Bang

Mijn transitie duurt, weliswaar jarenlang op schildpadsnelheid, al jaren. Op de achtergrond heeft altijd wel angst gespeeld.

Je bent bang voor het verdere verloop van het proces. Wat doet het met je? Of juist met de andere als je weer een stapje verder gaat. Bang dat het uit de hand zal lopen, bang voor consequenties, voor mijzelf, mijn relatie met mijn Lief, de gevolgen voor de kinderen. Opzien tegen de drempels vol angst om het in de omgeving, mijn ouders te vertellen.

Af en toe voel je je als een konijn dat in de koplamp gevangen wordt en van schrik niets meer doet, verstild van angst wacht op wat er komen gaat. En dan, het licht gaat uit…. gebeurt er dus weer een tijd niets. Je dwingt je het lichtknopje te zoeken. De schijnwerper gaat er vanaf, het ooit zo “geplooide” leven rolt weer door. Tot ik me weer in het schijnsel van de koplamp laat vangen. Weer bang ontdekt te worden, bang mezelf niet langer in toom te kunnen houden, bang voor wat er ooit nog komen gaat.

Een rit in de auto geeft ruimte voor een diepgaande gesprekken. Gelukkig voor de diepgang van het gesprek is de reistijd in de file nu tijdens de voorjaarsvakantie slechts 7 kwartier.

Geïnspireerd door een aantal contacten de laatste tijd -trans en niet-trans- pakken we het wondere thema, wie valt op wie of wat en waarom, op. Het vraagt een nieuwe mindset, voor mensen buiten mijn nauwe omgeving, misschien wel wezensvreemd. Het is als twee zwanen die elkaar na een korte periode van afwezigheid in de vijver weer ontmoeten. Zo Lief en vertederend.

Het besef dat in een schijnbaar ooit heterorelatie, de band met elkaar toch zodanig is dat het geven om elkaar, als ware panseksueel, prevaleert en je zonder het bewust te zijn samen in een schijnbaar lesbische relatie groeit. Ik val nog steeds op vrouwen, en mijn Lief… die groeide met me mee. Hoewel schijnbaar? Het voelt gewoon goed.

In gesprek met twee andere transvrouwen komt het thema vergelijkbaar terug, de een sluit niet uit straks toch weer een manlijke partner te zoeken, de ander valt op vrouwen. Voorlopig hebben ze vooral elkaar. Het is lief en vertederend. Toch is de angst bij ons nog steeds niet weg, nog steeds ben ik bang mijn Lief te verliezen of zoals mijn Lief, bang dat ik uiteindelijk toch voor een andere vrouw kies en zij voor mij. Jarenlang, misschien wel dertig jaar, heeft die angst er voor mijn Lief in gezeten, voor ik zo nadrukkelijk voor mijn vrouwelijke voorkeur uitkwam. De angst dat ik uit eindelijk toch voor een man zou vallen.

In de discussie rond de SRS, in Nederland, of elders speelt naast het thema functionaliteit, zeg maar werkt alles naar behoren, nadrukkelijk ook “diepte” “cosmetisch resultaat” en “gevoel” een rol. Bij Dr Suporn, in Thailand, geef je er in het voorgesprek zelfs een ranking aan. Diepte, om toekomstig gebruik niet uit te sluiten. Wat voor mij het belangrijkst is, overdenk ik nog. Komt vast nog wel eens terug in een blog.

Ik spreek een ander dubbel transvrouwen stel, ze wonen samen en zijn smoorverliefd op elkaar, een feest om mee te maken, je wordt er gewoon blij van. Zij hebben duidelijk voor elkaar en een gezamenlijke, ook in de verdere consequenties, toekomst gekozen .

Er is een tijd geweest dat we ons naar de buitenwereld verontschuldigden als we werden uitgenodigd. Alsof we op een uitnodiging reageerden met een “B”oplossing. Ja gezellig, maar ik neem wel mijn vriendin mee. Een soort sorry, alsof je meteen ook de kat meebrengt die erg verhaart. Hoewel je dat verharen nu net van mij niet kan zeggen.
In andere voor de hand liggende situaties worden we gewoon niet meer uitgenodigd. Kennelijk breekt de angst bij een van de partijen door dat we afgeven of wellicht dat we een te grote concurrentie vormen, dat we de vrouw des huizes inpikken of er plots, hoe veranderlijk is de mens, met de heer des huizes van doorgaan.

