Even ….. bellen

Het brengt me uit mijn evenwicht, als of ik, mijn zijn, ontkend wordt door de wilde woeste buitenwereld, telkens als ik een brief of zo aantref aan “de heer”. Een moeilijke situatie, mezelf zijn als vrouw en dan toch telkens weer aan gesproken worden, althans op papier, als man.

Papier is geduldig, de wetgever moet er ook zo overdenken. Eigenlijk is wat ik doe hetzelfde als een rijstebrijberg proberen van buitenaf af te pellen door van binnen uit hapjes te nemen; bijna onmogelijk. Was er nu maar een papier dat je gewoon kan kopiëren, scannen en versturen waarin staat dat mijn geslacht officieel genoteerd staat als “vrouw”. Dat papiertje bestaat, alleen nog niet voor mij.

De officiële procedure, nu anno 2013, is dat na je geslachtsoperatie, een verzoek gedaan kan worden aan de rechter waarin deskundigen verklaren dat je echt nu heel zeker onvruchtbaar bent en waarin je advocaat toont dat je duurzaam als vrouw leeft en de wil hebt dit ook voor eeuwig zo te willen houden -nou ja voor de komende dertig jaar of zo-. Voor mij nog zeker wachten tot 2015.

Lang leek het er op dat in dit tijdrovende en kostbare proces een wijziging zou komen. Al geruime tijd wordt gewerkt aan een wet die dit proces, althans “de administratieve formele wijziging van het geboortegeslacht; de zg Genderwet” eenvoudiger zal doen verlopen. De Tweede Kamer ging in april 2013 akkoord met het wetsvoorstel, in de Eerste Kamer  ontstond echter vertraging, de vaste commissie voor V & J had extra vragen en bedenkingen  en vroeg de Staatsecretaris, Teeven, om nader toelichting. Op zich in ons democratisch bestel prima, zo’n nadere toelichting en heroverweging, maar toch. Het werd stil. Inmiddels zijn we zes maanden verder en er is van de Staatssecretaris niets meer gehoord. Rond deze tijd komt een daarmee samenhangend wetsvoorstel aan de orde in de Eerste Kamer (juridisch ouderschap vrouwelijke partner van de moeder), misschien dat na het oplossen van dit vraagstuk er meer ruimte komt  voor de verdere beantwoording van vragen en behandeling van het wetsvoorstel dat de administratieve wijziging van het geboortegeslacht wat makelijker kan maken.

Als de wet er -ooit- komt, is niet meer de gang van een advocaat langs de rechter noodzakelijk, maar volstaat een zogenaamde deskundigheidsverklaring. En dat is nu net wat ik hoop na mijn diagnose traject bij de VU wat eenvoudiger te kunnen krijgen; al in 2014, dat zou mooi zijn . Zul je natuurlijk weer aan lopen tegen een wachttijd, 18 maanden of zo.

Zoals gezegd, ging het veranderen van je geslacht, je aanspreek titel bij bedrijven, hulpverleners en instanties maar gewoon met een briefje. Een kopietje op de balie en hup de zaak is rond. Neen de werkelijkheid is voorlopig nog complexer, nu dat op de eenvoudige manier nog niet lukt.

Telkens wanneer ik een hulpverlener spreek, de huisarts, de apotheek, de fysio of de tandarts, telkens wanneer een bedrijf of verzekering een brief laat ploffen op de mat, iedere keer als ik een mail krijg; iedere keer opnieuw pak ik het op. Overal waar ik kom laat ik m’n geslachtsaanduiding aan passen, bij de medische hoek is dat zo geregeld, een bedrijf doet dat ook waar je bij staat. Voor banken en verzekeringen ligt dat anders. Zo roepen iets over GBA, de gemeentelijke basisadministratie  -“inderdaad, daar sta ik genoteerd als man, maar dat gaat veranderen. Kunt u het nu alvast in uw administratie doen?”- , ze wijzigen en beloven, verwijzen naar andere afdelingen en moeilijk-moeilijk-moeilijk- maar uit eindelijk doen ze hun best.

