Blozen

It takes two to tango. Terwijl ik samen met mijn Lief al uren worstel in de keuken met alle gerechten van ons viergangenkerstdiner die avond gaat de telefoon. Handen onder de kraan, afdrogen, telefoon onder mijn kookschort uit mijn broek vissen en … toch nog op tijd.

Maanden geleden legde ik de manuscripten voor twee kinderboekjes bij verschillende uitgevers. Naast mijn eigen uitgever, reageerde ook uitgever B. Na wat nadenken spreek ik met ze af eerst het “gesprek” met mijn eigen uitgever af te ronden. En met succes, de boekjes zijn de dag na kerst definitief ingeleverd.

En nu belt B, niet over die kinderboekjes zegt ie, maar gewoon, of ik niet eens met ze wil komen praten. Een uitnodiging, ik word er verlegen van. Het gesprek klimt op, daalt af, verhit en verkoelt, wat heb ik te bieden, wat willen zij, wat kunnen zij garanderen, wat vind ik daarvan; aanhalen en verwijderen, ik voel me in hun armen. Het is als een dans, van leiden, naar geleid worden van initiatief, naar afwachten en weer terug. We spreken af, wie heeft er nu een agenda in haar schort op dit moment, dat ik een paar data zal doorgeven voor ons gesprek.

Terwijl ik verder ga met een koude salade van gele bietjes, avocado en mango met een dressing van pistachenoten mijmer ik door. Ik voel me net een vrouw die zich schuchter nestelt aan de rand van de dansvloer om daarna avances te maken naar de aanwezige mannen. Een verleiding ten dans gevraagd te worden; en nu nog wel door twee mannen maar liefst. Moet ik mijn aandacht nog gaan verdelen.

Maanden geleden heb ik mijn coming-out geregisseerd bij de verschillende redacties van tijdschriften en uitgeverijen. Eigenlijk een bijna armzalig eenvoudig proces waarin ik gewoon mijn gegevens heb gevraagd te wijzigen en met een kleine verwijzing naar het voorafgaande “…soms neemt de natuur een andere loop..”  mijn transitie liet landen.

De belangrijkste zorg daarna is alleen, althans voor een freelance schrijfster, of iedereen na je bekentenis nog steeds evenveel van je houdt. En nu dan dit, ten dans gevraagd worden door een uitgever die niets van je voorgeschiedenis weet, gewoon als vrouw, met kinder-leuke en reis-avontuurlijke verhalen in haar schoudertas.

Als de voorbereiding voor het diner klaar is en we aan tafel kunnen glim ik nog steeds,ten dans gevraagd worden, nog wel door twee tegelijkertijd;  je zou er van blozen.

Advertenties

Handboek

Ik mis een boek. Eigenlijk zit ik er dringend om verlegen;  het “ Handboek voor de Moderne Passabele Transvrouw”.  Zo’n boek waarin staat hoe het hoort en vooral wat je kan voorbereiden op onverwachte vragen. Af en toe mis ik het toch zo ontzettend. Zelfs mijn Lief heeft het, natuurlijk!, niet naast haar liggen in bed.

Terwijl ik me een avond beijver in het haken, vraagt de dame naast me waar ik ooit het haken heb geleerd. Eigenlijk bedoelt ze “of ik het sowieso eigenlijk wel ooit heb geleerd”, dat gedoe met stokjes, lossen en vasten. Schuchter verklaar ik haar dat ik tijdens de uitleg op school waarschijnlijk niet heb opgelet. Of misschien ben ik er gewoon niet  geweest. De waarheid overigens, de jongens hadden toen vast iets anders, figuurzagen of gym, iets wat echt voor jongens is. “Het werd zeker niet op jouw school gegeven; op de middelbare school dan?” gaat de vraag verder. Ik zie een licht puntje, neen op het lyceum werd dat niet gegeven. Ze herkent het, “nee, ik deed huishoudschool”.

Oef, weer een bijna-barst in mijn passabiliteitsschild voorkomen. Na de bevalling een paar maanden geleden “ nee ik ben nooit bevallen, mijn Lief heeft de kinderen gekregen” heb ik het weer overleeft.

