Intermezzo

Een intermezzo, zo voelt het tenminste; als de hoogspanningleiding die twee hoogspanningsmasten met elkaar verbindt.

Een paar jaar geleden schreef ik een verhaal over een eindeloze reeks hoogspanningmasten die zich honderden kilometers lang door een landschap zonder iets slingerde; de verbindende leiding ontbrak, waarschijnlijk al jaren (Retour Kaap Hoorn).

In mijn intermezzo rijgt de leiding de masten aaneen.

De laatste week was druk, twee manuscripten voor kinderboeken afgemaakt en ingeleverd bij mijn uitgever; twee artikelen aangepast en geredigeerd opnieuw ingeleverd bij de redactie van het tijdschrift waarvoor ik schrijf en daarna, op het hoogte punt van de storm, mijn gesprek met bij de VU. Eigenlijk was het ons gesprek, Lief C vergezelt me dit keer bij de psycholoog. Spannend, wat valt er te vragen? wat valt er te vertellen? We hebben een prima gesprek; leuk, vlot en aangenaam.

En dan? Als we naar buiten lopen en de storm ons de isolatieplaten vanaf de gebouwen rondom de parkeergarage toewerpt, ben ik leeg. Pas over vier weken het volgende gesprek; voor mijn gevoel nog heel ver weg.

Een hele maand zonder “vrouw-in-wording” dingen. Je moet er toch niet aan denken. Gelukkig is het niet zo. De komende maand is toch weer goed gevuld met activiteiten op mijn “ontwikkelings”pad.

Wekelijks heb ik mijn tekencursus, de enige man is inmiddels afgehaakt. Met het puntje van mijn tong tussen mijn lippen doe ik mijn uiterste best; laat ik me van mijn creatiefste kant zien en vooral lukt het me de vrouw te blijven, te midden van al die gelijken, die ik pretendeer te zijn.

Een bezoek aan de huidtherapeute levert me een kennismaking op met haar “laserkanon” , over een week wordt de kennismaking voortgezet in een serieus baardgevecht.

Dagelijks oefen ik mijn bovenstem, rijmpjes, letters, lettergroepen, van alles wat. Vrijdag bezoek ik B, mijn logopediste weer, eens kijken wat ze van mijn voortgang vindt.

Er komt nog meer aan, te veel om op te noemen, allemaal oefenmomenten voor de vrouw in mij.

Neen,  de komende maand is goed gevuld met activiteiten, als zwaluwen verder op in de polder op de hoogspanningsdraad. Verbindingspunten aan de horizon, opdeling  van een intermezzo; als een spanningsboog van wat ooit was naar wat later ooit zal komen.   

Simpel

Ik sta in de ijzerwarenwinkel, de beste van de stad. Terwijl ik sta te wachten spreek een man me aan, hij wordt geholpen. Men zoekt iets voor hem op en in die tussen tijd….

Plots spreekt hij me aan, voor hem op de balie een rek sleutelhangers. Hij wijs er op een.

“Vrouwen willen het simpel”. Verrast kijk ik hem aan. “De mijne niet” gaat hij verder. U hebt niet zo’n sleutelhanger? probeer ik voorzichtig, me niet meteen gewonnen gevend.

Neen, antwoordt hij, mijn vrouw … die is niet zo simpel.

Dan ben ik aan de beurt. Ik wil wat nieuwe schroeven hebben voor mijn hardhouten tuinbankje. Kennelijk een lastige klus. Een moeilijke vraag, metrische schroeven voor een exotisch product met kennelijk ook exotische maten.

Bijna een halfuur later verlaat ik de winkel, wanhopig uitgezwaaid door de man die me hielp. Ik zal het bestellen mevrouw, u krijgt een telefoontje, weet nog niet wanneer, een moeilijke maat hè.

Vrouwen zijn niet zo simpel; dat zie je maar weer.

