Spagaat

Een ochtend buitenklussen; ik kleed me er speciaal voor aan. Toen ik maanden geleden afscheid nam van mijn allerlaatste mannenkleding heb ik toch nog een stevige spijkerbroek, een fleecetrui en een stoer flanellen mannenshirt achtergehouden. Moeite om weg te doen? Neen, in tegendeel maar ik heb gewoon nog geen vrouwelijk “klus”equivalent. Ik schaam me voor de “oud”fit, het ziet er gewoon niet uit. Niet in het minst door de lompheid van de te ruime kleren –ik weeg inmiddels nog maar 90% van “ooit”-, maar ook doordat het gewoon niet staat. Het slaat als een tang op een varken, ik voel me er vreselijk in. Dit trek ik nooit meer aan, zelfs het allerlaatste stukje mannenkleding gaat weg. Ik weet het zeker.

Naast dat ik me schaam voor mijn verschijning, komt er ook nog iets anders bij. Ik voel me in een spagaat; alsof ik in twee sloten loop die steeds verder van elkaar komen te lopen.

Toen Lief C en ik meer dan tien jaar geleden besloten langzaam aan naar een eventuele coming-out van me toe te werken ontstond de ruimte een toen al 35 jaar oud verlangen naar boven te halen. Vanaf het begin van ons reizen en ons freelance werk heb ik me gaandeweg steeds meer als vrouw ontplooid; in alle vrijheid, niets moet, alles mag, we zien wel hoe ver we komen. Het groeien in de andere rol, de andere kleding, de hormonen, stuk voor stuk keuzes op dit pad. Beslissingen, niet altijd meteen gemakkelijk voor ons allebei, op een pad dat onmiskenbaar ergens naar toe leidde. Steeds opnieuw kozen we ervoor hekken achter ons dicht te laten vallen. Wat naïef, bijna als kinderen, zijn we heel lang blijven stilstaan bij een combi waarin we ons zelf gelukkig voelden van rolpatroon, kleding en lichamelijke veranderingen.

Hoewel ik ruim 10 jaar geleden al praktisch was aangemeld bij het genderteam van de VU, hebben we bij het VU-team  en haar mogelijkheden nooit stil gestaan. Spijtig, maar zo zit het nu eenmaal. Pas toen er vorig najaar een kink in mijn exotische hormonenlijntje kwam, werd het genderteam voor mij belangrijk. Ineens moest ik me, in overleg met de huisarts, gaan aanmelden bij de VU. De na de eerste screening noodzakelijke diagnostiek moest wachten. Pas 10 maanden later bracht de inmiddels gereduceerde wachtlijst me weer naar Amsterdam voor de vraag of ik werkelijk zo echt ben als ik zeg te zijn,  of mijn draagvlak werkelijk stevig genoeg is. Het VU team gaat niet over een nacht ijs. In tegendeel. Zorgvuldig wordt iedere steen in mijn leven gekeerd, wordt achter ieder boom naar bedreigingen gezocht, wordt overal om me heen de grond beproefd op voldoende draagvlak.

Het diagnostisch proces is net begonnen; de komende maanden zullen er ook mee zijn gevuld. Of zij net zo overtuigd zijn van de vrouw-in-mij als ik zelf al jaren ben, is afwachten. Dan pas is duidelijk of ik blijvend toegang krijg tot hormonen, andere behandelingen, geen “M” maar een “V” in mijn paspoort. Ik voel me in een spagaat; als vrouw grotendeels in de samenleving geïntegreerd tegenover ooit bevestigd worden als vrouw en me te “mogen” ontwikkelen. De plek waar ik drie jaar geleden ook al stond.

Af en toe pieker ik over die uitslag over die reeks van maanden. Het zal toch niet zijn dat ik straks geen (h)erkenning krijg, dat al die schepen achter me voor niets zijn verbrand, dat dat draagvlak op zijn fundament siddert als ik met hangende pootjes weer terug naar dat verafschuwde “man-zijn” moet,  dat mijn zo trots ontwikkelde vormen ineens als lichamelijke verminking worden gekwalificeerd. Dat  ik weer terug de kast in moet.

Na maanden, jaren, fulltime in het leven staan als vrouw. Ik moet er niet aan denken; dag in dag uit voortaan weer in mijn te ruime spijkerbroek, mijn fleecetrui, mijn flanellen hemd.

Advertenties

Schuifmof

In de loop van de jaren is ons riool naar de openbare weg wat verzakt. Het kan natuurlijk ook zijn dat mijn huis boven het riool uit begint te groeien. Maakt niet uit, feit is dat de regenpijp langs de muur wat zielig bungelt boven de rioolaansluiting. Het lijkt even of ze elkaar kwijt zijn geraakt; net een relatie, daar gebeurt dat ook wel eens. Kortom een hechtingsvraagstuk.

Ik denk de oplossing te zien; gewoon een gaatje in de grond, een overschuifbaar stukje, zeg maar een schuifmof, over de nog staande resten van de regenpijp uit de grond schuiven en als alles weer op zijn plaats zit de mof weer half terugschuiven over het erboven hangende deel van de regenpijp langs de muur. Vrouwelijke logica zeg maar.

