Genoegen

Als ik gedoucht heb doe ik meestal maar weinig moeite mezelf in de spiegel te bekijken; “boven” en “onder” vormen de harde realiteit maar gevoelsmatig klopt het gewoon niet; alleen de middelste verdieping kan er mee door, nauwelijks buik en belangrijker nog, na drie jaar HRT, een in verhouding redelijke welving.

Lopend door de stad, het mooie najaarsweer nodigt uit tot winkelen, valt het me op dat als ik de mensen aankijk er eigenlijk niemand naar mij kijkt. Het lijkt of ik niet besta, of ik op ga in het winkelende straatbeeld. Ik ben op jacht naar een paar enkellaarsjes met hak. Rustig passend en spiegelend zoek ik mijn weg, niemand staart me aan, niemand stoort me of het moet Lief C zijn die aast op dezelfde laarsjes. Gelukkig komen we er samen uit. Net als bh’s, vormen schoenen het enige in de collectie dat we met haar maat 37 en mijn maatje 39/40 niet kunnen delen.

Tot voor een jaar geleden schoot ik schielijk een winkel in, griste uit het schoenenrek wat ik wilde hebben, paste in een verscholen hoekje, rekende in mijn jas weggedoken af en snelde de winkel weer uit. Ooit, 3 jaar geleden, tikte een verkoopster me op de schouder, ik was een paar mooie witte zomersandalen met blokhakken aan het passen, met de woorden “meneer, wat vind ik dat knap dat u dit durft”. Kleding passen deed ik soms samen met Lief C in het hokje, soms griste ik twee, drie maten uit het rek en paste ze thuis om daarna de minst succesvolle weer terug te brengen.

Allemaal achter de rug. Ik hoor er gewoon bij niemand kijkt vreemd op, zelfs niet als ik op woensdagmiddag bij Hunckemöller in de lange rij met giechelende meiden wacht tot er voor mij een pashokje vrijkomt. De rust en ruimte te kunnen doen zonder aangestaard te worden; het doet me goed.

Nog een paar dagen en ik heb mijn eerste gesprek met de logopediste, de huisarts viel mijn falsetstem op. Na het weekend weer een gesprek bij de VU. Met een paar maanden kan dan ook mijn “zelf”diagnose bevestigd worden. Mijn traject staat op de rails. Her en der wijzig ik mijn gegevens; telkens als er iets in de bus of in de mail komt grijp ik het aan.

Lopend door IKEA –hier overwon ik ooit de allerlaatste “toilet”hindernis; welke toilet moet ik kiezen? waar ik altijd kwam of die waar niemand vreemd opkijkt?- samen met Lief C struin ik uren achter elkaar door de meubel- en keukenopstellingen. Twee dames op stap; geen blik verder waardig of het moet zijn dat ze het met maar één handtas en één portemonnee kunnen doen. Af en toe vang ik, althans mijn hoofddoekje, de blik van een traditioneel geklede mediterrane vrouw; een blik van herkenning.

Ik ben mijn vrouwelijke mutsjes ontgroeid, in Nieuw Zeeland ooit eens aanleiding om me erop te wijzen dat ik op weg was naar de verkeerde, heren, wc. Ik voel me er hier in Nederland niet meer in thuis. Mijn haar is inmiddels zoveel dikker en langer geworden dat ze mijn hoofddoekje meer volume geven, overal piekt het achter en onderuit; haarspeldjes houden een en ander op hun plaats. Het maakt mijn gezicht ronder, vrouwelijker, zelfs zonder make-up.

Een jaar van relatie “verbouwing” ligt achter ons; “verbouwen met de winkel open”, het leven loopt door, we zijn nog lang niet klaar. Achter mijn transitie ligt een schaduw transitie, de transitie van de relatie.  Af en toe lees ik wel eens “begripvol, alles blijft gelijk”; voor ons geldt het tegendeel, alles komt van z’n plaats, zoekt en krijgt een nieuwe plek om te wortelen.

We lopen lekker in de herfst zon door de stad; partners, vriendinnen het maakt niet uit hoe men naar je kijkt; man en vrouw zijn we niet meer. “Dag dames”, groette iemand afgelopen winter; voor C even een schrik, voor mij een bekroning. Nog maar een jaar geleden droeg Lief C dan graag een zonnebril, even niet in de ogen gekeken worden; wel zo comfortabel.

