Mottenballen

Het wordt wat meer kil tegen de avond. De warme nachtponloze nachten zijn voorbij. Er staat een straffe oostenwind die het kille avondeffect verstrekt. Ik wissel mijn spagettibandjes toch maar voor een shirtje met een pareo; tweemaal rond, wat strak van onder.

Al weer 8 maanden draag ik mijn mutsjes en hoofddoekjes nu continue; zelfs de maanden in Nederland heb ik ze niet afgezet. Kaal als ik ben heb ik de shawls en zo gewoon nodig om mijn female-look niet onderuit te laten gaan. De bijdrage van de Androcur is onvoldoende om me weer een volle haardos te geven.

Met een week vliegen we terug naar huis. Ik zie in de weersverwachting dat de herfst in Nederland zijn intrede gaat doen; tijd om mijn haardracht nog eens kritisch te bezien. Een paar jaar geleden kocht ik een korte, grijs/zwarte pruik; mijn eigen haarkleur. Ik heb hem eigenlijk alleen in huis gedragen. Er  mee naar buiten gaan waren we toen nog niet aan toe. Eigenlijk wil ik iets dragen dat natuurlijk aansluit op mijn mutsjes en hoofddoekjes. Terwijl we alvast kleren bij elkaar zoeken die mee terug naar huis gaan, haal ik mijn pruik eens uit de mottenballen.

Als ik hem opzet valt het resultaat eigenlijk mee. De hele middag sta ik de pruik te passen samen met al mijn doekjes. Poserend, draaiend, breder en smaller, pas ik alle varianten die ik beschikbaar heb toe. Het wordt wel wat. Lief C neemt de tijd aan het nieuwe beeld te wennen. Van kleren pakken komt niet veel meer.

Uiteindelijk besluit ik de succesvolste combinatie de verdere dag maar gewoon niet meer af te doen. Een springerige haardos door een shawltje bij elkaar gehouden; alsof de springerige haardos altijd al onder dat hoofddoekje of mutsje zat. Er moet nog een boodschap worden gedaan.

Het aan de voorkant van ons drijvende huisje de kade op stappen is door de dag heen met een korte broek aan al een gewaagde handeling; de afgelopen dagen heb ik al twee keer mijn lady-crocs uit het water gevist. Nu met mijn halflange strakke pareo maak ik het mezelf wel heel erg moeilijk. Iets  verder staat een Turkse meid me aan te kijken, ze houdt ons de hele dag al wat in de gaten –typisch geval van waar zijn die mannen nu? Met open mond ziet ze me acrobatisch naar de kade springen.  Met springende haardos en al loop ik weg; als ik even later terugkom staat ze er nog steeds.

Pas als ik weer tegen het laddertje vanaf de kade ons huisje ben op geklommen kijk ik haar aan; ze glimlacht. Mijn pruik heeft de “buiten”toets doorstaan.

Advertenties

Gekluns

Op weg naar het restaurantje aan de kade trek ik mijn schoudervestje aan; nu de avond steeds vroeger valt begint het ’s avond wat kil te worden. Eenmaal binnen wordt galant mijn stoel onder me geschoven. Nu alleen het vestje nog. Ik wurm me, mouw voor mouw, op mijn stoel zittend eruit.

Als Lief C en ik een uurtje later weer opstaan doe ik in een beweging mijn vestje weer aan; althans dat probeer ik. Ik zie iets kleins over het hoofd; naast mijn stoel – een Turkse jonge vrouw met haar gezin kijkt me al wat meewarig aan- ontdek ik dat ik bezig ben het vestje binnenstebuiten en op de smalle rug drie keer gedraaid buiten aan te trekken. Minutenlang worstel ik in het openbaar op een aankleed oefening die ik duidelijk nog niet vaak heb doorgemaakt; de vrouw glimlacht.

Het doet wat denken aan de jongetjes die in de kleedkamer in een groots gebaar alle truien, hemden en sokken in een keer uitkrijgen en na afloop minuten bezig zijn alle mouwen en pijpen weer op hun plaats te krijgen.