Kabouterdans

Bomberom, bomberom, …

Driemaal daags een dansje. Mijn logopediste B geeft me huiswerk mee. Geduldig kwijt ik me van de opdracht; drie maal daags een dansje en zoveel mogelijk dansend door het bestaan.

Al sinds maanden probeer ik mijn stem vrouwelijker, vooral hoger en “vriendelijker”, te laten klinken. Terwijl ik de verschillende –Amerikaanse- YouTube filmpjes bekijk wordt mee een ding wel duidelijk; luister naar andere vrouwen en probeer wat van hun manier van praten te leren.

Wat nichterig doe ik mijn eerste stapjes. Hoger is niet zo’n probleem aangezien ik met mijn “mannelijk” bereik al aardig in de buurt van het “hogere” stemgebruik zit. Af en toe wordt ik wat teruggecorrigeerd door Lief C, als ik het al te bont maak. Eenmaal terug in Nederland zoek ik toch een wat beter fundament voor mijn oefeningen.

Al oefenend geeft B me een streeflijn mee voor mijn hoger stemgebruik; G#, (Gis), maar hoe toets ik dat thuis nu ooit? Absolatido, Lief C vindt speurend op internet een App. Goud waard blijkt al snel. Terwijl ik praat, zing, voorlees, oefen, schieten de noten op de IPad langs.

Het wordt een sport, de toon op de Gis of hoger te krijgen.

Lalala, lolololo, piederie, piedera, al dansend en springend oefen ik me suf. Steeds leuker wordt het oefenen op mijn hoge stem. Af en toe droom ik mezelf als kabouter die van paddenstoel naar paddenstoel huppelt en zwiert

Het hogere doel voor de oefeningen is meegegeven door B.; zelfs als iemand je ’s nachts aanstoot moet je meteen in je hoge stem de boef kunnen verjagen. Ik ben er nog niet als ik me zelf slaperig en in”Bb” hoor antwoorden “wat is er….?

Nog een paar maanden kabouterdansjes maken.

Meisje

Het moet een natuurlijk proces zijn, zijn moeder is er duidelijk over. Aan de andere kant is ook wel duidelijk dat als zijn jongere broertje op gaat groeien met mij als een “Oma” dat er dan de komende tijd wel iets moet gaan gebeuren. In het voorjaar en zomer hebben we de oudste kleinzoon al een beetje laten wennen aan het anders zijn van zijn Opa. Mijn hakken niet meer uit, mijn onmiskenbaar gewelde shirtjes niet meer weggemoffeld, mijn mutsjes en hoofddoekjes niet meer af.

Op een dag trok hij, onder het luid roepen van Opaaaaaa!, mijn shirtje omhoog zodat ik in mijn bh stond. De avond daarvoor had hij ook mijn hoofddoekje tijdens een stoeipartij al eens in z’n hand. Hij was op onderzoek naar het anders zijn van Opa. Opa, wordt niet zo blij van een bh onthulling in de overvolle supermarkt; Opa is eigenlijk een meisje. Welke naam dan bij die Opa past blijft nog even verborgen.

Pas als we een paar maanden later met hem door Artis lopen oefent hij wat. Dan is het Opa, dan is het “Andere Oma”, hij aarzelt nog.

Als de oudste kleinzoon 3 maanden later zijn broertje zonder luier aantreft, meldt hij zonder blikken of blozen dat zijn broertje een jongentje is. Dochterlief speelt een spelletje met de oudste kleinzoon mee.

“en jij zelf?”, “een jongentje” antwoord hij rap. “en ik?”, “een meisje” volgt al snel. “en papa?”,”een jongentje” antwoordt ie naadloos.

Nu wordt het moeilijker. “En wat is Oma Z” dan?, “een meisje!”. “En Opa Z?” “ een jongentje!”.

Nog een tandje erbij. “En wat is Oma B?”, “een meisje!, flapt er meteen achteraan.

De moeilijkste vraag is voor het laatst bewaard. En wat is “Andere Oma” dan? Even is het stil, je hoort zijn driejarige hersens kraken.

