit eens vraagt -twee vrouwen aan boord- wie de was doet, kookt of de boodschappen verzorgt? Maar de techniek, dat is kennelijk een bijzonder ding.

Er moet gewoon gewerkt en gemonteerd worden. Zodra de monteur van de keerkoppeling klaar is -een dergelijke gespecialiseerde en weinig voorkomende klus waag ik me niet aan- ga ik zelf aan de slag. Dagen achter elkaar werk ik me door een defecte en lekkende wc die telkens als ik denk klaar te zijn weer een golf toiletinhoud over me heen stort. Ten einde raad haal ik hem er definitief uit een bestel een nieuwe.
Ondertussen doe ik een ijverige poging de oude boiler uit te bouwen en te vervangen, aan te sluiten en weer in werking te krijgen. Kon ik bij de wc nog netjes op mijn knieën werken, nu zit ik dagen achtereen –ik sleutel maar halve dagen- in elkaar gerold millimeter voor millimeter moeren aan te draaien en koppelingen lekvrij te wensen.

Eenmaal varend moet ik tweemaal per dag op mijn buik door de berging om een op armlengte verstopte koelwaterkraan open of dicht te draaien. Als ik straks geopereerd ben, lijkt me dat een onprettige noodzaak, eeuwig met de koelwaterkraan open varen is slecht voor de generator, iedere dag open en dicht, plat op mijn buik en de rest is slecht voor mij. Ik monteer een elektrisch bedienbare buitenwater kraan, een feature dat je eerder op een superjacht aantreft. Weer zo’n klus, drie dubbel gevouwen, met zwarte handen in mijn alle oudste T-shirt en dito broek. Het is een monster. Uren achter elkaar boor, zaag, frees en tap ik een frame waarin de motor van de kraan kan worden vastgebout. Een puzzel waarbij de volgorde der dingen nauw luistert. Droog bouw ik hem al eens helemaal in onderdeeltjes op om hem daarna benedendeks in een bocht gewrongen weer opnieuw te assembleren.

Langzamerhand zijn al mijn nagels weer afgebroken, zitten mijn onderarmen weer vol schrammen en schaafplekken en ben ik meer thuis in ½”, loctite, 6-aderige elektrakabel, dan in dagcreme en nailremover.
En mijn laatste project? Als de kraan geopend is zegt het waarschuwingslampje “gesloten” en anders om. Ik denk dat niet alleen mijn “draadjes” verwisseld zijn.
Het blijft een aparte combinatie, vrouw zijn en voelen, met smeer aan je handen, vegen op je gezicht, geschramd en gebutst en gekleed op een manier waarop ik me telkens weer schaam als ik de damestoiletten in loop. Althans zolang de wc aan boord nog steeds defect buiten gebruik is gesteld.

Met een kop thee in hand, even in de zon pauze houden, realiseer ik me toch een belangrijk aspect. Een aspect van verandering in mijn werk aanpak. Het is alsof ik nauwgezetter werk, nauwkeuriger de klus plan, de maten uit zet, gereedschappen en verbindingsmaterialen klaarleg.

Af en toe vraag ik het me af, al dat gesleutel, die gegroeide nauwkeurigheid, dat toegenomen gevoel voor details, is dit nu mijn opperste vrouwelijkheid als technovrouw?

En mijn laatste project? Als ik de kraan open zet staat het controlelampje op “gesloten”, en andersom. Kennelijk zijn niet alleen bij mij de “draadjes” verwisseld.