Neen, wij gaan ons niet meer verontschuldigen. Je neemt ons zoals we zijn, dan maar bang en bevreesd.

Advertenties

Vuil en Verdrietig

In gesprek met een aantal andere Rainbowcity010 vrijwilligers komen we op haatdragende kreten, oproepen, reacties van de ergste soort die je af en toe te horen krijgt. Of het nu homo’s zijn die recht in hun gezicht te horen krijgen “dat ze van de kinderen af moeten blijven”, of transen die maar “beter niet geboren hadden kunnen worden”, “die beter in brand gestoken kunnen worden”, die te horen krijgen dat “behandelen weggegooid geld is, laat ze het zelf betalen”. Het overkomt iedere lid van de LGBT gemeenschap op zijn of haar tijd.
Ik ben naïef. Ik heb het al veel vaker gezegd. Steeds opnieuw als ik onder een nieuwsitem waarop gereageerd mag worden doorklik, schiet ik weer vol. Eigenlijk staat er een waanzinnige roze schutting om mij heen. Tenminste ik voel dat zo. Iedere keer dat ik zo naïef ben om door een kiertje naar buiten te kijken, schrik ik weer van dit stuk van de wereld om me heen. Voel ik me een soort mengeling tussen een toevallig net “ontdekte” resocialiserende pedoseksueel en iemand van te zichtbare buitenlandse afkomst. Voel ik de klap van het “opzouten” in mijn gezicht.
Opeens komt de haat en nijd wel erg dichtbij. Geweigerd worden bij de crematie van mijn vader is er niets bij. Al weken rommelt het op de verschillende fora en binnen Facebook, vrienden worden “gewipt”, forumleden verzocht te vertrekken of trekken ontdaan door sfeer en aantijgingen hun eigen plan. Onder de streep vinden er onaangename spelletjes plaats, worden moderatoren beschadigd, haat campagnes gevoerd. Het raakt me, voelt zo dichtbij en herkenbaar. Het doet me pijn. Lastig die hormonen die het je ineens veel lastiger maken ergens “schouderophalend” boven te staan.,Die maken dat je steeds meer “voelt” bij wat er gebeurt.
En dan ineens, als een spreekwoordelijke steen door mijn ruit, dringt de wereld van buiten plots dwars door mijn roze schutting binnen, raakt mijn huis, raakt mijn hart.
Terwijl ik mijn laptop uitzet om te gaan koken kijk ik nog even in de statistieken van mijn blog naar het aantal hits -3000 in 6 maanden tijd- en de meest gebruikte zoekwoorden waarop mijn blog de laatste dag/twee dagen is gevonden. Trillend en volgeschoten laat ik het mijn Lief zien. Met naam en toenaam, voorzien van intieme details en gore toespelingen tref ik de personalia van mede forum en FB leden.
Gelukkig eten we stampot en kan ik in het toebereidingsproces mijn zoute tranen en agressie kwijt.
Er is een gat geslagen in mijn roze schutting, de plek waar achter ik mijzelf, mijn lief, mijn dierbaren, mijn vriendinnen veilig achtte. Ik slaap slecht, het zit me hoog. Steeds meer dringt tot me door, wat ik heb gelezen en gezien. Iets wat ik feitelijk al wist, maar nog nooit zo dichtbij voelde.
Mijn blog, de intieme informatie die ik deelde met mijn omgeving, is gebruikt om de haatcampagne naar anderen die ik warm in mijn hart draag te voeden.
Ik voel me vies, vuil en vooral verschrikkelijk verdrietig en teleurgesteld. Is dit nu de prijs van het bereid zijn je kwetsbaar op te stellen?