Dan komt het eruit, “Een meisje!”

 

Schaduw

Soms voelt het alsof ik een zwarte mantel draag, een schaduw waar je bijna niet vanaf komt; de schaduw van mijn verleden. Het is vreemd. Tot voor enige tijd was een verleden voor mij iets van zware jongens, van opnieuw een kans geven, van de buurt uit gejaagd worden, van reclassering. Eigenlijk ben ik afgezien van een paar jeugdzondes altijd een lieve jongen, of eigenlijk meisje, geweest. Een visdobbertje bij V&D, een keertje joyrijden met een puch-maxi –daar voelde ik me op thuis-, een joint en een enkele snelheidsovertreding, twintig jaar later, meer heb ik niet op mijn kerfstok.

Toch heb ik een verleden. Ik vraag me af of er voor mijn soort verleden een reclassering bestaat; iets of iemand die je helpt af te komen van dat blok beton aan je been dat je vooruitgang belet.

Bladerend in het boekje “Genderlegs” van Erica de Winter, kom ik het vraaggesprek met Jos Meegens tegen, coördinator van het VU genderteam. Het boekje over “René”, een transman, zijn zoektocht en zijn verwarring, over Erica en vooral over hun beider onstuimige liefde voor elkaar. Het laat heel veel verleden zien, verleden dat vaak helemaal geen rozengeur en maneschijn is geweest.

Als Jos in het vraaggesprek gevraagd wordt wat er nu verandert onder invloed van HRT zegt hij  “persoonlijkheid verandert niet”. Maar, schetst hij een paar regels verder, andere zaken zoals gevoelens worden door de hormonen wel degelijk beïnvloed. Terugkijkend naar drie jaar hormoongebruik rest er maar een conclusie, ik blijf een boef maar wel met meer gevoel.

In de loop van de tijd, naar mate ik me meer met mijn vrouwzijn vereenzelvigde, ben ik veranderd, belangstellingen zijn verschoven, gevoelens 180 graden omgedraaid, het beroep dat ik op mijn omgeving doe heb ik op haar kop gezet. Steeds opnieuw breng ik mijn naasten in verwarring.

Ik ben anders, ik wil anders, ik schreeuw het uit. Ik heb er soms bijna een dagtaak aan.

Het is verschrikkelijk moeilijk, een partner hebben- al meer dan 35 jaar-, een ouder hebben – misschien al wel dertig jaar-, die claimt anders te zijn, anders te voelen en te gedragen en dan niet te gaan meten met een instrument dat geijkt is op de ervaring uit het verleden.

Een nanoseconde kom het even op; zij zal wel….. Natuurlijk, ik ben geen lieverd je geweest. Gehard en geslepen op de steen van de ervaring; geen garantie voor de toekomst.

Heel voorzichtig maken we stapjes. Over mijn kleding, mijn naam, over schaamte of sierraden gaat het al lang niet meer. Alleen nog het ZIJN, het accepteren dat ik anders ben, anders voel, een ander beroep wil doen.

Heel langzaam maken we vooruitgang; maken we die nanoseconde van “het zal wel weer… of zo gaat het nu eenmaal…“ nog beter te beheersen, de gevolgen in te perken.

Omgaan, accepteren en nu dan “opnemen”. Dertig jaar lang vormden de drie vrouwen in mijn omgeving een team; een moeder-dochters gezelschap bij uitstek. En nu dan een vierde, een puber nog, die zich opdringt in het team, vrouw-geworden en nu ook in dit gezelschap om toelating smeekt.

Het is een proces van emoties, van verkeerd begrijpen en toch weer bij elkaar komen; kleine stapjes, we komen er wel.

Voorstellen

We zitten aan de keukentafel met de monteur van onze centrale verwarming. Het systeem werkt niet optimaal en wij willen van hem weten wat er aan gedaan kan worden. Hij doet erg zijn best allerlei mogelijkheden uit te leggen; toch klopt er iets niet. Hij kijkt, kijkt weer weg, hij aarzelt wat, er is iets.