Doen alsof ik passabel ben als vrouw lukt prima, maar het gevaar zit telkens weer in dat hele kleine dingetje, die uitglijder op je toneel van succes. Voortaan moet ik me beter voorbereiden, breien prima, maar wel ervaring met patroon inbreien en rondbreien van de hals, naaien uitstekend, maar wel mee kunnen praten over de zin van de rolzoom, borduren, zelfs een 256-kleuren patroon met mijn ogen dicht, ongesteld, kreun prachtig, maar wel met lekkage op een onverwacht moment, bijkomend van een menstruatiekramp.

Neen het zal nog wel even duren voor ik aanvoel of de daags van te voren bereide gekaramelliseerde saus met room wel of niet in de magnetron kan worden opgewarmd of beter nog au-bain-marie.

Ik moet dringend eens een cursus volgen, een soort tweede kans onderwijs voor vrouwen die de eerste vijftig jaar verstopt hebben gezeten. Weten dat je niet de gelatine blaadjes weggooit, weten hoe je de ramen schoonmaakt met een oude krant; weten hoe je een roux niet laat aanbranden en door hebben dat als iets aan de kook moet worden gebracht op een laag vuur, je al roerend lang op de blubbertjes  kunt wachten.

Voorlopig laat ik het nog even bij de VIVA, als handleiding voor de vrouw in mij, lekker in een hoekje op de bank, mijn knieën opgetrokken onder me; net zo dat mijn rok en panty kuis en decent op hun plaats blijven. M’n  ballerina’s uitgeschopt onder me op de grond, zoals alleen een vrouw dat met haar ballerina’s wiebelend aan een teen kan doen.

Dat wordt wat straks met mijn Lief; wie houdt voor wie de deur open? wie helpt wie als eerst in de jas? Neen, passabel lijken is niet zo moeilijk, om het echt te zijn heb ik toch dat handboek nodig anders glijd ik toch nog eens uit, en plein public.

 

De Beste

Het is de maand van “De Beste”. Groenteboer, slager, bank, website, verzekeringspolis, uitvaartonderneming, je kunt het zo gek niet bedenken of er is altijd wel een “Beste” aan te wijzen. Eigenlijk verdenk ik al die bedrijven er van eigen polls te hebben waarop ze er steevast zelf als beste uitkomen.

Jaren geleden – ik was werkzaam in de zakelijke dienstensector- gebeurde hetzelfde, bijna steevast was er wel een prijs te winnen die, hoe verrassend, vrijwel altijd ook door onszelf gewonnen werd. Klaar voor weer een jaar fonkelen van de “prijs”op de balie van de receptie. Mijn trots zakte weg toen bleek dat ook allerlei concurrenten in staat waren prijzen te winnen; bijna gelijke, vrijwel altijd van weer een ander gezaghebbend koepelorgaan.

Ook op de fora gonst het al tijden; de beste wachttijd, de beste verzekeraar, de beste psycholoog, de beste begeleiding,  het beste ziekenhuis, de beste pruikenleverancier, de beste kledingzaak, de beste chirurg, de beste procedures. Het lijkt wel of ieder een eigen prijs wil uitdelen. De strijd is fel, de argumentatie stevig. Dan weer is Thailand aan de winnende hand, dan weer blijken de Nederlandse resultaten de toets der kritiek het best te doorstaan. Criteria worden opgesteld en bekritiseerd, om al snel weer verlaten te worden en door andere criteria te worden vervangen.

Waar in het gewone leven er voortdurend koepels in het leven worden geroepen die de prijs mogen uitdelen, ontbreekt het er in de transgenderwereld aan. Er zit niets anders op dan de prijzen zelf maar uit te delen; alhoewel, de transwereld is het gewoon niet eens. Geen gekandideerde voor de “beste prijs” is zonder blaam. De fora staan er bol van wat er allemaal beter kan.

Neen, ik denk niet dat er dit jaar al bokalen fonkelen op de balie van de kandidaten. We zijn het er gewoon niet over eens wie de “Beste”is dit jaar; en voor mij zelf?

Misschien moet ik er toch nog een maandje aan toevoegen; Januari in plaats van December als “Beste”maand.  Immers net als ik besluit wie voor mij “De Beste” is, blijkt het geld ineens op. De beste onderhandelaar, de beste patiëntenzorg, het beste financieel beleid?

