Rollercoaster

De lucht kleurt grijs en dampig, een herfst dag, donker en kil. Niet echt mijn dag. Vier grote ramen, zuidgericht, laten het daglicht mijn atelier in stromen; mijn zzp-werkplaats. Het geeft een kick, die zon overgoten uren, gevuld met de geur van hooi, landelijkheid en spelende kinderen. Ik geniet ervan, het inspireert en geeft vleugels. Vandaag niet. De mistroostige ochtendflarden remmen mijn gevoel. Ik doe mijn logopedieoefening voor een daglichtlamp, een extra boost om kinderversjes en gedichtjes met de juiste vrouwelijke intonatie uit mijn keel te laten vloeien.

Af e toe breekt mijn gevoel; niet in mijn atelier dit keer, neen, gewoon in de keuken, in bed of op straat. Het is niet de mistigheid om me heen die me hindert, niet echt, maar het is het gevoel van moe zijn, van gevoelsmatige lamlendigheid; af en toe ben ik gewoon murw.

Een aantal maanden ben ik nu a in gesprek bij de VU. Gesprekken om uiteindelijk die felbegeerde erkenning te krijgen; erkenning van een gevoel dat ik samen met Lief C al jaren ken, maar dat geobjectiveerd en tegen het protocol afgezet wat meer tijd vraagt voor het eindelijk haar etiketje krijgt.

Soms maakt zo’n gesprek me moedeloos, voel ik me onzeker en teleurgesteld, zelfs in mezelf. Mijn gevoelens en emoties springen dezer maanden heen en weer. Dan weer piek ik en geniet ik van de zes “projecten”die tegeljker tijd mijn schrijftafel vullen; mijn rollercoastercar brengt me naar tomeloze hoogten. Even later voel ik me plots af remmen; ik voel me me gemangeld en gekwetst door een ervaring, een opmerking, een gesprek. Mijn car stort zich beangstigend in het diepe.

Mijn Lief staat er af en toe ademloos bij, kan het nauwelijks bij houden mijn emoschommelingen als van een pubermeisje dat aanloopt tegen de ouderlijke grens. Af en toe verscheurt het me, dat gevoel dat alles lekker loopt, dat ik een tevreden mens ben en terzelfder tijd dat gevoel herhaald doorgezaagd te worden over mijn alle vroegste gevoelens, 50-55 jaar geleden. Mijn gevoel van voor de jaartelling, althans die van mijn psychologe.

Die vraag naar mijn gevoel, naar wat ik deed, zolang geleden, zet me ongewild toch aan het denken. Speelde ik met maar één meisje? Waren er wel meer voorhanden? De vriendjes waar ik mee optrok, koos ik die zelf of was het een externe keus omdat er binnen mijn actieradius van dat moment gewoon, op dat ene meisje na geen andere keuze was. Welke kleren trok ik graag aan? Waarom geen andere? Waren ze eigenlijk wel voorhanden? Waarom ik een oogvijg kreeg toen ik mijn lange broek met jasje weer eens broekpak noemde. Het komt even niet op tafel.

Ik herhaal me zelf, het zet me aan het denken. Opeens realiseer ik me dat ik wat later in mijn pubertijd een oudere man, een KLM-piloot ontmoette die me mooie kleren gaf en dingen in het vooruitzicht stelde als ik maar met hem mee ging; na een paar keer heb ik het contact, vol kippenvel en inwendige weerstand, verbroken. 45 jaar heb ik het gevoel dat dit opriep weggestopt, niemand heb ik dit ooit vertelt, tot…. mijn karretje weer eens naar beneden suist. Ik vertel het C; voor het eerst van mijn leven. Weer een gevoelsblaasje open gekrabd.

Het maakt me onzeker, in opperste euforie de  trap naar mijn zolderkamer opklimmen, of gewoon de eerste verdieping, balie K bij de VU; even later gevolgd door een afdaling vol emotie, verschrikt, ontroerd of pijnlijk getroffen.

Dan, terwijl de tranen nog drogen, ontvang ik een persoonlijk berichtje; roerend en vol bewondering. Weer een moment van emotie, maar nu vol trots en dankbaarheid. Mijn achtbaankarretje klimt weer de weg omhoog. C staat erbij, rijdt mee in mijn kar; soms machteloos mijn snelheid te beheersen.

Transitie, hormonen, ook na meer dan drie jaar gieren ze nog steeds door mijn lijf. Ooit schreef ik ….er veranderd niets; een vergissing, zeker op het emovlak.

Lief C

Wie bang is voor een blog over relaties of sexuele avances kan beter niet doorlezen; leg het opzij voor een andere keer.