Advertenties

Tussen mijn oren

Ik zit nog maar nauwelijks op mijn stoel een paar weken geleden, of mijn VU-psychologe vraagt me even een kruisje te zetten. “Hoe voel je je op dit moment?” was volgens mij haar basisvraag. Ik zet een kruisje bij de 100% vrouw, misschien zelf wel meer dan dat.
Af en toe kijk ik tijdens mijn transitie in de spiegel, bij wijze van spreken dan, en vraag me af of dat wat ik doe, meer of minder, wel zo vrouwelijk is. Heel basaal de vraag van mijn psychologe, hoeveel “vrouw” voel je je nu?
Het is net als met je lesbische geaardheid, er zijn naast die beperkte momenten van opperst gevoel, er zoveel die in niets af lijken te wijken van wat de rest van de mensheid doet. Immers, stofzuigen, dweilen, strijken, de vuilniszak buiten zetten, doe ik toch vooral als mens en niet op haar “pots”.
Zeker in het begin van mijn transitie, toen ik me eindelijk fulltime in mijn nieuwe rol kon verplaatsen was de werkelijkheid van mijn vrouwgevoel er vooral één van verkennen, ervaren, ondervinden. Maar vooral ook was het een spel, een kunstje. Kijken hoe het in haar werk gaat, vrouw zijn, kijken of wat ik bij de nieuwe ervaring voel, ook klopt.
Twijfelde ik ooit? Beslist. Het is niet niets als je je in een andere rol wil hullen, als je meer wil dan een toneelstukje opvoeren. Af en toe keerde ik terug op mijn pad en zette weer wat stapjes richting het begin en draaide me weer om. Het sterkte me, liet zien dat ik de richting op mijn pad juist was. Ik voelde me er beter op mijn plek.
Ik keer me inmiddels al heel lang niet meer om op mijn pad. Voel me zeker en vast. Toch, als ik luister naar mezelf hoor ik wisselende geluiden. Vaak, ik kan zelfs zeggen, steeds vaker, staat er een virtueel kruisje bij 100% vrouw. Toch vraag ik me weleens af hoe dat zit bij een bio-vrouw. Voelt zij zich bij het in elkaar zetten van een IKEA-kastje nog steeds vrouw, of als ze de stoeptegels in de garage aan de kant legt, of de GFTcontainer na een winter intensief gebruik schoonspuit? Natuurlijk voelt ze zich dan nog steeds vrouw, ze heeft immers geen reden om te twijfelen, geen vergelijking, geen dubbel traject. Wat zou ze anders zijn?
Waarom heb ik dat dan nog steeds af toe, dat ik me afvraag hoeveel vrouw ik ben. Dat ik kennelijk er soms wat aan twijfel of ik iets doe als vrouw of als man. Onzin natuurlijk, wat ik doe, doe ik als vrouw, of misschien wel als mens.
Nagelslakken, make-up shoppen, met mijn Lief uit eten, dwalen door Ikea, of gewoon samen flaneren door de stad, stuk voor stuk opperste momenten van vrouwgevoel, wel meer dan 100%. Maar afwassen , opruimen, koffiezetten, boodschappen doen, onkruid trekken, voel ik dat ook als vrouwelijk?
Als ik nog eens nadenk en luister naar mijzelf en mijn Lief, kom ik maar tot één conclusie. Waar, hoe en wat ik ook doe, ik doe het als vrouw. Als man doe ik al heel lang niets meer, ik moet het alleen nog zelf, in de poriën, leren aanvaarden.
Je vrouw voelen heeft nauwelijks meer iets uit te staan met hakken, een rok of make-up. Neen, integendeel, mijn vrouwzijn, zit gewoon tussen mijn oren. Ik moet het alleen nog zelf leren zien, leren voelen.

Wildplassen

“Wild plassen dames” was laatst gedurende een aantal dagen de hoogst scorende “searchstring” waar mee mijn blog werd gezocht. Een specifiek thema dat kennelijk sommige internet gebruikers bovenmatig interesseert. Ik heb er niets mee, snap ook niet helemaal wat iemand bij mij op dat terrein zoekt.

Hoewel?

Na een dag voor overleg over een groot aantal zaken 350 kilometer verderop rijden we de volgende dag weer huiswaarts. Onze route voert over de slingerende en bergachtige wegen die zo kenmerkend zijn voor het Turkse binnenland achter de kust. De wegen zijn, zo buiten het toeristen seizoen nog leeg, alleen wat vrachtauto’s en een enkele personenwagen delen met ons de weg.