Ik weet het niet meer.

 

Pfff…

Het is al na enen als ik de stekker eruit trek. In nauwelijks anderhalve dag ontvouwt zich een spoorboekje. Een trajectplanner waar ik voor de kerst niet meer op had durven hopen. Nederland is per 1-7-2014 een nieuwe wet voor de wijziging van het geboortegeslacht rijker, tegelijkertijd heb ik eindelijk mijn “Groen Licht”, half januari begint mijn RLE, mijn proefperiode.

Al maanden worstelt de Eerste Kamer met de wijziging van het Burgerlijk Wetboek op het punt van de aanpassing van het geboorte geslacht. Zo op het oog voor een leek een paar administratieve puntjes, een eenvoudiger procedure en minder ingrijpende voorwaarden. Voor de transgender wereld een belangrijke wetsaanpassing, kennelijk voor de Eerste Kamer ook.

In een vlaag van onbenul dacht ik 9 maanden geleden toen de wet de Tweede Kamer was gepasseerd, “eitje, 1-1-2014” en nog zo iets. In mijn onervarenheid op het punt van het Staatsrecht en de werking van de parlementaire democratie dacht ik zelfs dat het “één dag in de week” college van de Eerste Kamer vooral een zorgvuldigheidstoetsende taak had. Nu 9 maanden later weet ik wel beter. Terugkijkend naar de voorbereiding door Vaste Eerste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie, de antwoorden van de Staatsecretaris en vooral ook de discussie midden december plenair in de Eerste Kamer, vol moties en amendementen, vol stokpaardjes en vooral vol onzekerheden voor de transgender op de publieke tribune, op straat en thuis aan de “beeldbuis”, weet ik inmiddels anders. Hier wordt niet getoetst, hier worden wetten opnieuw gemaakt.

Eerder scheef ik al over de spagaat waarin de transseksueel, levend in de rol van het andere geslacht wordt geconfronteerd in contact met autoriteiten of gewoon bij een simpele blik op zijn/haar eigen identiteitspapier; die confronterende M of V, vaak begeleid door een niet passende foto die riekt naar tijden toen alles nog anders en verstopt was.

Voor de stemming is een voldoende gevulde plenaire vergadering nodig. Het toeval wil dat ongewild de Haagse senator Duivesteijn de taak op zich heeft genomen te zorgen voor voldoende aanwezigen op zijn plenaire show. Na een reeks van schorsingen en interrupties rondom de politieke splijtzwam “Woonakkoord” is het dan eindelijk de beurt aan de kamer om zich tegen enen ’s nachts,  de volgende dag alweer, over de wetswijzigingen in de Transgenderwet uit te spreken; hoofdelijk nog wel.

De spanning stijgt, mijn emoties komen op. Het is ook nog al wat om, als je altijd uitgeput door de Androcur om 21.00 in slaap valt, tot na enen op te moeten blijven. Gelukkig houdt onze verwarming die keurig om 22.00 uur in de nachtstand springt me wakker en vooral koud. En dan, na telling van al die voor en tegen hoofden, blijkt er niets nipt meer te zijn. Een ruime meerderheid steunt de wet; een pak van mijn hart en vooral ook van vele anderen.

Tja, en dan dat spoorboekje. Plots in nauwelijks een minuut dringt het door, midden 2014 de nieuwe wet, kort daarna met een verklaring van een “deskundige” naar de burgerlijke stand en de vergissing uit 1955 kan worden rechtgezet. Het betekent nogal wat, voor de papieren, voor de visa voor het buitenland, voor mijn Lief en vooral ook voor de formele aspecten van “ons” naar de buitenwereld.

Groen licht, eindelijk uitzicht op de correctie van die laatste vergissing in 1955. De start van het proefjaar RLE geeft ineens ook perspectief op het einde ervan en de daarna te zetten stappen op weg naar de laatste fysieke aanpassingen; de SRS.

Het lijkt een kerstpakket, ineens liggen een aantal te nemen stappen op een rij. Pas voor pas, rustig doorstappend kan steeds meer van de “hoe moet dat ooit” kluwen worden ontward en worden opgerold. Een nieuwe uitdaging de komende 18 maanden.