Op zoek naar een leuk shirtje slenter ik door de winkel, bij het passeren zie ik even een glimp van me in de spiegel; ik stap terug en kijk nog een keer, nu wat beter.

Het is een genoegen.

Advertenties

IJsbreker

Mijn fantasie heeft me al jaren geleden in de steek gelaten; spreekwoordelijk althans. Wat naïef heb ik ooit gedacht dat mijn voorzichtige transitie -30 jaar door het huis sluipen op pumps, maar fluisterend mijn geheim delen met Lief C, voorzichtig verder gaan met kledingswitchen, alvast langzaam aan met de hormonen aan de slag, alvast grotendeels als vrouw leven een maand of acht per jaar in het buitenland- de opmaat vormde voor een nog voorzichtiger ingezet leven in eigen land.

Zoals gezegd, wat naïef; misschien wel dom en beslist, spreekwoordelijk, fantasieloos om zo te denken. Het tegendeel is waar. Nu bijna een jaar na mijn coming-out naar de dochters denk ik dat de typering ijsbreker een betere is. Met volle kracht vooruit; af en toe wat gas terugnemend en dan weer een leuk duwtje verder voltrekt zich mijn transitie. Overal om me heen kraakt en schuurt het als een nieuw evenwicht in de krachtenvelden gezocht moet worden.

Mijn ijsbreker verplettert niet, maar neemt voordurend gas terug en probeert nog steeds zo voorzichtig verder te komen. Toch is gekraak en geknars om me heen niet te vermijden. Wat simpel heb ik ooit gedacht dat de coming-out al tientallen jaren geleden naar Lief C, en pas een jaar geleden naar de dochters, de grootste schok zou opleveren. In feite was dat ook wel zo; daarna zou alles vanzelf goed komen, leek me. Over de naschokken heb ik niet zo nagedacht.

Nu, een jaar later, schokt het nog steeds. Voor de meest dierbaren in je omgeving is er iedere dag, al leef je al geruime tijd 24/7 als vrouw, een nieuwe coming-out. Dagelijks trilt het even, zoeken krachten grommend en krakend een nieuw evenwicht; de eerste shawl om mijn hoofd in plaats van mijn mutsjes, het nog strakkere shirtje, de eerste panty, de eerste jurk, sierraad of make-up. Een afspraak bij de VU, de logopediste, een andere hormoonpleister, allebei dezelfde laarsjes willen hebben; telkens schokt de vertrouwde wereld weer even. Zelfs voor Lief C; ook je vernieuwde, bestaande, relatie –die door de buitenwereld o zo snel stigmatiserend wordt ingevuld- schokt nog met regelmaat op haar grondvesten.

Voorzichtig schuift de ijsbreker weer een stukje verder. Als ik afscheid neem geeft dochter me drie van haar bh’s, cup A; ze gebruikt ze het komend jaar, zelfvoedend, toch niet meer.

Weer een stapje verder, een acceptatieschokje; dit keer mijn voorgevel.

Opa

Auh, pas op; je mag best met de ketting spelen maar er aanhangen vindt Opa niet zo fijn. Ik zit in een spagaat; letterlijk en ook figuurlijk. Stoeien met kleinzoon is favoriet; hoewel, af en toe sleurt ie midden in de Mega Supermarkt mijn shirtje omhoog en sta ik in mijn bh, even later gilt ie keihard in de winkel Opaaaaaa!. Het aftrekken met mijn shawltje hebben we een paar dagen geleden al gehad. Hij geniet van zijn grootvader.

Een spagaat, vol van de hormonen straal ik regelmatig als “VIVA”vrouw, tegelijkertijd trekken twee uiterst volwassen Flair en Kek Mama dochters aan me die vooral hun vader, hun papa willen houden. De switch van hun vader naar een vrouw -alsof hun moeder ineens een stiefmoeder voor ze heeft gecreëerd- krijgt maar heel geleidelijk en met voorzichtige stapjes bijval.

Vaderdag, moederdag; wat vier je met mij? Een lastige vraag. Het mogelijke antwoord is abstract; papa is van altijd, onverwoestbaar. Op het zelfde moment heeft diezelfde onverwoestbare papa een hekel aan zijn verpakking, aan dat ding tussen zijn benen dat zo nadrukkelijk de verkeerde uitvoering markeert. In de familiekring is er weinig aan de hand, papa luistert nog naar “papa”. Daar buiten, met onbekenden erbij wordt het lastiger; blijft het “papa” en val je samen uit je rol of bedenk je er gemeenschappelijk, iets creatiefs voor?