Dan zie ik het; “Ik ben wat veranderd sinds vorig jaar”. Lief C vult aan, ik heb “hem” ingeruild, ze is nu een “zij”.  De man knikt, het gesprek gaat verder.

Al weer bijna een jaar geleden begeleidden wij mijn laatste stappen in de coming-out met een mailtje  met de volgende opening: “….soms rolt een bal anders dan je verwacht; stuiterend uit de kast…”. Later introduceerde ik een wijziging van mijn gegevens, bij een instantie, een bedrijf, een verzekeringsmaatschappij, van Heer, naar Mevrouw, met een zinnetje als “…soms neemt de natuur een andere loop…”.

De maanden van uitkomen voor mijn geaardheid liggen al weer behoorlijk achter ons, wat nog rest zijn de toevallige ontmoetingen, op straat, in de winkel, op minder bezochte plaatsen. We wisselen wat in de aanpak; dan weer stelt Lief C me voor, dan weer introduceer ik zelf de nieuwe “gedaante”.

Reacties zijn vaak positief, soms ook wat wisselend.

Een oudere en verdere buurman staat plots bij ons voor de deur. Ik doe open, hoofddoekje, laarsjes, sieraden en vraag, met mijn inmiddels vertrouwde vrouwelijke stem, wat ik voor hem kan doen. “Heer, uw auto lichten branden nog!”  Dan is hij weg, zich geen raad wetend met de situatie. Ik bedank hem voor zijn attentie.

We moeten duidelijk nog eens bij hem langs lopen.

Er is een commercial op de tv waarin het gevoel van een Alzheimer patiënt wordt geschetst die plots geconfronteerd in een identieke situatie met de zelfde details, maar in een andere vorm gegoten, verward raakt.

Soms voel ik me zo, als de grote verwardster. Verantwoordelijk voor een “krijg nou wat gevoel… Toch beter maar even een handje te helpen.

Vechters

Vechters, bijtertjes. Neen dit is geen schets van onze medelanders, net zo min als een karikatuur van de Iraans-Amerikaanse samenwerking om maar een onvriendelijk thema te noemen.  Neen, dat vechtertje ben ik zelf, of eigenlijk, zijn wij het zelf; mijn Lief C en Ik.

Naast dagen van tranen van vreugd en opperste gelukzaligheid in elkaars armen; van samen het geheim van mijn genderdysforie tientallen jaren als een kasplant laten rijpen en remmen, bewaren tot het moment van de bloei daar is, van beetje voor beetje de stappen in mijn opbloei doorlopen; van schipbreuken voorkomen en oceanen weerstaan, kunnen we het helaas ook anders.

Als concurerende katers, met nagels scherp buiten de poot; als verbale gladiatoren door gaan tot er één werkelijk het loodje legt, zo gedragen we ons af en toe. Niet echt practisch als je elkaar zo hard nodig hebt, op het pad, op weg naar de vrouw in mij.

Misschien een huwelijkse verlamming, een sleur zonder eind, zo’n dag van ronddraaien in kringen van actie en reactie, van “zoek de boef” en “duivelse dialogen”. Tijdens zo’n dag bevinden we ons in een draaimolen, rondjes rijdend achter elkaar aan. Het sloopt zo’n spel van voortdurend achter elkaar jagen zonder elkaar ooit te pakken te krijgen. Zo’n spel met ieder uur opnieuw verliezers, van winnaars geen spoor.

Er is een “hechtings”theorie (EFT), Sue Johnson, die deze wurgende omstrengeling beschrijft. EFT, Emotionally Focused  Therapy geeft een aanpak, aanwijzingen hoe je hier mee om kunt gaan. Het laat zien hoe je dit gedrag van mateloos veel van elkaar houden, van elkaar niet los kunnen laten  en toch figuurlijk, zonder reden, het vuur aan de schenen leggen, samen steeds opnieuw ten goede kunt buigen.