Halverwege de dag, het loopt tegen enen, besluiten we op een strook zand/gravel ergens halverwege de helling wat te gaan eten en drinken. Parkeerplaatsen met bankjes en tankstations met mede weggebruikers zijn we al geruime tijd niet meer tegen gekomen. Op een steen, lekker in de zon, een tiental meters van de weg, dekken we onze tafel, thee, yoghurt, muesli, verse aardbeien, ingrediënten voor onze lunch vandaag. Onder ons kruipt het verkeer langzaam tegen de helling omhoog, je ziet ze al minuten lang aan komen. Ook van boven zoeft het verkeer ons tegemoet. We zitten zichtbaar te zitten met onze denkbeeldige picknickmand.

Twee vrouwen op een steen. Er is weinig fantasie nodig om je voor te stellen hoeveel nekblessures we in ons picknick halfuurtje hebben veroorzaakt. Onze oogstrelende aanwezigheid trok in elk geval elke blik, menig nek verrekkend. Eigenlijk is het wel grappig, al die blikkende en toeterende mannen. Ik denk tenminste dat het allemaal mannen waren, vrouwen passeerden er volgens mij niet. Turkse mannen wijken in elk geval hierin volgens mij niet erg af van de rest van de westerse wereld.

Misschien tijd voor een snelheidsbeperking, boven aan de weg van onze berg? Zeker bij die neerrazende X-tonners, wil je toch liever wat minder risico lopen als ze tijdens het kijken, met hun voertuig, in de gevarenzone terecht dreigen te komen.

Na een halfuurtje is het genoegwe pakken weer in. Even verdwijnen we nog achter een struikje en de file is opgelost.

Douche

Nu heb ik me toch de afgelopen maanden, jaren, zelf een hoop vrouwelijks eigen gemaakt, maar iedere keer weer opnieuw heb ik toch weer een verrassende ervaring. Word ik even met mijn neus op mijn nog prille vrouwonhandigheid gedrukt. Vrouwelijk douchen. Nooit geweten dat ik daar zo weinig ervaring mee had.

Onvermijdelijk, na een paar dagen is het toch tijd voor een douche. Op de wal, wel te verstaan, aan boord levert het zo’n hoop vocht op kantoor.
Samen maken we de gang er naar toe. Wel zo gezellig, en als we het goed uitmikken kunnen we zelfs de douchegel nog delen. Eenmaal ontbloot, mijn kapsel hangt aan een haakje, doet zich de vraag voor hoe “warm en koud” in deze douches ook maar weer werkt. Een halfjaar doet veel vergeten zullen we maar zeggen. Terwijl mijn Lief de vraag vanuit haar hokje, in mijn richting werpt, komt het antwoord ons al van een douchehokje verder tegemoet. Een Nederlandse heeft zich daar inmiddels ook ontbloot en is duidelijk meer ervaren op dit gebied. Tenminste het douchewater klatert bij haar al snel hoorbaar neer.

Er ontspint zich een gesprek, van mijn Lief met haar buurvrouw, af en toe draag ik mijn steentje bij. Alles passeert de revue. Maar zelden heb ik zolang legitiem onder de douche mogen staan. Als na een kwartier alle haren en lichaamsdelen zijn gewassen rondt het gesprek zich vanzelf weer af, het babbeltje onder de douche is voorbij, de dames allemaal weer aangekleed, ieder haars weegs.

Een kletspraatje onder de damesdouche. Het heeft wel iets, zo heel anders, voel ik het. Ik kan me tenminste geen kletspraat meer herinneren bij de heren onder de douche, anders dan over zeepjes en wat je daar mee kan doen, of over de vleselijke prestaties van ieders orgaan.

Komende weken nog maar wat vaker douchen, kan ik mijn kletsvaardigheden verder ontwikkelen.

