Intermezzo

Een intermezzo, zo voelt het tenminste; als de hoogspanningleiding die twee hoogspanningsmasten met elkaar verbindt.

Een paar jaar geleden schreef ik een verhaal over een eindeloze reeks hoogspanningmasten die zich honderden kilometers lang door een landschap zonder iets slingerde; de verbindende leiding ontbrak, waarschijnlijk al jaren (Retour Kaap Hoorn).

In mijn intermezzo rijgt de leiding de masten aaneen.

De laatste week was druk, twee manuscripten voor kinderboeken afgemaakt en ingeleverd bij mijn uitgever; twee artikelen aangepast en geredigeerd opnieuw ingeleverd bij de redactie van het tijdschrift waarvoor ik schrijf en daarna, op het hoogte punt van de storm, mijn gesprek met bij de VU. Eigenlijk was het ons gesprek, Lief C vergezelt me dit keer bij de psycholoog. Spannend, wat valt er te vragen? wat valt er te vertellen? We hebben een prima gesprek; leuk, vlot en aangenaam.

En dan? Als we naar buiten lopen en de storm ons de isolatieplaten vanaf de gebouwen rondom de parkeergarage toewerpt, ben ik leeg. Pas over vier weken het volgende gesprek; voor mijn gevoel nog heel ver weg.

Een hele maand zonder “vrouw-in-wording” dingen. Je moet er toch niet aan denken. Gelukkig is het niet zo. De komende maand is toch weer goed gevuld met activiteiten op mijn “ontwikkelings”pad.

Wekelijks heb ik mijn tekencursus, de enige man is inmiddels afgehaakt. Met het puntje van mijn tong tussen mijn lippen doe ik mijn uiterste best; laat ik me van mijn creatiefste kant zien en vooral lukt het me de vrouw te blijven, te midden van al die gelijken, die ik pretendeer te zijn.

Een bezoek aan de huidtherapeute levert me een kennismaking op met haar “laserkanon” , over een week wordt de kennismaking voortgezet in een serieus baardgevecht.

Dagelijks oefen ik mijn bovenstem, rijmpjes, letters, lettergroepen, van alles wat. Vrijdag bezoek ik B, mijn logopediste weer, eens kijken wat ze van mijn voortgang vindt.

Er komt nog meer aan, te veel om op te noemen, allemaal oefenmomenten voor de vrouw in mij.

Neen,  de komende maand is goed gevuld met activiteiten, als zwaluwen verder op in de polder op de hoogspanningsdraad. Verbindingspunten aan de horizon, opdeling  van een intermezzo; als een spanningsboog van wat ooit was naar wat later ooit zal komen.   

Advertenties

Simpel

Ik sta in de ijzerwarenwinkel, de beste van de stad. Terwijl ik sta te wachten spreek een man me aan, hij wordt geholpen. Men zoekt iets voor hem op en in die tussen tijd….

Plots spreekt hij me aan, voor hem op de balie een rek sleutelhangers. Hij wijs er op een.

“Vrouwen willen het simpel”. Verrast kijk ik hem aan. “De mijne niet” gaat hij verder. U hebt niet zo’n sleutelhanger? probeer ik voorzichtig, me niet meteen gewonnen gevend.

Neen, antwoordt hij, mijn vrouw … die is niet zo simpel.

Dan ben ik aan de beurt. Ik wil wat nieuwe schroeven hebben voor mijn hardhouten tuinbankje. Kennelijk een lastige klus. Een moeilijke vraag, metrische schroeven voor een exotisch product met kennelijk ook exotische maten.

Bijna een halfuur later verlaat ik de winkel, wanhopig uitgezwaaid door de man die me hielp. Ik zal het bestellen mevrouw, u krijgt een telefoontje, weet nog niet wanneer, een moeilijke maat hè.

Vrouwen zijn niet zo simpel; dat zie je maar weer.

Kabouterdans

Bomberom, bomberom, …

Driemaal daags een dansje. Mijn logopediste B geeft me huiswerk mee. Geduldig kwijt ik me van de opdracht; drie maal daags een dansje en zoveel mogelijk dansend door het bestaan.

Al sinds maanden probeer ik mijn stem vrouwelijker, vooral hoger en “vriendelijker”, te laten klinken. Terwijl ik de verschillende –Amerikaanse- YouTube filmpjes bekijk wordt mee een ding wel duidelijk; luister naar andere vrouwen en probeer wat van hun manier van praten te leren.