Als ik een uurtje later de lokale bouwmarkt bezoek -ik moet ook een klein ringetje hebben om de aansluiting van mijn douchekop aan de doucheslang druppelvrij te maken- klamp ik een van de medewerkers aan op zoek naar mijn schuifmof; HWA 80 voor insiders. De medewerker komt er niet uit, hij roept zijn baas erbij.

Met een enorm geduld hoort hij mij aan. Hij snapt wat ik wil maar helaas…. het bestaat niet. Vrouwelijk slim maar, tot zijn spijt, niet in-productie. Gehurkt naast het schap, laat hij mij allerlei oplossingen zien. Zelfs dat ik ooit tot tweemaal toe een pvc lijmmof heb uitgeslepen om de mof over de rioolbuis te kunnen schuiven en zo een T-stukje voor een fonteintje in de buis te kunnen voegen zonder het riool van af de straat af te hoeven breken passeert de revue. Hij treft een echte liefhebber dat is duidelijk. Na een kwartier zijn we klaar, er is geen oplossing meer te bespreken. Helemaal tevreden neemt hij afscheid van me onder mijn toezegging het eens goed te doordenken. Volgens mij glimt ie helemaal, een kwartier gesprek op niveau over hwa, pvc en mofjes; met een vrouw nog wel, zijn dag kan niet meer stuk.

Op weg naar de uitgang nemen ik een paar ½ duims ringetjes mee. Mevrouw, u vergeet uw kasbon roept de kassière me nog tot de orde. Ik ben nog helemaal bedwelmd met de geur van pvc.

Thuisgekomen zet ik mijn douche kop weer vast; hij lekt niet meer. Als ik op internet op zoek ga naar mijn schuifmof kan ik hem inderdaad niet vinden. Hij bestaat niet meer. Moet ik toch een andere oplossing bedenken. Ik heb er zin in.

Vrouw of niet; ik kan het nog.

Onder de mensen

Mijn parttime leven in het buitenland geeft behoudens risico’s in minder verdraagzame landen vooral ook veiligheid. Eigenlijk is het vrijblijvend, je bindt je maar heel beperkt. Bevalt het niet, wordt je gemeden of raar aangekeken, dan ben je ook zo weer weg. Ik kan contact leggen met wie ik wil en ook weer vertrekken als ik dat wil. Veilig, vrijblijvend en zonder enige verplichting. Veel contacten zijn vluchtig en maar heel af en toe is het belangrijk om dat wat je vertelt, wat je wil zijn en voor wie, wat meer te regisseren.

Eenmaal terug in Nederland is het verleidelijk dat zelfde spoor te volgen. In de ochtend boodschappen of klussen in en rond het huis, in de middag wat schrijven. Het verhaal hoeft niet meer te worden verteld -Lief C en de dochters met partners weten het, naar de buurt ben ik uit de kast gekomen-. Vrienden, kennissen en wat anderen zijn geïnformeerd en daar blijft het eigenlijk bij. Lekker veilig in mijn zolderkamertje, de wereld lekker anoniem twee verdiepingen lager aan mijn voeten; de brievenbus dicht getimmerd met NEE/NEE, zelfs van de Bart Smit catalogus heb ik geen weet. Ik leef mijn leven anoniem, stealth. Wel zo veilig en comfortabel.

Vandaag heb ik een stap gezet. Ik heb me onder de mensen bewogen, ik ben de deur uitgegaan. Dat klinkt steviger dan het is, maar toch. Zoals ik me in de trein aan niemand hoef voor te stellen, in het vliegtuig alleen bij de balie vertel wie ik ben, zo ben ik ook in het gewone leven weliswaar aanwezig, maar altijd zonder naam, altijd anoniem en verborgen.

Vanaf vandaag is een nieuw spoor ingeslagen door mij. Niet dat ik nu met een groot reclamebord oploop, in tegendeel. Vandaag was de eerste les van mijn teken en schildercursus; voor beginners. Gewoon als vrouw tussen de vrouwen (en een man), maar wel met een naam. Niet meer anoniem en vluchtig om dat het toch maar even is, maar blijvend, met naam en aanspreektitel; Mw. Diederique ….

Drie maanden lang trek ik met mijn medecursisten op, deel al tekenend lief en leed over elkaars teken en schilderkunsten, de aanbiedingen bij de Aldi, de kleinkinderen, de Knip-mode en nog meer. Eindelijk geen voetbal meer of auto’s. Gewoon buiten de deur mezelf kunnen zijn, maar wel met een naam en een gezicht.

Het voelt goed, er komen er nog meer; tripjes onder de mensen. Koken, handwerken, ik zie nog wel wat uitdagingen.