Dagen heb ik gebeld met een verzekeraar in het hoge noorden, waarom ik na aanmelding van een nieuwe verzekering als mevrouw, toch als man in hun briefhoofd kom te staan. “duizend maal excuses mevrouw, dat had niet mogen gebeuren”, dan pas ik online mijn privé toegang aan –Mijn …- zoals alle verzekeraars die hebben, keurig ligt er de volgende dag een brief op de mat aan Mevrouw… Prima zul je denken, tot ik mijn mail open en een enquête vind, aan de heer..

Mijn broek zakt af, zeker als ik de volgende dag een opsomming van mijn toekomstige premie verplichtingen aantref, weer aan de heer.

Onthutst bel ik ze weer, mijn vrouwelijke stem laat ze niet lang in twijfel. “neen, vreemd, hier staat toch echt Mevrouw. Een nieuw polisafschrift is op weg naar u”. Ik wacht het nog even af.

De volgende dag is het grote moment; is het ze nu gelukt of gaat het gestuntel door.

Geachte Mevr…. begint het begeleidend schrijven.

Toch gelukt, wie zal ik nu eens gaan bellen?

Advertenties

Verslaafd

Ik ben verslaafd. TV programma’s te over rond dit thema; alleen niet over mijn verslaving. Ik ben verslaafd aan hoofddoekjes, aan shawls.

We kijken samen naar de film What Ever Will Be, een heftige schokkende film over de (non)-relatie tussen de transseksuele Zila die zich een echte trans vindt (wist het al na haar geboorte) en Ilona, een oudere transseksueel, die het al heel lang weet maar er pas een aantal jaren geleden mee voor de dag kwam, -een nep-trans volgens Zila. Hoewel de film me schokt, voor wie zou het nu fijn voelen opeens in het hoekje “nep” geschoven te worden, geniet ik toch. Zila, een Surinaamse, heeft in iedere scene weer een ander hoofddoekje met weer een nieuwe creatieve knoop.

Al jaren voor m’n coming-out droeg ik mutsjes (Buff) en hoofddoekjes, eerst alleen tegen de zon, maar later steeds meer ook om mijn vrouwelijkheid te benadrukken. Ooit aan de andere kant van de wereld werd ik er door een man op gewezen dat ik de verkeerde toilet in liep; de heren in plaats van de dames. Mijn gebloemde Buff, wat vrouwelijker verschoven, was voldoende voor dit voor mij aangename moment.

Zo’n Buff mutsje op je hoofd, zo’n hoofddoek om je haar, ongewild kijken mensen je meewarig aan. Ooit werd Lief C aangesproken door een Amerikaanse, we leefden ergens in de middle of nowhere, die vroeg hoe ver ik was met mijn behandeling; eigenlijk bedoelde ze of ik het ging overleven, mijn chemokuur en resultaat.

Ik ben een oude kale trans, daar valt weinig aan te veranderen, hoewel inmiddels met lang haar. Maar hoe ik ook heb geprobeerd, mijn kruin, mijn inhammen zijn gewoon kaal en niet zo’n beetje ook. Eigenlijk helpt er maar een ding, een pruik. Ik heb er een, een goedkopere, die ook nog aardig staat, alleen ik gebruik hem bijna nooit. Ik heb mijn mutsjes en shawls.

Mijn eerste shawls heb ik gekocht her en der in Oceanië. Pas in Maleisië vond ik mijn Mekka, qua shawls dan. Met zoveel islamitische vrouwen om me heen was het vinden van een wekelijkse nieuwe shawl geen probleem. Lastig genoeg wordt de shawl in het wat traditionele Maleisië vooral als Hijab gedragen, de bedekkende islamitische dracht. Niet direct mijn voorbeeld.

In Turkije tref ik, althans in de steden, meer vrijheid. Hoofddoeken worden frivoler geknoopt en, daar ligt mijn leermoment, af en toe op straat gewoon weer opnieuw geknoopt en vastgezet. Met een van mijn vele haarklemmen erin, alle mogelijkheden voor een regelmatig ander gezicht.

Tot ik Zila zie. Wat zij draagt is een van de vele Afrikaanse hoofddoekknoop stijlen. Weer nieuwe inspiratie. Nu kan ik ze weer op andere manieren gaan knopen. De hele dag oefen ik met de laptop (internet!) op de badkamer voor de spiegel.