Een regelmatige rollercoaster vol emotie; in duizelingwekkende vaart van euforie naar diepgravende dysforie en terug. Terwijl mijn tranen langzaam drogen, voel ik mijn Lief naast me. Wat doe ik haar aan?

Zo’n 35 jaar geleden fluisterde ik het Lief C in haar oortjes; stukje bij beetje, het voor mij nog zo onduidelijke verwarrende gevoel. Ik koesterde het geheim al wat langer, als een vaag gevoel dat zich in de vroege ochtendschemer van mijn puberteit in nakende contouren aftekende zonder haar details prijs te geven.

Lief C weet, net als ik, van het gevoel, van de twijfel, van de vraag of het ooit nog over zal gaan. Weten! maar Beseffen? Het is als een boodschap zonder uitleg, zonder exegese; voorlopig nog zonder betekenis.

Steeds als het thema opkomt, speelt de vraag weer opnieuw; hoe groot is mijn gevoel? .. en hoe belangrijk? Wat zijn de gevolgen? Waar eindigt dit ooit? We wegen af en schuiven door; voorlopig nog niet… Het is als een tergend langzame carrousel; met iedere omwenteling komt het thema weer langs en iets later, verdwijnt het weer om de bocht, tot na een tijdje …  Lange tijd komen we niet los van de carrousel, zien we geen kans hem samen te verlaten. Een vaag traject van koesteren, van weten door C, van doen door mij, voorzichtige stapjes maakt het wachten aanvaardbaar totdat….

Er gebeurt er iets; een kookpunt, een vertwijfeling, wanhoop! en het geheim ligt bij derden op tafel. Zo kan het niet langer. Wat al werd geweten, wat al lang werd vermoed, is ineens realiteit. Alsof weten dan pas omslaat in realiseren.

Voor veel transgenderstellen stopt hier met een kortsluitingsschok de carrousel. Worden de partners verschillend weggeslingerd. Het aantal scheidingen waar de genderdysforie, de transeksualiteit, de oorzaak van is –althans volgens één van de partners- is gigantisch. Stellen die dit overleven zijn spaarzaam; ze hebben geluk en vooral elkaar.

Af en toe krijgt Lief C de vraag; hoe doe je dit zo zo? Hoe houd je dit uit? Wat betekent het voor jou? Een lastige vraag, immers is dat wat er voor de buitenwereld is veranderd, wel zo veranderd voor mijn Lief. Ooit trokken we bij elkaar in als maatjes, hoewel met ups en downs, de werkelijkheid van nu is niet veel anders; af en toe“vecht”maatjes, bijtertjes hooguit.

Wat Lief C overkomt is niet niets, een transitie doet ook de partner op haar grondvest schudden. Ooit schreef ik de kinderen  “….verder verandert er niets”. Een ernstige vergissing, al wisten we dat toen nog niet. Er is veel dat schuift en verandert; zeker de buitenwereld kijkt je ineens heel anders aan. Met rode oortjes misschien zelfs, immers hoe doen ze het nu dan… of straks. Eigenlijk is de waarheid heel simpel. Mijn ding is al ruim drie jaar al zijn levendigheid kwijt; af en toe krjgt C hulp van Christine; Le Duc wel te verstaan. En straks? Misschien bloeit mijn nieuw orgaan dan wat op, en voor het overige blijft alles bij het oude, knuffelen, strelen, koesteren, zoals voorheen.

Het is wennen ineens anders te worden bekeken; meer dan voorheen rekening houden met de samenleving om ons heen, zelfs reisdoelen worden twijfelachtig, immers of twee lesbiennes straks in het homofobe Rusland nog zo welkom zijn? Zelfs als we samen in een winkel een trui staan te passen moeten we ons leren te gedragen; lastig als we eigenlijk even een beetje stout en ondeugend zijn.

Het is niet eenvoudig jezelf als partner goed te houden als na de grote bekentenis je zwaar uitgevallen behaarde man zich ineens met hakjes in een jurk door de huiskamer beweegt; als een Man. Ik heb het Lief C zowel gemakkelijk als moeilijk gemaakt; de fase “man in jurk”, lees een innieminie korte broek – zo een waarin je je dochter van dertien nog niet los durft te laten- en een spaghetti hemdje met ontsnappende  bh-bandjes heeft bij ons bijna twee jaar geduurd, gelukkig waren we vaak met slechts de gevleugelde Boobies op onbewoonde eilanden. Het “behaarde” deed zich bij mij niet voor laat staan het “zwaar uitgevallen”. Door het hormoongebruik kwam mijn lichaamshaar nauwelijks meer terug, woog ik na een tijd nog maar 63 kilo en verschoof mijn lichaamsvet naar meer vrouwelijker plaatsen.