Wat nichterig doe ik mijn eerste stapjes. Hoger is niet zo’n probleem aangezien ik met mijn “mannelijk” bereik al aardig in de buurt van het “hogere” stemgebruik zit. Af en toe wordt ik wat teruggecorrigeerd door Lief C, als ik het al te bont maak. Eenmaal terug in Nederland zoek ik toch een wat beter fundament voor mijn oefeningen.

Al oefenend geeft B me een streeflijn mee voor mijn hoger stemgebruik; G#, (Gis), maar hoe toets ik dat thuis nu ooit? Absolatido, Lief C vindt speurend op internet een App. Goud waard blijkt al snel. Terwijl ik praat, zing, voorlees, oefen, schieten de noten op de IPad langs.

Het wordt een sport, de toon op de Gis of hoger te krijgen.

Lalala, lolololo, piederie, piedera, al dansend en springend oefen ik me suf. Steeds leuker wordt het oefenen op mijn hoge stem. Af en toe droom ik mezelf als kabouter die van paddenstoel naar paddenstoel huppelt en zwiert

Het hogere doel voor de oefeningen is meegegeven door B.; zelfs als iemand je ’s nachts aanstoot moet je meteen in je hoge stem de boef kunnen verjagen. Ik ben er nog niet als ik me zelf slaperig en in”Bb” hoor antwoorden “wat is er….?

Nog een paar maanden kabouterdansjes maken.

Meisje

Het moet een natuurlijk proces zijn, zijn moeder is er duidelijk over. Aan de andere kant is ook wel duidelijk dat als zijn jongere broertje op gaat groeien met mij als een “Oma” dat er dan de komende tijd wel iets moet gaan gebeuren. In het voorjaar en zomer hebben we de oudste kleinzoon al een beetje laten wennen aan het anders zijn van zijn Opa. Mijn hakken niet meer uit, mijn onmiskenbaar gewelde shirtjes niet meer weggemoffeld, mijn mutsjes en hoofddoekjes niet meer af.

Op een dag trok hij, onder het luid roepen van Opaaaaaa!, mijn shirtje omhoog zodat ik in mijn bh stond. De avond daarvoor had hij ook mijn hoofddoekje tijdens een stoeipartij al eens in z’n hand. Hij was op onderzoek naar het anders zijn van Opa. Opa, wordt niet zo blij van een bh onthulling in de overvolle supermarkt; Opa is eigenlijk een meisje. Welke naam dan bij die Opa past blijft nog even verborgen.

Pas als we een paar maanden later met hem door Artis lopen oefent hij wat. Dan is het Opa, dan is het “Andere Oma”, hij aarzelt nog.

Als de oudste kleinzoon 3 maanden later zijn broertje zonder luier aantreft, meldt hij zonder blikken of blozen dat zijn broertje een jongentje is. Dochterlief speelt een spelletje met de oudste kleinzoon mee.

“en jij zelf?”, “een jongentje” antwoord hij rap. “en ik?”, “een meisje” volgt al snel. “en papa?”,”een jongentje” antwoordt ie naadloos.

Nu wordt het moeilijker. “En wat is Oma Z” dan?, “een meisje!”. “En Opa Z?” “ een jongentje!”.

Nog een tandje erbij. “En wat is Oma B?”, “een meisje!, flapt er meteen achteraan.

De moeilijkste vraag is voor het laatst bewaard. En wat is “Andere Oma” dan? Even is het stil, je hoort zijn driejarige hersens kraken.

Dan komt het eruit, “Een meisje!”

 

Schaduw

Soms voelt het alsof ik een zwarte mantel draag, een schaduw waar je bijna niet vanaf komt; de schaduw van mijn verleden. Het is vreemd. Tot voor enige tijd was een verleden voor mij iets van zware jongens, van opnieuw een kans geven, van de buurt uit gejaagd worden, van reclassering. Eigenlijk ben ik afgezien van een paar jeugdzondes altijd een lieve jongen, of eigenlijk meisje, geweest. Een visdobbertje bij V&D, een keertje joyrijden met een puch-maxi –daar voelde ik me op thuis-, een joint en een enkele snelheidsovertreding, twintig jaar later, meer heb ik niet op mijn kerfstok.

Toch heb ik een verleden. Ik vraag me af of er voor mijn soort verleden een reclassering bestaat; iets of iemand die je helpt af te komen van dat blok beton aan je been dat je vooruitgang belet.