Neen, ik blijf lekker bij mijn hoofddoekjes, knopen en haarklemmen; voorlopig mijn handelsmerk; voor mij nog geen pruik, dat komt wel als ik echt oud ben.

Alfa

Onder de koffie komt de gedachtewisseling met Lief C op de vraag “als wat ik een gesprek voer?” Voel ik me al pratend vooral vrouw, voel ik me toch nog steeds af en toe man, of voel ik me vooral mijzelf. In het transitieproces verandert veel, fysiek, emotioneel, gedrag, sociaal; in hoeverre verander je ook je persoonlijkheid, of blijf je bij jezelf en veranderen hooguit een aantal gevoelens en maniertjes? Lastig, we komen er niet zo uit.

In sommige subculturen van de westerse heterowereld is het niet ongebruikelijk van homo en lesbische stellen in te schatten wie nu het “vrouwtje” en wie nu het “mannetje” is. Een domme en stigmatiserende vraag. Al voortkeuvelend tijdens de koffie komen we even op deze vraag. Zou ik voor buitenstaanders “het mannetje” zijn gebleven? Een onzin vraag, we zijn gewoon onszelf. Ieder van ons tweeën heeft van oudsher taken, vervuld een bepaalde rol. Mijn transitie heeft daar wel iets aan verschoven maar in de kern blijft alles toch min of meer gelijk. Wel zo praktisch overigens anders zouden er hele dagen opgaan aan het herverdelen van taken en aandachtsvelden; niets het  “vrouwtje” of het “mannetje” of zo.

Een kennis spreekt Lief C aan. In het gesprek komt het onderwerp op mij als vroegere Alfaman.  Hoewel een ouderwetse Bèta heb ik me met mijn taligheid en belangstelling voor sociale geschiedenis aardig naar een Alfa ontwikkeld; leuk geprobeerd maar dat werd dus niet bedoeld. Neen, het gaat over mijn verleden als een “Bokito” borsttrommelend in de menselijke dierentuin. “Ik vind het moeilijk hem los te zien van de Alfaman, voegt kennis toe naar Lief C. Even weet ze niet wat te zeggen.

Alfaman, het lijkt zover van de realiteit te liggen, sleep ik nu weer die “Schaduw uit het verleden met me mee? Neen, als ik ooit al plezier gehad en gelukkig ben geweest dan heb ik van de Alfastatus toch wel zeer grondig afscheid genomen, 15 jaar geleden tijdens een nogal matriarchaal dominant arbeidsconflict; “Alfavrouw in het kwadraat”, zeg maar.

Vanaf dat moment wist ik het zeker, de empathisch kant, mensgericht en coachend, ligt me veel meer. Korte tijd later vond ik een baan in de ICT, de mega-instroom van Young Professionals, gaf me meer dan voldoende ruimte voor coachen, begeleiden en grootbrengen van nesten vol “jonge honden”. Het is ook in die tijd, nou ja een paar jaar later, dat ik in een periode van economische teruggang, psychische problemen krijg met het tegenovergestelde van mijn rol, namelijk het moeten ontslaan in plaats van grootbrengen. Dan in gesprek met huisarts en psycholoog  open ik me voor het eerst naar derden, geef ik mijn twijfel aan bij mijn genderidentiteit; een vrijwel aanmelding bij de VU is al snel een feit.

Terug aan de koffie, een vraaggesprek met Sara Kroos (cabaretvrouw en VIVA-columniste), nog vers ik het geheugen, blijven we samen nog even kauwen op die vraag “hoe doe je het nu met elkaar” en vooral, wat heeft een ander daar eigenlijk mee te maken.

Sara en haar “Mevrouw”, Lief C en ik, volgens mij lost zich dat gewoon op. Niets met Alfamannetjes en vrouwtjes, maar onderling, op je beider gevoel.

Huilebalk

Ineens gebeurt het weer; plotseling rollen de tranen over mijn wangen.