Girl, You’ll Be A Woman Soon

Soms kom er iets onverwachts naar voren. Zelfs al ken je elkaar al meer dan 35 jaar door dik en dun. Of zoals de ambtenaar op ons huwelijk waarschuwde “in voor en tegenspoed”.
Een avondje met een half oog voor de VPRO, een half oog voor sociale media en slechts één “vol” oog voor elkaar. Ik kom wat oude songs tegen in een van mijn “postbussen” . Terwijl ik verder lees en kijk, speel ik ze af.
Carole King, You’ve got a friend. Lief, Vertederend, Intiem, iets voor dit moment. Ik speel het een paar keer. De betekenis, de vibratie dringt diep door.
Dan vind ik Neil Diamond’s Beautiful Noise. Ik zet het geluid harder, mijn Liefs favoriet. Al zoekend vind ik nog iets treffenders, ook van Neil Diamond, Girl, You’ll Be A Woman Soon (1967). Ik was twaalf, rond de tijd dat ik mijn “andere” gevoel bij mezelf begon te ontdekken (en meteen weer verstopte om niet voor “GEK” te worden versleten).
Er rolt een traan, en weer een, en nog meer… Even valt er een stilte. Ik heb een plek geraakt. Ik schuif op en geef mijn schouder, ik snik mee.
Jarenlang, ik wist het gewoon niet, heeft mijn Lief dit gedraaid, grijs!, door twijfels en verwarring overmand. Iedere keer weer als ik haar in verwarring achterliet, mijn andere gevoel me parten speelde, ik haar en de dochters confronteerde met mijn radeloos gedrag, met de vraag hoe ik, we, hier ooit uit zouden kunnen komen.
We draaien het vanavond nog een paar keer, van twijfel en radeloosheid groeien we binnen één song naar trots en zekerheid, het wordt een geuzenlied.
Een lied van verzet en overwinning , Girl, You’ll Be A Woman Soon .

Onder ogen…

Het contrast is te groot. Ik heb het eerder al eens geschreven, als ik onder de douche uit kom raak ik ontgoochelt. Gelukkig is de spiegel doorgaans beslagen. Buitenlandse douches hebben helemaal geen spiegel, pas in de gemeenschappelijke de optutruimte, maar dan heb ik toch altijd wel iets meer aan. De beslagen spiegel laat me raden, ik weet wat ik tussen navel en knie aan zou kunnen treffen. Ik zie het alleen niet, de mist houdt de illusie voor me nog wat langer in stand. Nog een aantal maanden, dan mag de mist optrekken, wordt de illusie niet langer verstoord.
Schrijven, althans mijn soort, is af en toe gebaseerd op het creëren en in stand houden van illusies. Maar zelfs voor mij, en zeker voor mijn Lief, is er een grens.
Als ik de eerste avond mijn nieuw kapsel op de standaard zet valt er een stilte. Even gaat er iets niet goed. Ik heb niet de gewoonte ’s avonds in nachtpon nog in de spiegel te kijken. Dat heb ik de afgelopen paar jaar afgeleerd. Neen , ik heb dat gevoel alleen bij het ochtend gloren, als ik de eerste blik van de nieuwe dag, nog voor ik met mijn hoofddoekje in de weer ga, in de spiegel werp. Ik kijk niet lang, eerder per ongeluk. Gewoonweg omdat bij het binnenlopen van de badkamer de spiegel, nog onbeslagen, me niet te vermijden in de ogen kijkt. Wat ik zie vervult me met afschuw, een kaal hoofd, omringt met een krans van lang rossigbruin haar, als een slechte uitvoering van de beroemde clown Popov.
Al maanden maskeer ik deze desillusie bij het opstaan met een van mijn Buff mutsjes. Toch blijft er altijd nog dat kortstondig moment tussen het ontwaken en het besef, dat het zo niet kan. Tegen elkaar aankruipend delen we onze gevoelens, Lief C en ik. De verschillen aan de rand van de dag zijn te groot, de glimp van de man die ik ooit was breekt op die spaarzame korte momenten te nadrukkelijk door. Even is er D.., de man van vroeger. Dit kan zo niet meer, zo kan ik mijn Lief en mijzelf niet langer onder ogen komen.
Daar zo in het donker, de eerdere illusies weer terugbrengend in gedachte, maken we een nieuwe afspraak. De Buff-mutsjes waarmee ik mijn transitie begon, krijgen een nieuwe en mooiere plek in mijn leven, rechtsboven mijn hoofdkussen, altijd vindbaar bij dag en nacht. Voortaan, na het kortstondig ritueel van het ontdoen van mijn kapsel of losdoen van mijn hoofddoek, zet ik mijn Buff op, tot ergens verderop in de nacht. Vaak blijft ie zelfs de hele nacht zitten. Tegen de ochtend, ver voor een wekker of ochtendgloren, zet ik mijn Buff dan als het nog nodig is weer op, de vrouwelijkheid in standhoudend tot het winters ritueel van het opzetten van mijn kapsel –de UV gedurende 6 maanden in de warme streken tast de kleur van mijn nieuwe kapsel teveel aan- of het knopen van de zomerse hoofddoekjes.
Het beeld van de vrouw in mij raakt steeds beter gevuld, zeker nu dat glorende mannenrand je bij begin en eind van de dag nu ook verholpen is. Weer minder “man van vroeger”, weer neemt de nieuwe vrouw die ik ben, meer plaats in bij mijn Lief. Gelukkig niet alleen als illusie, maar ook in werkelijkheid.