Dat er regelmatig door omstanders vergissingen werden gemaakt is dankzij mijn Buff mutsjes en shawls niet verwonderlijk; immers de vraag hoe mijn behandeling loopt -chemo dan wel te verstaan- of de terechtwijzing als ik weer naar de verkeerde “heren”wc  of douche dreigde te gaan ligt wel erg voor de hand. Neen, Lief C heeft op dit punt niet met kromme tenen gezeten.  De supersize zonnebril, om even niet te hoeven kijken, kon al snel weer af worden gezet.

Partners, die de transitie doorstaan, die hun eigen transitie gelijktijdig moeten doormaken; die soepel van hij en hem kunnen switchen naar zij en haar, die zonder kromme tenen door het leven kunnen gaan en zelfs de indringende vragen weten te doorstaan.

Zoals mijn Lief; dat soort partners, ze zijn verschrikkelijk zeldzaam.  Dat mag ook wel eens worden gezegd.

 

 

 

 

E is eM Cee kwadraat

E=MC².  Ik ben jaloers op Einstein. Niet alleen vanwege zijn mooie bos wild uitstaand haar. Ik heb mijn kans gemist. Had ik er toch vroeger bij moeten zijn. Hoewel, alles is relatief. Als ik met mijn genderdysforie in die tijd op de proppen was gekomen had ik mijn dagen ongetwijfelt in een gekkehuis gesleten. Alles is relatief.

Relativiteit, relativeren, de brug is snel geslagen. Vraag mij niet de relativiteitstheorie uit te leggen, ik ben al te lang van school en heb nu eenmaal meer verstand van de cultuurhistorische betekenis van honden bij het terugdringen van kannibalisme door missionarissen op vroeg bewoonde Polynesische eilanden in de zeventiende en achtiende eeuw. Zoals gezegd, ik ben te lang van school; zo’n 40 jaar al weer.

In mijn gesprekken met de VU speelt de vraag wanneer wist je het? hoe voelde het? waaraan merkte je het? een belangrijke rol. Gesprekken achtereen worden gevuld met een spreekwoordelijke mangel om mijn verst weggelegen ervaringen, 40, 50, 55 jaar geleden eruit te wringen. Ik voel me als een flinterdun lapje deeg uit een pastamolen in z’n aller smalste stand; 7 standjes lang steeds verder uit geknepen en gerekt.

Euforisch begin ik aan mijn vierde gesprek bij de VU. De standaardopenings vraag bij het begin van het gesprek kan ik trots beantwoorden. Gelardeerd met alle positieve ervaringen net zoals in mijn eerdere blogs, rolt mijn antwoord over de tafel. Het is ook niet niets, nu na 3,5 jaar hrt, na 3,5 jaar uit de kast in het buitenland, na een jaar fulltime leven buiten de kast in Nederland; ik ben er gewoon trots op dat het me is gelukt zodanig geïntegreerd te zijn als vrouw in de samenleving, dat zelfs de vraag of ik ooit makkelijk of moeilijk ben bevallen van de dochters nog logisch lijkt. Zo wil je het vast van me horen straks aan het eind van mijn RLE, vroeg ik mijn psychologe; RLE de periode van een jaar die nog (ver?) voor me ligt waarin je laat zien dat je met je hormonen in staat bent je leven als vrouw te leiden.

En dan is het stil; geen compliment, geen proces versnelling, geen afrondende conclusie in het diagnostisch proces, neen. De “wrongel”ceremonie neemt weer aanvang.

Aan het eind van het uur; dat stevast na driekwartier eindigd, vraag ik toch nog maar eens hoe het nu verder gaat. Heel moeizaam komt er uit dat mogelijk het volgende gesprek, half december het laatste is, dat mogelijk ik dan in het team van begin januari besproken wordt. Neen “helaas een eerder teamoverleg is niet haalbaar,  neen versnellen heeft niet zo’n zin, ik heb geen clienten voor dat overleg, ik ben er dan niet”.

Dat ik met mijn hormonen dan bijna droogsta, ik midden januari mijn laatste pleister zal hebben geplakt, gaat er maar moeizam in. Dat ik het moeilijk vind weer naar de huisarts te moeten voor 1 of 2 maandjes extra is vooral mijn probleem- vorig jaar kostte dit me zes weken-. Ze zegt toe te kijken of het lukt na begin januari iets te plannen met de endocrinoloog; ze zegt zelfs toe te kijken of het lukt al na het volgende gesprek bloed te laten prikken.

Ik ben benieuwd, net als de indruk die ooit gevestigd werd dat na de verplichte wachtlijst voor zijinstromers in het proces zoals ik en bijvoorbeeld mensen die al een eerdere diagnose op zak hebben, een wat versnelde diagnostiek of RLE mogelijk was, moet eerst nog maar eens blijken wat er echt gaat gebeuren.