Lief C is verstandiger; “ik voorzag al dat dit zou gebeuren, daarom trek ik mijn vestje wel buiten aan, zonder al die priemende ogen”.

Gelukkig tref ik bij de uitgang geen ober meer aan die me uitgeleide doet. Een paar maanden geleden, toen ik het restaurant verliet nam hij omstandig afscheid van de ladies; met een echte zoen, mijn eerste! Wat verbouwereerd trekken we de deur achter ons dicht.

Ik moet toch nog wat oefenen op mijn optreden buiten de deur.

Verward

Op de achtergrond van mijn transitie volg ik een paar bloggen. Gewoon om te zien hoe anderen het doen; om te zien hoe zij dingen oplossen. Terwijl ik nadenk over de blog van een van de andere meiden kom ik op de vraag aan mijzelf wat de samenleving er eigenlijk mee opschiet als ik na alle hobbels –coming out, hormonen, epileren, operatie, gba- echt vrouw kan zijn?

Mijn vraag aan mijzelf verward me. Ik, altijd zo goed in procesoplossingen, in hapje voor hapje een rijstebrijberg verstouwen, in coach-achtige “wat vindt je er zelf van?” vragen; ik ben confuus, ik heb zo geen pasklaar antwoord. Het “waarom ben je er dan aan begonnen?” flitst schemert op de achtergrond. Ik schiet vol tranen, net als bij een quiz waarbij je het laatste finale antwoord niet weet. Ik ben mezelf even kwijt.

Paniek, ik worstel er mee en leg mijn gevoel als retorische vraag voor aan Lief C. Uren besteden we aan het afgrazen van het thema. De avond valt, de maaltijd voorbereiding verloopt, laat staan het eten. Stukjes van mijn antwoord worden al toetsend aan C gaandeweg helder; tot de kern kom ik echter niet. Ik dwing mezelf het antwoord positief te formuleren (…de winst is..) in plaats van ontkennend (.. er is in ieder geval geen… meer ..).

Misschien maak het mezelf wel verschrikkelijk moeilijk. Al die zweverige antwoorden -ruimte, vrijheid, zorgzaam, creatief- zijn moeiteloos te pareren; waarom zou je dat niet als man kunnen, wat levert dat in euro’s op.

Doodmoe en met barstende koppijn stap ik in bed, de afwas is vandaag voor Lief C. De nacht is rommelig en vol gedachteflitsen, in de ochtend is mijn hoofdpijn nog steeds niet voorbij.

Toch denk ik in een combinatie van overwegingen mijn antwoord te vinden; welk dat houd ik nog even voor me.
De dag begint, er moet weer gewerkt worden. Als ik ’s middags nog eens opnieuw de betreffende blog open sla realiseer ik me dat er een andere vraag staat; de vraag die me zo aan het denken heeft gezet.

Ik heb een antwoord voor mijzelf en mijn omgeving; een legitimatie, soft en vol gevoel. Ik lees de blog nog eens; mijn onrust dampt weg.

Toch geen veertig jaar wegstoppen, geen toneel, voor slechts een bevlieging; mijn gevoel is hard, ik heb wat te bieden, ook straks.

Rouwranden

Een jongen wordt een man met rouwranden onder zijn nagels. Een fijne open deur, zo als “entree”.

Heel langzaam ontwikkelt zich in de backwash van mijn transitie een andere taakverdeling; ik ga meer koken, doe meer in de schoonmaak, krijg andere belangstelling. Stapje voor stapje ziet mijn vrouwelijke kant meer het licht. Zoals een oude boom die plots in het licht staat niet onmiddellijk antwoordt met onbesuisde bloei en een stormachtig ontwikkelend fris bladerdek; zo voltrekt het proces zich ook een bij oudere, inmiddels vrouwelijke vrouw niet zo maar van de ene dag op de andere.
Vanaf het moment dat Lief C met haar hele inboedel meer dan vijfendertig jaar geleden bij mij introk hebben we de taken verdeeld; een patroon slijt in, grondig. Wat inslijt verander je niet zo maar meer. Ooit heb ik ons leven ingedeeld in domeinen; ieder een domein waar zij zelf verantwoordelijk is en een gemeenschappelijk domein dat je samen deelt. Techniek en het onderhoud, mijn ding; huishouden, opvoeding, gezamenlijk terrein. Het verdient geen schoonheidsprijs, maar toen zat ik kennelijk zo in elkaar.