Nog een paar nachtjes…

Midden december komt in de Eerste Kamer eindelijk de “Genderwet” aan de orde – Wijziging vermelding van het geslacht in de geboorteakte-. Een van de uitvloeisels van het “Roze” akkoord.

Er is inmiddels al veel water door de rivieren gegaan bij de voorbereiding van deze wet. Nog maar 28 jaar geleden werd voor het eerst de mogelijkheid in de wet opgenomen het geboorte geslacht te wijzigen; een lange en administratief stevige procedure via de rechter die als belangrijkste eis stelde dat de betrokkene permanent onvruchtbaar zou zijn. In de praktijk was het “ongedaan” te maken steriliseren hiervoor niet voldoende, nee het mes moest stevig in het vlees worden gezet, castratie of wegnemen van baarmoeder en eierstokken. Een ernstige verminking die indruiste tegen allerlei door Nederland geratificeerde verdragen, concludeerde “Europa” al snel.

De nieuwe wet stelt Nederland in staat haar achterstand op dit punt in te lopen door voortaan een door deskundigen te toetsen “overtuiging tot het andere geslacht te behoren” als voorwaarde te stellen.

Ik heb het eerder al eens over mijn “spagaat” gehad; de spagaat die de huidige wet voor mij creëert is vergelijkbaar. Stel ik wordt ooit bij een verkeerscontrole aangehouden door de politie; mijn rijbewijs toont een “echte” man in plaatst van de vrouw die ze aan het stuur treffen. Passeer ik de douane op Schiphol dan scoor ik vreemde blikken, immers een vrouw probeert op een paspoort met een echte M het land uit te komen; daar kan ik in mijn eigen taal nog iets uitleggen, om over de visitatie die mij al eerder is welgevallen nog maar niet te spreken. Een paar uur later als ik het vliegtuig weer verlaat wordt de tongkronkel nog lastiger, hoe leg ik in het Turks, of waar ik ook maar ben aangekomen – vloog vorig jaar eens via Quatar en werd er uitgepikt-, uit dat ik ben wie ik ben, maar lijk op de persoon waar ik gevoelsmatig op wil lijken, maar wel met hetzelfde BSN nummer. Het is dat ze het druk hebben en dat het toch al laat is maar op een dag levert me dit zeker een aantal uren praten en uitleggen op voor ik zo’n moslimland in mag.

In 2014 heb ik voor Turkije een “langer verblijfs”visum nodig; nieuwe pasfoto’s zijn dan noodzakelijk. Een mooie kans, alleen ik moet dan wel met mijn oude paspoort bewijzen wie ik ben; het paspoort zo op het oog van iemand anders, één met een grote M, een man. De bank, verzekeringen, de gemeente, te veel loketten  om op te noemen, allemaal waar die M me hindert in wat ik werkelijk ben.

Over een paar weken moet ik mijn wapenvergunning laten verlengen; “wilt u even de gegevens controleren op hun juistheid” ik hoor het ze al zeggen. Wat denken ze zelf, zal die vrouw aan het loket werkelijk zeggen dat die M er juist staat. Gruwel!!

Ooit komt het wellicht tot die door mij zo gewenste verminkende ingreep, maar in 2014 nog zeker niet, ik moet gewoon nog wachten. Neen, dan maar liever een ingreep met typex en ballpoint.

Nog een paar nachtjes slapen, dan weten we of de wet er komt. Nog een paar maandjes wachten, dan kan ik zonder messen in mijn buik eindelijk zijn wie ik al bijna 50 jaar zograag wil zijn; een vrouw, eindelijk.

Ik ben toch niet gek ….

Soms komen er heftige dingen op ons pad. Wie daar nog geen behoefte aan heeft, hoeft niet verder te lezen. Misschien ooit nog eens in de toekomst.

Je moet wel gek zijn om al die onzekerheden over jezelf en je omgeving op te roepen….  in een van mijn eerdere blogs schreef ik zo iets,  terugkijkend naar de gesprekken over mijn coming-out bij de VU.