Wat aangeslagen en uitgeknepen verlaat ik het gebouw. Dit was niet echt wat ik van de dag van vandaag verwacht had. Met de bewoners die door de missionarissen op de vroeg bewoonde polynesische eilanden aantroffen werden, heb ik een ding gemeen; ik kan ze vreten.

Nog bijna een maand voor mijn volgend gesprek, dan wel afrondend?. Een ding heb ik geleerd van die wrongel die mijn hersenpan terug dwingt tot mijn kleuter en lagere schooltijd? Werd je gepest door jongens of door meisjes? Wat voelde je daarbij? Ik voel maar een ding; uitgeknepen, ik laat maar even in het midden of het is door een man of een vrouw, voor daar nu ook weer betekenis aan wordt gehecht. Zoals gezegd, een ding heb ik in de gesprekken wel geleerd.

Gerelativeerd; wat is nu nog twee maanden wachten? –en daarna nog een RLE jaar, een wachttijd voor verder chirurgische ingrepen, een half jaar of een jaar voor ik eindelijk die M in een V in mijn paspoort mag veranderen, en.., en..- . als ik daarna nog bijna dertig jaar van het resulaat mag genieten. Zo gerelativeerd is al dat wachten de eerste bijna zestig jaar een makkie geweest.

Of zo als ze dat in het Zuiden des Lands zeggen –fonetisch, althans-  ene gij geleuft dat..?

Weg kwijt

Ooit was ik een gestructureerd mens. Verstopte ik iets dan kon ik het vinden. De stapels op mijn bureau hadden nauwelijks geheimen; tenminste voor mij. Jarenlang zocht ik mijn weg door het land op mijn geheugen, desnoods ondersteund door een printje van Google Maps. Voor echte nood had ik een Shell-stratenboek in mijn auto. Met het boek op mijn schoot vond ik dan mijn weg, zelfs in het midden van een stad als Amsterdam.

En nu? Ik ben mijn hoofd kwijt. Pas als ik een route heel vaak rijd, vind ik hem terug; een printje uit “Maps” helpt me geen kant meer op. Het is een raar verhaal; Lief C geniet ervan. Jaren kon ik op het water moeiteloos mijn weg vinden, zelfs zonder zon. In een grote stad als Hanoi, met slechts Vietnamese straatnaamborden, kon ik redelijk richting bepalen; de optelsom van “bochten rechts” en “hoeken links” bracht ons waar we heen wilden gaan. Zelfs als we op ons pad weer eens over de Evenaar gaan kan ik nog steeds de zon volgen die voor me of achter me, boven me,  noordelijk of juist weer zuidelijk van me staat.

Tot een paar jaar geleden mijn vervrouwelijking om zich heen weet te grijpen. Opeens ben ik alles kwijt. Slaag ik er niet meer in op basis van de zon mijn richting te begrijpen. Verklaar ik doodleuk de route naar het westen als de ideale route, tot Lief C me weer terug op aarde brengt. We moeten naar het oosten. Het is beschamend, nog geen duizend jaar geleden vonden de Polynesische zeevaarders op zon, vogels, golven en gevoel hun weg over duizenden mijlen; en ik? Ik stuntel gewoon maar wat.

Terwijl de taxi die ons in Maleisië naar het vliegveld brengt met draaiende de motor op de kade wacht, ben ik ineens de huissleutels kwijt. Een half uur later besluit ik het er maar bij te laten. Pas bij de gate vind ik ze terug; in de bovenklep van mijn rugzak –oh ja, nu weet ik het weer-.

Na de zoveelste verdwaalpartij is het genoeg, voor Nederlands gebruik kopen we een soort tomtom, een aardige dame brengt ons vanaf dat moment weer thuis.

Zijn het de hormonen? Of word ik uit sociaal emotioneel kameleontisch vrouwelijks loyaliteits gevoel zo’n chaoot; ik weet het niet.

Als we op de Margriet Winterfair onze jassen uit de garderobe halen ben ik de garderobe nummertjes kwijt. Pas als ik mijn handtas voor de neus van de dame die ons helpt op de balie heb omgekeerd, vind ik ze terug, naast mijn lipstick en scheerapparaat, open en bloot. Lief C gaat door de grond; een vrouw met een Philishave en zo’n chaos in haar tas, daar wil je niet naast aangetroffen worden.

Neen, ik ben het gewoon kwijt, sleutels , de weg, noem maar op. Alleen in de supermarkt, daar lukt het me steeds beter .

Gewoontjes

Een week gewoon, eindelijk! Hoewel gewoon? Het is buitengewoon.