Verhaal

Stealth levend heb je toch af en toe een verhaal nodig. De simpele mededeling dat ik van Venus kom is niet altijd voldoende. Een beetje verleden moet je toch hebben. Eigenlijk kom ik doorgaans, althans in Nederland, wel weg met een levensgeschiedenis die grotendeels op waarheid berust, zij het dat de verhaalbrokken soms wat anders worden belicht. Een verhaal ontstaat vaak meer in de fantasie van de ander, even zwijgen vult een leemte vaak al spontaan in. Selectief invullen en weglaten, aangevuld met feiten die soms in een wat ander licht zijn geplaatst maakt het verhaal af. Mensen hebben nu eenmaal al snel een basisverhaal in hun hoofd als je ze een paar piketpaaltjes aandraagt.

Zo ook in het buitenland. Weer nieuw, na 6 maanden afwezigheid, in de gemeenschap, in het dorp, wordt er toch gezocht hoe men ons kan plaatsen. De combinatie, twee vrouwen op een zeilbootje, roept nu eenmaal veel meer vragen op, dan menig “middle of the road” man-vrouw echtpaar.

Onze sieradenverkoper is vasthoudend. Terwijl de thee met glaasjes naar binnen klokt, wil hij alles weten. Of wij samen hier in Finike zijn? Hoe lang we elkaar al kennen? Al meer dan 35 jaar, sinds de studie tijd, dat is echte vriendschap! Of we allebei getrouwd zijn? Of we in één huis wonen?

Bij dat getrouwd zijn, begint het probleem. Lief C antwoordt ja en ik antwoord veiligheidshalve, neen. Om nu hier de ins en outs van ons schijnbare homohuwelijk uit te leggen, begin ik even niet aan. Waar de man van mijn Lief dan is? Nu worden de kolen echt heet. Mijn Lief lost het op. Geheel naar waarheid, “die is 4 jaar geleden overleden”. Je voelt de man denken, “wat naar, maar wat fijn dat ze die oude vriendschap nog heeft”. Dat het “passed away” misschien wel iets anders mag worden ingevuld ontgaat hem gelukkig. Hij vraagt mijn Lief of ze kinderen heeft, na haar bevestiging bereikt de vraag mij niet meer. Kennelijk ben ik voldoende tussen de coulissen terecht gekomen.

Een nieuw verhaal is geboren. We benutten het de dagen erna als en het zo uitkomt.
Het gekke is, hoe druk ik me ook maak over het verdoezelen van mijn verleden, hoe bezwaard mijn Lief zich ook voelt over het jokken, eigenlijk speelt de vraag bijna nooit. Hoe je je ook mengt in gesprekken, dat verleden speelt, als je er niet zelf om vraagt, eigenlijk nooit een rol.

Toch is het mooi weer een stukje verhaal te hebben, je weet maar nooit wanneer de vraag weer eens naar boven komt.
Voorlopig blijven we gewoon twee avontuurlijke meiden die hun leven delen. Voor de meeste retires om ons heen is dat al mooi genoeg.

Prinses, of Heks?

Didi, my princess, you’re looking so beautiful.

Samen met mijn Lief ben ik een sierradenwinkel ingelokt. Hij is designer zegt ie. De praktijk leert dat hij de kralen in een zelf gekozen volgorde aan het snoertje rijgt. Zeker een uur showt hij alle mogelijke kettingen, oorbellen, arm en enkelbandjes. Terwijl wij nippen van onze thee -”you want some more the?”- draait hij om ons heen. Zijn complimenten kennen geen grens. Didi, my princess, mijn gevoel reist torenhoog. Ja, Turkse mannen, ik smelt bijna weg.

Na een uur pas kunnen we ons losmaken. We bedienen ons van een oude “Hollandse Truc”, we willen er nog even over denken. Wat wil je, onze eerste dag, nog Hollands bleek en onervaren, alleen maar opzoek naar wat groente en fruit voor die dag, laten we ons meteen charmeren en verleiden, suffe trienen als we zijn.

Het regent, het is koud en de rotzooi in ons drijvende huis reikt tot ver boven de keukenkastjes. Dan midden op de ochtend, net als ik weer wat meer ordening wil gaan brengen staan ze daar, twee monteurs klaar om een technisch probleem dat ik niet volledig op kan lossen voor me op te pakken.