Het is zondagavond, wij kijken “Andere Tijden”; dit keer de aflevering over de Transgenderpioniers.

Ergens lees ik dat iemand het programma met tranen in de ogen heeft bekeken. Er zullen er vast meer zijn die dat zo hebben gevoeld. Ik niet, in tegendeel, met een brede glimlach heb ik deze pioniers en de tijden waarin ze leefden bekeken. Je moet wel gek zijn er zo bij te glimlachen.

Een verbijsterende golf van herkenning en vooral erkenning golft door me heen.

Zo eind jaren zestig, begin jaren zeventig, werden transseksuelen nog moeiteloos opgesloten in inrichtingen als psychiatrisch patiënt. Een elektroshock behandeling was naast de nodige onderzoeken en therapieën een oplossing; althans dat werd gedacht. Maar een enkeling had de moed hier aan te ontsnappen, ging leven als de vrouw of man van het eigenlijke gevoel; koos een eigen pad. Een pad dat soms eindigde in Casablanca of, wat later, Londen. Wie zich “gekleed naar de andere kunne” op straat vertoonde liep kans op basis van de lokale politieverordening in de cel te worden gezet.

Het is in dezer dagen, juli 1968, dat ik in de Panorama een artikel trof dat me als dertienjarige buitengewoon raakte. Opeens viel er bij mij van alles op zijn plek; wist ik dat het eindstation van mijn onbestemd gevoel bestond. Het einddoel van een nog niet begonnen reis tekende zich af. Hoewel niet erg bekend met de opvattingen van die tijd hield ik het gevoel lang voor me; met al een lange reeks psychologen, neurologen en psychiaters achter me zou ik wel gek zijn als ik er ruchtbaarheid aan gaf. Beter dat en wachten tot het over zou gaan; mild gek en gestoord dus. Een vlaag van herkenning in “Andere Tijden”, “mijn” Panorama artikel komt letterlijk terug.

Tien-vijftien jaar later vertelde ik het in mootjes aan  Lief C; samen hielden we de “het zal toch ooit overgaan” optie halsstarrig vast. Waarom we toch aan kinderen begonnen? Heel simpel, Liefde en Genegenheid kent geen grenzen en bovendien, al beseften we dat toen nog niet zo, wat is nu mooier en kleurijker dan een “roze”gezin. Immers, ooit zal het toch overgaan.

Het is rond die tijd dat Prof. Louis Gooren met zijn rechterhand Jos voorzichtig aan begon met de experimentele behandeling en begeleiding van transseksuelen –van transgenders en genderdysforen had nog niemand gehoord-.

In de jaren daarna beginnen de sporen heel geleidelijk te convergeren, nauwelijks merkbaar, maar voor wie terugkijkt naar de Andere Tijd, absoluut.

C en ik beginnen steeds meer te beseffen dat wat ik voel en denk, dat wat ik soms niet meer weg kan stoppen, maar steeds niet over wil gaan. Een tv programma, een artikel in een blad, een plotse aandacht voor genderdysfore kinderen. Eigenlijk alles kon het gesprek tussen ons over mijn gevoel opgang brengen; heel geleidelijk schuift het “weten” bij mij door naar “beseffen”. Wat Gooren al wist drong heel langzaam tot me door. Bijna 20 jaar zat de videoband met Goorens oratie, omlijst met de beelden van de transitie van een vroege transgender verstopt tussen mijn “andere” kleding; ik heb hem grijs gedraaid. Wikkend en wegend, de balans in gevoel en zekerheden opmakend, schoven we iedere keer de steen toch maar weer terug op het gevoel. Wars van de
politieverordening stapte ik ook af en toe “in kleding der andere kunne” de drempel over. Verder nog niet, C’s gevoel, de dochters, mijn werk, ouders, talloze overwegingen passeerden telkens weer ten opzicht van mijn “drang en onmacht” de revue. Ik zou wel gek zijn …

Een hutspot van gevoelens, overspannenheid, psychologische consulten en zo brengt mijn steen aan het schuiven; in de blender zo gezegd. Het is 2002/2003, de kinderen studeren buitenshuis , wie weet is nu het moment daar. En dan, de aanmelding bij het genderteam is vrijwel een feit, bedenk ik me nog één laatste keer; ik ben toch niet gek… Beseffen vervaagt naar Realiseren.