Het is een vaak besproken thema, “ straks vrouw … en dan?” De vraag draait om wat maakt je gelukkig aan het eind van je transitie; wat ga je met je leven doen als vrouw?” Ik schreef er al eens over. Het antwoord is wat lastig. Ik ga dat dan ook niet proberen te doen. Toch komt mijn leven nu,  zoals ik dat beleef, er aardig in de buurt.

Toen kleinzoon na zijn logeerpartij, een feest!, aan het eind van het afgelopen weekend aan zijn vader kon worden meegegeven, restte er maar een ding. Uitgeput op de bank en, kort daarna, hand aan de ploeg om de door hem gecreëerde bomkrater weer glad te maken.

Het is een vorm van overtreffende trap in het vrouw onder de vrouwen zijn. Mode shoppen en lingerie passen gewoon in de groep, niet gehinderd door blikken van mannen; de stellende trap; je kunt nog ontsnappen zonder iets uit te hoeven leggen. Mijn culinaire feestdagen workshops, mijn schilder en tekencursus, wekelijks een vaste groep vrouwen. Je kunt niet zomaar wegblijven, de vergrotende trap. En dan nu dan de overtreffende trap; een dag met Lief C en duizenden andere vrouwen naar de Margriet Winter Fair. Uren worden we gelaafd, vertroeteld, geëntertaind  en geïnformeerd; voor vrouwen, door vrouwen. Aan het einde van de dag zijn mijn nagels gelakt -“wat heb jij waanzinnig mooie lange nagels”-, heb ik een nieuwe foundation op, klopt mijn mascara en fonkelen mijn lippen; op getut “en plein public”. Op een enkele standhouder na geen vrouw te bekennen; zelfs de bordjes van de mannentoiletten zijn omgehangen.

Tussen het minnen en kozen door slaag ik er zelfs in om te netwerken. Nu mijn “avontuurlijke”reisbijdrages in een van de afvloeiende Sanoma tijdschriften wat in de risico zone komen wordt het tijd de aandacht te verbreden en de bakens te verzetten. Met naast twee nieuwe kinderboeken, ook een tweede reisboek in het voorjaar in de winkel, zoek ik naar wegen om de uitstraling van de boekpresentaties en de recensies wat meer te benutten. Reden genoeg om deze week wat contacten rond nieuwe boekthema’s, illustraties en het verhaal rondom de ervaringen te leggen of aan te halen. Transwoman@Work zeg maar.

Het houd je bezig, denken over het nu, maar vooral ook over de toekomst.

Ik weet het wel, in het NU, maar, voor al ook straks na de transitie, een vrouwenbestaan. Aan de ene kant als ZZP’er, 20 uur in de week –en de rest-  gevuld met onderzoek en creatieve ontwikkeling, schrijven, publiceren en delen en de andere uren als partner van Lief C en (groot)ouder voor de rest van het gezin, vertrouwd met zorgen en koesteren.

Een buitengewone week, eindelijk! Lekker gevuld met de gewone dingen die er voor mij toe doen.

Geglitter

Ik heb nooit veel make-up gebruikt. Mijn laatste wat wildere experimenten dateren alweer van jaren geleden, van voor het begin van mijn coming-out, het tijdperk van mijn “koffer”.  In de koffer zaten de spullen die niet voor andere ogen bestemd waren, zo ook mijn make-up.

Levend in de middle of nowhere, reizend en schrijvend aan mijn boeken, ontbrak, zeker na het begin van mijn hormonen, 3,5 jaar geleden, de noodzaak van een foundation, mijn bruintint was ongeëvenaard; een blos niet nodig, een keer je kop in de wind en je wordt gescrubd bovendien.

Met een babyhuid als een perzik zijn cremè’s  bijna overbodig, op mijn dagelijkse likje dagcremè na. Alleen als we wat netter gekleed een hapje gingen eten, dan ging mijn lipstick onafscheidelijk mee.  Als er iets aangenaams meelift op de hormonen dan is dat wel je jeugdige huid

Toch broeit er iets in mij nu we langer thuis zijn, de feest dagen in het verschiet.

Samen met Lief C laat ik me een middag vertroetelen; als twee pubers nog groen als gras. Stap voor stap leren we onze huid vooraf reinigen, foundations en blush aanbrengen. Een herfst en een lentetype, ieder onze eigen kleur.

Met prachtige ogen en wenkbrauwen kijken we weer een uur later de spiegel weer in.

Nog even de lippen en het resultaat mag er zijn.

Als we aan het eind van de middag de deur weer uitgaan zijn we een avond en een dag make-up rijker; en nog belangrijker, foto’s als bewijs.

Dat wordt wat de komende weken, als we vol glitter en glamour de feestdagen tegemoet kunnen gaan.

 

Eerste keer

Het blijft spannend zo’n eerste keer. Een eerste keer naar buiten, over de straat, naar een winkel toe. Vandaag is het zover. In tegenstelling tot al die eerste keren maanden, een jaar, nog langer geleden, heb ik niet wakker gelegen, heb ik geen bergen gezien om tegen op te kijken.