Het gaat gewoon over ons beiden, over Lief C en mij..

De kunst is natuurlijk de spiraal te doorbreken, het patroon bij je zelf te herkennen en tijdig een ruk aan het stuur te geven; althans rationeel gezien. Maar het draait hier om emotie, om pijn en verdriet, om blindheid en verbittering. In zo’n moment van absolute onmacht, van volslagen onvermogen jezelf of elkaar bij de haren het moeras uit te trekken, helpt er maar één ding.

Voor we in slaap vallen, ruggen naar elkaar, gebalde vuisten, proberen we het allerdiepste dat we hebben en voelen aan elkaar te laten zien. Mislukt, de oren staan bij ons allebei nog naar de verkeerde kant; gestrekt naar achter, op de hoede voor gevaar.

Als we allebei midden in de nacht wakker worden proberen we het opnieuw. Ik schets mijn allergrootste angst, mijn pijn, mijn in mijn eigen onderbuik allerdiepst gevoelde emotionele crash. Nog voor ik in noodkreten mijn nood aan geborgenheid heb beëindigd, klinkt het al vanuit de andere kant van het bed; dat zijn mijn woorden, dit is mijn pijn die je voelt…. Onze handpalmen vinden elkaar weer om 02.30, we schuiven op, kruipen tegen elkaar aan.

Schouderschokkend, voelen we warmte, geven en genieten; de veiligheid en geborgenheid keert terug.

Op mijn nachtkastje ligt “Houd me Vast” van Sue Johnson, een soort EFT voor Dummies; open bij het “vierde”gesprek.

NB ik ben zo vrij geweest een paar van haar analogieën en metaforen voor dit blog te lenen. Beter goed gestolen dan slecht geformuleerd.

Spagaat

Een ochtend buitenklussen; ik kleed me er speciaal voor aan. Toen ik maanden geleden afscheid nam van mijn allerlaatste mannenkleding heb ik toch nog een stevige spijkerbroek, een fleecetrui en een stoer flanellen mannenshirt achtergehouden. Moeite om weg te doen? Neen, in tegendeel maar ik heb gewoon nog geen vrouwelijk “klus”equivalent. Ik schaam me voor de “oud”fit, het ziet er gewoon niet uit. Niet in het minst door de lompheid van de te ruime kleren –ik weeg inmiddels nog maar 90% van “ooit”-, maar ook doordat het gewoon niet staat. Het slaat als een tang op een varken, ik voel me er vreselijk in. Dit trek ik nooit meer aan, zelfs het allerlaatste stukje mannenkleding gaat weg. Ik weet het zeker.

Naast dat ik me schaam voor mijn verschijning, komt er ook nog iets anders bij. Ik voel me in een spagaat; alsof ik in twee sloten loop die steeds verder van elkaar komen te lopen.

Toen Lief C en ik meer dan tien jaar geleden besloten langzaam aan naar een eventuele coming-out van me toe te werken ontstond de ruimte een toen al 35 jaar oud verlangen naar boven te halen. Vanaf het begin van ons reizen en ons freelance werk heb ik me gaandeweg steeds meer als vrouw ontplooid; in alle vrijheid, niets moet, alles mag, we zien wel hoe ver we komen. Het groeien in de andere rol, de andere kleding, de hormonen, stuk voor stuk keuzes op dit pad. Beslissingen, niet altijd meteen gemakkelijk voor ons allebei, op een pad dat onmiskenbaar ergens naar toe leidde. Steeds opnieuw kozen we ervoor hekken achter ons dicht te laten vallen. Wat naïef, bijna als kinderen, zijn we heel lang blijven stilstaan bij een combi waarin we ons zelf gelukkig voelden van rolpatroon, kleding en lichamelijke veranderingen.