Een transitie is misschien wel wat alleenstaand, een solo voorstelling zonder al te veel publiek. Hoe euforisch, -lekker woord voor iemand met Genderdysforie- de comingout ook is, je doet het samen, maar eigenlijk doe je het gewoon alleen. Neen begrijp me niet verkeerd, Lief C levert op alle fronten haar steun en bijdrage -en remt me af en toe als het te erg wordt- , maar eigenlijk is het een proces dat je overkomt. Zeker C, hoe hard ze ook met mij heeft geoordeeld dat het een goed besluit is, dat de tijd er rijp voor is, het overkomt haar gewoon.

Mijn gevoel voor de taakverdeling schuift. Leuk idee, maar dat is zeker niet altijd hetzelfde beeld dat leeft bij Lief C. Het is uiteindelijk vooral mijn transitie en nauwelijks die van haar. Taken, traditioneel, soms al sinds tientallen jaren doe ik bepaalde klussen; pak ik bepaalde werkzaamheden op; zaken in mijn domein.
Met het drijvende kantoor op zijn plek voor de komende maanden doemt het weer als vanouds op; olie verversen, filters, extra lijnen, winterklaar maken van de apparatuur, de diverse zaken een beurt geven, teveel om op te noemen. Ooit waren het logisch allemaal mannenklussen. Klussen waar bij je gerust met een paar vieze handen thuis kon komen.
Ik moet er weer tegen aan; de klussen op mijn terrein. Misschien toch niet zo slim geweest, om ooit Lief C mijn technische domein uit te jagen; had me een hoop vuile handen gescheeld.

Rouwranden en gebroken nagels; de komende dagen ontkom ik er niet aan.

Beneden

Passabel zijn in de islamitische wereld.

Het is niet te vermijden. We staan samen te praten op de steiger voor ons drijvende huisje. Verrast blikt een enkele voorbijganger ons aan. Het betekent nog niet zoveel. Twee westerse vrouwen, nogal zomers en luchtig gekleed met elkaar in gesprek. De eerste dag komen we meestal wel door. We kijken terug met een blik van “de mannen liggen op de bank beneden”.

De dagen daarna wordt het anders. De blik verandert, immers “de mannen” verschijnen nog steeds niet aan dek. De ogen versmallen, ze zullen toch niet? Twee vrouwen met zo’n drijvend huisje; zullen toch niet samen in dat drijvende huisje wonen?

In de slip-stream van mijn transitie, zijn we lesbisch geworden; althans de buitenwereld plaatst ons al snel in dat hokje. Bij eerste aanblik passen we nog in het “hetero”-hokje; de mannen liggen immers schijnbaar beneden uitgeteld op de bank. Kort daarna verschuift de blik al, bij gebrek aan mannen schuiven we zo op naar een ander hok. Dat wij als “mensen” een relatie hebben past niet in de hokjes; onze schijnbare relatie ligt gewoon languit in de gang. Langzamerhand raken we daar aan gewend. Gelukkig kunnen we de vraag hoe we het doen nog vermijden. Ons liefdes leven wordt dan helemaal zo’n openbaar bezit.

We lopen risico in ons LGBT-hokje; helaas meer dan een gewoon getrouwd stel. Eenmaal op de vliegtuigtrap schuiven we de ring weer van onze vingers, lopen we niet meer hand en hand, geen stiekeme vlugge kusjes, niet meer elkaars rug even wassen onder de buitendouche.

Neen, die blik houden we er nog even in; de blik van “de mannen uitblazend beneden op de bank”. Wel zo gemakkelijk, het scheelt in ongewenste aandacht.