Een dagje kleinkinderen vandaag. Na een bezoekje aan B. mijn logopediste meteen, Lief C en ik, “Oma en Andere Oma” , zonder file door naar dochter en haar kroost.

Het weer lokt om met de jongste even naar buiten te gaan; 7 weken is hij nu, een enorme verandering sinds hij voor het eerst in mijn armen lag. Terwijl z’n moeder met Lief C. achter de naaimachine kruipt, ga ik met de jongste boodschappen doen.

Ingesnoerd in de draagdoek sjouw ik de kleine mee op de wandeling naar de supermarkt. Even pruttelt het nog maar dan is het rustig op mijn buik. Terwijl ik rustig voortstap valt de kleine man lekker in slaap,kennelijk herinnert mijn hartslag hem voldoende aan dochterlief. Ooit sliep zij lekker in de draagzak op mijn rug, nu dertig jaar later liggen de zaken anders.

De straat is nog nat, voor het eerst van mijn leven moet ik voorzichtig lopen op mijn hakken. Je moet er niet aan denken, zoveel kostbaars voor je buik en dan vallen.

In de winkel kijkt iemand me teder aan. Telkens als ik even inhoud om iets te pakken, pruttelt de lading in mijn draagdoek. Na het wat liefkozend terugkirren stopt het gepruttel weer.

De mevrouw bij de kassa lacht me vriendelijk toe, of ik mijn bonuskaart bij me heb. Toch wel een voordeel ,een trotse Oma met een baby, nog geen twee maanden oud, in een draagzak voor je buik. Je hoeft geen foto’s meer te laten zien.

Neen, een bonuskaart heb ik niet nodig; de bonus heb ik al binnen voor vandaag. De eerste keer met jong leven voor mijn buik. Een ongeëvenaard de stap op weg naar de vrouw in mij; zeker ook voor dochterlief denk ik maar zo.

Even ….. bellen

Het brengt me uit mijn evenwicht, als of ik, mijn zijn, ontkend wordt door de wilde woeste buitenwereld, telkens als ik een brief of zo aantref aan “de heer”. Een moeilijke situatie, mezelf zijn als vrouw en dan toch telkens weer aan gesproken worden, althans op papier, als man.

Papier is geduldig, de wetgever moet er ook zo overdenken. Eigenlijk is wat ik doe hetzelfde als een rijstebrijberg proberen van buitenaf af te pellen door van binnen uit hapjes te nemen; bijna onmogelijk. Was er nu maar een papier dat je gewoon kan kopiëren, scannen en versturen waarin staat dat mijn geslacht officieel genoteerd staat als “vrouw”. Dat papiertje bestaat, alleen nog niet voor mij.

De officiële procedure, nu anno 2013, is dat na je geslachtsoperatie, een verzoek gedaan kan worden aan de rechter waarin deskundigen verklaren dat je echt nu heel zeker onvruchtbaar bent en waarin je advocaat toont dat je duurzaam als vrouw leeft en de wil hebt dit ook voor eeuwig zo te willen houden -nou ja voor de komende dertig jaar of zo-. Voor mij nog zeker wachten tot 2015.

Lang leek het er op dat in dit tijdrovende en kostbare proces een wijziging zou komen. Al geruime tijd wordt gewerkt aan een wet die dit proces, althans “de administratieve formele wijziging van het geboortegeslacht; de zg Genderwet” eenvoudiger zal doen verlopen. De Tweede Kamer ging in april 2013 akkoord met het wetsvoorstel, in de Eerste Kamer  ontstond echter vertraging, de vaste commissie voor V & J had extra vragen en bedenkingen  en vroeg de Staatsecretaris, Teeven, om nader toelichting. Op zich in ons democratisch bestel prima, zo’n nadere toelichting en heroverweging, maar toch. Het werd stil. Inmiddels zijn we zes maanden verder en er is van de Staatssecretaris niets meer gehoord. Rond deze tijd komt een daarmee samenhangend wetsvoorstel aan de orde in de Eerste Kamer (juridisch ouderschap vrouwelijke partner van de moeder), misschien dat na het oplossen van dit vraagstuk er meer ruimte komt  voor de verdere beantwoording van vragen en behandeling van het wetsvoorstel dat de administratieve wijziging van het geboortegeslacht wat makelijker kan maken.

Als de wet er -ooit- komt, is niet meer de gang van een advocaat langs de rechter noodzakelijk, maar volstaat een zogenaamde deskundigheidsverklaring. En dat is nu net wat ik hoop na mijn diagnose traject bij de VU wat eenvoudiger te kunnen krijgen; al in 2014, dat zou mooi zijn . Zul je natuurlijk weer aan lopen tegen een wachttijd, 18 maanden of zo.