Naïef

Ik heb het al vaker geschreven. Ik ben gewoon te naïef. De laatste jaren, tijdens mijn transitie, merk ik dat ik mijn kritische scherpte kwijt ben geraakt. Het gekke is, eigenlijk ben ik van nature heel achterdochtig, bijna op het paranoïde af, maar tegenwoordig, het lijkt wel of ik nergens meer wat achter zoek.
Het strookt niet met mijn rollen in het verleden. Altijd heb ik in mijn werk mijn vingers nageteld, partners gecheckt, contracten door de wringer gehaald. En nu, sinds ik ben gaan schrijven en mijn transitie begon, word ik overvrouwd door goedgelovigheid.
5 jaar geleden ergens in de rimboe van Oost-Brazilie, op een rivier, mijlen verwijderd van het dichtstbijzijnde dorp, hoorden wij op een nacht geschuifel aan dek. Misschien was dat wel de laatste keer dat ik vol argwaan eerst heb gehandeld alvorens iemand te vragen wat hij, of zij, daar eigenlijk kwam doen.
Het was een hij, tenminste toen hij op het dek van zijn bootje terugbelandde werd me dat duidelijk. Door mij van boord gezet, gaf hij een schreeuw. Met een ferme duw aan zijn bootje -ik was nog niet aan de hormonen, toen kon ik dat nog- en een angstkreet vol “Distancia!” duwde ik met hem ook mijn argwaan van me af.
Bij het uitkomen van mijn vorige boek liep de samenwerking met mijn uitgeverij soepel en prettig. Reden temeer om op die voet door te gaan en de uitgever voor de volgende, kinderboekjes, weer te benaderen. Soepel en vlot komen we tot overeenstemming en wordt het contract getekend. Dan plots blijkt de regel in het contract dat de uitgever zich verplicht de boekjes binnen een jaar op de markt te brengen tot in extreme bewaarheid. Ik ben woest. Het vorige boek (250 blz.) lag na een maand/twee maanden in de winkel, en nu, voor nauwelijks 40 bladzijdes bijna een jaar productietijd! Een zware maand volgt waarin ik mijn naïviteit tot in mijn poriën voel. De nodige telefoontjes en mailtjes later weet ik november naar april te verschuiven. Hoewel ik het nog als erg matig ervaar, is het in elk geval beter dan het eerst is geweest.
Af en toe post ik een vraag of reactie op een van de fora die ik regelmatig bezoek. Zo ook een aantal weken geleden. Binnen dertig uur was mijn onschuldige vraag gegroeid tot een potentiële splijtzwam van formaat. Slechts door de discussie op mijn naïeve vraag op het betreffende forum te sluiten, keerde de rust weer terug. Ik had antwoorden en reacties op mijn kennelijk naïeve vraag, maar de stofwolk die ik veroorzaakte deed me pijn.
Ik volg de fora niet continue, er moet ook nog gewerkt worden tussen het mailen en posten door! Ineens op een avond, als ik ,om niet te vroeg in slaap te vallen, nog wat mail en post in mijn virtuele forumwereld, blijkt de vlam weer eens in de pan geslagen. Net als ik niet mee doe wordt een bitch-fight uitgevochten. Niet de eerste keer, de vorige keer nog maar enkele dagen eerder, werden weer anderen gekneusd. Nog maar enkele weken daarvoor, was hetzelfde al aan de hand. Het doet me pijn, alle kneuzingen van anderen waarom ik geef. Alle gevechten in de posts, al het bitchy handelen, al het “bankschroef”gedrag naar moderatoren. Soms voel ik me een vrouwelijke B-klasse bokser die per ongeluk in de Première League is beland en naïef tussen de klappen door vaststelt dat ze “het” niet aan heeft zien komen.
Het lijkt wel of ik met mijn transitie ook een soort vrouwelijke onschuld over me heen heb gehaald. Een gewaarschuwd mens telt voor twee, zeker voor mij, als vrouw. Het zal me niet meer overkomen overlopen van vertrouwen in de uitgever. Overlopen van onschuld en vertrouwen in de virtuele wereld om me heen.
Een aantal dagen geleden sprak ik een andere uitgever. Ondanks dat de kinderboekjes niet bij hem uitgegeven kunnen worden –hij is er, zeker ook over de afbeeldingen van Erika Flach, heel enthousiast over- wilde hij toch met me in gesprek. Vol scepsis en met een lijst vol kritische punten, vraag ik hem in een volle zaal auteurs, het hemd van het lijf. Hij overtuigt me, op alle fronten.
Volgende keer toch nog maar eens heel kritisch ook een aantal andere aspecten doordenken. De naïviteit verlaten, toch maar wat meer achterdocht in het gesprek. Misschien is dat wel een groei in mijn transitie, gewoon mijn vingers weer wat meer natellen bij wat ik doe.