Een paar jaar later begint ons buitenlands avontuur; stapje voor stapje, vaak onder het oog van de autoriteiten ontwikkel ik mijn andere ik, de vrouw in mij. C steunt, remt en begeleidt,  vier-vijf jaar lang voeren we een strijd tussen mijn ruimte buitenlands en de zelf opgelegde beperking in eigen land.  Steeds meer knelt het en dan, Ik ben toch niet gek… kom ik er mee voor de dag.

Ik prijs me gelukkig, zeker met de steun van C; Ik kan zijn wie ik wil zijn en bovendien, Ik ben niet gek…, dat is van Andere Tijden.

Hooguit ben ik een vrouwelijke dinosauriër die hoewel “Niet gek…” wel heel lang wikkend en wegend onder haar steen heeft gelegen.

(On)Gewenst?

 

Iets verderop beginnen een paar deelneemsters aan mijn “kerst”kookworkshop bij het afscheid onze kookdocent te zoenen. Mijn adem stokt….?

Maanden geleden, in Turkije, liepen Lief C en ik na de maaltijd het terras af van het restaurant waar we van onze avondpizza hadden genoten. Op de drempel treffen we weer onze ober. Voor ik het weet word ik op beide wangen gezoend –wat prikt zo’n baard-. Lief C treft eenzelfde actie. Confuus van deze confrontatie met de wereld om me heen, en vooral met mijzelf, lopen we wat giechelend weg. In het openbaar in het buitenland schuwen we iedere aandachttrekkende intimiteit  –geen ringen, niet gearmd, geen steelse kusjes- toch kan ik nu even niets anders dan C’s hand vastpakken; een zoen van een man…

Hoewel ik al jaren eerder de virtuele lijn tussen man en vrouw ben overgestoken, was ik me ineens wel heel erg bewust van mijn plek aan de “vrouw”kant van de lijn.

Als de zoeners zijn uitgezoend, is het mijn beurt in het afscheidsritueel. Ik weet het niet! Moet ik nu echt gaan zoenen? Hoe verlaat ik beleeft en vriendelijk dit gebouw? Ik wil geen spelbreekster zijn! Wat is normaal? Ik krijg het ijskoud; waarom sta ik nu zo te miepen?

Ik breek mijn virtuele ijs en stap naar voren; een kordaat uitgestoken hand en “dank je wel….”

Dan loop ik de deur uit. Op straat komen mijn tranen even op. Waarom loop ik nu zo te trillen? Waarom heb ik hier dan niet over nagedacht? Waarom schrik ik zo, als ik zo duidelijk me ineens bewust wordt van mijn plek aan de andere kant van de lijn; van de “hoe hoort het eigenlijk vraag”, die ik duidelijk niet heb voorbereid.

Eerlijk gezegd had ik wel iets kunnen weten; al tijdens de cursus schrok ik iedere keer weer als er zijn hand mijn bil raakte, op mijn schouder lag. Wat ben ik toch een struise kuk; niet gewend aan een vriendelijk joviaal en vast onbedoeld gebaar.

Ik confronteer mijn Lief met mijn twijfel; over de lijn stappen is één, de onbedoelde consequenties aanvaarden is voor mij duidelijk iets anders. Van binnen voel ik me onzeker, dit doet gewoon pijn. Ik wil aardig zijn en niet uit de toon vallen; doe alle moeite de vrouw in mij te spiegelen aan anderen, maar of ik dit wil is toch even de vraag.

Als ik drie dagen later A spreek, een goede vriendin en vooral ervaren “mannenwereld” vrouw, leg ik mijn gevoel bij haar neer. Ze lacht, herkent het en is helder. Ik wist het antwoord wel, maar toch. Niemand verplicht je verder te gaan dan je wil.

Waarom verward het me toch zo; ik wil aardig zijn, en bovenal, vrouw tussen de vrouwen. Maar of ik deze prijs daarvoor wil betalen. Neen, ik ben er nog niet aan toe een mannenhand op mijn achterste of op mijn schouder, laat staan een zoen van zo’n halfwas prikkelbaard.

Vorige Oudere items