Zoals gezegd, ging het veranderen van je geslacht, je aanspreek titel bij bedrijven, hulpverleners en instanties maar gewoon met een briefje. Een kopietje op de balie en hup de zaak is rond. Neen de werkelijkheid is voorlopig nog complexer, nu dat op de eenvoudige manier nog niet lukt.

Telkens wanneer ik een hulpverlener spreek, de huisarts, de apotheek, de fysio of de tandarts, telkens wanneer een bedrijf of verzekering een brief laat ploffen op de mat, iedere keer als ik een mail krijg; iedere keer opnieuw pak ik het op. Overal waar ik kom laat ik m’n geslachtsaanduiding aan passen, bij de medische hoek is dat zo geregeld, een bedrijf doet dat ook waar je bij staat. Voor banken en verzekeringen ligt dat anders. Zo roepen iets over GBA, de gemeentelijke basisadministratie  -“inderdaad, daar sta ik genoteerd als man, maar dat gaat veranderen. Kunt u het nu alvast in uw administratie doen?”- , ze wijzigen en beloven, verwijzen naar andere afdelingen en moeilijk-moeilijk-moeilijk- maar uit eindelijk doen ze hun best.

Dagen heb ik gebeld met een verzekeraar in het hoge noorden, waarom ik na aanmelding van een nieuwe verzekering als mevrouw, toch als man in hun briefhoofd kom te staan. “duizend maal excuses mevrouw, dat had niet mogen gebeuren”, dan pas ik online mijn privé toegang aan –Mijn …- zoals alle verzekeraars die hebben, keurig ligt er de volgende dag een brief op de mat aan Mevrouw… Prima zul je denken, tot ik mijn mail open en een enquête vind, aan de heer..

Mijn broek zakt af, zeker als ik de volgende dag een opsomming van mijn toekomstige premie verplichtingen aantref, weer aan de heer.

Onthutst bel ik ze weer, mijn vrouwelijke stem laat ze niet lang in twijfel. “neen, vreemd, hier staat toch echt Mevrouw. Een nieuw polisafschrift is op weg naar u”. Ik wacht het nog even af.

De volgende dag is het grote moment; is het ze nu gelukt of gaat het gestuntel door.

Geachte Mevr…. begint het begeleidend schrijven.

Toch gelukt, wie zal ik nu eens gaan bellen?

Verslaafd

Ik ben verslaafd. TV programma’s te over rond dit thema; alleen niet over mijn verslaving. Ik ben verslaafd aan hoofddoekjes, aan shawls.

We kijken samen naar de film What Ever Will Be, een heftige schokkende film over de (non)-relatie tussen de transseksuele Zila die zich een echte trans vindt (wist het al na haar geboorte) en Ilona, een oudere transseksueel, die het al heel lang weet maar er pas een aantal jaren geleden mee voor de dag kwam, -een nep-trans volgens Zila. Hoewel de film me schokt, voor wie zou het nu fijn voelen opeens in het hoekje “nep” geschoven te worden, geniet ik toch. Zila, een Surinaamse, heeft in iedere scene weer een ander hoofddoekje met weer een nieuwe creatieve knoop.

Al jaren voor m’n coming-out droeg ik mutsjes (Buff) en hoofddoekjes, eerst alleen tegen de zon, maar later steeds meer ook om mijn vrouwelijkheid te benadrukken. Ooit aan de andere kant van de wereld werd ik er door een man op gewezen dat ik de verkeerde toilet in liep; de heren in plaats van de dames. Mijn gebloemde Buff, wat vrouwelijker verschoven, was voldoende voor dit voor mij aangename moment.

Zo’n Buff mutsje op je hoofd, zo’n hoofddoek om je haar, ongewild kijken mensen je meewarig aan. Ooit werd Lief C aangesproken door een Amerikaanse, we leefden ergens in de middle of nowhere, die vroeg hoe ver ik was met mijn behandeling; eigenlijk bedoelde ze of ik het ging overleven, mijn chemokuur en resultaat.

Ik ben een oude kale trans, daar valt weinig aan te veranderen, hoewel inmiddels met lang haar. Maar hoe ik ook heb geprobeerd, mijn kruin, mijn inhammen zijn gewoon kaal en niet zo’n beetje ook. Eigenlijk helpt er maar een ding, een pruik. Ik heb er een, een goedkopere, die ook nog aardig staat, alleen ik gebruik hem bijna nooit. Ik heb mijn mutsjes en shawls.