Bladerend in het boekje “Genderlegs” van Erica de Winter, kom ik het vraaggesprek met Jos Meegens tegen, coördinator van het VU genderteam. Het boekje over “René”, een transman, zijn zoektocht en zijn verwarring, over Erica en vooral over hun beider onstuimige liefde voor elkaar. Het laat heel veel verleden zien, verleden dat vaak helemaal geen rozengeur en maneschijn is geweest.

Als Jos in het vraaggesprek gevraagd wordt wat er nu verandert onder invloed van HRT zegt hij  “persoonlijkheid verandert niet”. Maar, schetst hij een paar regels verder, andere zaken zoals gevoelens worden door de hormonen wel degelijk beïnvloed. Terugkijkend naar drie jaar hormoongebruik rest er maar een conclusie, ik blijf een boef maar wel met meer gevoel.

In de loop van de tijd, naar mate ik me meer met mijn vrouwzijn vereenzelvigde, ben ik veranderd, belangstellingen zijn verschoven, gevoelens 180 graden omgedraaid, het beroep dat ik op mijn omgeving doe heb ik op haar kop gezet. Steeds opnieuw breng ik mijn naasten in verwarring.

Ik ben anders, ik wil anders, ik schreeuw het uit. Ik heb er soms bijna een dagtaak aan.

Het is verschrikkelijk moeilijk, een partner hebben- al meer dan 35 jaar-, een ouder hebben – misschien al wel dertig jaar-, die claimt anders te zijn, anders te voelen en te gedragen en dan niet te gaan meten met een instrument dat geijkt is op de ervaring uit het verleden.

Een nanoseconde kom het even op; zij zal wel….. Natuurlijk, ik ben geen lieverd je geweest. Gehard en geslepen op de steen van de ervaring; geen garantie voor de toekomst.

Heel voorzichtig maken we stapjes. Over mijn kleding, mijn naam, over schaamte of sierraden gaat het al lang niet meer. Alleen nog het ZIJN, het accepteren dat ik anders ben, anders voel, een ander beroep wil doen.

Heel langzaam maken we vooruitgang; maken we die nanoseconde van “het zal wel weer… of zo gaat het nu eenmaal…“ nog beter te beheersen, de gevolgen in te perken.

Omgaan, accepteren en nu dan “opnemen”. Dertig jaar lang vormden de drie vrouwen in mijn omgeving een team; een moeder-dochters gezelschap bij uitstek. En nu dan een vierde, een puber nog, die zich opdringt in het team, vrouw-geworden en nu ook in dit gezelschap om toelating smeekt.

Het is een proces van emoties, van verkeerd begrijpen en toch weer bij elkaar komen; kleine stapjes, we komen er wel.

Voorstellen

We zitten aan de keukentafel met de monteur van onze centrale verwarming. Het systeem werkt niet optimaal en wij willen van hem weten wat er aan gedaan kan worden. Hij doet erg zijn best allerlei mogelijkheden uit te leggen; toch klopt er iets niet. Hij kijkt, kijkt weer weg, hij aarzelt wat, er is iets.

Dan zie ik het; “Ik ben wat veranderd sinds vorig jaar”. Lief C vult aan, ik heb “hem” ingeruild, ze is nu een “zij”.  De man knikt, het gesprek gaat verder.

Al weer bijna een jaar geleden begeleidden wij mijn laatste stappen in de coming-out met een mailtje  met de volgende opening: “….soms rolt een bal anders dan je verwacht; stuiterend uit de kast…”. Later introduceerde ik een wijziging van mijn gegevens, bij een instantie, een bedrijf, een verzekeringsmaatschappij, van Heer, naar Mevrouw, met een zinnetje als “…soms neemt de natuur een andere loop…”.

De maanden van uitkomen voor mijn geaardheid liggen al weer behoorlijk achter ons, wat nog rest zijn de toevallige ontmoetingen, op straat, in de winkel, op minder bezochte plaatsen. We wisselen wat in de aanpak; dan weer stelt Lief C me voor, dan weer introduceer ik zelf de nieuwe “gedaante”.

Reacties zijn vaak positief, soms ook wat wisselend.