Samen met Lief C laat ik kleinzoon een dagje uit in Artis. Met de luide “Opaaaaaa” nog in gedachte spreekt zijn vrijwel “uitgerekende” moeder – kan zij weer even een dagje rustig aan doen- een geheimpje met hem af. Als hij Opa wil roepen roept ie gewoon “Omaaaaa”, dan ziet ie wel wie van ons tweeën reageert. Hij haspelt er door de dag lekker mee; dan is het Opa, dan weer Oma en het eindigt met Andere Oma; een voorzichtige favoriet.

We logeren een nachtje bij kleinzoon. In het holst van de nacht zijn z’n vader en moeder naar het ziekenhuis vertrokken. Voorzichtig sluipt hij, als hij wakker wordt, de trap op naar onze kamer. Daar sta ik in mijn nachtpon, net bezig me aan te kleden, mijn shawl nog niet op mijn hoofd. Kleinzoon weet het even weer niet, zoveel keuzes om te maken, Opa, Oma, Andere Oma. Lief C help-t hem uit de brand en helpt hem lekker met aankleden.

Even later gaat de telefoon. Er is een zoon geboren. Als we de ziekenhuiskamer binnen wandelen is kleinzoon er ook; alvast met zijn vader mee. Trots laat hij ons zijn nieuwe broertje zien. Even later staan we met z’n allen op de foto; de trotse dochter, Lief C, de twee kleinzoons en ik, de Andere Oma en vooral de Opa van deze mannen.

Leesmap

Ik had ooit een intensieve relatie met de leesmap. Niet dat we thuis zo’n ding hadden, neen. Driemaandelijks was mijn gemillimeterde haar toe aan een beurt met de tondeuse; en de leesmap. Even een moment vrij van NRC, Volkskrant en FD; even een zaterdagje leesmap. De leesmap was gesplitst, voor mijn soort mens restte alleen bladen als Voetbal International, de Nieuwe Revu, Panorama, Autoweek en Actueel.

Inmiddels al weer tien jaar verder durf ik te bekennen dat mijn interesse eigenlijk bij de Viva en de  Flair lag.

Na een jaar hormonen begon ook mijn haar weer wat te groeien. Verrast riep de kapster, toen ik een middagje met Lief C meeging, “weet u dat u twee soorten haartjes hebt; dunne sprietjes en korte dikkere?” Nog onwetend hoe het ooit met me zal verder gaan besluit ik de dikkere korte haartjes een kans te geven; ik laat mijn haar groeien. Telkens als ik in Nederland naar de kapster ga mag ze de nieuwe haartjes een extra kans geven, de gespleten puntjes verwijderen; telkens in het buitenland strijd ik voor mijn genderidentitiet “I am a woman; I want a female haircut”. De Singaporese stagair in Maleisië begrijpt me niet helemaal; het is ook wel moeilijk die kale vrouw zonder hoofddoekje niet als man te zien. Nog net kan ik een stevige knipbeurt van mijn zorgvuldig gekoesterde lengende haren voorkomen. Er een beetje af halen of er nog een beetje op laten staan ligt kennelijk taalkundig dicht bij elkaar.

Nog maar nauwelijks begonnen aan mijn Viva ben ik al aan de beurt. Als ik mijn hoofddoekje af doe, is ze verrast, op de kale bol staan nog steeds donshaartjes die vechten voor hun bestaan, maar de rand erom heen is inmiddels een centimeter of vijftien lang. Jolig springen ze onder mijn shawls en mutsjes uit; af en toe liften ze zelfs mee in mijn haarklem. Langer, steviger en steeds meer; de kale bol zal wel nooit een bos worden, de rest doet stevig z’n best. Resultaat van drie jaar Androcur.

Een van de minst vrouwelijke gedaantes die me in het leven overkomen; met een gewassen hoofd in de kapsalon tussen de dames om me heen, naarstig vrouw zitten te zijn ondanks de hinder van een wel heel erg manlijke hoofdoutfit. De kapsters; een van de eerste plekken waar ik me echt als vrouw in het klantsysteem heb laten zetten. Een speciaal plekje wat buiten de eerste vragende blikken geeft me toch weer iets van mijn vrouwgevoel terug.

Als de puntjes er van af zijn en de haarlijn weer wat minder kartelig is, ben ik klaar; mijn hoofddoekje mag weer om, zelfs de krulletjes spelen er weer onderuit. Nog een paar maanden, dan rust het op mijn schouders.