Groeipijn

De laatste dagen waren zwaar; vonken vlogen over en weer, begrip was er niet veel.
Een transitie is als een pneumatische hamer; zo’n ding voor op een graafmachine waarmee je asfalt, beton, gesteente, slooppuin splijt. Een oorverdovend lawaai begeleidt een proces waarbij met harde slagen, veel druk en machokracht je het puin om de oren vliegt. Zoals gezegd , als met een pneumatische hamer, wordt de wereld om je heen gesloopt, opzij geschoven en vol scheuren en barsten achtergelaten. Zekerheden worden van hun fundament gehaald, beelden van elkaar van de sokkel gestoten; een nieuw landschap ontstaat. Of iedereen zich daar meteen goed in thuis voelt, is nauwelijks een vraag.

“Ik blijf altijd dezelfde” schreef ik ooit mijn dochters. Wat naïef, maar wel heel erg gemeend. De slechtst doordachte zin die ik ooit heb geformuleerd. Misschien had ik beter iets kunnen schrijven als “ Ik zal van binnen en van buiten verschrikkelijk veel veranderen maar zal van binnen voor jullie altijd hetzelfde blijven voelen”. Gedane zaken nemen geen keer. Ik heb het gewoon niet voorzien.

Na het gevoel vrouw te zijn tientallen jaren verborgen te hebben onder een steen en het alleen de laatste dertig jaar stukje bij beetje samen met Lief C af en toe ruimte te hebben geboden, zijn we het vijf jaar geleden steeds meer gaan ontwikkelen, kleding, hormonen, gedrag, emoties; ieder kwartaal, ieder jaar een paar stappen meer.
Een hormonale kink in de Post NL kabel – misschien ooit in een andere blog hierover wat meer- zette mijn/ons proces in een stroomversnelling. Na alles wat we samen al hadden bereikt, na alle klippen die we al hadden omzeilt, een relatief makkie. Gewoon net als al twee en een halfjaar buitenlands, even uit de kast in eigen land en het leven loopt gewoon door. Een simpele stap, mijn hoofddoekjes en mutsjes ook in Nederland op zetten en de 100% vrouw is gereed.

Ik ben naïef, ik heb het al eerder geschetst. In een klap veranderde het landschap; een drilboor spleet zekerheden tot gruis. Of we nu samen die eerste jaren van testosteronremmers en oestrogeentoevoeging dromerig om ons heen hebben gekeken? Of we naïef en onbevangen niet op hebben gelet? Ik weet het niet. Aan tranen was ik en daarmee ook Lief C, allang gewend. Nagekeken worden, was me beslist al niet meer vreemd; maar toch.

Lief C is de overgang voorbij, ik ben hormonaal –en emotioneel?- nog maar een puber. Je zou zo zeggen een ideale moeder/dochter combinatie. Maar toch, de vrouw in mij levert emotionele buien; de man in mij speelt af en toe afschuwelijk op en boven dit alles is Lief C haar periodes nog niet kwijt. Neemt haar oestrogeen af en haar testosteron dus procentueel toe, bij mij is het anders om; een geweldige formule om elkaar krachtig in de haren te vliegen.

Een wijs besluit, “ ik zeg vandaag wel niets meer” wordt gevolgd door een nog wijzer besluit” dat lijkt me een prima plan”. Het “waarom moet je dat er nu nog achter aan zeggen?” is voorspelbaar; helaas net als het “daarom”. De man in mij overwint af en toe –althans in het gesprek-, de testosteron die ik gelukkig al drie jaar niet meer produceer maar Lief C steeds meer, klotst tegen de plinten; een relatie op z’n smalst.

Ik ga alleen naar bed -de man in mij stampt door ons drijvende huis-; even later klinkt er gesnik, ik aarzel, volg ik de vrouw in mij en rol me naar haar toe of draait de man in mij zich om-zei ze niet eerder die dag dat ze aan tranen geen boodschap had.
Tweeëneen half uur later rollen we het bed in, samen.