Een oudere en verdere buurman staat plots bij ons voor de deur. Ik doe open, hoofddoekje, laarsjes, sieraden en vraag, met mijn inmiddels vertrouwde vrouwelijke stem, wat ik voor hem kan doen. “Heer, uw auto lichten branden nog!”  Dan is hij weg, zich geen raad wetend met de situatie. Ik bedank hem voor zijn attentie.

We moeten duidelijk nog eens bij hem langs lopen.

Er is een commercial op de tv waarin het gevoel van een Alzheimer patiënt wordt geschetst die plots geconfronteerd in een identieke situatie met de zelfde details, maar in een andere vorm gegoten, verward raakt.

Soms voel ik me zo, als de grote verwardster. Verantwoordelijk voor een “krijg nou wat gevoel… Toch beter maar even een handje te helpen.

Vechters

Vechters, bijtertjes. Neen dit is geen schets van onze medelanders, net zo min als een karikatuur van de Iraans-Amerikaanse samenwerking om maar een onvriendelijk thema te noemen.  Neen, dat vechtertje ben ik zelf, of eigenlijk, zijn wij het zelf; mijn Lief C en Ik.

Naast dagen van tranen van vreugd en opperste gelukzaligheid in elkaars armen; van samen het geheim van mijn genderdysforie tientallen jaren als een kasplant laten rijpen en remmen, bewaren tot het moment van de bloei daar is, van beetje voor beetje de stappen in mijn opbloei doorlopen; van schipbreuken voorkomen en oceanen weerstaan, kunnen we het helaas ook anders.

Als concurerende katers, met nagels scherp buiten de poot; als verbale gladiatoren door gaan tot er één werkelijk het loodje legt, zo gedragen we ons af en toe. Niet echt practisch als je elkaar zo hard nodig hebt, op het pad, op weg naar de vrouw in mij.

Misschien een huwelijkse verlamming, een sleur zonder eind, zo’n dag van ronddraaien in kringen van actie en reactie, van “zoek de boef” en “duivelse dialogen”. Tijdens zo’n dag bevinden we ons in een draaimolen, rondjes rijdend achter elkaar aan. Het sloopt zo’n spel van voortdurend achter elkaar jagen zonder elkaar ooit te pakken te krijgen. Zo’n spel met ieder uur opnieuw verliezers, van winnaars geen spoor.

Er is een “hechtings”theorie (EFT), Sue Johnson, die deze wurgende omstrengeling beschrijft. EFT, Emotionally Focused  Therapy geeft een aanpak, aanwijzingen hoe je hier mee om kunt gaan. Het laat zien hoe je dit gedrag van mateloos veel van elkaar houden, van elkaar niet los kunnen laten  en toch figuurlijk, zonder reden, het vuur aan de schenen leggen, samen steeds opnieuw ten goede kunt buigen.

Het gaat gewoon over ons beiden, over Lief C en mij..

De kunst is natuurlijk de spiraal te doorbreken, het patroon bij je zelf te herkennen en tijdig een ruk aan het stuur te geven; althans rationeel gezien. Maar het draait hier om emotie, om pijn en verdriet, om blindheid en verbittering. In zo’n moment van absolute onmacht, van volslagen onvermogen jezelf of elkaar bij de haren het moeras uit te trekken, helpt er maar één ding.

Voor we in slaap vallen, ruggen naar elkaar, gebalde vuisten, proberen we het allerdiepste dat we hebben en voelen aan elkaar te laten zien. Mislukt, de oren staan bij ons allebei nog naar de verkeerde kant; gestrekt naar achter, op de hoede voor gevaar.

Als we allebei midden in de nacht wakker worden proberen we het opnieuw. Ik schets mijn allergrootste angst, mijn pijn, mijn in mijn eigen onderbuik allerdiepst gevoelde emotionele crash. Nog voor ik in noodkreten mijn nood aan geborgenheid heb beëindigd, klinkt het al vanuit de andere kant van het bed; dat zijn mijn woorden, dit is mijn pijn die je voelt…. Onze handpalmen vinden elkaar weer om 02.30, we schuiven op, kruipen tegen elkaar aan.

Schouderschokkend, voelen we warmte, geven en genieten; de veiligheid en geborgenheid keert terug.

Op mijn nachtkastje ligt “Houd me Vast” van Sue Johnson, een soort EFT voor Dummies; open bij het “vierde”gesprek.

NB ik ben zo vrij geweest een paar van haar analogieën en metaforen voor dit blog te lenen. Beter goed gestolen dan slecht geformuleerd.

Vorige Oudere items