Lief C heeft wat langer nodig. Ik kan nog even terug naar mijn Viva.

Keukenrol

Niets culinairs draagt de keukenrol voor mij bij dezer dagen. In tegendeel, ik draag de rol met me mee in mijn tas; gewoon om het vocht op te vegen.

Terugkomen op Nederlandse bodem pakken we ook het contact met de dochters weer op. Een verscholen pad vol doornen ligt voor me. Een transitie op afstand, zover van hun huis, is misschien wel het best te vergelijken met een treinemplacement nadat de stroom is uitgevallen. Het is lastig gissen waar de verschillende treinen staan en wie er nog beweegt. Dat mijn trein de afgelopen maanden door denderde is duidelijk maar de anderen?

Hoewel, zeker de laatste maanden, mail, telefoon en skype, volop beschikbaar, intensief zijn benut heeft een echt gesprek van me niet altijd plaats kunnen vinden. Het is lastig. Na meer dan twee jaar proefdraaien in het buitenland loopt mijn 24/7 vrouwentrein nu ook in ons eigen land op volle kracht. Heel af en toe als we een aantal weken in Nederland zijn zien ze mijn wagon langs denderen. Ik worstel; stilzetten tot ze bij zijn? afremmen zodat er toch nog wat voortgang blijft? doorgaan tot ze ooit in het door hen gevraagde tempo langszij komen?

Bijna 30 jaar vulde ik de “vader”rol voor hen in. De switch is niet zomaar gemaakt; als die switch sowieso ooit plaats zal vinden, immers een moeder als Lief C  zal ik nooit meer kunnen zijn. Ik mis gewoon de juiste onderdelen.

Al bellend met een van hen, nu wel, worden kuilen gegraven, posities vastgezet. Het voelt zo fout, ik wil zo graag nader bij komen; een afstand die vanwege het “verleden” alleen maar vergroot lijkt te worden. Zo niet zo bedoeld maar door mij toch zo gevoeld, lijkt het of we elkaar steeds slechter verstaan. Het contact komt nauwelijks tot stand.

Skype, sms, mail. Ik weet het niet meer. De omgeving sust, het komt wel goed, geef het de tijd. Ik wil wel, maar ik wil ook zo graag.

Het verleden; het klinkt zo zwaar. Ik voel me een misdadiger, een delinquent. Ineens kan ik me voorstellen wat iemand voelt die “echt” een verleden meesleept; het hangt aan je voeten als een metselbak vol beton, terwijl je aangemoedigd wordt verder te lopen.

Een voordeel heeft mijn verleden nu wel; al jaar en dag ben ik bang zonder keukenrollen en toilet papier te zitten. De kasten puilen uit. Heb ik in elk geval genoeg voor mijn nachtelijke emo-buien. Mijn hormonen spelen nu, terug in het 15 graden klimaat, weer even een weekje meer op dan in de warmte de afgelopen maanden.

Gelukkig heb ik nog een verse; een keukenrol.

Geschuurde knieën

Neen, ik heb geen vloeren geboend. Zo in de laatste dagen voor we naar Nederland vertrekken moet er nog veel door onze handen gaan; en langs de knieën.

Snel nog wat schrijven en correcties afronden. De tijd van wachten op de creatieve wind is even voorbij. Ons leven zit weer even in schema; zo’n paar laatste dagen zitten vol met strakke afstemmingen, met veel do’s en weinig don’ts.

Een dag of wat geleden tussen de bedrijven door op sieradenjacht geweest; met het eerste VUmc contact voor de boeg alle reden voor uitbreiding van mijn “spiegeltjes en kraaltjes” collectie. Armbanden, kettingen en oorhangers, alles passeert de revue; een vrouw mag zich laten zien niet waar?

In het heetst van de zomer is ons drijvende huis, mijn zzp-kantoor aan de bovenkant opnieuw geschilderd; het resultaat van een ongelukje aan boord van een zeeschip dit voorjaar.

Hoewel in Turkije man en vrouw gelijk zijn blijkt dit in de praktijk in het patriarchale land een stuk lastiger. Twee opdrachtgevende technisch deskundige buitenlandse vrouwen worden zelfs in het hedendaags Turkije niet even serieus genomen; menig discussie over het hoe en wat van de klus geeft mij het gevoel dat ik in de ogen van de uitvoerende schilders dom en blond ben.