Dochter

DSC06875bHet is al bijna 15 jaar geleden dat mijn moeder overleed. Mijn contact met mijn broertje en zusjes is afstandelijk, wantrouwend en onprettig. Ik zie ze vrijwel nooit. Hun nieuwe zus is duidelijk niet in goede aarde gevallen. Haaks op mijn gevoelens, maar wel realiteit, is dat ik in lijn met alle mannen in mijn familie een onmiskenbare kaalheid heb meegekregen.
Nu ik in mijn RLE, mijn proefjaar, zit heb ik ineens recht vanuit de zorgverzekeraar op een pruik; “… om als vrouw in de maatschappij te kunnen functioneren..” zegt de verwijsbrief van de VU. Grappig genoeg heeft mijn haar me de afgelopen paar jaar van mijn transitie eigenlijk nooit echt dwars gezeten. Mijn Buff mutsjes en mijn shawls en heel incidenteel mijn “Neckermann”pruik, boden me meer dan genoeg variatiemogelijkheden om een vrouwelijk kapsel te suggereren. Ik denk dat ik sinds 2008 nauwelijks meer zonder muts, Buff of shawltje heb geleefd. Ik voelde me er prettig bij. Die enkele keer dat iemand Lief C minzaam vroeg naar mijn levenskansen op termijn, laat ik maar even buiten beschouwing. De keren in het begin dat iemand me minzaam aanstootte dat de “dames-wc” de andere deur was incasseerde ik genoegzaam.
Toch, zo in eigen land bezig met mijn dagelijkse activiteiten, komt het gevoel wel boven. Het gevoel van weer een nieuw stapje op de “weg naar de vrouw in mij”. Niet meer opvallen met mijn hoofddoekjes, maar gewoon vrouw kunnen zijn te midden van anderen.
Op een regenachtige middag stap ik samen met mijn Lief de haarwerkstudio in. Een advies van een vriendin, ze komt er al tijden tevreden vandaan. Er gaat een wereld voor me open, kleur, stijl. Ik voel me groeien.
Toch gebeurt er iets. Tussen al het halflange, kittig korte, kastanje bruine en blondere toefjes haar, dringt er ineens iets tot me door. Telkens als ik in de spiegel kijk zie ik niet alleen mijzelf, maar vooral ook mijn moeder, mijn jongste zusje. Telkens opnieuw word ik geconfronteerd met mijn verleden. Eigenlijk zien we het allebei op hetzelfde moment. Een verrassing, verbijstering, verwondering. Mijn gevoel schiet heen en weer. Mijn Lief bevestigt wat ik zie. Ik weet niet wat me overkomt. Een enkele pruik leg ik weg, daarmee ben ik -een compliment, dat wel- helemaal een kopie van mijn jongste zusje. Alsof ik haar na-aap.
Langzaam ontstaat een beeld, een rijtje “over-na-denk-pruiken”. Als ik thuis de foto’s nog eens bekijk zie ik de lijnen nog duidelijker. Wat ik ook ga kiezen, ik kies voor mijn afkomst. Een keuze voor de vrouwelijke lijn, de lijn van mijn moeder, mijn zusje.
Samen met mijn Lief neem ik een beslissing. Het jaar voor ons, wordt het “kittig kastanjebruin”.
Een paar uur later zijn de laatste naadjes aangepast. Als ik naar buiten ga, wat onwennig nog, voel ik het gewoon.
Mama heeft er een dochter bij gekregen, haar derde. Onmiskenbaar.