Hoewel ik ruim 10 jaar geleden al praktisch was aangemeld bij het genderteam van de VU, hebben we bij het VU-team  en haar mogelijkheden nooit stil gestaan. Spijtig, maar zo zit het nu eenmaal. Pas toen er vorig najaar een kink in mijn exotische hormonenlijntje kwam, werd het genderteam voor mij belangrijk. Ineens moest ik me, in overleg met de huisarts, gaan aanmelden bij de VU. De na de eerste screening noodzakelijke diagnostiek moest wachten. Pas 10 maanden later bracht de inmiddels gereduceerde wachtlijst me weer naar Amsterdam voor de vraag of ik werkelijk zo echt ben als ik zeg te zijn,  of mijn draagvlak werkelijk stevig genoeg is. Het VU team gaat niet over een nacht ijs. In tegendeel. Zorgvuldig wordt iedere steen in mijn leven gekeerd, wordt achter ieder boom naar bedreigingen gezocht, wordt overal om me heen de grond beproefd op voldoende draagvlak.

Het diagnostisch proces is net begonnen; de komende maanden zullen er ook mee zijn gevuld. Of zij net zo overtuigd zijn van de vrouw-in-mij als ik zelf al jaren ben, is afwachten. Dan pas is duidelijk of ik blijvend toegang krijg tot hormonen, andere behandelingen, geen “M” maar een “V” in mijn paspoort. Ik voel me in een spagaat; als vrouw grotendeels in de samenleving geïntegreerd tegenover ooit bevestigd worden als vrouw en me te “mogen” ontwikkelen. De plek waar ik drie jaar geleden ook al stond.

Af en toe pieker ik over die uitslag over die reeks van maanden. Het zal toch niet zijn dat ik straks geen (h)erkenning krijg, dat al die schepen achter me voor niets zijn verbrand, dat dat draagvlak op zijn fundament siddert als ik met hangende pootjes weer terug naar dat verafschuwde “man-zijn” moet,  dat mijn zo trots ontwikkelde vormen ineens als lichamelijke verminking worden gekwalificeerd. Dat  ik weer terug de kast in moet.

Na maanden, jaren, fulltime in het leven staan als vrouw. Ik moet er niet aan denken; dag in dag uit voortaan weer in mijn te ruime spijkerbroek, mijn fleecetrui, mijn flanellen hemd.

Schuifmof

In de loop van de jaren is ons riool naar de openbare weg wat verzakt. Het kan natuurlijk ook zijn dat mijn huis boven het riool uit begint te groeien. Maakt niet uit, feit is dat de regenpijp langs de muur wat zielig bungelt boven de rioolaansluiting. Het lijkt even of ze elkaar kwijt zijn geraakt; net een relatie, daar gebeurt dat ook wel eens. Kortom een hechtingsvraagstuk.

Ik denk de oplossing te zien; gewoon een gaatje in de grond, een overschuifbaar stukje, zeg maar een schuifmof, over de nog staande resten van de regenpijp uit de grond schuiven en als alles weer op zijn plaats zit de mof weer half terugschuiven over het erboven hangende deel van de regenpijp langs de muur. Vrouwelijke logica zeg maar.

Als ik een uurtje later de lokale bouwmarkt bezoek -ik moet ook een klein ringetje hebben om de aansluiting van mijn douchekop aan de doucheslang druppelvrij te maken- klamp ik een van de medewerkers aan op zoek naar mijn schuifmof; HWA 80 voor insiders. De medewerker komt er niet uit, hij roept zijn baas erbij.