Omgeving

Als ik luister naar andere zusters, transgenders –of van ze lees- bekruipt me iets tweeslachtigs. Dan weer lees ik dat de vrouw in hen het enige belangrijke is. Ik ben wat ik me voel; wat mijn omgeving vindt doet er niet toe. Dan weer lees ik elders dat transgenders het bovenop hun intrinsieke vrouwzijn belangrijk vinden om ook goed in die omgeving te passen.

Mijn gevoel ligt toch vooral bij dit laatste; 100% vrouw, maar wel passend binnen mijn omgeving. Decennia lang heb ik dit al geoefend; vrouw voelen maar zo mannelijk doen dat ik naadloos binnen mijn masculiene omgeving paste. Nu doe ik het anders om, een rijpingsproces, zodanig vrouw zijn van binnen en van buiten, dat mijn omgeving, ook als ze me niet kent, me als een natuurlijke vrouw aanvoelt.

Een paar maanden geleden kreeg Lief C toen ze bij ons in de straat liep, complimenten van een verre buur. We hadden haar al een tijd niet meer gesproken. Lief C werd gecomplimenteerd met haar nieuwe partner die zo intensief met Lief C’s kleinzoon aan het spelen was. Even was het stil, tot er een glimlach verscheen. Die nieuwe partner was ik, spelend met wat ook mijn kleinzoon is. Ze had de nieuwe vrouw van Lief C niet meer herkend; de verre buurman van de laatste 30 jaar.

Het lang weggestopte “vrouw”gevoel -het gevoel te weten wie je bent en het alleen nog niet kunnen laten zien- ontwikkelen tot een volwaardige, ook maatschappelijk aanvaarde, vrouw vraagt tijd. Tijd die net als secondes langzaam weg tikt, maar tegelijker tijd ook in schokken vooruitspringt om dan weer hopeloos lang stil te blijven staan. Tijd waarin die “vrouw vanbinnen” in de verkeerde verpakking heel langzaam naar boven komt, de eerste lagen van haar verpakking verandert –ze gaat zich anders kleden-, waarin haar lichaam zich anders vormt, waarin ze door oefening haar “maniertjes” gaat aanpassen, haar stem vrouwelijker kan laten klinken, haar loopje aanpast. Net zolang tot ook de omgeving de vrouw in haar niet alleen meer accepteert maar ook, een fase verder, zo ervaart.

Voor een van mijn artikelen moet ik in mijn fotocollectie zijn, een aparte harde schijf met tienduizenden digitale  plaatjes. Al bladerend kom ik in mei/juni 2011 foto’s van me tegen; een man met in zich al de groei die bevorderd is door de hormonen -in het eerste halfjaar heb ik om de risico’s die ik nam te beheersen, maar heel geleidelijk de dosis aangepast- Ik zit dan inmiddels op de helft van de reguliere dosis. Een volgende fotostrip laat me zien in een heel andere gedaante, nauwelijks twee weken later, een onmiskenbaar aankomende vrouw die loopt langs de vloedlijn.

In mijn lagere schooltijd, in de Bollenstreek, kregen we een zakje bloembollen om thuis te laten groeien (zg. “trekken”) en bij de bloei te etaleren. Soms voel ik me als zo’n tulp in spé, maandenlang in het donker in de kast, om dan op een mooi moment te voorschijn te worden gehaald en in een afwisseling van invloeden vanuit de omgeving –warmte, liefde en genegenheid- en pit in jezelf uit te groeien tot iets moois.

Gevormd, maar ook verscholen in mijn verleden, koester ik het verleden desondanks. Het is een wankel evenwicht, vergeten wat ooit was –niet alsof je met je voeten in het beton van je verleden bent gegoten, verder mogen  gaan-  maar tegelijkertijd weten dat je fundament wel in dat zelfde verleden ligt. Mijn Linkedin profiel laat mijn verleden en mijn heden “Transwoman, schrijfster van …” zien. Nog een tijdje dan gaat dat Transwoman, een geuzenaam, eraf, dan heeft zijn functie gehad en heeft het mijn “contacten” geholpen bij me te blijven.

Ik heb een gesprek met mijn logopediste. Ze is tevreden, mijn stemgebruik en hoogte prima zo. We oefenen nog even door. Verbaast vraagt ze waarom ik twijfel aan mijn telefoonstem; kennelijk beeld je je soms gewoon iets in. Als ik wegloop complimenteert ze me met mijn baardepilatie; hhhuh, baard? Glimlachend vertel ik haar dat er nog niets is geëpileerd; voor mij is tweemaal per dag scheren voldoende. Het is eind van de ochtend, nog een paar uur dan pas ben ik aan mijn tweede beurt van vandaag toe.

Zoals een bergbeklimmerster zich omhoog werkt in een wand door dan eens een voet in een nauwte achter haar te zetten en dan eens op wrijving haar voet recht vooruit, zo voel ik mijn ontwikkeling als vrouw. Dan weer kom ik een stapje verder op eigen kracht; dan weer is het mijn omgeving die me een stapje verder helpt.

Ontwikkeling in wisselwerking; onmisbaar die twee, eigen kracht en reflectie.

Volgende Nieuwere items