Ik kijk, net bijgekomen van mijn traditionele avondslaapje –het nieuws van 20.00 mis ik steevast- op de televisie naar Hello Goodbye, gesprekken op Schiphol. Een Turkse vrouw begeleidt een Chinese moslima, een vrouw die 9 jaar geleden de Sinkiang Oeigoerse autonome provincie onvluchtte; het voormalig Oost-Turkestan, de enige Turkssprekende provincie in China. Een diep roerend verhaal, vertaald door de Turkssprekende vrouw, waarin ze vertelt 9 jaar geleden China te zijn ontvlucht, waarbij ze haar 9 maanden oude zoontje, dat haar al was afgenomen, moest achterlaten. Dan worden moeder en kind herenigt; de deuren schuiven open en de negen jaar oude jongen springt in de armen van zijn moeder. Voor het eerst in negen jaar zien ze elkaar.

Het treft me midden in mijn hart, negen jaar je kind niet mogen zien en dan plotseling zijn warmte voelen, zijn adem, zijn geur. En ik, ik houd het niet meer droog. In een tel openen de sluizen, stromen de tranen lang mijn wangen omlaag.

Meer dan vijftig jaar heb ik het droog gehouden; op een paar keer na dan, toen ik in het prikkeldraad mijn been openhaalde, toen mijn konijn dood ging, toen mijn moeder ernstig ziek was en met een brok in mijn keel  bij de geboorte van de dochters. Verder was ik vooral een droogkl…    Tot een paar jaar geleden ik met mijn hormonen begon. Ineens kreeg ik tranen in mijn ogen als ik een Peruaanse vrouw door de goot zag schuifelen, kon ik geen zonsondergang meer zien door mijn tranen regen, sloot ik geen boek af zonder een betraand slot .

Eigenlijk is die uitbraak van tranen één van de gevolgen van mijn transitie die me nog steeds het meest verrast. Af en toe gebeurt het gewoon, midden op straat, op de bank of gewoon in de auto. Soms is het echt verdriet en ben ik emotioneel geklutst zoals na het overlijden van mijn vader toen ik, samen met Lief C, net bezig was mijn laatste “mannen”dingen in een zak voor het Leger des Heils te stoppen; gewoon wat teveel in één keer; uren was ik diep verdrietig van de kaart. Soms is het ook gewoon om niets, zoals toen ik een jaar geleden naar het zelfde programma keek en een huwelijks aanzoek, midden in de aankomsthal van Schiphol me al tot tranen beroerde.

Sinds die tijd, zodra ik een bos bloemen zie, begin ik al met water geven.

Nooit meer Sinterklaas

Ik lig op de behandelstoel bij mijn huidtherapeute. Toen we kennis maakte was het me al duidelijk dat een rok aan doen op een dag als deze niet zo handig is; maar dat terzijde. Terwijl haar Palomar Vectus laser met angstwekkende dodelijke precisie mijn haarzakjes bedreigt, dringt  het ineens tot me door.

NOOIT MEER SINTERKLAAS!

Ik ben niet zo’n sinterklaas aanhanger, maar met een aanzwellende stroom kleinkinderen, is de sint toch wel een serieus item. Wat is een sint nu zonder baard? Met het eerste shot van de laser, alsof een vlijmscherp naaldje even geniepig de haarzakjes belaagd, voel ik ineens de kanteling in mij Sinterklaascarrière.

Het is een apart besef dat je in de periode dat je je voor het eerst als vrouw aan de buitenwereld toont geweldige drempels hebt te overwinnen; drempels waar je vaak dagen, maanden tegen aan hikt en waarbij als het eenmaal zover is en de rook is opgetrokken er eigenlijk in de wereld nauwelijks iets veranderd is. Behalve dan dat ik ineens ging lopen als een poedel, zoals Lief C mij bij die gelegenheden in mijn oor wist te fluisteren.

Neen de echte grote klappen maak je van binnen, drempels die er nauwelijks zijn –ik wil het gewoon graag, het voelt goed!- maar die een veel grotere impact hebben. Hormonen die je lijf echt wezenlijk aanpakken en vrijwel onomkeerbaar zijn, -borsten, taille, afscheid van je lichaamshaar-, emoties die voor iedereen zichtbaar door je lijf scheuren, een veranderende stem –ineens denkt dochterlief aan de telefoon dat ze haar moeder aan de lijn heeft- en nu dan zelfs mijn baard in de verschroeing, haren die tegenwerken worden uitgeroeid, letterlijk met wortel en tak.