En nu zijn we niet tevreden met het resultaat. Uren kruipen we op blote knieën met fototoestel, duimstok, rolbandmaat en een handdoek(schaduw) over het dek om alle twijfelpunten en beschadigingen in kaart te brengen. De verf is verkeerd aangebracht, te glad en is door teveel verdunning bij het spuiten pas weken te laat voldoende doorgehard. Een aantal weken geleden gleed ik een keer zodanig uit dat ik pas na dagen weer op een soort “donut” op mijn stuitje kon zitten; een voorproefje op wellicht straks ooit. Navraag bij de verffabrikant leert dat door het spuiten van de verf alle antislipzandkorrels in het blik zijn achtergebleven. Een levensgevaarlijke ijsbaan; zo kan het niet langer.

Maar hoe dan wel? Voorlopig antwoord onze verfspecialist nog niet; toch niet weer opnieuw ons cultuurverschil?

Nu eerst nog een paar dagen de handen uit de mouwen, straks lonkt er weer een bureaustoel, staat mijn laptop met los toetsenbord weer op een verhoger voor mijn neus en mag ik mijn armbanden weer om.

Hoewel, ook de tegelvloer vraagt dan weer aandacht; wekelijks. Toch weer geschuurde knieën; hoewel met een lange broek valt de schade nog mee.

Plakken of Besmettelijk

In bikini, lekker in de schaduw met een kop koffie, genieten we even tussen de werkzaamheden door van de wereld om ons heen.

Een zeiljacht maakt zich los van z’n ligplaats en zoekt z’n weg naar buiten. De man die verantwoordelijk was voor de voorlijnen is klaar met z’n klus. Tevreden kijkt hij rond en werpt zijn blik op ons, hij recht zijn rug, showt z’n sixpack en trekt zijn buik in. Lastig hoor man zijn als je zo dicht langs twee vrouwen vaart. Lief toch? Zo’n reactie.

Aan het begin van het jaar, in een toeristen gebied in Thailand, hadden we hetzelfde resultaat. Mannen, aan het stuur van een stoere motorboot, die al langsvarend hun nek steeds verder verdraaien tot ze achterstevoren op hun stuurbankje zitten; en dan bij het verlaten als de blikken niet langer kunnen plakken, een stevige dot gas. Schattig toch?, zo voorspelbaar en zoveel testosteron.

Een paar maanden geleden moest ons varende kantoor dringend bijgeschilderd worden,  gevalletje verzekeringsaansprakelijkheid. Even konden we een tijdje niet overdag aan boord verblijven. Het kantoor werd verplaatst naar de rand van het zwembad; geen straf bij 35+. Dagelijks trok ik tussen de bedrijven door mijn baantjes, in bikini met zwemrokje, omringt door mannen, eenzaam en alleen (met boek) op hun ligbed rond de pool. Je leert het appreciëren die geïnteresseerde blikken terwijl je je fitness baantjes trekt.

Nu we dezer dagen zoveel bereikbaarder en publiekelijker liggen valt het pas op; regelmatig hebben we een gesprekje op de kade. Mannen die belangstellend vragen welk wasmiddel ik gebruik om de lijnen te wassen; vrouwen die vriendelijk groeten. Heel anders dan toen we kantoor hielden in ver weggelegen baaien.

Het is een apart fenomeen. Het lijkt wel of iedereen een praatje met ons mag maken, op één groep na; mannen, vrouwen deel van een echtpaar aan boord van een andere boot. Iedere keer als een van ons twee langs loopt groeten we en zeggen we dag. Maar neen, zelfs bij landgenoten, knikt meteen het hoofd; niet ter begroeting, maar kennelijk omdat het kruiswoordraadsel, het borduurwerk veiliger is.

Ik lijk wel besmettelijk, de virtuele bocht die echtparen maken om ons heen. Alsof de gedachte aan twee vrouwen, samen op dat varende huis, een onmiddellijke blokkering oplevert. Straks zijn ze besmet, wie weet wat er dan weer met je gebeurt.

Neen, als ik mag kiezen dan toch liever die belangstellende gesprekken,  de plakkende blikken,  het lichte loensen als hun blik naar beneden wegglijdt. Alles beter dan de calvinistisch stoïcijnse narrowminded kruiswoordpuzzelaars en borduursters.

Ik ga van de winter maar eens een brei -en haakcursus volgen, misschien helpt het om het gesprek aan te gaan.

Vorige Oudere items