Mijn eerste shawls heb ik gekocht her en der in Oceanië. Pas in Maleisië vond ik mijn Mekka, qua shawls dan. Met zoveel islamitische vrouwen om me heen was het vinden van een wekelijkse nieuwe shawl geen probleem. Lastig genoeg wordt de shawl in het wat traditionele Maleisië vooral als Hijab gedragen, de bedekkende islamitische dracht. Niet direct mijn voorbeeld.

In Turkije tref ik, althans in de steden, meer vrijheid. Hoofddoeken worden frivoler geknoopt en, daar ligt mijn leermoment, af en toe op straat gewoon weer opnieuw geknoopt en vastgezet. Met een van mijn vele haarklemmen erin, alle mogelijkheden voor een regelmatig ander gezicht.

Tot ik Zila zie. Wat zij draagt is een van de vele Afrikaanse hoofddoekknoop stijlen. Weer nieuwe inspiratie. Nu kan ik ze weer op andere manieren gaan knopen. De hele dag oefen ik met de laptop (internet!) op de badkamer voor de spiegel.

Neen, ik blijf lekker bij mijn hoofddoekjes, knopen en haarklemmen; voorlopig mijn handelsmerk; voor mij nog geen pruik, dat komt wel als ik echt oud ben.

Alfa

Onder de koffie komt de gedachtewisseling met Lief C op de vraag “als wat ik een gesprek voer?” Voel ik me al pratend vooral vrouw, voel ik me toch nog steeds af en toe man, of voel ik me vooral mijzelf. In het transitieproces verandert veel, fysiek, emotioneel, gedrag, sociaal; in hoeverre verander je ook je persoonlijkheid, of blijf je bij jezelf en veranderen hooguit een aantal gevoelens en maniertjes? Lastig, we komen er niet zo uit.

In sommige subculturen van de westerse heterowereld is het niet ongebruikelijk van homo en lesbische stellen in te schatten wie nu het “vrouwtje” en wie nu het “mannetje” is. Een domme en stigmatiserende vraag. Al voortkeuvelend tijdens de koffie komen we even op deze vraag. Zou ik voor buitenstaanders “het mannetje” zijn gebleven? Een onzin vraag, we zijn gewoon onszelf. Ieder van ons tweeën heeft van oudsher taken, vervuld een bepaalde rol. Mijn transitie heeft daar wel iets aan verschoven maar in de kern blijft alles toch min of meer gelijk. Wel zo praktisch overigens anders zouden er hele dagen opgaan aan het herverdelen van taken en aandachtsvelden; niets het  “vrouwtje” of het “mannetje” of zo.

Een kennis spreekt Lief C aan. In het gesprek komt het onderwerp op mij als vroegere Alfaman.  Hoewel een ouderwetse Bèta heb ik me met mijn taligheid en belangstelling voor sociale geschiedenis aardig naar een Alfa ontwikkeld; leuk geprobeerd maar dat werd dus niet bedoeld. Neen, het gaat over mijn verleden als een “Bokito” borsttrommelend in de menselijke dierentuin. “Ik vind het moeilijk hem los te zien van de Alfaman, voegt kennis toe naar Lief C. Even weet ze niet wat te zeggen.

Alfaman, het lijkt zover van de realiteit te liggen, sleep ik nu weer die “Schaduw uit het verleden met me mee? Neen, als ik ooit al plezier gehad en gelukkig ben geweest dan heb ik van de Alfastatus toch wel zeer grondig afscheid genomen, 15 jaar geleden tijdens een nogal matriarchaal dominant arbeidsconflict; “Alfavrouw in het kwadraat”, zeg maar.

Vanaf dat moment wist ik het zeker, de empathisch kant, mensgericht en coachend, ligt me veel meer. Korte tijd later vond ik een baan in de ICT, de mega-instroom van Young Professionals, gaf me meer dan voldoende ruimte voor coachen, begeleiden en grootbrengen van nesten vol “jonge honden”. Het is ook in die tijd, nou ja een paar jaar later, dat ik in een periode van economische teruggang, psychische problemen krijg met het tegenovergestelde van mijn rol, namelijk het moeten ontslaan in plaats van grootbrengen. Dan in gesprek met huisarts en psycholoog  open ik me voor het eerst naar derden, geef ik mijn twijfel aan bij mijn genderidentiteit; een vrijwel aanmelding bij de VU is al snel een feit.

Terug aan de koffie, een vraaggesprek met Sara Kroos (cabaretvrouw en VIVA-columniste), nog vers ik het geheugen, blijven we samen nog even kauwen op die vraag “hoe doe je het nu met elkaar” en vooral, wat heeft een ander daar eigenlijk mee te maken.

Sara en haar “Mevrouw”, Lief C en ik, volgens mij lost zich dat gewoon op. Niets met Alfamannetjes en vrouwtjes, maar onderling, op je beider gevoel.

Vorige Oudere items