Met een enorm geduld hoort hij mij aan. Hij snapt wat ik wil maar helaas…. het bestaat niet. Vrouwelijk slim maar, tot zijn spijt, niet in-productie. Gehurkt naast het schap, laat hij mij allerlei oplossingen zien. Zelfs dat ik ooit tot tweemaal toe een pvc lijmmof heb uitgeslepen om de mof over de rioolbuis te kunnen schuiven en zo een T-stukje voor een fonteintje in de buis te kunnen voegen zonder het riool van af de straat af te hoeven breken passeert de revue. Hij treft een echte liefhebber dat is duidelijk. Na een kwartier zijn we klaar, er is geen oplossing meer te bespreken. Helemaal tevreden neemt hij afscheid van me onder mijn toezegging het eens goed te doordenken. Volgens mij glimt ie helemaal, een kwartier gesprek op niveau over hwa, pvc en mofjes; met een vrouw nog wel, zijn dag kan niet meer stuk.

Op weg naar de uitgang nemen ik een paar ½ duims ringetjes mee. Mevrouw, u vergeet uw kasbon roept de kassière me nog tot de orde. Ik ben nog helemaal bedwelmd met de geur van pvc.

Thuisgekomen zet ik mijn douche kop weer vast; hij lekt niet meer. Als ik op internet op zoek ga naar mijn schuifmof kan ik hem inderdaad niet vinden. Hij bestaat niet meer. Moet ik toch een andere oplossing bedenken. Ik heb er zin in.

Vrouw of niet; ik kan het nog.

Onder de mensen

Mijn parttime leven in het buitenland geeft behoudens risico’s in minder verdraagzame landen vooral ook veiligheid. Eigenlijk is het vrijblijvend, je bindt je maar heel beperkt. Bevalt het niet, wordt je gemeden of raar aangekeken, dan ben je ook zo weer weg. Ik kan contact leggen met wie ik wil en ook weer vertrekken als ik dat wil. Veilig, vrijblijvend en zonder enige verplichting. Veel contacten zijn vluchtig en maar heel af en toe is het belangrijk om dat wat je vertelt, wat je wil zijn en voor wie, wat meer te regisseren.

Eenmaal terug in Nederland is het verleidelijk dat zelfde spoor te volgen. In de ochtend boodschappen of klussen in en rond het huis, in de middag wat schrijven. Het verhaal hoeft niet meer te worden verteld -Lief C en de dochters met partners weten het, naar de buurt ben ik uit de kast gekomen-. Vrienden, kennissen en wat anderen zijn geïnformeerd en daar blijft het eigenlijk bij. Lekker veilig in mijn zolderkamertje, de wereld lekker anoniem twee verdiepingen lager aan mijn voeten; de brievenbus dicht getimmerd met NEE/NEE, zelfs van de Bart Smit catalogus heb ik geen weet. Ik leef mijn leven anoniem, stealth. Wel zo veilig en comfortabel.

Vandaag heb ik een stap gezet. Ik heb me onder de mensen bewogen, ik ben de deur uitgegaan. Dat klinkt steviger dan het is, maar toch. Zoals ik me in de trein aan niemand hoef voor te stellen, in het vliegtuig alleen bij de balie vertel wie ik ben, zo ben ik ook in het gewone leven weliswaar aanwezig, maar altijd zonder naam, altijd anoniem en verborgen.

Vanaf vandaag is een nieuw spoor ingeslagen door mij. Niet dat ik nu met een groot reclamebord oploop, in tegendeel. Vandaag was de eerste les van mijn teken en schildercursus; voor beginners. Gewoon als vrouw tussen de vrouwen (en een man), maar wel met een naam. Niet meer anoniem en vluchtig om dat het toch maar even is, maar blijvend, met naam en aanspreektitel; Mw. Diederique ….

Drie maanden lang trek ik met mijn medecursisten op, deel al tekenend lief en leed over elkaars teken en schilderkunsten, de aanbiedingen bij de Aldi, de kleinkinderen, de Knip-mode en nog meer. Eindelijk geen voetbal meer of auto’s. Gewoon buiten de deur mezelf kunnen zijn, maar wel met een naam en een gezicht.

Het voelt goed, er komen er nog meer; tripjes onder de mensen. Koken, handwerken, ik zie nog wel wat uitdagingen.

Vorige Oudere items