Ik zou dankbaar en nederig moeten zijn dat zij zich verlagen mijn probleem op te lossen. Het tegendeel welt in mij op. Moet dat nu echt op dit moment, kunnen jullie niet beter eerst je andere klussen bij ons af komen maken? Moet echt alles uit die berging nu perse de regen in? Is het niet handig eerst aan mij te vragen wat er is en wat ik er al aan gedaan heb?
Neen dus. Vrouwen, weet wel aan wie je het vraagt? Zonder een woord snellen ze met schroevendraaier en meetgeval rond. De door mij in alle haast opgezochte tekening van de bedrading wordt geen blikwaardig gegund.

Ik krijg een rode waas voor mijn ogen. Ik kan dit niet, 35 jaar lang loste ik de technische problemen zelf op, lag ik op mijn buik naast monteurs, ontbrekende kennis aan te vullen. Zorgde ik 40.000 zeemijl samen met mij Lief voor alle techniek. Van Finland tot Kaap Hoorn met multimeter, bahco, schroevendraaier en tang. Ja een “tang” ben ik, denk ik. Het valt me zwaar niet serieus genomen te worden. Het valt mij zwaar als ze zonder overleg aan mijn troetelkind komen. Ik kan dit niet, ik haak hoorbaar af.
Een tang? Een heks? “… my period? De mannen vluchten van boord?

Over een paar dagen proberen ze het weer, dit maal met mijn Lief, die kan er beter tegen, die verhouding tussen Turkse mannen en buitenlandse vrouwen. Ik ga wel een ommetje maken.

Didi, Princess? Heks? Voorlopig het laatste ben ik bang. Ik kan nog niet goed me ze omgaan die Turkse mannen in mijn omgeving.

Zij is een Hij

Vroeg op vandaag. Na een avondlang doorbeulen is een wekker om 05.00 wel op z’n plaats. Gelukkig verlicht de taxichauffeur, het is nog donker, meteen mijn lijden als hij, zoals hij en collega meldt, de dames naar het station toe brengt. Geloofwaardig reizen als vrouw, daar om draait het vandaag.

Eenmaal op Schiphol doe ik nog een poging mijn vooraf geboekte kaartje van geslacht te laten veranderen. Het met grote letters gemelde “Mr” doet pijn aan mijn oog, en vooral raakt pijnlijk mijn hart. Alsof de fout die bijna zestig jaar geleden, in mijn geboorteacte is ontstaan, door niet naar mijn eigen gevoel te vragen, vandaag breed uit gevlagd moet worden. De vriendelijke man achter de balie kan vandaag niets meer voor me doen. Gelukkig kan hij voor volgende vluchten die verafschuwde “Mr” van de boardingpass af krijgen. Ik ben benieuwd of het werkelijk gaat lukken die keer.

Er zijn maar weinig momenten in een jaar waarin ik zo duidelijk geconfronteerd word met mijn rammelende gegevens. Ik schaam me er bijna voor. Dat Mr op mijn ticket, mijn instapkaart, die M op mijn ID, op mijn visum.
Beleef ik dat nu alleen zelf zo? Van balie tot security, is er niemand die er naar vraagt, niemand die die M ziet in mijn gegevens. Ligt het dan echt alleen aan mij. Zie ik dan alleen hoe ik in tegenspraak lijk te zijn, aan de verkeerde kant van de grens.

Speciaal voor de Turkse kant van mijn grensgeschil heb ik zelfs mijn hoofddoekje al klaar liggen in mijn handtas. Als ik dan nog niet genoeg kan overtuigen, samen met mijn nieuwe kapsel, mijn VIVA, mijn oorbellen en lipgloss, weet ik het niet meer.
Nou ja, een extra wapen dan, in mijn handbagage stopte ik op het laatste moment nog mijn sandaaltjes –hak 10 cm +NAP-. Als ik dan nog niet kan overtuigen.

Madam, Welcome in Turkey. Routineus checkt de douanier mijn ID-kaart en visum. Had ik die aardbeienvlek in mijn lies toch nog voor niets gemaakt.

Hij is een Zij. Waarschijnlijk ben ik de enige die overtuigd moet worden.

Vorige Oudere items