Het weekend is achter de rug, de storm is gaan liggen. Nog een dag of veertien dan spelen mijn hormonen weer anticyclisch in op de stemmingen van Lief C.
Heel, heel langzaam ontwikkelen we ons steeds verder door. Decennia van mijn vrouw gevoel gedogen, jaren van samen langzaam uit bouwen van “gevoelen” naar “zijn”, de weg naar een nieuwe bestendige maar wel meer dan al vijfendertig jaar ervaren relatie; het is een weg vol rozen met af en toe een venijnige doorn.

Een weg van groei; maar wel met periodieke pijn.

Coming Out

Ben ik nog steeds passabel? Heel langzaam drijf ik ons huisje, mijn windgestuurde ZZp-busje naar de brandstofpomp. De wind is een kwartier geleden straf door gaan staan. Zit ik nu niet op te wachten; manoeuvreren met veel wind is niet mijn sterkste kant. Vlak voor de kant helpt de tankstation man me verder; Forward Madam, Reverse!. Ik doe het braaf. Als een uur later er vierhonderd liter in de tank zit kan ik weer verder –tegen het najaar is het beter m’n “ZZP-kantoortje” met volle tanks weg te leggen dat verkleint de kans op condensatie.
De wind is nog meer toegenomen. Behendig helpen de Turkse havenjongens me weer op weg. Eenmaal bij onze winterstek hetzelfde ritueel; reverse madam! forward! Op de achtergrond roepen alle imans door elkaar heen op voor het gebed. Een vaste gewoonte in moslim landen met meerdere moskeeën; achter elkaar en door elkaar heen. Heel lief leggen ze alle lijnen vast en beloven dat ze er de komende tijd wel af en toe naar zullen komen kijken.
“Madam!” geslaagd, zelfs in dit Islamitisch land!
Het is altijd weer spannend; ben ik wel passabel genoeg. Een sleutelwoord in genderland; kan ik voldoende doorgaan voor.., is mijn ooit zo’n manlijk fundament wel voldoende weggewerkt. Ik ben hier nog niet geweest, hier kennen ze me niet , ik wil meer dan een halfjaar blijven. Voor de coming out vandaag een extra zware opdracht; passabel zijn.

Wekelijks, soms bijna dagelijks beleef ik weer een coming-out. Voor mij in de warmste maanden geen buurtslager waar ik al jaren klant ben en die met me mee is groeit; neen iedere keer weer een andere winkel, een nieuwe markt, dagelijks nieuwe buren. Zittend aan mijn bureau in mijn buitenkantoor ben ik verre van “stealth”, zeg maar onzichtbaar. Een vrouw die zich behendig in bikini achter de laptop vlijt; haar hoofddoekje strak trekt. Niet iedereen houdt zijn ogen dan thuis; laat staan als er twee vrouwen zichtbaar zitten te zijn.

Lief C meldt zich met de papieren, paspoorten en mijn gender ID op het buro. Yes “she is officialy a male, but living as a woman; already for 3 years now”. Geen alledaagse conversatie zo’n coming-out met toelichting.

Na de laatste lijntjes te hebben gelegd en geïnspecteerd, leggen de hulpvaardige handen me nog uit waar ik de laundry en showers kan vinden -dat willen vrouwen nu eenmaal als eerste weten, “the lefthand corner, madam”; ik neem het braaf in me op.

Aanleggen, een van de meest stressvolle momenten in een varend/schrijf/zwerf bestaan. Menig man brult gewoontegetrouw vanaf het roer de commando’s naar voren. !SPRING zeg ik; neen stomme …. ik leg het je nog een keer uit!!! Passabel zijn zingt in mijn hoofd, let op je stem ; geen verwenste testosteron gekleurde gewoontes op het laatste moment; netjes en elegant zoals dames dat plegen te doen.

Madam!
Ik kan tevreden zijn, voor vandaag is de coming-out weer geslaagd.

Volgende Nieuwere items