Toch even wennen nooit meer op te kunnen voor de rol van Sinterklaas; zeker nu de rol van Zwarte Piet, toch traditioneel een echte helpende vrouwenrol, ook al in de ban dreigt te worden gedaan.   

Bevalling

Passabel zijn, Stealth leven; hoe ver moet je daarmee gaan. Sommige levensessentiële ervaringen zul je als vrouw van mijn soort bij de huidige stand van de wetenschap eenvoudig nooit krijgen.

Tijdens een creativiteitscursus wisselen de aanwezige dames de laatste nieuwtjes over hun kinderen en kleinkinderen uit. Trots op mijn kinderen en kleinkinderen doe ik gretig mee. Vrouwen doen dit nu eenmaal en de enige man heeft de cursus al na een les verlaten; kennelijk was dit vrouwen overschot hem toch teveel.

Met het kraamfeest (zie Gordiaans) nog in de benen en mijn kluivende en sabbelende jongste kleinzoon nog in mijn hoofd, vertel ik mijn mede cursisten hoe groot hij al is geworden na een maand; “grootmoeders” vertellen dit soort dingen nu eenmaal graag. Al snel komen we op de bevalling en naar aanleiding van een live “vriendelijke keizersnede” op tv een paar dagen eerder vertel ik hoe ik samen met Lief C ernaar heb gekeken; een beeld krijgend waarom dochterlief zo enthousiast was over haar “vriendelijke”bevalling 5 weken daarvoor.

Het gesprek kabbelt door en komt al snel op de bevallingen van de verschillende dochters en schhondochters en kort daarna ieders bevallingen jaren daarvoor. Heel voorzichtig voelde ik de vraag al aankomen. De vraag naar mijn eigen bevallen van dochterlief.

Lang hoefde ik niet over de vraag na te denken. “ Ik ben nooit bevallen” antwoord ik met een gezicht dat het midden houdt tussen spijt en berouw. Even is het stil “dat heeft mijn Lief gedaan” vul ik aan. Het gesprek krijgt een andere wending. Kennelijk weten mijn medecursisten het even niet meer.

Beter de werkelijkheid van een bijzondere relatie achterlaten, dan een leugen om z’n best wil denk ik maar zo.

Door de mand…

Al maanden achtervolgt het me, wat nu als ik als vrouw ineens door de mand val?

Onverwacht gebeurt het toch, ik val door de mand; genadeloos, maar wel de andere kant uit.

Al in het begin van het jaar bijt ik een oude vulling kapot. Verblijvend in Verweggiestan duurt het nog tot eind april voor ik er naar kan laten kijken.

Rap legt mijn, al dertig jaar vaste, tandarts een stevige nieuwe vulling in het toch wel heel erg gapende gat. Ondanks de verdoving doet het waanzinnig pijn. Word ik nu naast emotioneel ook nog kleinzerig vraag ik me even af? De dagen daarna blijft de vulling, zo boven op de zenuw, behoorlijk last geven.

Heel langzaam neemt de kou/warmgevoeligheid wat af in de maanden daarna, alleen bij het dalen en opstijgen voel ik de pijn nog; “ een plop” markeert kennelijk het drukverschil.

Al weer een paar dagen terug bijt ik ineens weer eens ongemeen hard op de kies met vulling. Ik ga door de grond. Het is vrijdagavond, dat zul je net zien. Ik bijt me door het weekend –met paracetamol en ibuprofen – heen en hang meteen op maandag ’s morgens vroeg al aan de lijn.

Als de tandarts de zelfde dag nog klaar is met het nieuwe hak en breekwerk, vertel ik dat ik nog wat gegevens wil wijzigen. Hij glimlacht, “hoe zo?”. Och antwoord ik, “ik wil alleen mijn geslacht maar aanpassen en mijn voornaam als dat mag”. Dan moet ie lachen.

Weet je, zegt ie als ik mijn verhaal heb gedaan. Toen je hier in het voorjaar was wist ik het eigenlijk al, ik durfde het alleen niet zomaar te vragen. De assistente beaamt het al bestaande vermoeden. Je was zo anders.

Door de mand gevallen, maanden eerder en ik had het zelf niets eens door.

Vorige Oudere items Volgende Nieuwere items