Undercover

We staan naast elkaar aan het fornuis. Zij pureert bietjes voor een ravioli met kruidige buitjesvulling, ik los de gelatine op voor de veel te machtige tiramisu. Het gaat het met je? 14 dagen geleden sprak ik haar voor het laatst; ze is ruim zeven maanden zwanger. “Steeds meer “harde” buiken, je kent het zelf vast ook nog wel. Moet het wat rustiger aan doen, loop nu bij de fysio”. Ik knik, bekkenbodem, instabiliteit. ” Ja, precies”
Het voelt zo gewoon, zo’n gesprek je over de pannen, de boodschappenkar, over mijn tekenpapier, bij de voordeur of op straat. Wat valt er in een transitie nog te doen als je eigenlijk alles al hebt gehad, alle coming-outs achter de rug zijn, al maanden lang nergens meer gemeneerd wordt en eigenlijk gewoon wil gaan doen.
Precies, “gewoon” doen, de vraag is alleen hoe gewoon is gewoon?. Terugkomend vanuit het buitenland probeer ik de draad weer op te pakken, familie, vrienden etc. Tussendoor bezoek ik samen met mijn Lief noodgedwongen af en toe de VU. De zelfdiagnose moet uiteindelijk nog wel bevestigd worden.
Ik geef het voortaan “gewoon” doen, mijn sociale integratie als vrouw, wat meer kader, gewoon doen als oudere vrouw, oma en moeder, vrouwelijke partner. Een actieterrein dat mij waarschijnlijk het best ligt. Nu ik toch al zolang niet meer gemeneerd wordt, moet dat toch lukken. Ik ga “stealth”, onzichtbaar. Anders dan bij de meeste vrienden en kennissen, hoeft verder niemand meer te weten van mijn verleden als man. Niemand vertel ik verder van mijn worsteling als transseksuele vrouw. Alleen als dat, zonder het zo te benoemen, ooit eens in de sfeer van een verhaal zo past. Ik ga undercover, hoewel echt undercover is het niet, het is mijn nieuwe jas. Een jas die ik eigenlijk al tijden draag en nooit meer uit wil doen.
In mijn tekenclubje, zo noem ik mijn dinsdagochtend teken en schilderles maar even, vind ik precies de lotgenoten die bij me passen. De meeste zijn moeder of grootmoeder, verwachten een kleinkind en passen qua leeftijd en leefwereld precies. We tekenen dit keer anatomisch correcte figuren. De opmaat voor het echt tekenen van een persoon. Al snel komt het gesprek op onze eigen maten, hoe de overgang de een tot gewichtsverlies brengt , terwijl de ander juist aankomt. De hormonen vliegen over tafel, typisch mijn ding, ook vol hormonen, ook in een soort overgang, ook mijn gewicht vloog er een paar jaar geleden zo af. Ik babbel leuk mee.
Als een van de mede tekendames op een dag grootmoeder wordt rollen de bevallingsverhalen van de dochters over de tafel, onmiddellijk gevolgd door die van ons zelf. Nou ja, beken ik eerlijk, ik kan geen kinderen krijgen, mijn Lief deed al het werk. Er wordt begrip vol geknikt, de vrouw-vrouw relatie –mijn vriendin- heeft ook meteen haar plek.
Nog geen uur bezig op een kookworkshop en het bevallingsverhaal , andere deelneemsters, loopt al weer keurig in het spoor. Wederom deel ik mijn ervaring, misschien de volgende keer er ook bij vertellen hoe ik om drie uur in de nacht de bevalling bij mijn Lief C zelf maar deed, omstrengeling verhelpen, forceren adem te halen, zorgen dat er nieuw leven kwam in dochterlief. En met succes, nu bijna dertig jaar later is ze, een van de belangrijkste steunpunten onder mijn transitie.
Soms voel ik me alsof ik dans op het slappe koord, stapje voor stapje in een wereld die ik me juist in haar nuances steeds meer probeer eigen te maken, bang te vallen, gericht om voldoende gracieus de overkant te bereiken. Niet vallen en vooral niet opvallen.
Gewoon doen draait niet alleen om mee kunnen praten, de zeden en gewoontes. Het gaat ook om voorkomen en verschijnen. Mijn hoofddoekje, nog niemand heeft, anders dan in het buitenland ooit gevraagd, hoe erg het nu met me is? hoe lang ik nog te leven heb? De juiste toon, de juiste intonatie. Zelfs in het gesprek met mijn omgeving, mijn kook en tekenclubjes, mijn uitgevers lukt het me nog de juiste toon en hoogte te vinden.
Een transitie is een overgang. Een overgang van werelden. Stapje voor stapje maak ik voortgang, kom ik steeds dichter bij mijn doel. Onzichtbaar, onmerkbaar en niet waarneembaar maak ik me mijn nieuwe wereld eigen.

Vorige Oudere items